GRAVEREN 2

Maak een nieuwe laag aan ("Laag - Nieuw - Laag" of "Ctrl + Shift + N"). Verander de voorgrondkleur in RGB 61, 246, 240 en de achtergrondkleur in RGB 0, 179, 236. Selecteer het 'verloop'-gereedschap ("G") en sleep van boven naar beneden, met de 'Shift'-toets ingedrukt om perfect verticaal te werken. Stel de standaardkleuren terug in ("D") en keer ze om ("X"). Maak een nieuwe laag aan ("Laag - Nieuw - Laag" of "Ctrl + Shift + N"), selecteer het 'horizontale tekst'-gereedschap ("T") en typ je tekst.
Selecteer in het 'lagen'-pallet de 'verloop'-laag. Maak hiervan een kopie ("Laag - Laag dupliceren") en laad de selectie ("Selecteren - Selectie laden"). Gebruik dan de 'delete'-toets. Verberg de tekstlaag door op het oogje te klikken voor deze laag in het 'lagen'-pallet.
Je kan nu de selectie ongedaan maken ("Selecteren - Deselecteren"). Pas de laagstijl 'schuine kant en reliŽf' ("Laag - Laagstijl - Schuine kant en reliŽf") aan en wijzig de diepte in 80% en de grootte in 1 pixel. Pas eveneens de laagstijl 'slagschaduw' ("Laag - Laagstijl - Slagschaduw") toe met de standaardwaarden. 
Selecteer de onderste laag (de verlooplaag) in het 'lagen'-pallet. Pas de niveaus aan ("Afbeelding - Aanpassingen - Niveaus" of "Ctrl + L") en gebruik als invoerniveaus 100, 0,6 en 255.

terug naar hoofdpagina