CMYK Diafragma  F-getal Grijswaarde ISO/ASA Kleurtemperatuur RGB Scherptediepte                
 
 
 
 
CMYK 
 
(Cyaan, Magenta, Yellow, Key) is een systeem om met vier basiskleuren, inclusief zwart, een groot aantal kleuren te kunnen verkrijgen door subtractieve kleurmenging. Dit systeem wordt vooral gebruikt bij drukinkten.
 
C staat voor Cyaan, (bij additieve kleurmenging een combinatie van blauw en groen licht); 
M staat voor Magenta, een combinatie van rood en blauw licht; 
Y staat voor Yellow (geel), een combinatie van rood en groen licht; 
K staat voor Key, zwart. 
 
Bij meerkleurendruk betekent "Key plate" de drukplaat met de 'artistieke details', dat wil zeggen de lijnen en effecten (in tegenstelling tot kleur-vlakken).
Deze details worden gewoonlijk in de donkerste kleur gedrukt, dus bij de vierkleurendruk CMYK in zwart. Bovendien: een 'B' voor Black zou verwarring kunnen geven met 'Blue' (blauw). 
 
De CMYK-code voor een kleur wordt weergegeven door het dekkingspercentage van de vier inkten die nodig is om die kleur te verkrijgen. Wanneer we de basiskleuren langs drie assen uitzetten, krijgen we de CMYK-kleurenkubus:
 
CMYK-kleurenkubus
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Diafragma (optica) Top  
 
 
 
De invloed van het diafragma op de scherptediepte
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Groter
 
 
De invloed van het diafragma op de scherptediepte
 
In de optica is een diafragma een (meestal ronde of veelhoekige) opening in de lichtbaan van een lens of objectief die een bepaalde hoeveelheid licht door kan laten of tegenhouden. Het midden van het diafragma valt samen met de optische as van de binnenvallende lichtbundel in het instrument of objectief.
Robert Hooke paste als eerste een diafragma of mechanische iris toe in zijn microscoop.
 
Veel fototoestellen hebben een verstelbaar diafragma waardoor de hoeveelheid invallend licht kan worden veranderd. Belichting kan verder worden beďnvloed door het wijzigen van de belichtingstijd met behulp van de sluiter.
 
Bij een kleiner diafragma wordt de hoeveelheid doorgelaten licht kleiner, komen optische fouten van het objectief minder tot uiting en neemt de scherptediepte toe. Met de langere belichtingstijd neemt echter ook de kans op bewegingsonscherpte toe.
 
De iris is het diafragma van het menselijk oog.
 
De 'stervorm' die we zien als een punt op een foto sterk overbelicht wordt (b.v. de zon) is meestal een gevolg van interne reflecties op de inwendige randen van het diafragma; door het aantal punten van de ster te tellen kun je zien uit hoeveel lamellen het diafragma gemaakt was. Dit is een optische fout, althans een artefact van veel objectieven waar we zo aan gewend geraakt zijn dat ook bij foto's die deze afwijking niet vertonen het effect digitaal kan worden aangebracht om 'echter' te lijken.
 
Het diafragma van een objectief bestaat meestal uit een aantal metalen plaatjes (lamellen) die samen een cirkelvormige opening vormen (hoe meer lamellen hoe beter een cirkel benaderd wordt). De grootte van de opening (f-opening) kunnen we veranderen en werd gestandariseerd. Ze wordt weergegeven door getallen: het F-getal. Deze getallen geven achtereenvolgens een halvering van de hoeveelheid licht weer dat doorgelaten wordt. Om de oppervlakte van een cirkel te halveren moet men de diameter met een factor 1.4 (vierkantswortel van 2) verkleinen. Dit geeft de breukgetallen 1/1 1/1.4 1/2 1/2.8 enz. waarvan meestal enkel de noemer genoteerd wordt en waarbij men zegt dat het verschil tussen f2, f2.8, f4, f5.6, f8, f11, f16, f22, f32 een stop is. Gebruikelijk voor een objectief van een fototoestel is een reeks stops tussen f1,4 en f32. Bij objectieven met automatische diafragma werkt men met tussenstops zodat een reeks ontstaat: F1.2, F1.4, F1.6, F1.8, F2.0, F2.2, F2.5, F2.8, F3.2, F3.5, F4.0, F4.5, F5.0, F5.6, F6.3, F7.1, F8.0, F9.0, F10, F11, F13, F14, F16, F18, F20, F22, F25, F29, F32 (en groter). Het laagste getal wordt de lichtsterkte van het objectief genoemd.
 
