klik op de afbeelding om ze groter te maken klik op de afbeelding om ze groter te maken klik op de afbeelding om ze groter te maken klik op de afbeelding om ze groter te maken september 1830

De Belgische revolutie maakt een einde aan het Verenigd Koninkrijk en leidt tot de stichting van het koninkrijk België.

De Belgische revolutionairen schaffen de taalwetgeving van Willem I af. Ze maken van het Frans de officiële taal van het centrale bestuur en het leger en kondigen met artikel 23 van de grondwet de taalvrijheid af. Dit laatste houdt in dat niet alleen burgers maar ook ambtenaren en magistraten vrij zijn in hun taalkeuze, m.a.w. de taal van de bevolking kennen is niet langer een verplichting. De revolutionairen willen het eenheidsgevoel stimuleren via een gemeenschappelijke taal. Dat wordt de facto het Frans, de communicatietaal van de elite en van de opstandige middenklasse en bovendien het symbool van de nationale onafhankelijkheidsstrijd. Een goede patriot dient het Frans als cultuurtaal te aanvaarden, met daaronder op gelijke voet de Vlaamse en Waalse dialecten. Aan Walen de kennis van het ‘Vlaams’ opleggen, ook in Vlaanderen, wordt beschouwd als een vorm van ongeoorloofde discriminatie.

Als gevolg hiervan komt in Vlaanderen een verfransingsproces op gang, dat sneller en grondiger verloopt in Brussel. Terwijl in de Nederlandse periode (1815-1830) de benoeming van een Waals magistraat uitzonderlijk is in Brussel, is er nu een toevloed van Waalse functionarissen. De Walen krijgen immers hun deel van de macht en de benoemingen in de nieuwe hoofdstad omdat ze een belangrijk aandeel in de Omwenteling hebben gehad. Elders in het Vlaamse land leidt de taalvrijheid slechts op termijn tot een verfransing van de overheidsinstellingen, die diepgaand maar toch niet volledig zal zijn. Op het platteland en in kleine provinciesteden blijft de volkstaal in gebruik in de gemeentelijke administratie en de rechtspraak. Het volksonderwijs, de politierechtbanken en vredegerechten blijven eveneens Nederlandstalig.

De verfransing valt samen met het economische verval van Vlaanderen en de industriële opgang van Wallonië. ‘Vlaams’ spreken wordt daardoor nog meer met armoede en achterlijkheid geïdentificeerd.

De ongelijkmatige economische ontwikkeling zal Vlaanderen en Wallonië in vele opzichten eigen kenmerken geven. Op het Vlaamse platteland heersen Kerk en lokale grondbezitters die ondanks de afschaffing van het Ancien Régime hun macht hebben behouden. In industriële en sterk verstedelijkte Waalse gebieden staat het liberalisme, later het socialisme sterk.

vorige | volgende

NEVB

September
Belgische revolutie
Bestuur
Economie
Taalpolitiek en -wetgeving

terug naar de tijdlijn