St Niklaas + 19.8.1961




Albert Jan Van Driessche werd geboren op een ogenblik dat zijn dorp, Grembergen, in volle groei en verandering was. De bevolking was van 1840 tot 1885 gestegen van 2.115 tot 2.510 inwoners en deze evolutie zou zich nog sterker doorzetten tot 3.431 inwoners in 1910. Jaar waarin hij zijn medische praktijk te Grembergen startte.
Grembergen, voor 1850 een echte plattelandsgemeente die door de Schelde in de tang wordt genomen, werd stilaan ontsloten door grote infrastructuurwerken : verharding van de wegen en aanleg van twee spoorlijnen. Ook de industrie doet haar intrede het belangrijke textielbedrijk Roos (later Roos-Geerinck-De Naeyer) start in 1892 een bijhuis van 2.800 m² waar eerst een weverij en later een spinnerij gehuisvest is. Dit bedrijf was van groot belang voor de tewerkstelling en de latere dorpspolitiek. Al deze elementen spelen een rol in het literaire werk van Albert Jan Van Driessche.
Albert Jan Van Driessche wordt geboren op 16 mei 1885 te Grembergen als zoon van Karel Lodewijk (Hamme Zogge ° 25.2.1836, Tielrode + 17.9.1915) en Joanna Catharina Van Wiele ( Zele ° 1.5.1844, Grembergen 31.7.1904). Karel Lodewijk woonde in het dorp, was niet van onbemiddelde komaf en stond bekend als een handelaar in wijn en vlas : hij moest onderhandelen met de « kutsers » of vlaskoopmannen die bij de boeren langsgingen. Hij was al 46 jaar toen hij met Joanna-Catharina in het huwelijk trad, die toen reeds weduwe was van Jan Frans Scheirs. Hoe dan ook, uit de getuigenissen en geschriften die Albert Jan naliet, blijkt dat hij alleszins een goede en warme thuis had : vooral de relatie tot zijn moeder moet heel erg goed geweest zijn.
Het staat niet met 100 % zekerheid vast waar Albert Jan zijn lagere schooltijd doorbracht : volgens V. Van Mechelen was dit op het Heilig Maagdcollege te Dendermonde, volgens M. Poppe was dit op de vrije lagere school te Grembergen. Gezien de sociale status van zijn vader zal Albert Jan wel naar het College gegaan zijn. Jammer genoeg heft men noch in Grembergen, noch in Dendermonde enige gegevens hieromtrent teruggevonden.
Van 1898 tot 1904 volgde hij aan het Heilig Maagdcollege klassieke humaniora. Hij wordt voorzitter van de studentenbond « Jong maar moedig » en is medewerker aan het blad « De Student » van Dr. Laporta. De school was toen in volle expansie : het onderwijsaanbod binnen de school werd volledig aangepast en er werd duchtig aan de infrastructuur gewerkt. Bij allerlei wedstrijden tussen verschillende scholen kaapte « het College » talloze ereprijzen weg. Geen wonder dan in 1910 Albert-Jan geestdriftig meewerkt aan de oprichting van de oud-leerlingenbond en zelfs als voorzitter fungeert.
In 1904 verliest Albert-Jan zijn moeder en het kost hem moeite dit verlies goed te verwerken. In datzelfde jaar vertrekt hij naar Leuven en volgt daar een artsenopleiding. Tijdens die studies vindt hij nog tijd om voor de Vlaamse zaak op te komen. De schrijver Ernest Claes verhaalde later nog hoe op 9 mei 1909, naar aanleiding van de 75e herdenking van de heropening van de universiteit, de studentenfanfare voor de eretribune bleef stilstaan en daar tweemaal de Vlaamse Leeuw speelde. Albert Jan liep, ondanks het verbod van de rector, voorop met de nieuwe verbondsvlag.
Het is ook in deze periode dat het schrijverschap van Albert Jan echt openbloeit. Meestal gebruikt hij het pseudoniem
Berto Van Kalderkerke. Zijn literaire productie is zo groot dat hem gevraagd wordt te willen wachten met publicatie om anderen ook een kans te geven. Hij is actief bij de Waaslandse studentenclub «  De Raap », voorzitter van de Oost-Vlaamse gilde en voorzitter van het Algemeen Katholiek Vlaamsch Studentenverbond, lid van « Met Tijd en Vlijt » en zetelt in de redactie van « Ons Leven ». Vanuit die sociale en culturele achtergrond wordt zijn Vlaamse houding alleen maar gesterkt.
In 1910 promoveert Albert-Jan tot doctor in de genees-, heel- en vroedkunde. Hij vestigt zich te Grembergen als huisarts. Als geboren Grembergenaar en als huisarts vergaart hij op korte tijd heel wat inzicht in het dorpsleven, wat hem later van pas komt in zijn literair werk. Hij wordt erelid van de Koninklijke Harmonie Sinte-Cecilia en blijft ook op literair vlak actief. « Nieuwe Wegen », « Excelsior », « Nieuw Vlaanderen » en « Dietsche Warande en Belfort » kunnen op zijn medewerking rekenen. Op 14 augustus 1914 valt Duitsland België binnen, Dendermonde wordt op 4 september ingenomen en platgebrand. Op 8 september heroveren de Belgen Dendermonde, maar ze moeten zich terugtrekken naar Grembergen en worden