Jules Renkin (1862-1934)

Renkin promoveert in 1884 aan de Katholieke Universiteit Leuven tot doctor in de rechten. Van 1895 tot 1907 is hij gemeenteraadslid te Elsene en van 1896 tot zijn dood katholiek volksvertegenwoordiger voor het arrondissement Brussel. Hij is meerdere malen minister.

De Franstalige Renkin is een tegenstander van de V.B. Toch geeft hij zijn naam aan de taalwet op het gebruik van het Nederlands voor het assissenhof van Brabant (1908). In de late jaren 1920 verdedigt hij de vernederlandsing van de Gentse universiteit in de hoop de eenheid binnen de katholieke partij te herstellen. Van juni 1931 tot oktober 1932 is hij eerste minister van een katholiek-liberale regering, waarin hij vier Vlaamsgezinden opneemt. Onder zijn premierschap worden de belangrijke taalwetten op het bestuur en het onderwijs (1932) goedgekeurd.