Salamanders


Download .avi 946 kb

Triturus alpestris alpestris 
Afzetten van eieren

De watersalamander leven alleen tijdens de lente in het water, om voor hun voortplanting te zorgen.

Zij verblijven liefst in de met waterplanten begroeide beken en dit is meestal stilstaand water.

Triturus alpestris alpestris
Geeuwen?

De lenige mannetjes zoeken een wijfje op met  sierlijke bewegingen.  Ze onderscheiden zich vooral door hun gedragingen.  Zij maken afgehoekte bewegingen; nu schieten zijn rap vooruit, blijven dan weer stil, zo schouwen zij de wijfjes.  

Eens gevonden ruikt hij haar.  Zonder beweging of klankuiting maken zij elkaar vertrouwelingen.  Bij nader inzien merkt men toch dat de keel beurtelings op en af gaat en dat er mondvollen vocht uit hun bek komt.  

Het mannetje geselt zich en vormt met het wijfje een vierhoek.  Bij de minste beweging van het wijfje werpt het mannetje zich voor haar.

Triturus alpestris alpestris   Triturus alpestris alpestris
Als je goed kijkt zie je de eieren.

Het mannetje gaat naar het wijfje toe en biedt haar de gezwollen aarsopening.  Het mannetje staat op de achterste poten.  Zijn staart is nog altijd onbeweeglijk op de zijde.  Het achterdeel van zijn lichaam trekt zich herhaaldelijk samen.  

Terwijl zijn keel beurtelings op en af gaat laat het op enkele om van de snuit van het wijfjes een witte sperma op haar vallen die op een lintje van 4 5 mm lang gelijkt.  Het wijfje, dat tot hiertoe nog niet heeft bewogen komt bij en ruikt het lint.  

De spermatophoren kleven dan aan de lippen van haar aarsopening die zij dan sluit.  2/3 van de spermatophoren zijn binnen, de andere blijven aan haar aarsopening kleven en verlengen zich langzaam tot zij na een uur of twee afvallen.  

Twee of drie uur na de  bevruchting opent het wijfje weer haar aarsholte en legt zij haar eieren in kleine groepjes apart op de waterplanten(of ruiten).

Triturus alpestris alpestris   Triturus alpestris alpestris

Gedurende hun  leven in het water vallen zij vele dikkopen aan. 

In het water bewegen zij zich zeer vlug en sierlijk doch op het land zijn ze traag en log. 

De ouders leggen een 30 40 tal eitjes die aan de ruiten of waterplanten kleven.  Na 3 4 weken komt het kiempje uit het ei dat wit is en de grootte van een speldekop heeft.  Nu ziet men 't zwarte bolletje met een dun vliesje rond.  Het vlies slorpt water op en zwelt langzaam.  

Bij een temperatuur van 15 20 C komt het dikkopje uit het ei gekropen.  Het kleeft zich buiten op de kikkerdril en zuigt er het voedzame uit.  Het groeit nu zeer snel en bereikt na enige dagen reeds een grootte van 1 cm.  

Het zwemt nu reeds een beetje en heeft de vorm van een dikkopje.  Als het dril uitgezogen is begint het met de planten.  Nu eet het ook al watervlooien en tubifex.


Larve

Triturus alpestris alpestris   Triturus alpestris alpestris

Achtergrond