Dr. Yagi

De meest gebruikte antenne voor de ontvangst van Tv-signalen is de zogenaamde YAGI-antenne, uitgevonden door de gelijknamige professor op de hiernaast afgebeelde foto uit 1963. In de jaren 1920 kwam hij tot de vaststelling dat door parasitaire elementen voor en achter de afgestemde dipool te plaatsen men een aanzienlijke signaalwinst en richtingsgevoeligheid kan boeken.

Door hun eenvoud en lage kostprijs worden ze nu algemeen gebruikt voor ontvangst van signalen in de VHF en UHF band.

Vandaag, anno 2005, zijn televisie antennes in Vlaanderen eerder een zeldzaamheid geworden. Vooral installaties met band I antennes zijn onvindbaar geworden. Ofwel zijn ze totaal verwaarloosd en verhakkeld door de tand des tijd. Hebt u nog foto's van antennes uit de periode 1960 - 1980 dan ben ik daar wel in geïnteresseerd.

Band I antenne voor zender Ruiselede. Je kunt ze herkennen aan haar 2m80 grote dipool. Dergelijke antennes waren in de jaren 60 vaak te zien op de Vlaamse daken. Meestal onderaan de mast.Vanaf 1957 was de zender te Ruiselede actief en zond uit op kanaal 2. Dicht bij de zender werd vaak een enkelvoudige dipool gebruikt zoals hiernaast afgebeeld. Het stralingsdiagram van zo'n dipool is een achtvorm. Ze ontvangt even sterk in beide richtingen dwars op de dipool. (Merk: Kayser)

Soms kom je ook een een open dipool tegen (onder). Merk: ATVARO. Ze heeft overleefd op een zolder en mogelijks was ze ook uitsluitend voor zolders bedoeld. De lange staven zitten vast in een plastiek stuk dat afkraakt bij een stevige wind. Hiernaast een band 1 antenne in V-vorm.

Voor wie iets verder van de zender af woonde of last het van reflecties is deze antenne. Er wordt een zogenaamd parasitair element achter de dipool geplaatst. Daardoor worden signalen die van achter komen onderdrukt. Deze antenne kan zowel horizontaal (foto) als verticaal gepolariseerd worden. Bij ons werden de uitzendingen in band 1 horizontaal gepolariseerd. Verticale polarisatie was gebruikelijk in Engeland.

Band I antenne met een reflector en een director. Deze antennes werden vooral toegepast op plaatsen waar zeer veel reflecties voorkwamen of waar het signaal te zwak was. Zeldzaam bij ons. Met de komst van kleurentelevisie werd in de UHF band volgens de Europese norm uitgezonden. Na enkele jaren werden de uitzendingen in de Belgische standaard op kan.2 gestopt. Daardoor werden band I antennes nutteloos.

Band III antenne voor zender Lille ( Rijsel) in 819 lijnen. Deze antennes kwamen ook vaak voor in onze streek. Toen in 1985 de zender Canal + van start ging werd dezelfde zender gebruikt. Sindsdien is met deze antennes nog steeds de betaalzender te ontvangen. Gecodeerd weliswaar. Maar er zijn ook ongecodeerde blokken. Men moet wel een Secam L ontvanger bezitten.

Band III antennes hebben een veel kortere dipool dan die voor band I. Ongeveer 80 cm. Hoe hoger de frequentie hoe korter de dipool.

De band III antenne hiernaast is met dubbele dipool. Daardoor vergroot de bandbreedte en kan met 1 antenne de volledige band III ontvangen worden. Beide dipolen zijn verschillend van lengte. De drie reflectoren zorgen eveneens voor een scherpere richtkarakteristiek.

Band III antenne in 2 vlakken. Deze antennes waren te zien voor de zender van Ruiselede uitzond. Om dan in West Vlaanderen televisie te ontvangen moest men de zender van Brussel kunnen ontvangen op Kanaal 10. Als bonus kreeg men er ook de Franstalige uitzendingen bij. Met deze antenne op mijn zolder ontvang ik nu nog de zender van St.-Pieters Leeuw, TV1 kanaal 10.

