2.3 Het passivisme en de Frontbeweging

Al die tijd zijn ook de zogenaamde passivisten in weerwil van hun naam actief gebleven. In bezet België voeren zij campagne tegen het activisme op gevaar af gevangengezet en gedeporteerd te worden door de bezetter. Ze wenden hun invloed ook aan om de Belgische regering tot Vlaamse toegevingen te dwingen om aldus het activisme de wind uit de zeilen te nemen. Op 30 april 1917 ontstaat het Vlaamsch-Belgisch Verbond, een organisatie van passivisten in Nederland, die een zogenaamd minimumprogramma formuleren dat de volledige vernederlandsing van Vlaanderen inhoudt.

De aan België trouwe Vlaamsgezinden worden ook onder druk gezet door de Frontbeweging die aanhoudend het onrecht jegens de Vlamingen aan het front aanklaagt. Het protest wordt steeds radicaler. De legerleiding, daarin gesteund door de opperbevelhebber koning Albert I, ziet in de Frontbeweging een bedreiging voor de tucht en de loyauteit. De oorlogsmoeë soldaten zijn immers gemakkelijk beïnvloedbaar. De legertop reageert met tuchtstraffen en vervolging zodat de Frontbeweging zich terugtrekt in de clandestiniteit. Op 11 juli 1917 laat ze een eerste Open Brief verschijnen gericht aan de Koning. Later volgen er nog meer. Ze klagen de taaltoestanden in het leger aan en eisen de splitsing van de krijgsmacht in Vlaamse en Waalse eenheden en zelfbestuur voor Vlaanderen. Met deze laatste eis komt de Frontbeweging op dezelfde lijn te staan als de gematigde activisten en ze beslist contact met hen te zoeken. Enkele soldaten trekken over de linies. Hun missie loopt verkeerd af aangezien ze onmiddellijk in het propagandacircuit van het activisme worden misbruikt. De Frontleiding trekt haar handen van deze zogenaamde sublieme deserteurs af, maar het is duidelijk dat er barsten zijn in de Belgische loyauteit. In de Frontbeweging schiet een anti-Belgisch sentiment wortel. Dit leidt tot een breuk met de vooroorlogse leiders van de Belgischgezinde V.B.

Op 11 november 1918 capituleert het Duitse leger en het Belgische grondgebied wordt ontruimd. Diegenen die hun lot verbonden hebben met de bezetter vluchten naar het neutrale Nederland of naar Duitsland. Activisten die toch in het land blijven, vallen ten prooi aan de volkswoede en worden door de Belgische justitie berecht. Enkele de belangrijksten worden strafrechtelijk vervolgd en verdwijnen in de cel. Meer dan drieduizend activistische ambtenaren worden ontslagen of geschorst en oudstudenten van de von Bissinguniversiteit mogen niet voortstuderen. Vele gestraften en ballingen beginnen België te haten en stellen het land verantwoordelijk voor hun lot.

vorige | volgende