Dolby NR.

Bandopnames zijn altijd de grootste bron geweest van ruis in opgenomen muziek. Op de duur was men er aan gewoon. Om bandruis te onderdrukken bestaan er diverse systemen. Het bekendste is waarschijnlijk wel het Dolby NR systeem. Genoemd naar de uitvinder Ray Dolby, één van de mede ontwikkelaars van het AMPEX 2 duim quadruplex videosysteem in 1956. In de late jaren 1960 kwam Dolby met zijn systeem dat de ruis aanzienlijk kon verminderen op de markt en het werd al gauw standaard op cassettedecks.

 

Er bestaan 3 systemen. A, B en C. Enkel B en C zijn verkrijgbaar voor de amateur. Dolby A is uitsluitend voor professioneel gebruik.

In grote lijnen werkt het systeem als volgt: bij een sterk geluidssignaal is de ruis vrijwel onhoorbaar omdat het weggedrukt wordt door het signaal. Bij zwakke passages is de ruis storend.

Komt er een signaal op het Dolby apparaat dat beneden een bepaald niveau ligt dan wordt dat signaal versterkt. Het dynamisch bereik van signaal wordt als het ware gecomprimeerd. Dit resulteert wel in een betere signaal-ruisafstand.

Bij weergave van een dergelijke opname klinkt het signaal vervormd. Om zo'n opname correct af te spelen heeft men een Dolby weergeefsysteem nodig.Dit toestel verzwakt de signalen op dezelfde manier als ze bij de opname werden versterkt. Het geluidsniveau en het dynamisch bereik is terug normaal maar de ruis is tevens mee verzwakt.


In het Dolby B en Dolby C systeem gaat men als volgt te werk. Alle frequenties tussen 600 en 1200 Hz worden 3 dB en tussen 1200 en 5000 Hz 6 dB versterkt. Alles wat hoger ligt wordt 10dB versterkt. Bij weergave wordt het omgekeerde gedaan zodat de ruis evenredig mee verzwakt wordt. Bij Dolby C zijn de versterkingswaarden nog iets hoger. Dit werd mogelijk door de komst van betere magneetbanden die de signalen nog aankunnen. Dolby C werkt eigenlijk enkel goed met CrO2 cassettes.

Verder is er nog Dolby S. Dit systeem komt enkel voor bij de duurdere cassette recorders zoals mijn Sony TC-KE600S.

Let wel dat het Dolby systeem enkel bandruis kan onderdrukken geen ruis afkomstig van de opnamebron.

Philips DNL.

Evenals het Dolby systeem is DNL ( Dynamic Noise Limiter) een ruisonderdrukkingssysteem. Het grote voordeel is echter dat aan de opname niets wordt veranderd, zodat ze geheel compatibel is. Alle correcties worden tijdens weergave uitgevoerd.

De overweging van Philips is dat wanneer muziekinstrumenten zacht worden bespeeld men enkel de grondtonen uit de lage en midden frequent gebieden hoort. Harmonischen treden daarbij vrijwel niet op. De ruis treedt voornamelijk bij hogere frequentiegebieden op en bij zachte passages. Als de instrumenten luid worden bespeeld treden naast de grondtonen ook een aantal harmonischen op waardoor de klankkleur wordt bepaald. De DNL doet zijn werk tijdens de zwakke passages en gedurende pauzes

De schakeling bestaat uit een scherp laagdoorlaat filter dat in werking komt bij afwezigheid van hoge signaalfrequenties. Zijn deze wel aanwezig dan wordt het filter, boven een bepaald geluidsniveau, progressief uitgeschakeld.

Het ingangssignaal wordt in twee gelijke delen gesplitst. Eén deel gaat door het filter dat de hoge en midden frequenties elimineert en het andere signaal gaat naar een filter dat alles doorlaat maar de fase van het signaal 180° omkeert. Als de muziek zachter wordt worden hoge frequenties en de ruis doorgelaten en opgeteld bij het oorspronkelijk signaal. Omdat deze een tegengestelde fase hebben zullen de niet behandelde hoge frequenties wegvallen tegen het oorspronkelijk signaal. De midden en lage frequenties blijven ongewijzigd, onafhankelijk van de geluidssterkte. Bij de hoge frequenties wordt de ruis naar behoefte onderdrukt. Hoe kleiner de geluidssterkte hoe meer de hoge frequenties en de ruis worden onderdrukt, waardoor hun invloed op de muziekinhoud wordt verkleind. Bij zwakke muziekpassages is de ruis nu niet meer hoorbaar, terwijl bij de sterke passages wel aanwezig maar door de muziek overstemd. Bij 6000 Hz wordt de signaal-ruisafstand met ca. 10 dB verbeterd. Bij 10 Khz is deze verbetering ca. 20 dB.

DNL ruisonderdrukker is te vinden op de Philips N4420 bandopnemer. DNL kan niet alleen bandruis verminderen maar ook bronruis. Een pluspunt.

dbx

In de jaren 1970 ontwerpen de dbx-laboratoria een nieuw systeem dat de ruis nog beter kan onderdrukken.

Het systeem van dbx onderdrukt niet alleen de ruis maar het verbetert ook het dynamisch bereik van de opname. Het dbx-systeem werkt door het dynamisch bereik samen te drukken tijdens de opnamle en het terug open te trekken tijdens de weergave. Op die manier bereikt men een ruisonderdrukking van 30 à 40 dB.

dbx II 122

Dbx maakt losse toestellen die aangesloten kunnen worden op tape recorders of cassettedecks.

