Antoon Jacob (1889-1947)

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog vlucht de atheneumleraar Jacob naar Amsterdam. Hij werkt er mee aan het blad De Vlaamsche Stem, waarvan hij vanaf 1 juli 1915 samen met René de Clercq de redactie waarneemt. Vanwege de activistische stellingnames van het blad worden Jacob en De Clercq bij KB geschrapt als atheneumleraar. Jacob keert nog vóór eind 1915 terug naar Antwerpen. Hij wordt medewerker van het activistische blad Het Vlaamsche Nieuws en tracht de Antwerpse socialisten voor het activisme te winnen. Op 14 oktober 1916 wordt hij benoemd tot docent aan de vernederlandste universiteit te Gent. Vanaf februari 1917 maakt hij deel uit van de Raad van Vlaanderen. Hij verlaat die in januari 1918 uit onvrede met de uitroeping van de zelfstandigheid van Vlaanderen.

Na de Wapenstilstand geeft Jacob zichzelf aan. Hij wordt tot tien jaar hechtenis veroordeeld. Deze straf wordt in 1921 in vijf jaar omgezet. Vanuit de gevangenis probeert hij de politiek van de Frontpartij te beïnvloeden en stimuleert hij de amnestiebeweging. Op 21 november 1923 wordt hij vrijgelaten. Hij voert een felle campagne voor de vrijlating van August Borms. Jacob raakt gebrouilleerd met de Frontpartij en ontwikkelt zich tot een radicale Vlaams-nationalist en Groot-Nederlander.

Op 2 november 1934 wordt hij benoemd tot lector voor Nederlandse taal en cultuur aan de universiteit van Hamburg. Hij keert op 2 februari 1941 terug, na zijn benoeming tot hoogleraar aan de RUG, als een fervent aanhanger van de nazi-ideologie. In november 1942 volgt hij Cyriel Verschaeve op als voorzitter van de Vlaamsche Cultuurraad. Eind oktober 1944 is hij in Duitsland aanwezig op de eerste algemene vergadering van de Vlaamsche Landsleiding, de Vlaamse emigrantenregering. In 1945 wordt hij in België gevangengezet. Hij wordt ziek uit de gevangenis ontslagen en sterft op 27 februari 1947.