daar met obussen beschoten. Tijdens hevige beschietingen in oktober 1914 vallen meer dan 900 obussen bij het station en in het dorp van Grembergen. Albert-Jan en zijn vader wijken uit naar Tielrode, een logische keuze vermits Albert-Jan hier reeds was uitbesteed bij de familie De Brabandere. Zijn vader zal in Tielrode overlijden op 17.9.1915, nadat Albert-Jan uitgeweken is naar Groot-Brittannië. Grembergen valt vanaf nu in het zogenaamde « etappengebied » van de Duitsers ; de woonst in Grembergen wordt een tijdje benut door het « Soepcomité » dat voedselbedelingen organiseert, tot een bom op het huis valt. De woning wordt na WO I in twee huizen verdeeld en zal eind de jaren 1970 plaats ruimen voor een appartementsgebouw.
Albert-Jan wijkt uit naar Groot-Brittannië, meer bepaald naar het kolendistrict in Zuid-Wales. Daar wordt hij als arts geconfronteerd met de gevolgen van stoflong en tuberculose. Wellicht is hier zijn blijvende interesse voor longaandoeningen gegroeid. In 1916 vervoegt Albert-Jan het Belgisch leger in Calais en hij wordt in 1917 naar Col-de-Caire aan de Azurenkust gestuurd. In een voormalig domein van Leopold II nabij Cap Ferrat is een terinlijdershospitaal ingericht. Daar wordt zijn levenskeuze, de pneumonologie, definitief gemaakt. Als arts en als schrijver wijdt hij zijn beste krachten aan het bestrijden van longtuberculose. In deze periode ontmoet hij Dr. Jef Verduyn, de almoezeniers Paul Van der Meulen en Van Grembergen, Dr. Cordemans en Dr. Van de Perre. Albert-Jan blijft tot april 1919 in Col-de-Caire. Na de oorlog schoolt hij zich bij in het buitenland : Frankrijk, England, Duitsland, Nederland, Zwitserland, Oostenrijk en Portugal.
Op 11 september 1919 huwt hij Anna-Celestina-Maria-Theresia Bocklandt (Hamme ° 15.10.1887) en vestigt zich na zijn lange opleiding en specialisatie te Sint Niklaas. Hij bouwt een grote praktijk op als longspecialist. Hij leidt een ware campagne ter bestrijding van de tuberculose, systematische opsporing en onderzoek, vroegtijdige diagnose, degelijke therapie en vaccinatie zijn zaken die hem niet loslateN. Hij geeft net als Dr. A. Daels, lezingen in heel het Vlaamse land over deze en andere ziekten. Daarnaast is hij ook actief in verschillende geneeskundige genootschappen.
Vanuit zijn belevenissen als huisarts, als leger-arts en als specialist groeit ook een wetenschappelijk oeuvre dat veel gelezen wordt : essays, medische en vulgariserende teksten. Daarbij gaat zijn bijzondere aandacht uit naar bekende Vlaamse wetenschappers zoals Vesalius, Jan-Baptist Van Helmont, Philip Vergeylen, H.J. Rega. Zijn essays zijn nu nog vlot leesbaar en zelfs snedig wanneer hij bepaalde pseudo-wetenschappelijke prietpraat resoluut te lijf gaat.
In zijn literair oeuvre komen veel autobiografische elementen aan bod : jeugdherinneringen (Grembergen was een boeiende inspiratiebron), zijn wedervaren aan de Azurenkust, het leed van zijn (soldaten) patiënten. Het vergt bijster weinig moeite om in de personages van zijn novellen en roman mensen te identificeren die we met naam en toenaam kennen. Als gelegenheidsredenaar en causeur scoort hij hoog : iedereen wardeert zijn gevatte, snedige en humoristische manier van spreken. Albert-Jan Van Driessche had dan ook een brede culturele interesse. Samen met zijn Vlaamse bewustzijn verklaart dit de vele bekende namen in zijn vriendenkring. Jozef Muls, Felix Timmermans, Ernest Claes, Stijn Streuvels, Jan Hammenecker, Edmond Verstraeten, Raymond de la Haye, Camille Melloy en nog vele anderen.
Zijn geneeskundige loopbaan als longspecialist is bijzonder vruchtbaar. Vanaf 1920 houdt hij zich ononderbroken bezig met de tuberculose. Hij onderzoekt, beschrijft en becommentarieert kritisch bijzondere gevallen, pleit voor de doeltreffende politiek op het vlak van gezondheidszorg en engageert zich op verschillende vlakken binnen de medische wereld. De toepassing sedert 1947 van steptomycine luidt nieuwe behandelingswijzen in die zouden kunnen leiden tot de uitroeïng van de tuberculose. In 1952 en 1953 is hij voorzitter van de Koninklijke Vlaamse Academie voor geneeskunde in België, een bekroning van zijn carriere. In september 1960 wordt hij in diezelfde academie gehuldigd naar aanleiding van zijn 75ste verjaardag. Het is zijn « laatste » grote publieke optreden. Vanaf dan gaat zijn gezondheid zienderogen achteruit. Dokter Albert-Jan Van Driessche overlijdt op 19 augustus 1961. De uitvaartplechtigheid gaat door in de dekanale kerk van Sint-Niklaas op vrijdag 25 augustus, zijn stoffelijk overschot wordt bijgezet in het familiegraf te Belsele-Waas.