Een objectief met een diafragma van f1.4 heeft een dubbele lichtsterkte dan een objectief waarbij de kleinste waarde f1.8 is en dat merkt men ook bij aankoop aan de prijs.
 
 
 
F-getal Top  
 
 
 
 
Grafisch weergegeven
 
 
 
 
 
 
 
 
Groter
 
 
Grafisch weergegeven
 
Het F-getal of openingsverhouding is een begrip dat in de optica, fotografie en astronomie gebruikt wordt. Het F-getal van een lens of telescoop is gelijk aan de brandpuntsafstand van de lens (f) gedeeld door waarde van het diafragma (D) en staat voor de diameter van de diafragma-opening in millimeters.
 
Dus: F-getal=
\frac{f}{D}
 
 
 
Het diafragma heeft niet alleen invloed op het lichtverzamelend vermogen van een lens, maar ook op de scherptediepte.
 
F-schaal  
F/1 F/1.4 F/2 F/2.8 F/4 F/5.6 F/8 F/11 F/16 F/22 F/32 F/45 F/64  
 
Op een fototoestel of filmcamera kan de belichting geregeld worden door het diafragma meer of minder te openen. De lens heeft een maximale opening (kleinste F-getal), vervolgens is elke stap groter een kleinere diafragma-opening. Dit wordt bijvoorbeeld gebruikt als er teveel licht is (diafragma sluiten) of als er te weinig licht is (diafragma openen). De maximale opening hangt af van het soort lens, lenzen met vast brandpunt zijn eenvoudiger te maken dan zoomlenzen, de maximale opening van een zoomlens is meestal kleiner dan die van een vaste lens. Ook hangt de maximale opening af van de brandpuntsafstand, een lange telelens moet een grote diameter hebben om een "redelijk" F-getal te hebben. De voorste lens van een 400 mm telelens van F/4 is al minimaal 100 mm in diameter.
 
De stappen tussen deze waardes worden ook wel stops genoemd. Iedere stop is een factor 2 in de oppervlakte van de opening van de lens, en dus de helft of het dubbele van de doorgelaten hoeveelheid licht.
 
 
 
Grijswaarde Top  
 
 
Grijswaarde is de maat waarmee de lichtintensiteit voor een fotografie-opname wordt gemeten. Voor digitale fotografie geldt dat de grijswaarde de gedigitaliseerde waarde van de intensiteit van een CCD-pixel is.
 
Een grijswaarde van 18% wordt in de fotografie gehanteerd voor het gemiddelde onderwerp; belichtingsmeters zijn altijd op deze waarde gekalibreerd. Dus wanneer de lichtwaarde van het onderwerp exact 18% grijs bedraagt, dan wordt er optimaal belicht.
 
Deze waarde is er natuurlijk niet willekeurig tot stand gekomen. In de praktijk blijkt dat dit ook daadwerkelijk een gemiddelde maar wat gebeurt er nu wanneer het onderwerp duidelijk afwijkt:
 
Wit hoofdonderwerp op een lichte achtergrond: de belichtingsmeter die er van uitgaat een 18% grijs onderwerp te zien 'denkt' dat het onderwerp helderder verlicht wordt dan in werkelijkheid het geval is. Hij zal dus de belichting 'afknijpen' door de sluitertijd te verhogen of het diafragma verder te sluiten. Het resultaat is dus onderbelicht. 
 
