REFLECTIE IN WATER

Maak een nieuw bestand ("Bestand - Nieuw" of "Ctrl + N") aan van 340 x 200 pixel en een dpi van 72 met een witte achtergrond. Maak een nieuwe laag aan ("Laag - Nieuw - Laag" of "Ctrl + Shift + N"), selecteer het 'verloop'-gereedschap ("G") en sleep van boven naar beneden, met de 'Shift'-toets ingedrukt om perfect verticaal te werken. Wijzig nu de voorgrondkleur in RGB 255, 0, 0. Selecteer het 'horizontale tekst'-gereedschap ("T") en typ je tekst. Gebruik het 'verplaatsgereedschap' ("V") om je tekst in het bovenste deel van de afbeelding te positioneren.
Maak nu een kopie van de laag ("Laag - Laag dupliceren") en draai die op z'n kop ("Bewerken - Transformatie - Verticaal omdraaien"). Met het 'verplaatsgereedschap' ("V") sleep je nu in deze laag de omgekeerde tekst naar beneden tot die de onderkant van de oorspronkelijke tekst raakt. Nu rekken we de omgekeerde tekst uit ("Bewerken - Transformatie - Schalen"); met de 'Shift'-toets ingedrukt sleep je de middenste, onderste marker naar beneden. Bevestig met "Enter".
We maken opnieuw een nieuwe laag aan ("Laag - Nieuw - Laag" of "Ctrl + Shift + N"). Selecteer opnieuw de basiskleuren ("D") en selecteer het 'verloop'-gereedschap ("G"). Kies als voorinstelling 'voorgrond naar transparant' in de menubalk bovenaan ("klik in het verloopvoorbeeld onmiddellijk rechts van het 'verloop'-icoontje"). Sleep nu van onderaan de afbeelding naar boven met de 'Shift'-toets ingedrukt. Gebruik 'verzadigen' als overvloeimodus ("Laag - Laagstijl - Opties voor overvloeien") met een dekking van 70%. Groepeer nu deze laag met de vorige ("Laag - Groeperen met vorige" of "Ctrl + G"). Selecteer nu de gekopieerde laag in het 'lagen'-pallet en met het 'rechthoekig selectiekader' ("M") selecteer je de onderkant van de afbeelding.
Pas de 'bewegingsonscherpte'-filter toe ("Filter - Vervaag - Bewegingsonscherpte") onder een hoek van -90 en met een afstand van 10 pixels. Dan selecteren we de eerste laag (de laag met het verloop in) en passen we de niveau's aan ("Afbeelding - Aanpassingen - Niveaus" of "Ctrl + L"); gebruik als invoerniveaus de waarden 0, 1,00 en 190. Maak de selectie ongedaan ("Selecteren - Deselecteren" of "Ctrl + D") en selecteer de gekopieerde laag in het 'lagen'-pallet. Pas er een perspectief op toe ("Afbeelding - Transformatie - Perspectief") door de marker rechtsonder naar rechts te slepen met de 'Shift'-toets ingedrukt. Bevestig met "Enter".
Selecteer opnieuw de eerste laag (met het verloop in) in het 'lagen'-pallet. Nu kunnen we de kleur wijzigen ("Afbeelding - Aanpassingen - Kleurtoon/verzadiging" of "Ctrl + U"); vink de optie 'vullen met kleur' aan en zet de kleurtoon op 35, de verzadiging op 35 en de helderheid op 20. Selecteer de tekstlaag in het 'lagen'-pallet en pas de rand aan ("Laag - Laagstijl - Lijn"): neem een grootte van 1 pixel en gebruik zwart (RGB 0, 0, 0) als kleur. Maak van alle lagen n laag ("Laag - En laag maken"). Selecteer opnieuw het onderste deel van de afbeelding met het 'rechthoekig selectiekader' ("M"). Pas hierop de 'oceaanrimpel'-filter ("Filter - Vervorm - Oceaanrimpel") toe, neem hiervoor 2 als grootte van de rimpel en 3 als vervorming. Maak de selectie ongedaan ("Selecteren - Deselecteren" of "Ctrl + D").

terug naar hoofdpagina