Voor de aansluiting van TV antennes werd bij ons in de jaren 50 en 60 van vorige eeuw meestal zogenaamde lint of twin-kabel gebruikt. Deze kabel heeft een karakterestieke impedantie (wisselstroom weerstand) van 240 a 300 ohm en is symmetrisch. Deze impedantie komt overeen met deze van een gevouwen dipool.


xxxxxx

Antennes voor verschillende zenders kunnen niet zo maar op één kabel aangesloten worden. Daarvoor had men zogenaamde koppelfilters nodig. Hiernaast een koppeldoos voor band I & III antenne uit 1965. Met deze koppelfilter kon een antenne voor Ruiselede en een antenne voor Rijsel op één kabel. Geschikt voor zowel lintkabel als voor coax kabel. Deze lintkabels mochten onder geen beding de metalen antennemast raken. Daarvoor bestonden speciale isolatoren die op de mast konden geplaatst worden. Enkele van die isolatoren kan je hieronder zien.

xx

Koppeldoos voor kanaal 8-10 zender Brussel en voor kanaal 5-6 zender Lille (Rijsel)

Eenmaal aangesloten kan het deurtje dicht. Alhoewel deze filters niet waterdicht waren funktioneerden ze al vlug een jaar of 15.

Veel foto's van oude antenne installaties heb ik nog niet gevonden. Af en toe kom ik er eens eentje tegen op oude 8mm filmpjes.

Hiernaast links, een typische TV antenne zoals ze in 1966 gebruikt werd. Helemaal bovenaan een antenne voor Brussel Frans, kanaal 8. Eronder de antenne voor TF1 in 819 lijnen op kanaal F8a en helemaal onderaan de dipool voor kanaal 2, de zender van Ruiselede. Dus het tijdperk van 3 TV kanalen. Maar voor die tijd waren wij zeer bevoorecht door onze ligging. Elders moest men tevereden zijn met 1 programma.

Eigenaardig dat in dezelfde straat, enkele huizen verder voor ontvangst van kanaal 8 een dubbel vlak's antenne met 2x8 elementen geplaats werd terwijl een andere slechts 2x4 elementen heeft. Hoeveel verschil zou er in ontvangstkwaliteit geweest zijn? Tevens is het opvallend dat de antenne hier rechts enkel een element voor Brussel Frans heeft. Mogelijks staan de andere elementen op zolder. Het signaal van de zender Rijsel en Ruiselede lieten dat zeker toe. Voor Brussel Frans was een betere ontvangst nodig.

Als men vroege informatie tegen komt over de televisiezenders is het bij de zender voor de Vlaamse uitzendingen op kanaal 2 erg verwarrend. Soms wordt er gesproken over de zender van Tielt of de zender van Ruiselede en ook van Aalter. Ik vroeg mij lange tijd af, waar heeft die zender nu eigenlijk gestaan? Wel, de Humo van 17 oktober 1963 heeft uitsluitsel gebracht.

In 1963 bestond de televisie in België 10 jaar. In de aanloopperiode naar het jubileum werd er wekelijks een artikel geschreven over de start van "de televisie". In Humo nr. 1206 ging dat onder andere over de lijnenslag. zou het nu 625 lijnen of 819 lijnen worden. Er werd zelfs gedacht aan, geloof het of niet, 723 lijnen. Toen de oplossing gevonden werd "a la Belge", 625 lijnen in Vlaanderen en 819 lijnen met aangepaste bandbreedte in Walonië, moest een zenderplan opgesteld worden. Hier over citeer ik de Humo.

"Men werkte een zenderplan uit en dat voorzag in 4 zenders: 2 te Brussel, 1 te Tielt en 1 te Luik. Het zou echter tot 1953 duren voor dit plan een begin van uitvoering kreeg en toen moest alles hals over kop gebeuren. Veel is er van het plan trouwens niet overgebleven. Eerst kwamen de twee Brusselse zenders tot stand, boven op het Justitiepaleis. Zij verhuisden later naar Waver-Overijse, maar konden toen in bepaalde delen van de Busselse aglommeratie niet meer ontvangen worden. Man was verplicht op het Justitiepaleis twee steunzendertjes van enkele watts te plaatsen die nog steeds in de kanalen 7 en 11 werken. De derde zender kwam te Antwerpen op de Boerentoren (kan 2) Hij bestaat nog steeds maar men laat hem langzaam tot stof vergaan. Hem afschaffen durft men niet omdat de Sinjorenstad de grootste kijkdichtheid is en velen met een binnenantenne ontvangen. De zender te Luik kwam daarna aan de beurt en staat er nog, maar die van Tielt kwam te Ruiselede en heet nu Aalter, omdat hij naar het schijnt één meter op het gebied van deze gemeente staat.