Zwart hoofdonderwerp op een donkere achtergrond: de belichtingsmeter die er wederom van uitgaat een 18% grijs onderwerp te zien 'denkt' dat het onderwerp donkerder verlicht wordt dan in werkelijkheid het geval is. Hij zal dus de belichting opschroeven door de sluitertijd te verlagen of het diafragma verder te openen. Het resultaat is dus overbelicht. 
 
In beide voorbeelden is een correctie op de belichting gewenst.
 
Een alternatief voor de in dit voorbeeld gehanteerde reflecterende lichtmeetmethode is de opvallend licht-meetmethode. Hierbij wordt de belichtingsmeter op de plaats van het onderwerp gehouden en meet deze dus de hoeveelheid licht die op het onderwerp zou vallen. Een kapje voor het oog die overeenkomt met 18% grijs zorgt er voor dat, ongeacht het onderwerp, de belichting altijd correct is. Het is wel een iets omslachtiger methode en als fotograaf moet je in de gelegenheid zijn om fysiek vlak bij het onderwerp te kunnen komen.
 
Een methode die kan worden gebruikt wanneer men niet de beschikking heeft over een losse lichtmeter, is een 18%-grijskaart. Deze wordt op de plaats van het onderwerp neergezet en vervolgens wordt de camera (en dus de belichting) hierop gericht in plaats van op het daadwerkelijke onderwerp. Ook nu zal de belichting volkomen correct zijn, onafhankelijk van het onderwerp.
 
 
 
ISO/ASA Top  
 
 
De gevoeligheidsnormen ISO/ASA (International Organization for Standardization/American Standard Association) en DIN berusten op de hoeveelheid licht die nodig is om de zwakste impressie van licht op de fotografische film te doen ontstaan. Hun definitie is gebaseerd op een gemiddelde gradatie bij normaal ontwikkelen. De standaard staat bekend als ISO 5800:1987.
 
Een verdubbeling van de ISO/ASA waarde betekent dat de film half zoveel licht nodig heeft om een vergelijkbaar bruikbaar beeld te geven.
 
Tegenwoordig (2005) in de handel verkrijgbare filmsoorten hebben meestal een gevoeligheid van 100 of 400 ASA.
 
Vergelijkingtabel ISO - DIN
 
Hoewel de meetmethodes voor ISO/ASA en DIN gebaseerd zijn op verschillende uitgangspunten wordt algemeen de volgende omzetting gebruikt (van lage naar hoge gevoeligheid):
 
ISO/ASA DIN  
25 15  
32 16  
40 17  
50 18  
64 19  
80 20  
100 21  
125 22  
160 23  
200 24  
250 25  
320 26  
400 27  
640 28  
800 30  
1600 33  
3200 36  
 
Merk op dat de DIN waarde drie hoger wordt voor elke verdubbeling van de ISO/ASA waarde. De waardes met lichtgrijze achtergrond worden in de praktijk niet of nauwelijks gebruikt.
 
Formules
 
De volgende formules kunnen gebruikt worden om ASA in DIN om te rekenen en vice versa:
 
A = \frac{25}{32}.2^{\frac{D}{3}}
 
 
en
D = 3.log_2\frac{A}{25} + 15
 
 
 
Hierbij stelt A de filmgevoeligheid uitgedrukt in ASA voor en D de filmgevoeligheid uitgedrukt in DIN.
 
 
 
Kleurtemperatuur Top  
 
De kleurtemperatuur van een lichtbron voor wit licht is gedefinieerd als de temperatuur van een zwart lichaam waarvan het uitgestraalde licht dezelfde kleurindruk geeft als de werkelijke lichtbron.
 
Achtergrond
 
Het licht dat door een vel helder wit papier weerkaatst wordt is in feite afhankelijk van het omgevingslicht. Bij verlichting door kunstlicht is de kleur anders dan bij verlichting door daglicht. De hersenen voeren een automatische 'chromatische aanpassing' uit, waardoor het papier er 'op het oog' hetzelfde uit blijft zien.
 
