klik op de afbeelding om ze groter te maken klik op de afbeelding om ze groter te maken klik op de afbeelding om ze groter te maken klik op de afbeelding om ze groter te maken klik op de afbeelding om ze groter te makenklik op de afbeelding om ze groter te maken

maart 1950

De regering organiseert een volksraadpleging over de terugkeer van Koning Leopold III.

Bij de bevrijding in september 1944 wordt de broer van Leopold, prins Karel regent. De Koning, die op het einde van de oorlog door de bezetter naar Duitsland is weggevoerd, wordt pas op 7 mei 1945 in Oostenrijk bevrijd en beslist op 14 juni terug te keren. Intussen zijn de gemoederen in België hoog opgelaaid over Leopolds ontmoeting met Hitler in november 1940 en over de contacten van zijn hofhouding met collaborateurs tijdens de bezetting.

Op 16 juni 1945 valt de regering en de ontslagnemende ministers verklaren de verantwoordelijkheid voor de ordehandhaving bij een terugkeer van Leopold niet te willen dragen. De Koning, die officieel nog steeds in de onmogelijkheid verkeert om te regeren, kan dus niet naar België komen. De nieuwe linkse regering (zonder de CVP) zorgt er met een nieuwe wet voor dat enkel het parlement kan beslissen of de Koning al dan niet in de onmogelijkheid verkeert om te regeren.

De CVP speelt de Koningskwestie uit om een volstrekte meerderheid in het parlement te halen en is bereid de Koning zo nodig met een absolute CVP-meerderheid op de troon te brengen, nadat de Belgen zich in een 'volksraadpleging' over die terugkeer hebben uitgesproken. In 1949 behaalt de CVP de volstrekte meerderheid in de Kamer; in de Senaat komt ze twee zetels tekort. In maart 1950 organiseert de katholiek-liberale regering de volksraadpleging. Leopold krijgt slechts 57,68% ja-stemmen, waarvan 72% in Vlaanderen, 48% in Brussel en 42% in Wallonië.

De Koning doet alsof er geen vuiltje aan de lucht is, maar de politieke impasse kan enkel door nieuwe verkiezingen doorbroken worden. De CVP haalt de absolute meerderheid en maakt een einde aan de onmogelijkheid om te regeren. Op 22 juli 1950 keert de Koning terug naar het land. Er breken onlusten en stakingen uit, er vallen zelfs drie doden. België leeft op de rand van een burgeroorlog. In de nacht van 31 juli op 1 augustus draagt de Koning zijn bevoegdheden over op zijn zoon Boudewijn. In 1951 wordt die meerderjarig en ondertekent Leopold de troonsafstand.

De monarchie is gered, maar de Koningskwestie reveleert als nooit voorheen de communautaire tegenstellingen en stimuleert de federalistische beweging in Wallonië en Vlaanderen. Vooral linkse Waalse kringen menen dat ze niet langer kunnen samenleven met het rechtse Vlaanderen. Naarmate Vlaanderen zich economisch ontwikkelt, de Waalse industrie vervalt en de Vlaamse bevolking toeneemt, groeit de angst dat Wallonië binnen het unitaire België beslissingen zal moeten slikken van een Vlaamse parlementaire meerderheid.

In Vlaanderen geeft de troonsafstand, die als een kaakslag wordt ervaren, de zich moeizaam herstellende V.B. een radicaliserende impuls en versterkt ze de positie van de Vlaams-nationalisten.

vorige | volgende

NEVB

Collaboratie
Economie
Federalisme
Katholieke partij
Koningskwestie
Leopold III
Monarchie
Waalse beweging

terug naar de tijdlijn