Contrareformatie
in West-Vlaanderen
Een
voorbeeld van plaatselijke geschiedenis
Bart
Vandenbussche
5. PASTOORSIDEAAL
5.4. Remedie tegen de tering in Dikkebus (1770)
De volgende tekst, een remedie tegen de tering, werd opgesteld
door Jacob Ghislenus Rouseré, toen hij pastoor van Dikkebus
was (1766-1770). Voordien was hij onderpastoor van Izenberge
(1751-1765) en nadien pastoor van Geluwe en deken van Waasten
(1770-1804):
- Onfaelbaere remedie tegen de phtusie ofte teyre,
- waer in men nog geen etter ofte bloedt en spouwt
- dat is als de longer nog niet ten vollen bedorven
is
-
- Neemt drye vingerhoeden van een cranium ofte menschens
doodtshooft, gedividert in drye gelyke prijsen (= delen), om s'
morgens twee uren voor op staen drije consecutive (=
opeenvolgende) dagen, in een half glas genever of brandewijn
ingenomen te worden.
- Als den uytteirenden groote korsen heeft men voegt bij de
drije voorsijde vingerhoeden poeder-cranij, eenen vingerhoedt
bloeme van sulpher ofte flores sulphuris.
- Dividert dan die vijf vingerhoeden onder een gemengt, in
drije gelijcke prijsen als boven om intenemen als boven geseijdt
is.
- Notert ten 1, dat alhoewel het doodtsooft soo 't voorhooft
als agterhooft van eenen mensch door eene violente (=
gewelddadige) doodt gestorven beter is, nogtans volgens
d'ondervindinge, een doodtshooft, van 't kerckhof gelijkelijck
goedt is;
- (ten) 2, het doodtshooft wordt gevijlt, dan gestooten in
eenen ijseren mortier, dan gedroogt op eene schuppe op 't vier
ende dan gesift door een zijde sift of seve.
- Alles wordt gevonden bij d'apotekers ende kan door hun
gemackelijck bereijdt worden.
- Dit bovenschreven alles volgens de verklaering van den
eerw. heer rouseré pastor van Dickebusch die geseijdt heeft
bij honderden menschen daer mede genesen te hebben.
-
(uit J. GELDHOF, Een remedie
van de pastoor van Dikkebus 1770, - Biekorf, LXIV (1963), p.
281)
1. In welke functie traden sommige pastoors ook op?
2. Wat beweerde pastoor Rouseré?