Sindsdien kwamen er nog 5 steunzenders bij: Anler ( kan. 9), Anseremme (kan.5), Komen (Kan.9) en Stavelot (kan.5), allemaal in het Waalse lan. Wat niet wil zeggen dat er in 't Vlaamse land geen nodig zijn... (A.V.C.) "

 

Met de komst van een regionale zendmast was het op veel plaatsen mogelijk TV te ontvangen met een kamerantenne. Hiernaast is een voorbeeld van zo'n antenne. Ze bestaat uit een gevouwen dipool.

Een bijzonderheid is dat de afstemming van de dipool mogelijk is door aan een knop te draaien. Daarmee vergroot of verkleint men de dipool. Zo kan men de ontvangsband instellen.



 

Hiernaast is het stralingsdiagram te zien. De antennewinst bedraagt 0dB uiteraard.

In het begin van het UHF tijdperk waren niet meteen alle TV toestellen geschikt voor ontvangst van UHF. Daarom kwamen er omvormers op de markt. Die toestelletjes zetten een UHF kanaal om naar een kanaal in Band 1. Dit kan zowel kanaal 2, 3 of 4 zijn. Bij de aanschaf moest men er op letten dat men er eentje koos die de signalen omzette naar een kanaal dat niet door een plaatselijke TV zender werd gebruikt.

Het UHF kanaal kon worden ingesteld met een een doorlopende afstemming zoals die van een radio. De allereerste TV toestellen die rechtstreeks voor UHF-ontvangst uitgerust waren hadden eigenlijk hetzelfde systeem ingebouwd. Voor VHF een kanaalkiezer en voor UHF een traploze afstemming.

Op de foto hieronder uit 1963 zijn de antennes hoofdzakelijk voor VHF, hoewel op het eerste huis al een UHF antenne staat. Tevens valt het op dat niet alle huizen een antenne, dus een TV toestel hadden.


De eerste UHF uitzendingen die in onze streek te ontvangen waren kwamen uit Frankrijk begin de jaren '60. Het tweede net zond uit op kanaal 21 en doet dit tot op heden nog steeds. In 625 lijnen deze keer maar toch nog niet in de Europese standaard.

Links, een Band I, Band III en UHF antenne op een rotor van het merk CDR. Ik had toen nog geen besef van invloeden tussen antennes onderling. Deze antennes stonden uiteraard véél te dicht bij elkaar.
Hier een filter van Kathrein en één van Astro met UHF ingang.

xxxxxxxx

Vanaf 1971 start de Belgische Televisie met kleurenuitzendingen in de UHF band. Aanvankelijk wordt gestart met de steunzender in Schoten. Dit was omdat de grote zenders nog in de oude Belgische standaard uitzonden. Men kon niet zomaar pardoes omschakelen. Om in West Vlaanderen kleur ontvangen moest men eerst afstemmen op de zender van Oostvleteren kanaal 49. Die zender zond met verticale polarisatie uit. Op de foto links kan men het verschil zien tussen een horizontaal en een verticaal gepolariseerde antenne.(3) Men kon dus aan de antenne op het dak zien of de bewoner een kleuren of een zwart-wit toestel bezat. Met de komst van de zender in Egem was Oostvleteren eigenlijk overbodig. Toch bleef hij nog vele jaren in dienst. Hij werd ergens midden de jaren '90 opgedoekt.

De skyline van de straten wordt in de jaren '70 versierd (?) met hoge antenne installaties.

Met de komst van kleurentelevisie in Nederland werd in Goes een UHF zender geplaatst. Deze was in gans Vlaanderen redelijk goed te ontvangen mits een hoge mast en gebruik van een antenneversterker. Zo werden de Vlaamse antenne installaties steeds ingewikkelder.

Hiernaast een antenne voor Nederland 1 & 2 (1), Brussel Vlaams en Frans op VHF kanalen 8 en 10 (2), Brussel Frans op UHF kanaal 57 (3), Frankrijk 2 en 3 op kanalen 21 en 24 (4), Frankrijk 1 in 819 lijnen (5) thans gebruikt door Canal + en laatst een klein yagi-tje voor Egem kanaal 43 (6).

Hoe ingewikkelder de antenne instalatie, des te complexer de koppelfilters werden.