Bij foto- en filmopnamen vindt deze aanpassing echter niet automatisch plaats. Bij toepassing van de lichtgevoelige films (zoals bij gewone fotografie) wordt daarom een filmtype gekozen, dat is afgestemd op de kleurtemperatuur van de lichtbron.
 
Bij digitale opnamen moet de witbalans (Engels: white balance, WB) worden ingesteld. Moderne apparatuur kan dit automatisch doen, maar een handmatig ingestelde witbalans geeft meestal het beste resultaat. TL-lampen vragen altijd om een handmatige witbalans, alleen al om het feit dat elke TL-lamp een andere kleurtemperatuur kan hebben. Dit kan je zien aan de laatste twee cijfers op de lamp. Echter, bij sommige professionele videocamera's is de fabrieksmatige kunstlicht en daglicht 'pre-set' zodanig afgesteld, dat deze soms niet te evenaren is.
 
Als bij het filmen of fotograferen de kleurgevoeligheid niet goed op de kleurtemperatuur van de lichtbron is afgestemd, krijgt het product onnatuurlijke kleuren. Wanneer er sprake is van twee of meer lichtbronnen met een verschillende kleurtemperatuur, bijvoorbeeld daglicht (5500K - 10.000K)en kunstlicht (2800K - 3300K), zal men een keuze moeten maken voor een van de lichtbronnen. Een compromis kan men sluiten door voor beiden te kiezen, bijvoorbeeld 4300K. De K staat voor Kelvin.
 
De kleurtemperatuur wordt behalve in Kelvin ook uitgedruk in Mired, wat staat voor Micro reciprocal Degree, ofwel 1 miljoen gedeeld door de kleurtemperatuur in Kelvin. Daglicht van 5000 K heeft dan een waarde van 200 Mired. Deze eenheid heeft het voordeel dat er eenvoudig mee gerekend kan worden. Een kleurcorrectiefilter veroorzaakt een vaste verschuiving van bijvoorbeeld 20 Mired in de kleurtemperatuur. Een blauw filter van 20 Mired geeft dan een daglichttemperatuur van 180 Mired (5555K), een rood filter van 20 Mired geeft dan 220 Mired (4545K).
 
kleurschakeringen
 
 
 
 
Voorbeelden
 
•      1200 K: een kaars 
 
•      2000 K: zonsopkomst en zonsondergang 
 
•      2800 K: wolfraam-gloeilamp (gewone lamp), zonsopkomst en zonsondergang 
 
•      3000 K: studiolamp 
 
•      3200 K: halogeenlamp 
 
•      3400 K: filmzon 
 
•      3500 K: een uur na zonsopkomst 
 
•      4200 K - 4700 K: mengsel van kunst- en daglicht 
 
•      5000 K: fototoestel-flitser, daglicht ("D50" is "Daglicht 5000") 
 
•      5600 K: standaard daglicht 
 
•      6000 K: middagzon 
 
•      6500 K: Wit/Neutraal. Standaard waarde voor televisie of monitor. 
 
•      7000 K - 10000 K: felle zon
 
 
 
RGB-kleursysteem Top  
 
Het RGB-kleursysteem is een kleurcodering, manier om een kleur uit te drukken als een combinatie van de drie primaire kleuren Rood-Groen-Blauw, uitgaande van additieve kleurmenging. De hoeveelheid van elke primaire kleur die benodigd is om de mengkleur te verkrijgen, wordt uitgedrukt in een getal dat kan variëren tussen 0 en 255. Voor HTML-toepassingen (Internet) wordt hiervoor veelal het hexadecimale stelsel gebruikt, waarbij de hoeveelheid van elke primaire kleur kan variëren tussen 00 en FF.
 
