Prosper Poullet (1868-1937)

Poullet stamt uit een Franstalige, aristocratische familie. Hij leert op eigen houtje Nederlands. In 1890 behaalt hij het doctoraat in de rechten. Van 1908 tot 1937 is hij katholiek volksvertegenwoordiger en verscheidene malen minister. Door zijn belangstelling voor het sociale vraagstuk wordt hij een pleitbezorger van het onderwijs en ook van de Vlaamse kwestie. Aanvankelijk behoort hij tot de groep van gematigde Vlaamsgezinde katholieken die opkomen voor een tweetalig Vlaanderen.

Als minister in het oorlogskabinet bestrijdt hij het activisme. In 1915 ontslaat hij René de Clercq als atheneumleraar vanwege diens activistische publicaties. De situatie van de Vlaamse frontsoldaten maakt diepe indruk op Poullet. Hij wordt Vlaamsgezind vanuit rechtvaardigheidszin en vaderlandsliefde. Voortaan, zij het soms aarzelend, ijvert hij voor de eentaligheid van Vlaanderen binnen het unitaire België. In 1916 verklaart hij dat Vlaanderen na de oorlog een Vlaamse universiteit moet krijgen en dat de gelijkheid in rechte en in feite nagestreefd moet worden. Hij heeft tijdens de oorlog contact met de Frontbeweging en probeert te bemiddelen bij de legeroverheid.

In de eerste naoorlogse jaren neemt Poullet als een van de politieke leiders van de christelijke arbeidersbeweging het voortouw in de Katholieke Vlaamsche Kamergroep. In 1925-1926 is hij premier van de eerste katholiek-socialistische regering uit de Belgische geschiedenis. Grote taalwetten komen er niet omdat er geen parlementaire meerderheid te vinden is voor de eentaligheid van Vlaanderen. De regering treft wel een aantal kleinere maatregelen ten gunste van de V.B. Poullet wordt verslaggever van de commissie belast met de voorbereiding van de taalwet op het lager en middelbaar onderwijs (1932). Aarzelend aanvaardt hij het beginsel streektaal = voertaal. Ook bij de bespreking van de taalwet op het gerecht uit 1935 blijkt hij terughoudend.