Contrareformatie
in West-Vlaanderen
Een
voorbeeld van plaatselijke geschiedenis
Bart
Vandenbussche
2. VISITATIES
VAN DEKENS EN BISSCHOPPEN
2.7 Bisschoppelijke visitaties in de dekenij Kortrijk (1700 -
1702)
Van deken Joannes Verslype, die in zijn tijd een bekend auteur van
predikatieliteratuur was, zijn er een aantal verslagen bewaard
gebleven. In 1699 werd hij tot pastoor van Kortrijk Sint-Maartens
aangesteld, alsook tot deken van de gelijknamige dekenij. Uit zijn
verslagen schreef de Kortrijkse historicus De Cuyper de volgende
fragmenten neer:
- In Marke (1700) drukt de pastoor de wens uit, dat de
bisschop duidelijke en strenge maatregelen zou nemen i.v.m. het
herbergbezoek, vooral door jonge mannen en meisjes.
- In Gullegem (1700) doet de pastoor er zijn beklag over, dat
in zijn parochie iemand eremijt (= kluizenaar) speelt, een lange
baard draagt, de geestelijken hekelt. Hij weet van iedereen kwaad
te spreken. Die Gullegemnaar, zo deelt de pastoor mede,
communiceert zonder eerst te biechten, wat veel opschudding in de
parochie veroorzaakt.
- In Zwevegem (1700) was er een geschil ontstaan tussen de
pastoor en zijn onderpastoor. Deze zou in zijn vastenpreken de
pastoor beknibbeld hebben. Hij verdedigt zich door erop te wijzen,
dat de pastoor te strenge richtlijnen i.v.m. de vasten had
gegeven. Zo zou hij de vasten opgelegd hebben aan de moeders, die
hun kind met de moedermelk voeden, en aan iedereen die zware
arbeid verricht. Die houding van de pastoor zou veel beroering
onder het volk verwekt hebben. De deken oordeelt dat de pastoor
ongetwijfeld de wet op het vasten veel te streng opvat.
- In zijn verslag (Gullegem 1702) gewaagt de deken ook over
de kapel die "Wynckel Cappelle" wordt genoemd (=
Sint-Eloois-Winkel). Die kapel staat ver van de parochiekerk en is
zeer nuttig voor hen die er wonen, aan het uiteinde van de
parochie. Daar wordt op zon- en feestdagen gecelebreerd door de
paters augustijnen van Roeselare. Maar zelden of nooit wordt er
catechismusles gegeven, wat ongetwijfeld nadelig is voor de
inwoners, vooral voor de jeugd. De deken oordeelt dat daar best
een priester zou wonen, die op de feestdagen een sermoen zou
houden en wellicht catechismus geven.
- In Rollegem (1702) zijn enkele personen verdacht van
ketterij. De deken heeft ze aangesproken en ze op strenge wijze
bevel gegeven zich te onderwerpen aan de pastoor. Anders zou hij
andere maatregelen treffen, ze wellicht voor de officiaal van het
bisdom dagen.
- In Bavikhove (1702) moet de jaarlijkse processie op derde
Pinksterzondag op ingetogener wijze geschieden.
-
(uit J. DE CUYPER, Bijdrage
tot de kerkelijke geschiedenis van het dekanaat Kortrijk (eind
17de en begin 18de eeuw) - De Leiegouw, XXI (1979), p. 163-190
en 291-335)
1. Welke klachten vernemen we over
(a) de vastenwetgeving?
(b) de zon- en feestdagen?
(c) ketterij?
(d) devotieleven?
2. In welke fragmenten komt de persoonlijke mening van deken
Verslype naar voor?