Hexadecimale kleurcodering (RGB)
 
Relatie RGB-waarde met de daarbij passende kleurweergave
 
 
 
 
 
 
 
Groter
 
 
Relatie RGB-waarde met de daarbij passende kleurweergave
 
De kleuren worden opgebouwd uit drie primaire additieve kleuren rood, groen en blauw, vandaar de afkorting RGB. De hoeveelheid van een kleur ligt in tussen 00 (niets van die kleur) en het hexadecimale FF (alles van die kleur). De ondergrond is zwart.
 
In het RGB kleursysteem wordt de kleur uitgedrukt in totaal zes cijfers. De eerste twee cijfers geven de hoeveelheid van de kleur rood aan, zo is FF0000 puur rood. De tweede twee cijfers geven de hoeveelheid van de kleur groen aan, zo is 00FF00 puur groen. 0000FF is tenslotte zuiver blauw. De zuivere zwarte, grijze en witte kleuren worden aangegeven met 000000 voor zwart, 666666 is een grijs, en FFFFFF is wit. Met deze codering kunnen 166 kleuren, dat wil zeggen 16,7 miljoen kleuren gecodeerd worden.
 
Er is ook een verkorte notatie waarbij per kleur maar één hexadecimaal teken gebruikt wordt, hier is FFF zuiver wit, F00 rood en zo voorts. Met deze verkorte notatie worden 163=4096 kleuren weergegeven.
 
Anders dan bij verf is geel in dit kleurensysteem, dat gebaseerd is op licht met additieve kleuren, geen primaire kleur. Groen echter juist wel. Door combinaties van hoeveelheid intensiteit per kleur ontstaan zeer veel mogelijkheden.
 
De op RGB-waarde gerangschikte tabel geeft een aantal toepasbare kleuren weer. De zichtbaarheid van deze kleuren op een computerscherm hangt af van de mogelijkheden van de monitor. De op kleur gerangschikte tabel geeft meer inzicht in de kleur RGB-relatie.
 
 
 
Gesorteerde kleurtabel
 
00­00­00 00­00­33 00­00­66 00­00­99 00­00­CC 00­00­FF  
33­00­00 33­00­33 33­00­66 33­00­99 33­00­CC 33­00­FF  
66­00­00 66­00­33 66­00­66 66­00­99 66­00­CC 66­00­FF  
99­00­00 99­00­33 99­00­66 99­00­99 99­00­CC 99­00­FF  
CC­00­00 CC­00­33 CC­00­66 CC­00­99 CC­00­CC CC­00­FF  
FF­00­00 FF­00­33 FF­00­66 FF­00­99 FF­00­CC FF­00­FF  
00­33­00 00­33­33 00­33­66 00­33­99 00­33­CC 00­33­FF  
33­33­00 33­33­33 33­33­66 33­33­99 33­33­CC 33­33­FF  
66­33­00 66­33­33 66­33­66 66­33­99 66­33­CC 66­33­FF  
99­33­00 99­33­33 99­33­66 99­33­99 99­33­CC 99­33­FF  
CC­33­00 CC­33­33 CC­33­66 CC­33­99 CC­33­CC CC­33­FF  
FF­33­00 FF­33­33 FF­33­66 FF­33­99 FF­33­CC FF­33­FF  
00­66­00 00­66­33 00­66­66 00­66­99 00­66­CC 00­66­FF  
33­66­00 33­66­33 33­66­66 33­66­99 33­66­CC 33­66­FF  
66­66­00 66­66­33 66­66­66 66­66­99 66­66­CC 66­66­FF  
99­66­00 99­66­33 99­66­66 99­66­99 99­66­CC 99­66­FF  
CC­66­00 CC­66­33 CC­66­66 CC­66­99 CC­66­CC CC­66­FF  
FF­66­00 FF­66­33 FF­66­66 FF­66­99 FF­66­CC FF­66­FF  
00­99­00 00­99­33 00­99­66 00­99­99 00­99­CC 00­99­FF  
33­99­00 33­99­33 33­99­66 33­99­99 33­99­CC 33­99­FF  
66­99­00 66­99­33 66­99­66 66­99­99 66­99­CC 66­99­FF  
99­99­00 99­99­33 99­99­66 99­99­99 99­99­CC 99­99­FF  
CC­99­00 CC­99­33 CC­99­66 CC­99­99 CC­99­CC CC­99­FF  
FF­99­00 FF­99­33 FF­99­66 FF­99­99 FF­99­CC FF­99­FF  
00­CC­00 00­CC­33 00­CC­66 00­CC­99 00­CC­CC 00­CC­FF  
33­CC­00 33­CC­33 33­CC­66 33­CC­99 33­CC­CC 33­CC­FF  
66­CC­00 66­CC­33 66­CC­66 66­CC­99 66­CC­CC 66­CC­FF  
99­CC­00 99­CC­33 99­CC­66 99­CC­99 99­CC­CC 99­CC­FF  
CC­CC­00 CC­CC­33 CC­CC­66 CC­CC­99 CC­CC­CC CC­CC­FF  
FF­CC­00 FF­CC­33 FF­CC­66 FF­CC­99 FF­CC­CC FF­CC­FF  
00­FF­00 00­FF­33 00­FF­66 00­FF­99 00­FF­CC 00­FF­FF  
33­FF­00 33­FF­33 33­FF­66 33­FF­99 33­FF­CC 33­FF­FF  
66­FF­00 66­FF­33 66­FF­66 66­FF­99 66­FF­CC 66­FF­FF  
99­FF­00 99­FF­33 99­FF­66 99­FF­99 99­FF­CC 99­FF­FF  
CC­FF­00 CC­FF­33 CC­FF­66 CC­FF­99 CC­FF­CC CC­FF­FF  
FF­FF­00 FF­FF­33 FF­FF­66 FF­FF­99 FF­FF­CC FF­FF­FF  
 
