Joris Diels (1903 - 1992)

Na zijn studie als onderwijzer trekt Diels naar Parijs om er het theater te leren kennen. Hij wordt theaterrecensent. In 1922 richt Diels met een paar mensen van de normaalschool een eigen gezelschap op, Het Vlaamsch Kamertooneel. Voor het speeljaar 1925-1926 wordt hij door De Gruyter, de nieuwe directeur van Koninklijke Nederlandse Schouwburg (KNS) Antwerpen, aangeworven. Hij maakt snel carrière als acteur en regisseur. Hij zou voor de rest van zijn leven het gedachtegoed van De Gruyter verdedigen en uitdragen.

In 1927 vertrekt hij voor een jaar naar Nederland, waar hij bij het Amsterdamsch Tooneel terechtkomt.

In 1935 wordt hij directeur van de KNS. Hij vernieuwt het programma en bouwt de organisatiestructuur uit. In 1938 wordt hij niet herbenoemd en hij richt het Gezelschap Joris Diels op, dat een geduchte concurrent wordt voor het stedelijke gezelschap. In 1939 wordt hij opnieuw directeur van de KNS.

Bij het uitbreken van de oorlog vlucht hij met een gedeelte van het gezelschap naar Frankrijk. Wanneer de KNS heropend wordt, keert hij terug. Hij wordt op 28 mei 1942 aangesteld als directeur-generaal, verantwoordelijk voor de KNS en de Koninklijke Vlaamse Opera (KVO). Diels, wiens echtgenote Joods is, wordt lid van de Duitsch-Vlaamsche Arbeidsgemeenschap (DeVlag). Hij geeft voorstellingen in Duitsland, nodigt Duitse gastregisseurs uit en organiseert voorstellingen voor de bezetter en collaborerende Vlaamse organisaties.

Voor deze activiteiten wordt Diels in april 1947 bij verstek tot vijftien jaar gevangenis veroordeeld. Hij gaat in beroep en wordt in augustus 1948 van alle betichtingen vrijgesproken. Gestigmatiseerd moet Diels België verlaten en na een aantal omzwervingen als regisseur bij kleinere gezelschappen, belandt hij bij de prestigieuze Haagse Comedie, vanaf 1955 als acteur en regisseur en in de periode 1965-1970 als directielid.