Julius Vuylsteke (1836 - 1903)

Aan de Gentse universiteit, waar hij rechten studeert (1853-1859), manifesteert Vuylsteke zich in het genootschap 't Zal wel gaan, dat hij omvormt tot een centrum van vrijzinnige en antipaapse Vlaams- en Nederlandsgezindheid.

Als advocaat pleit Vuylsteke systematisch in het Nederlands. In het begin van de jaren 1860 beschouwt hij de V.B. als een politieke taalstrijd. Hij meent dat de Vlaamsgezinden in plaats van een eigen partij op te richten of zich neutraal te houden, elk in hun eigen partij druk moeten uitoefenen. In 1861 poneert hij de onverbrekelijke eenheid van Vlaamsgezindheid en liberalisme, van "Klauwaard en Geus". Omdat zijn theorie geen ruimte laat voor andere flaminganten dan liberale, maakt hij een einde aan de samenwerking tussen liberale en katholieke flaminganten in het Vlaamsch Verbond te Gent en in het Willemsfonds.

In 1869 wordt Vuylsteke als enige Vlaamsgezinde op de liberale lijst tot gemeenteraadslid van Gent verkozen. Zijn programma draait rond: de strijd tegen het overwicht van de geestelijkheid in het openbare leven; de invoering van een ruimer kiesrecht en verplicht onderwijs; het oplossen van de Vlaamse kwestie. Hij slaagt er enkel in een beroepstoneel in de volkstaal te organiseren met de financiële steun van het stadsbestuur.

Vanaf 1869 meent Vuylsteke dat de V.B. de oplossing van de hele maatschappelijke kwestie moet nastreven. De intellectuele achterstand van de Vlaamse bevolking is oorzaak van haar sociale, economische en politieke achterstand. Vandaar zijn nadruk op het onderwijs.

In 1879 geraakt Vuylsteke met het Willemsfonds betrokken in de polemieken over de vernederlandsing van het middelbaar onderwijs. Met het algemeen bestuur staat hij een gematigde oplossing voor waardoor hij in botsing komt met de Antwerpse en Brusselse afdelingen, die een volledige vernederlandsing vragen in de laagste klassen.