VEROUDERDE FOTO

We openen een bestaand bestand. Selecteer alles ("Selecteren - Alles" of "Ctrl + A") en kopieer dit ("Bewerken - Kopiëren" of Ctrl + C"). Maak een nieuw bestand aan ("Bestand - Nieuw" of "Ctrl + N") en kies een witte achtergrond. Plak dan de kopie in het nieuwe bestand ("Bewerken - Plakken" of "Ctrl + V"). Met de kanaalmixer zetten we de kleurafbeelding om in zwart/wit ("Afbeelding - Aanpassingen - Kanaalmixer"). Vink om te beginnen 'monochroom' aan in het menu. Voor de 'rood'-, 'groen'- en 'blauw'-waarden gebruikte ik 50, 25 en 30. Dat is echter een persoonlijke keuze; experimenteer zelf maar eens!
Maak een nieuwe laag aan ("Laag - Nieuw - Laag" of "Ctrl + Shift + N"). Gebruik nu het 'ovaal selectiekader'-gereedschap ("M") en trek een ovaal omheen het belangrijkste onderdeel van de foto. Je kan - indien nodig - deze selectie steeds verplaatsen met het 'verplaatsgereedschap' ("V"). Dan passen we de doezelaar toe ("Selecteren - Doezelaar" of "Ctrl + Alt + D") met een straal van 40 pixels. Keer dan de selectie om ("Selecteren - Selectie omkeren" of "Ctrl + Shift + I"). De voorgrondkleur stellen we nu in op RGB 75, 75, 75 om niet volledig in het zwart te gaan werken. Selecteer dan het 'emmertje'-gereedschap ("G") en vul de selectie. Gebruik daarna de 'ruis'-filter ("Filter - Ruis - Ruis") en stel de hoeveelheid in op 5,5% (Gaussiaans & monochromatisch).
Maak de selectie ongedaan ("Selecteren - Deselecteren" of "Ctrl + D") en maak een nieuwe laag aan ("Laag - Nieuw - Laag" of "Ctrl + Shift + N"). Stel de basiskleuren terug in ("D") en keer ze om ("X"). Selecteer het 'emmertje'-gereedschap ("G") en vul de nieuwe laag met wit. Pas hierop de 'korrel'-filter toe ("Filter - Structuur - Korrel"), met een intensiteit van 45 en een contrast van 20. Het 'type korrel' stel je in op 'verticaal'. Dan halen we er hier en daar wat lijnen tussenuit: gebruik het 'rechthoekig selectiekader'-gereedschap ("M") om verticale stroken te selecteren en druk daarna op de 'Delete'-toets. Als je tevreden bent, maak je de laatste selectie ongedaan ("Selecteren - Deselecteren" of "Ctrl + D").
Wijzig de 'opties voor overvloeien' ("Laag - Laagstijl - Opties voor overvloeien") in 'vermenigvuldigen' en zet de 'dekking vulling' op 70%. Selecteer de oorspronkelijke afbeeldingslaag in het 'lagen'-pallet ("Venster - Lagen") en zet de afbeelding om in Sepia. Hiervoor gebruiken we de 'kleurtoon/verzadiging' ("Afbeelding - Aanpassingen - Kleurtoon/verzadiging" of "Ctrl + U"). Vink de optie 'vullen met kleur' aan en wijzig de kleurtoon in 30 en de verzadiging in 25. De helderheid zet je op 5.

Deze instellingen kan je uiteraard aanpassen aan je persoonlijke smaak en hangen eveneens af van de gebruikte foto.

Maak opnieuw een nieuwe laag aan ("Laag - Nieuw - Laag" of "Ctrl + Shift + N") en breng die naar de voorgrond ("Laag - Ordenen - Op voorgrond" of "Ctrl + Shift + ."). Controleer of de standaardkleuren geselecteerd zijn ("D") en pas de 'wolken'-filter toe ("Filter - Rendering - Wolken"). Dan is de 'kristal'-filter aan de beurt ("Filter - Pixel - Kristal"); gebruik een celgrootte van 15. Omdat we nu toch bezig zijn, gebruik hierna de 'contrastlijn'-filter ("Filter - Stileer - Contrastlijn"). Pas nu de overvloeimodus ("Laag - Laagstijl - Opties voor overvloeien") 'vermenigvuldigen' toe met een dekking van 60%. Neem nu het 'gummetje' ("E") en zet de dekking ervan op 55% in de menubalk bovenaan. Selecteer als penseelpunt de 'airbrush, zacht rond 100 pixels' (dat is uiteraard afhankelijk van de grootte van de afbeelding) en wis nu vluchtig het deel dat je in het begin met het ovaal selectiekader selecteerde. Met het 'vervaag'-gereedschap ("R"), ingesteld op een penseel van 'airbrush, zacht rond 65 pixels' met een sterkte van 30% en de optie 'alle lagen gebruiken' aangevinkt (allemaal te vinden in de menubalk bovenaan), bewerkte ik de hoeken van de afbeelding nog vluchtig.
We maken nogmaals een nieuwe laag aan ("Laag - Nieuw - Laag" of "Ctrl + Shift + N"). Selecteer dan het 'lasso'-gereedschap ("L"). Hiermee tekenen we willekeurige vormen op de nieuwe laag, alsof er delen van de afbeelding ontbreken. Om te zorgen dat die delen één geheel vormen, hou je de 'Shift'-toets ingedrukt als je meer dan één vorm tekent. Die worden dan telkens toegevoegd aan de selectie (je ziet dan een '+'-teken verschijnen bij het lasso-incoon als je verder selecteert). Geen zorgen, ze zijn niet echt weg! Als je vormen getekend zijn, dan selecteer je het emmertje ("G") en wijzigt de voorgrondkleur in wit ("D" en daarna "X"). Vul dan één selectie met wit en ze zullen allemaal wit worden.
Pas dan de dekking van de vulling van de  overvloeimodus aan ("Laag - Laagstijl - Opties voor overvloeien") en zet die op 5%. Dan passen we tevens de 'schaduw binnen' aan ("Laag - Laagstijl - Schaduw binnen"); we kiezen voor een dekking van 50% onder een hoek van 135°. De afstand zetten we op 5 pixels, de grootte op 20 pixels. Maak de selectie dan ongedaan ("Selecteren - Deselecteren" of "Ctrl + D").
Voeg nu eerst alle lagen samen ("Laag - Eén laag maken") en open dan het menu voor de niveaus ("Afbeelding - Aanpassingen - Niveaus" of "Ctrl + L"). Zet de invoerniveaus op 20, 1,00 en 235 en de uitvoerniveaus op 10 en 240. Je kan tot slot ook nog even spelen met de 'kleurtoon/verzadiging' ("Afbeelding - Aanpassingen - Kleurtoon/verzadiging" of "Ctrl + U"). Ik gebruikte de waarden 5 voor kleurtoon, -18 voor verzadiging en -5 voor de helderheid.

terug naar hoofdpagina