Jules Callewaert (1886-1964).

Tijdens de Eerste Wereldoorlog vlucht pater Callewaert naar Groot-Brittannië. Hij verdedigt in enkele vluchtelingenbladen het pacifisme, wat een storm van protest uitlokt bij de Franstalige Belgische dagbladen. Callewaerts vredespolitiek is nauw verbonden met zijn Vlaamsgezindheid, die door de oorlog sterk radicaliseert. Hij keurt de door de bezetter doorgevoerde splitsing van de ministeries goed en hoopt op een Groot-Nederlandse republiek.

Na de oorlog wordt Callewaert de pleitbezorger van een katholiek Vlaams-nationalisme. Bij de parlementsverkiezingen van 24 mei 1936 biedt het VNV hem het mandaat van gecoöpteerd senator aan. Hij weigert, hoewel zijn ideeën aanleunen tegen die van het VNV en hij een persoonlijke vriend is van VNV-leider Staf de Clercq.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog blijkt dat Callewaert niet houdt van het nationaal-socialisme, de SS en de DeVlag. Toch hoopt hij op een Duitse overwinning zodat Vlaanderen onafhankelijk kan worden. Na de dood van zijn vriend De Clercq bekritiseert hij openlijk de politiek van het VNV. Op 3 maart 1943 bezorgt hij aan de nieuwe VNV-leider Hendrik Elias zijn open brief, waarin hij de collaboratiepolitiek aanklaagt. Het VNV moet volgens hem twee valse principes - Duitsland moet de oorlog winnen en het nationaal-socialisme - opzijschuiven.

Grote ophef veroorzaakt pater Callewaert ook met zijn verslag aan Leopold III over de houding van de Vlamingen tegenover het vorstenhuis. Hij pleit daarin voor een autoritaire staat en wijst de parlementaire democratie zonder meer af.

Na de oorlog wordt Callewaert gearresteerd en veroordeeld tot zes jaar hechtenis. Op 23 oktober 1948 komt hij vrij, op voorwaarde dat hij België verlaat. Daarop vestigt hij zich als aalmoezenier in Zwitserland. In de lente van 1950 keert hij terug.