klik op de afbeelding om ze groter te maken klik op de afbeelding om ze groter te maken klik op de afbeelding om ze groter te maken klik op de afbeelding om ze groter te maken klik op de afbeelding om ze groter te maken klik op de afbeelding om ze groter te maken klik op de afbeelding om ze groter te maken klik op de afbeelding om ze groter te maken klik op de afbeelding om ze groter te maken klik op de afbeelding om ze groter te maken

29 september 1944

De eerste collaborateur wordt door het Belgische militaire gerecht veroordeeld.

Alle landen die tijdens de Tweede Wereldoorlog een Duitse bezetting gekend hebben, rekenen na de bevrijding af met van collaboratie verdachte burgers (de zgn. ‘incivieken’, in Vlaanderen ook ‘zwarten’ genoemd).

Kort na de bevrijding en een tweede maal in mei 1945, bij de terugkeer van de politieke gevangenen uit de Duitse kampen, koelt de Belgische bevolking haar woede op duizenden burgers verdacht van collaboratie. Deze volks- of straatrepressie neemt zijn toevlucht tot standrechtelijke executies, mishandeling, plundering en brandstichting.

De repressie is echter vooral een zaak van de overheid en loopt over vier sporen. De administratieve epuratie, ten eerste, verwijdert ‘incivieken’ uit de politiek en de ambtenarij. Het gaat om bestuurders en ambtenaren die tijdens de bezetting benoemd zijn of op hun vooroorlogse post zijn gebleven en zich onvaderlands hebben gedragen.

Een tweede middel om van incivisme verdachte personen te treffen is hun een bewijs van burgertrouw te weigeren en hen zo maatschappelijk te isoleren. Voor tal van zaken (zoals inschrijving aan een rijksuniversiteit, het verkrijgen van een verkeersvergunning, het recht op een vergoeding bij oorlogsschade) moet dit certificaat worden voorgelegd. Dit systeem van bestraffing ontspoort: het gebruik van deze formule neemt epidemische vormen aan en is lange tijd aan geen enkele regeling onderworpen.

Een derde element is de strafrechtelijke berechting voor de krijgsraden (eerste aanleg) en —hoven (beroep). Deze militaire rechtbanken, voorgezeten door een auditeur, behandelen hoofdzakelijk de gevallen van wapendracht, verklikking, economische collaboratie en de ernstige vormen van politieke samenwerking met de bezetter. In totaal zijn tussen september 1944 en eind 1949 405.067 dossiers geopend. Daarvan heeft 14% tot een strafrechtzaak geleid. Tegen 1247 collaborateurs is een doodstraf uitgesproken. In 242 gevallen is overgegaan tot de executie.

Ten vierde is er de burgerlijke epuratie. De auditeur kan zonder tussenkomst van de krijgsraad bepaalde politieke en militaire collaborateurs van wie hij de schuld bewezen acht, uit het openbare leven verwijderen. Het lidmaatschap van een collaborerende beweging is voldoende om levenslang vervallen verklaard te worden van een of meerdere politieke en burgerlijke rechten (waaronder het recht om te stemmen en te werken als lesgever, priester, journalist, arts of advocaat). De wet omschrijft deze sanctie, die zo’n 40.000 Belgen gekregen hebben, als een burgerlijke en niet als een rechterlijke straf. Hierdoor komt dit verlies van rechten niet in aanmerking voor een of andere vorm van genade.

Niet alleen de overheid, ook particuliere organisaties (zoals de Orde van Advocaten, het katholieke onderwijs of de socialistische arbeidersbeweging) voeren een zuivering in eigen rangen door. Dit interne gewetensonderzoek is vaak een verlengstuk van de overheidsrepressie. Een veroordeling voor de krijgsraad leidt automatisch tot de verwijdering uit de beroepsgemeenschap. In vele gevallen heeft de ‘meer-sporen-repressie’ tot een opeenhoping van sancties geleid voor eenzelfde persoon.

vorige | volgende

NEVB

Collaboratie
Repressie
Zwarten

terug naar de tijdlijn