Bij deze filters kan men de VHF antennes nog met 240 ohm twinkabel aansluiten maar de UHF en de uitgang is enkel nog in 60 ohm.

Hiernaast is een filter van Johanson die einde de jaren '60 begin de jaren '70 veel gebruikt werd in onze regio.

BRT en RTBF via de zender van Waver (kan. 10 & 8), TF1 de zender van Rijsel (kan. F8A). Frankrijk 2 & 3 (kan. 21 & 24) en Nederland 1 & 2 ( kan. 29 & 32) via UHF.

Hier zijn voor de UHF ingangen wel 240 ohm ingangen voorzien. Eigenaardig want UHF signalen zijn eigenlijk niet geschikt voor de 240 ohm lintkabel. De uitgang daarentegen is dan weer enkel beschikbaar in 60 ohm.

Met de komst van het tweede net in 1977 worden de oude uitzendingen volgens de Belgische norm stopgezet en verdwijnt de zender op kanaal 2. De zenders op kanaal 8 (RTB) en 10 (BRT) worden eveneens omgebouwd naar de Europese standaard en naar kleur.


Dit filter werd vanaf 1972 gebruikt. Hij is speciaal ontworpen voor ontvangst van de eerste kleuruitzendingen. Men ziet dat hier enkel nog aansluitingen voor coax kabels zijn voorzien.

Het is iets moeilijker te zien op de foto maar hier is de komst van TF1 in kleur op UHF kanaal 27 al voorzien.

Voor de Belgische zender kan men kiezen tussen Oost-Vleteren op kanaal 49 of Egem op kanaal 43 die pas later kwam.

Voor de RTBF is de zender van Framont bij Doornik op kanaal 57 te ontvangen in kleur. De filter gaat wel tot kanaal 60. Niet genoeg voor het hudige 2e net. Mogelijks was dit voor de zender van Anderlues op kanaal 60. Deze zender is inmiddels verdwenen.

Tot slot nog de Nederlandse zenders op kanaal 29 & 32.

Begin de jaren 1970. Het UHF tijdperk.

xxxxxxxxx

Het onvermijdelijk antennebos anno 1974.

xxxxxxxxx
Onze buurt anno 1978. Het antennebos is aan het verdwijnen. De kabel ligt er al (zwarte lijn onderaan in beeld).

Een zonderling die nog TV kijkt met eigen antenne. Een relatief recente installatie anno 2005. Ze is nog steeds in dienst.

Bovenaan een antenne voor de Franse zenders in Rijsel. Eronder een verticaal gepolariseerde antenne voor ontvangst van de RTBF zenders in Framont-Doornik op kanaal 57 en 63. Nog een antenne lager een 7 element antenne voor de VRT kanalen 43 en 46 van de zender te Egem.

Helemaal onderaan een kruisdipool voor FM-radio. Het geheel aangesloten op een koppel-filter.

Voor UHF is de twin-kabel volledig ongeschikt. Enkel coax kabel kan worden toegepast. Coax heeft een impedantie van 60 ohm en is asymmetrisch. Om antennes met gevouwen dipool (240 ohm) op deze kabel te kunnen aansluiten is een impedantie aanpassing nodig. Deze zit ingebouwd in de aansluitdoos van de meeste UHF antennes. Zo'n adapter wordt ook wel "balun" genoemd en komt van "balanced-unbalanced", het Engels voor "symmetrisch-asymmetrisch".

xxxxx


Hiernaast het "State of the Art" koppelfilter voor UHF. Door de speciale ligging van Zuid-West-Vlaanderen zijn de ontvangstmogelijkheden van zowel binnenlandse zenders en buitenlandse zenders steeds zeer uitgebreid geweest. De hiernaast afgebeelde koppel-filter heeft de volgende ingangen.

Kanaal 21 tot 27 voor TF1, France 2 & 3
Kanaal 43 tot 46 voor VRT1 & Canvas zender Egem
Kanaal 54 tot 54 voor La5 en M6 (Franse commercïele zenders)
Kanaal 29 tot 35 voor Nederland 1, 2 en 3 zender Goes.
Kanaal 57 tot 68 voor RTBF 1 & 2 en AB4 zender Framont.

De laatste 3 ingangen zijn voorzien van een gelijkstroom koppeling via een ferrite smoorspoel, om voeding van een versterker via de coax kabel mogelijk te maken.

