De voorgeschiedenis

Al in de jaren 1920 experimenteerde de Brit Logie Baird met televisie. Het betrof toen nog mechanische systemen. Met een selenium cel werden de lichtvariaties omgezet in elektrische signalen. De seleniumcel was niet erg gevoelig en daarom was er zeer veel licht nodig om een bruikbaar elektrisch signaal te bekomen. De lampen waren ondraaglijk en verschroeiend. Geen mens kon het daaronder langer dan enkele minuten uithouden. Daarom gebruikte Baird een buiksprekerpop die hij Stookie noemde.

 

Phonovision

Om niet steeds de zender en de daarbij horend lampen toe moeten inschakelen kwam Baird op het idee de elektrische signalen van de fotocel op te nemen op een 78 toeren grammofoonplaat.

De lage beelddefinitie van zijn 12 beelden per seconde/ 30 lijnen systeem en de daarbij horende kleine bandbreedte van 5 KHz liet dit toe.

Het systeem kreeg de naam " Phonovision" mee.

Van de originele grammofoonplaat zijn kopieën verkocht. Deze platen zijn nu de enige overblijfselen uit de pionierstijd van de televisie.

Kinescope

Met de komst van elektronische televisie was er geen sprake meer van die signalen op een 78 toeren plaat op te nemen. (hoewel men begin de jaren 1970 daar wel in geslaagd is met de TED speler van Telefunken. Zie de Beeldplaten pagina's.

In de beginjaren van de televisie ging alles rechtstreeks. Van die periode zijn er enkel herinneringen. Er werd niets opgenomen omdat er daar eenvoudigweg geen apparatuur voor bestond. Dit veranderde met de komst van de kinescoop. Het was eigenlijk niets meer dan een gesynchroniseerde 16mm of 35mm filmcamera. Na ontwikkeling van de film moest hij nog gesynchroniseerd worden met het geluid. Dit was een omslachtig procédé. Omdat de filmcamera niet snel genoeg was om de film tijdens de lijnterugslag een beeldje te verplaatsen, werd er slechts een half beeld opgenomen. Daardoor bleef de kwaliteit van een kinescoop opname ver beneden de kwaliteit van de live uitzending.


De hiernaast afgebeelde kinescoop was eigendom van de Belgische Televisie. Hij kwam in dienst vanaf 1957. Voorheen was er dus geen mogelijkheid om rechtstreekse uitzendingen op te nemen. Dankzij dit toestel zijn er vanaf 1957 ook opnames van rechtstreekse uitzendingen bewaard. Ten minste, als de originele films niet verloren gegaan zijn. En dit gebeurde nog wel eens.

Hieronder enkele voorbeelden van kinescope materiaal. Het zijn enkele stukjes originele 16mm film met kinescope materiaal. De stukjes film zijn originelen uit 1961. Het zijn stukjes waarop elektronische fouten te zien zijn. Onbruikbaar voor uitzending maar wel een leuk item voor mijn verzameling.


xx xxxx

Dankzij de kinescope kunnen we nu nog enkele afleveringen van het legendarische "Schipper naast Mathilde" terug zien. Van de meer dan 180 uitzendingen zijn er slechts een stuk of zes bewaard op 16mm kinescoop film.


Ook na de komst van de AMPEX 2 duim recorders werden er nog kinescope opnamen gemaakt. Bij de BBC die één van de eerste TV stations was die over beeldband machines beschikten in Europa, werden van bepaalde reeksen naast de video band ook kinescope kopieën gemaakt. Dit was vooral om naar andere stations te sturen die nog geen video machines hadden.

Nu blijkt het dat die kinescope opnamen vaak het enige resterend materiaal is van sommige series. In die tijd had men niet de gewoonte om alles te bewaren. En het voordeel van video was nu eenmaal dat men kon wissen. Achteraf gezien een drama. Soms duikt er hier en daar nog een verloren gewaande aflevering op. Dan is de kinescope een zegen.

Foto's met vriendelijke toelating van de vrt.

RCA video recorder

Op 1 december 1953 wordt de eerste magnetische registratie van televisie-beelden aan een beperkte groep mensen gedemonstreerd door David Sarnoff, president van RCA (Radio Corporation of America). Op die dag werden gespecialiseerde journalisten en technici uitgenodigd in de laboratoria van RCA in Princeton (N.J). Een kleurenuitzending afkomstig van het NBC station in New York werd rechtstreeks gevolgd op enkele schermen en tegelijkertijd opgenomen op een magneetband van 12 mm breed. Na de uitzending werd de band teruggespoeld en kon de opname herbekeken worden. Er werd geen verschil in beeldkwaliteit vastgesteld met het beeld dat rechtstreeks van de zender kwam.


De band passeert met een snelheid van 10 meter per seconde (36 km/u) langs de koppen. De opname gebeurt op 5 sporen. Drie voor de primaire kleuren rood, groen en blauw, één voor synchronisatie en één voor geluid. De diameter van de bandspoel was 42.5 cm en had een speelduur van 4 minuten. Men hoopte weldra een opnametijd van 15 minuten te bereiken door toepassing van spoelen met 47,5 cm diameter. Het systeem werd echter geen succes.

VERA - Visual Electronic Recording Apparatus

Ook bij de BBC werden experimenten gedaan met opnames op beeldband.

In 1956 werd Vera voor de eerste keer gebruikt tijdens een uitzending van het weten-schappelijk magazine PANORAMA. De beelden waren echter niet erg stabiel. VERA werd gedurende korte tijd tijdens de uitzendingen gebruikt maar door de komst van de 2 duim quadruplex machines al gauw verdrongen. Klik hier om meer te weten over VERA.