Ook platen kunnen volgens het dbx systeem opgenomen worden. Deze platen kunnen ook met deze decoder afgespeeld worden.

Naast type 122 was er ook een 124 met 4 kanalen voor quadrofonische opnamen.

dbx NX-40

Dit is een latere uitvoering (1980). In de handleiding wordt niet meer gesproken over tape recorders, wel over cassette recorders.

Er zijn ook Technics cassette decks geweest met een dbx-systeem ingebouwd.

Er bestaan ook professionele dbx systemen. Deze toestellen zijn echter niet compatibel met de professionele uitvoeringen. Banden opgenomen met de Pro-versie zullen dus niet juist klinken als je ze probeert af te spelen met de gewone dbx-toestellen.

Akai Tape eraser.

Dit is een toestel om banden te wissen in één keer.

Eagle Tape Head Demagnetiser

Door het voortdurend wrijven van de magneetbanden tegen de koppen van de recorder worden deze ook magnetisch na verloop van tijd. Dit zogenaamd "remanent magnetisme" heeft tot gevolg dat iedere keer men een tape afspeelt, hij een klein beetje gewist wordt. Dit is vooral te merken aan het verdwijnen van de hoge tonen.

Door het wisselend magnetisch veld van de demagnetiseerpen wordt het remanent magnetisme als het ware gewist. Men doet dit door de pen dicht tegen de koppen te brengen en dan langzaam van de koppen weg te bewegen.

BASF Hobby box

Magneetbanden zijn uitermate geschikt voor het maken van geluidsmontages. Vroeger, voor het computertijdperk, moest men dit letterlijk nemen. De geluidsfragmenten werden letterlijk geknipt en geplakt in de juiste volgorde. Daarvoor is alles te vinden in deze Hobby Box van BASF.

Een rolletje groene, rode en witte aanloopband. Een rolletje met kleefband, scheermesjes en een plakmal. Door de tape schuin af te snijden worden onhoorbare lassen bekomen.

Het witte vetpotlood onderaan is om markeringen te maken op de tape, zodat de juiste plaats waar men moet knippen kan aangegeven worden.

BASF aanloopband en schakelstrips.

Op 50 meter haspel verkrijgbaar, deze aanloopstrook. Meestal werd groen gebruikt aan het begin van de band en rood op het einde. Zo was het mogelijk er voor te zorgen dat de band steeds terug op zijn originele spoel komt.

In het kleine doosje zitten metaalstrips van 15 cm. Die heeft men nodig om toe te laten een recorder automatisch uit te schakelen aan het einde van de band. Ze zijn echter niet zelfklevend en moesten dus met kleefband tussen de aanloopstrook en de magneetband geplakt worden. Later werden de banden van de fabriek uit van een zelfklevende metaalstrip voorzien.

Philips LGH2000 Continiuous tape cassette

Met deze spoel kan men een opname in ononderbroken lus laten spelen. Volgens de handleiding kan deze band ingezet worden voor gebruik op tentoonstellingen, in warenhuizen of supermarkets voor het steeds weer herhalen van een tekst of verkoopsboodschap.

Deze spoel kan gebruikt worden op alle recorders waarvan de band zich van links naar rechts beweegt tijdens opname en weergave. Ze kan niet worden gebruikt op recorders waarvan de linker spoelschotel wordt aangedreven bij opnemen en weergeven.

De cassette bevat ongeveer 60 meter band. De speelduur is afhankelijk van de gebruikte bandsnelheid. In onderstaande tabel kan men de bereikte speelduur vinden.

In de hiernaast getoonde schets kan men zien hoe de cassette op de recorder moet worden geplaatst. Indien de band te veel wrijving ondervindt en daardoor niet goed loopt kan met de bijgeleverde spindle de band via de rechter spoelschotel worden geleid (stippellijn). Men mag de band nooit terugspoelen. Snel vooruitspoelen is ook niet mogelijk.

Om de spoel op te bergen moet men de lus terug in de cassette draaien door de onderkant in de aangegeven richting te draaien.

CARAD Mi 19

Deze mixer uit 1958 is speciaal gemaakt om het signaal van een platendraaier met kristalelement te mengen met dat van een microfoon. Hij kost 585 BF in 1958.

CARAD voetpedaal

Met deze voetpedaal kan men de Professional serie van Carad bedienen. Dit is mogelijk omdat de recorders ook met een start en stop drukknop werken. Dit in tegenstelling tot de meeste andere merken uit die tijd die het bandtransport via mechanische weg bedienen.

Philips magneet telefoon pick-up

Met dit kleinnood is het mogelijk om telefoongesprekken op te nemen op band. Het werkt met magnetische inductie, zeg maar het principe waarop ook de transformator gebaseerd is.

Philips Reinigings cassette

Door het cassette principe zijn de koppen minder gemakkelijk bereikbaar. Daarom werden er reinigingscassettes uitgebracht. Dit is al een oudje.

UHER Stereo MIX 5

Een mengpaneel laat ons toe geluiden van verschillende bronnen te mengen. Zo kan men zonder stilte tussenin, twee muziekstukken in elkaar laten overvloeien.

Pré-Vox mix800

Dit is een iets latere uitvoering.

RODEC Mixmaster

Dit is een menger van het populaire Belgische merk Rodec. Bouwjaar einde de jaren '70. Rodec is vermaard voor zijn kwaliteit en erg gewild bij professionele DJ's. Bemerk dat de aansluitingen nog met DIN stekkers zijn uitgevoerd.