Ten laatste is er nog een VHF ingang die desgewenst kan aangesloten worden op een VHF koppelfilter waar op zijn beurt diverse kanalen kunnen gecombineerd worden.

Een selectieve versterker voor de kanalen 51 tot 54 is hiernaast afgebeeld. De energievoorziening gebeurt langs de coax kabel via een voeding die aan de kant van de TV werd geplaatst. Meestal was de spanning 12 of 24 volt. Soms ook 18 volt zoals deze voeding van Kaiser.

xxxxxxxxxxxx


Om de dag van vandaag in Vlaanderen nog ergens een TV-antenne te vinden moet men al goed zoeken. Om er één te vinden die nog uitgerust is met een Band 1 element moet men al geluk hebben. Dit stuk oud ijzer staat nochtans de dag van vandaag, anno 2005, nog op een klein appartementsgebouw in Kortrijk. Ik ben er zeker van dat ze niet meer in dienst is maar werkeloos is blijven staan om de antennearcheoloog zoals mezelf plezier te doen. (update: anno 2009 werd ze afgebroken)

Antenne 1 is voor Nederland op UHF kanaal 29 en 32. Nummer 2 zijn de door elkaar geklutste antennes voor TF1 in VHF 819 lijnen, thans gebruikt door Canal+ en de UHF antenne voor Frankrijk 2 en 3, kanaal 21 en 24. Nummer 3 is een antenne voor Egem. Nummer 4 een FM-antenne en nummer 5 de fameuze Band 1 antenne. Aan de restanten van de klemmen op de mast te zien waren er zeer waarschijnlijk ooit nog een antenne voor Brussel Frans in VHF kanaal 8 en mogelijks ook in UHF, kanaal 57.

Dat hier zowel een antenne voor Egem UHF als voor Ruiselede VHF op dezelfde installatie staat is zeldzaam. Ik heb er een beetje over nagedacht en heb enkele mogelijkheden bedacht.

Mogelijks moest de installatie ook geschikt zijn voor bewoners met een zeer oud zwart-wit toestel die nog geen UHF kon ontvangen. Het zou ook kunnen dat een slimme antennist van zijn voorraad oude band 1 antennes af wou en zo kon hij ze toch nog verkopen. Het zou natuurlijk ook kunnen dat de antenne voor Egem er later werd bijgevoegd.


Dit was onze tweede TV antenne die aan het begin van de jaren 70 werd geplaatst. Om de vele zenders te kunnen ontvangen was gekozen voor een antenne op een rotor van Channel Master. Zo kon men de breedband antenne in de juiste richting draaien met een bediening die bovenop de TV stond. Dit systeem was goedkoper dan een installatie met vaste antennes.

Het had als voordeel dat er ook eens mee kon geëxperimenteerd worden. Bij de gepaste atmosferische omstandigheden, inversie genaamd, weerkaatsen de signalen en zijn ze te ontvangen in gebieden waar de zender normaal niet te ontvangen is. Zo hebben wij regelmatig de Duitse en Engelse zenders ontvangen. (De Engelse zenders waren dan wel zonder geluid wegens de afwijkende klanknorm -weet ik nu) Heel uitzonderlijk ook de Zwitserse, Deense en Zweedse TV.

Het bovenste element was voor de UHF ontvangst. Vlak daaronder een FM antenne voor de radio. Midden op de driepikkel stond nog een vast element voor ontvangst van de Franse zender TF1 in 819 lijnen.

Vlak onder die VHF antenne stonden een breedband versterker en een VHF-UHF koppelfilter. Toen een duif de mast een ideale plaats had gevonden om een nest te bouwen stak ons vader daar met zijn luchtkarabijn een stokje voor. Maar een loodje raakte de versterker en die kon dat niet goed verdragen. Zo moesten wij een aflevering van de Engelse serie Dr. Who missen.

xxxxxxxxxx

Deze dia's zijn gemaakt omstreeks 1979 bij de afbraak van onze antenne. We hadden toen al een jaar of 2 kabeltelevisie. Enkele maanden later werd de mast terug op onze garage geplaatst voor mijn antenne experimenten. :-)

Ook onze buren schakelden over op kabeltelevisie en de antenne installatie moest er aan geloven. Halsbrekende toeren werden uitgehaald om de overbodig geworden ijzerwinkel die op het dak stond, af te breken.

