De gebeurtenissen van de voorhistorische tijden, hebben in deze streek weinig bewijsmateriaal achtergelaten. Veel kan men er over gissen, bitter weinig kan men bewijzen.
Julius Cesar schreef : “ ’t Is een streek met grote bossen en moerassen”.









Ten tijde van Karel De Grote, wordt deze streek voor de eerste maal genoemd in de geschiedenis (802). Volgens de archieven van de abdij van Werden in Westfalen :
“Was het gebied tussen de rivieren Schelde en Durme en de bossen (van Zele) oorspronkelijk een eigen erfgoed van Karel De Grote en werd, met al de erbij horende tienden, door deze vorst, aan Ludgerius en de door hem gestichte
abdij van Werden, ten eeuwigen dage geschonken. Monniken van de abdij van Werden kwamen een klooster oprichten in Zele, om vandaar uit de hele omgeving te beschaven. Zoals overal elders is het dorp Grembergen ontstaan aan de boorden van de Schelde en dit omwille van het bevaarbaar water, dat gunstig was voor handel en vervoer. De eerste maal dat de naam in openbare geschriften voorkomt is 1019 met name :
Grendberga.

Rond 1050 kwam het Land van Dendermonde tot stand, als verdediging tegen het gevaar van de Noormannen. Met de inkomsten van het domein hebben de proosten van Werden, eind 11de eeuw of begin 12de eeuw, een kapel gesticht te Grembergen op een hoge en afgelegen plaats van de parochie.

Op 19 mei 1199 neemt,
Paus Inocentius III, de abdij van Werden en haar bezittingen onder andere de kerk van Zele en de kapel van Grembergen onder zijn bijzondere bescherming.

Een twist tussen Ingelram, Heer van Dendermonde en Jacob Van Artevelde in 1347 was de oorzaak dat het Land van Dendermonde verkocht werd aan de Koning van Frankrijk. Daarmee begon in de streek de droeve opeenvolging van oorlogen.

De overtocht over de Schelde gebeurde eeuwenlang met behulp van een veerpont, die men in beweging bracht via een in het water liggende kabel. Tot de voornaamste rechten van de Heren van Dendermonde behoorde het recht op het innen van tolgeld op de Dender en natuurlijk op de Schelde. Zo dienden de gebruikers van het Groot Veer of van de latere veerbrug eeuwenlang een vast recht te betalen per overzetbeurt. Omwille van de sterker geworden getijdewerking in de 13de en 14de eeuw, ontstond toen de behoefte van een vaste oeververbinding. De eerste vaste brug kwam ca. 1377 - 1378 tot stand. Ze werd in oktober 1453 reeds door een nieuwe houten brug vervangen.

In 1380 veroverde Filip Van Artevelde, in zijn strijd tegen Lodewijk Van Maele, de stad Dendermonde, maar niet de Dendermondse burcht. Deze belegering bracht heel wat materiele schade toe aan Grembergen.


Zicht op het koor van de oude kapel in het klooster.

De Grembergse Remonstrans