Van zwart naar kleur
 
0 11 22 33 44 55 66 77 88 99 AA BB CC DD EE FF
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
0 11 22 33 44 55 66 77 88 99 AA BB CC DD EE FF
0 11 22 33 44 55 66 77 88 99 AA BB CC DD EE FF
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
0 11 22 33 44 55 66 77 88 99 AA BB CC DD EE FF
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
0 11 22 33 44 55 66 77 88 99 AA BB CC DD EE FF
0 11 22 33 44 55 66 77 88 99 AA BB CC DD EE FF
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
0 11 22 33 44 55 66 77 88 99 AA BB CC DD EE FF
0 11 22 33 44 55 66 77 99 99 AA BB CC DD EE FF
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
0 11 22 33 44 55 66 77 88 99 AA BB CC DD EE FF
 
Van wit naar kleur
 
FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF
FF EE DD CC BB AA 99 88 77 66 55 44 33 22 11 0
FF EE DD CC BB AA 99 88 77 66 55 44 33 22 11 0
FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF
FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF
FF EE DD CC BB AA 99 88 77 66 55 44 33 22 11 0
FF EE DD CC BB AA 99 88 77 66 55 44 33 22 11 0
FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF
FF EE DD CC BB AA 99 88 77 66 55 44 33 22 11 0
FF EE DD CC BB AA 99 88 77 66 55 44 33 22 11 0
FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF
FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF
FF EE DD CC BB AA 99 88 77 66 55 44 33 22 11 0
FF EE DD CC BB AA 99 88 77 66 55 44 33 22 11 0
FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF
FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF
FF EE DD CC BB AA 99 88 77 66 55 44 33 22 11 0
FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF FF
 
Beperkingen aan RGB-waarde
 
Niet alle 16.777.216 verschillende combinaties van RGB-waarde zullen resulteren in 16.777.216 verschillende kleurweergaven op een computerscherm. Het zal duidelijk zijn dat dit afhangt van de middelen waarmee de kleur getoond wordt. De 216 combinaties van de RGB-waarde die bestaan uit de getallen 00, 33, 66, 99, CC, FF geven op veel schermen een correcte kleur weergave, de tussenliggende (16.777.000) RGB-waarden zullen niet altijd effectief zijn. De huidige systemen (2005) kunnen meer dan die 216 kleuren weergeven, namelijk ~65.000 verschillende kleuren.
 
 
 
Scherptediepte Top  
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Scherptediepte is het verschijnsel dat een lens of objectief dat een scherp lijkende afbeelding van een voorwerp op een vlak, bijvoorbeeld een filmvlak in een camera, projecteert. Voorwerpen die dichter bij of verder weg liggen dan het voorwerp waarop scherp is gesteld, worden dan onscherp weergegeven. De scherptediepte kan worden vergroot (zodat het bereik dat scherp wordt afgebeeld zich uitbreidt) door een diafragma in te stellen dat het gebruikte lensoppervlak verkleint, maar dit gaat dan ten koste van de lichtsterkte. Naast het diafragma zijn de afstand tot het scherpstelpunt en de brandpuntsafstand van de lens de factoren die de scherptediepte bepalen.
 
Externe links
   
   * Scherptediepte berekenen: http://www.dofmaster.com/dofjs.html  
 
Verstrooiingscirkels
 
Wanneer de diafragmaopening wordt verkleind zal de lichtkegel veel 'spitser' binnenvallen. De cirkels (verstrooiingscirkels) worden dan ook kleiner en dus scherper afgebakend. Om nu te bepalen wat door mensen als scherp wordt beschouwd zijn er afspraken gemaakt en voor het kleinbeeld formaat geldt dat scherp overeenkomt met een verstrooiingscirkel met een diameter kleiner dan 1/30 mm.
 
De scherptediepte is dus het hele gebied (niet alleen op het instelpunt waarop is scherp gesteld, maar ook op gebieder er voor en er achter) waarbij de verstrooiingscirkels kleiner zijn dan 1/30 mm. Dit gebied is overigens niet gelijkmatig 'verdeeld'; de scherpte van het gebied voor het scherpstelvlak is kleiner dan het gebied er achter. Bij de zogenaamde hyperfocale afstand loopt het scherptegebied achter het scherpstelpunt door tot in het oneindige.
 
De scherptediepte is dus te beďnvloeden door het veranderen van het diafragma.
 
Scherptediepte bij Groothoeklens versus Telelens
 
Een groothoeklens (met een korte brandpuntsafstand) heeft een veel grotere scherptediepte dan een telelens (met een grote brandpuntsafstand), de scherptediepte is namelijk omgekeerd evenredig met het kwadraat van de brandpuntsafstand maar dat gaat alleen op bij dezelfde instelafstand en diafragma. Wanneer de instelafstand bij beide objectieven ongelijk is maar de afbeeldingsmaatstaf gelijk, dan is de scherptediepte ook gelijk. Het enige wat in deze situatie dan verandert is het perspectief.
 
In de fotografie wordt de scherptediepte van een foto onder meer artistiek gebruikt. Het is niet automatisch zo dat de grootste scherptediepte ook de mooiste foto oplevert; vaak is het mooier als alleen het hoofdonderwerp van de scčne goed scherp wordt afgebeeld. Ook kan een onscherpe afbeelding van voor- of achtergrond een dieptewerking geven. Afhankelijk van het gewenste effect kan de fotograaf kiezen voor een grote of geringe scherptediepte door de keuze van het objectief en het diafragma.
 
Scherptevlak
 
Het vlak waarop scherp wordt gesteld en waarvoor en waarachter zich de scherptediepte afspeelt. Bij 'normale' camera's ligt dit vlak evenwijdig aan de film in het toestel. Echter bij technische camera's kan het objectief ten opzichte van het filmvlak worden gekanteld waardoor het scherptevlak heel anders kan komen te liggen. Ook dan is de scherptediepte een bandbreedte 'voor' en 'achter' dit vlak hoewel dit dan geredeneerd is vanuit het scherptevlak en niet vanuit de fotograaf.