 

Beetje bij beetje behoren beelden zoals hieronder tot het verleden. Een foto uit 1975.

Uit pure nostalgie naar de tijd toen ik met onze draaibare antenne verre zenders kon ontvangen plaatste ik op het dak van de garage terug een draaibare antenne. Eerst met een UHF en een VHF-band1 antenne. Later deze volledig nieuwe elementen. Deze 2 elementen waren iets te zwaar voor de motor. Na enkele jaren was hij dan ook defect. Daarom heb ik de mast ingekort en enkel nog de UHF antenne draaibaar gemaakt.

Hieronder enkele testbeelden van ontvangen UHF-zenders begin de jaren 1990. RTL-Luxemburg op kanaal 27 in PAL en het testbeeld van de inmiddels gestopte zender van Anderlues kanaal 61, thans gebruikt voor AB4. Nog uit de tijd toen de NICAM stereo uitzendingen pas begonnen.

xxxxxxxx

BBC2 en Channel 4

xxxxxx
Het logo van Channel 4 en van ITV Anglia.
xxx xxx

Bij ITV en Channel 4 zijn de programma's op bepaalde tijdstippen regionaal ontkoppeld en zender ze een eigen programma uit.

Mijn draaibare UHF antenne zoals ze vandaag in gebruik is. Eronder een vaste VHF antenne voor de kanalen 8 en 10.

DVB-T Digitale Televisie

Ondertussen is in Nederland sinds 16 december 2006 de uitzendingen van analoge televisie gestopt. Nedereland 1,2 en 3 zijn enkel nog digitaal gratis te ontvangen.

Voor de Belgische zenders is het einde van de analoge uitzendingen voorzien in 2008.

Hoe dan ook is het in 2012 met analoge televisie definitief gedaan. Gelukkig heb ik nog voldoende modulatoren om een eigen analoog antennesignaal te maken zodat mijn oude TV's nog vele jaren zullen kunne werken.

Voor de ontvangst van Digitale TV-signalen bestaan er zogenaamde settop-boxen. DVB of Digital Video Broadcasting bestaat in 3 systemen. DVB-S is de oudste en gaat over Satelliet. DVB-C is de volgende en gaat over de kabel. Hij werd eerst toegepast voor de betaalzenders van Canal Digitaal, thans Telenet Prime. Bij DVB-T gaat het signaal over de eter. De T staat voor Terestrisch.

Nog enkele regionale ontkoppelingen van ITV.

xxx xxx
Ook de Duitse signalen zijn regelmatig te ontvangen. ARD en ZDF.
xxxxxx


Het voordeel van digitale ontvangst is dat men zogezegd geen last meer heeft van spookbeelden en reflecties. Daardoor gaat men er van uit dat er geen gesofistikeerde antennes meer nodig zijn. Ik heb daar wel mijn twijfels over. Als het signaal echt slecht is gaat het beeld bevriezen en is er blokvorming in het beeld. Mijn mening is dat men dezelfde overdrijving maakt als bij de lancering van de Compact Disk. Daar mocht men zogezegd ook alles mee uithalen. Dit bleek achteraf ook het geval niet te zijn.

Over de kwaliteit heb ik ook mijn eigen mening. Analoge ruis bestaat niet meer maar de echt fijne details zijn ook verdwenen. Dit effect is des te erger hoe meer zenders men op dezelfde frequentie plaatst. Men kan zelfs tot 8 zenders op hetzelfde kanaal plaatsen. En bij minder goede ontvangst hapert het beeld en piept de klank. Geef mij maar echt goede analoge ontvangst. Maar helaas, binnen afzienbare tijd behoort dit zeker tot het verleden.

Ook regionale zenders komen af en toe door: Hessen 3, West 3

xxxxxxxx
SWF / Badn 1 NORD en Radio Bremen.
xxx xxx
 

Zwitserland SRG1 in het Duits en TSI in het italiaans.

xxx xxx
Denemarken Danmarks Radio 1 en TV2 het commercieel station.
xxx xxx
 

AFN. Dit is een Low power zender voor de Amerikaanse legerbasis SHAPE in Messiéres nabij Mons. De uitzendingen zijn in de Amerikaanse TV-standaard NTSC-M (60Hz). Op de foto het logo van de zender toen ze hun 50ste verjaardag vierden.

xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx