Jan B. Verlooy publiceert zijn "Verhandeling op donacht der moederlyke tael in de Nederlanden", een van de eerste moderne pleidooien voor de volkstaal en tegen de verfransing.
In de 18de eeuw is het Nederlands de taal van de overgrote meerderheid van de bevolking in Vlaanderen en in Brussel. Latijn is echter de belangrijkste wetenschappelijke taal en verder is er een eeuwenoude Franse invloed in cultuur en bestuur. Het Frans wordt gebruikt in de centrale administratie van de Zuidelijke Nederlanden (het huidige België) en is de taal van de gevormde elite. In de tweede helft van de 18de eeuw versnelt het verfransingsproces in de Zuidelijke Nederlanden. Het Frans wordt in toenemende mate gebruikt in het culturele leven, bij de adel en de gegoede burgerij.
In 1780 waarschuwt Willem Verhoeven in zijn "Oordeelkundige Verhandelingen op de noodzaekelijkheijd van het behouden der nederduijtsche taele" voor de verderschrijdende verfransing. Als verre voorloper van de V.B. zijn deze verhandelingen, na de "Onacht" van Verlooy, het belangrijkste document van de late 18de eeuw. Verlooy beschouwt het Nederlands als de taal van de burgerlijke vrijheid tegen de verfransende elite van het Ancien Régime.
Dergelijke moderne ideeën dragen bij tot de Brabantse omwenteling (revolutie) van 1789. Die wordt immers op gang gebracht door de stedelijke ambachten die zich opwerpen als verdedigers van de rechten van de derde stand (dit zijn de burgers die niet tot de clerus of de adel behoren). Tijdens de revolutie ontstaat een nieuwe Belgische samenhorigheid (= natievorming).
De Franse bezetting en annexatie vanaf 1795 maken een bruusk einde aan deze spontane natievorming. Nieuwe instellingen op bestuurlijk, gerechtelijk en kerkelijk gebied maken komaf met de structuren van het Ancien Régime volgens de beginselen van de Franse revolutie. Vanuit het principe één rijk, één taal voeren de Fransen een systematische politiek gericht op de verfransing van het onderwijs en het hele openbare leven. Die strategie slaagt in het bestuurlijke en gerechtelijke apparaat, niet vanwege strenge Franse taalwetten, maar wel vanwege een ondubbelzinnige keuze van de plaatselijke burgerij die haar emancipatie aan de Franse hervormingen dankt. De progressieve intellectuelen, die in de Oostenrijkse tijd nog opkwamen voor de volkstaal, worden enthousiaste medewerkers van het revolutionaire regime (Verlooy bv. wordt burgemeester van Brussel). Zij beschouwen het Frans voortaan als de taal van de vrijheid. De verfransing heeft weinig impact op de gewone bevolking, onder meer door gebrek aan Franstalige onderwijzers.
| volgende |
NEVB Bestuur |
terug naar de tijdlijn |