Curriculum Vitae


Albert J.M. Van Driessche woonde te Sint-Niklaas (Waas), Kardinaal Mercierplaats 7
Geboren te Grembergen op 16 mei 1885
Overleden te Sint-Niklaas op 19 augustus 1961.
Dokter in de genees-, heel- en verloskunde, Leuven 1910.
Volgde een vervolmakingscursus in obstretica en gynaecologie in de kliniek Baudelocque te Parijs.
1910 – 1914 Als dokter gevestigd te Grembergen
1915 – 1917 Practicus in het koolmijndistrict van Zuid-Wales (Eng.)
Deed daarna dienst in het Belgisch leger, eerst te Calais, daarna aan het militair sanatorium van Col de Caire bij Nice.
Studiereizen in Frankrijk, England, Zwitserland, Duitsland en Nederland
Vervolmakingscursussen te Straatsburg, Montana en Berlijn
Gevestigd te Sint-Niklaas als specialist voor longziekten.

Radioloog aan het dispensarium van het Belgisch Nationaal Werk tegen Tuberculose.
Titelvoerend lid van de Kon. Vlaamse Academie voor Geneeskunde van België (1939) ; Voorzitter in de periode 1952 – 1953.
Titelvoerend lid van de Internationale Unie tegen de Tuberculose.
Bestendig lid van het Comité van Beroep voor Beroepsziekten : Pneumoconiosis.
Ondervoorzitter en Voorzitter van de Vereniging der Geneesheren ‘Oudstudenten der Leuvense Hogeschool’
Voorzitter der Vlaamse Vereniging tot bevordering der Geneeskunde te Gent
Lid van de Beschermraad van en medewerkeer aan het Vlaams Geneeskundig Tijdschrift.
Lid van de jury voor de prijs der Société d’ Etudes scientifiques de la Tuberculose.
Lid van de Société d’ Etudes scientifiques de la Tuberculose.

Selectieve bibliografie ALBERT-JAN Van Driessche.

1913.

Uit donkere dagen

De Dierbare

1920.

Uit vreedzame dagen

Eenige losse gedachten over Tering

Iets over melk

1923.

Het glorielooze lot

1924.

De hedendaagse Grondslagen der Kennis van de Tuberculose

1925.

Sociale geneeskunde en studentenbeweging

Het vaccineren tegen tuberculose
Algemeen verslag over wederaanpassing der tuberculose

1923.

Uit donkere dagen

1931.

Over longtering en hare behandeling

1933.

Rietvelde

1934.

De erfelijkheid der tuberculose

Grembergen, in Het boek in Vlaanderen 1934

1936.

Na het spreekuur

1938. De tuberculose in het Land van Waas
1940. Bloedsedimentatie en tuberculose
Tuberculosebestrijding
1943. Andreas Vesalius
1950. Bronchus Carcinoom