Links:

Bloemlezing van het Gruuthuse-handschrift.
Het Gruuthuse handschrift ontstond in de XVe eeuw.
KB Den Haag verwerft het Gruuthuse handschrift.
Bondig overzicht van de Rederijkerskamers in Vlaanderen.

Gruuthuse-handschrift
Het Gruuthuse-handschrift

gruuthuse-handschrift


Het devies van de heren van Gruuthuse, die het 'gruutrecht' hadden, was 'Plus est en vous!'
Grute of gruit was de grondstof die gebruikt werd bij de bierbereiding. Het was een mengeling
van gedroogde kruiden, die aan het uit gerst of tarwe gebrouwde bier werd toegevoegd.
Lodewijk (Lo˙s) van Gruuthuse (ca. 1422-1492) is de beroemdste telg uit dit geslacht. Hij had
een indrukwekkende bibliotheek opgebouwd, waarvan het befaamde 'Gruuthuse-handschrift' deel
uitmaakte.
Het perkamenten manuscript bestaat uit drie delen, met berijmde gebeden, liederen en gedichten
en het bevat onderandere werk van de Brugse dichters Jan van Hulst en Jan Moritoen.
Deze laatste was een vrijgevochten levensgenieter, die er nochtans in slaagde om schepen van Brugge
te worden. In het 'Egidiuslied' spreekt hij zijn overleden vriend en rivaal in de liefde lyrisch toe.


Lodewijk van Gruuthuse - Onbekende meester
Olieverf op eiken paneel, 34,2 x 22,8 cm
Groeninge Museum, Brugge
Lodewijk van Gruuthuse
Onbekende meester


-Bloemlezing van het Gruuthuse-handschrift:
Uit Deel II - 'Liederen'

separator

Sonne no mane
In weet bi bilich hoe gheneren
Melancolie dwinct mi de zinne
Violette zuver wit
Kerelslied
Vrauwe weit dat ic dijn eighin zi
Mijn boel
De steen die trect die naelde naer
Egidius waer bestu bleven
Ic badt der liefster vrouwen mijn
Aloeëtte voghel clein
Ende vor die eweghe carine

gruuthuse-handschrift

SONNE NO MANE

Sonne no mane nie besceyn
Reinre dinc up erderijc
Dan een wijf in dueghden reyn.

Een wijflic scijn hout mi alleyn
In vruechden nu ende eewelijc.

Sonne no mane nie besceyn
Reinre dinc up erderijc.

Met ganser trauwen ich das meyn:
Ich blive haer eighin minnentlijc,
Si es mijn liefste ende liever gheyn.

Sonne no mane et cetera



DE ZON NOCH DE MAAN

De zon noch de maan bescheen
op aarde ooit iets zuiverders
dan een deugdzame vrouw.

De aanblik van een vrouw
schenkt mij nu en altijd vreugde.

De zon noch de maan bescheen
op aarde ooit iets zuiverders.

In vertrouwen en zonder spijt:
ik blijf haar in liefde toegewijd,
zij is mijn liefste en anders geen.


Terug naar index bloemlezing

Linecol


IN WEET BI BILICH HOE GHENEREN

IN weet bi bilich hoe gheneren
De werelt es so sere verdrayt
Ontrauwe rijst daer trouwe daelt

Mi dinke ic moet der trauwe ontberen
Of men wert nerghent mijns ghepayt

In weet bi bilich hoe gheneren
De werelt es so sere verdrayt

Wat batet altoos trauwe begheren
Daer men niet na trauwe en hayt
Doch bleef goet dienst noit onbetaelt



IK WEET BIJLANGE NIET WAT TE DOEN

Ik weet bijlange niet wat te doen
De wereld staat helemaal op zijn kop
Ontrouw in opmars en trouw naar af

Me dunkt dat ik trouw moet laten varen
Want anders komt men nergens aan de bak

Ik weet bijlange niet wat te doen
De wereld staat helemaal op zijn kop

Wat baat het om altijd trouw te begeren
Als niemand naar trouw verlangt
Toch blijft een goede daad nooit zonder baat


Terug naar index bloemlezing

Linecol


MELANCOLIE DWINCT MI DE ZINNE

Melancolie dwinct mi de zinne
Allein up ein ende anders gein
Reinre wesen van beghinne
Ic nie verzinde dat dit ein
Et es alst was mi blivet reyn

Mi en rouc wat wene ic ghewinne
Als ic u zie u lieflic grein
Recht bezouc doet dat ict kinne
In trauwen rein niet als vileyn
Et es alst was mi blivet reyn

Met steiden blivic vaste hier inne
Alle vruecht es mi te clein
Rouct soe mijns niet wien ic minne
In hopen vindic bate allein
Et es alst was mi blivet reyn

Mijn trauwe es vast mijn ontrauwe dinne
Arech es met mi onghemein
Rouct mijns mijns hertzen coningine
Ic houdu over capiteyn
Et es alst was mi blivet reyn

Melancolie dwinct mi die zinne et cetera



MELANCHOLIE DWINGT MIJN ZINNEN

Melancholie dwingt mijn zinnen
Voor haar alleen en anders geen
Een reiner wezen zal er nooit zijn
Een ander kan ik niet beminnen
Het is zoals het was, ik blijf rein

Al ware melancholie mijn deel
Als ik u aanschouw lieflijk juweel
Aan u denken maakt mij deelgenoot
In reine trouw en hoofs devoot
Het is zoals het was, ik blijf rein

Met standvastigheid blijf ik hierbij
Alle andere vreugde is mij te min
Als mijn beminde niet geeft om mij
dan geeft alleen hoop een zin
Het is zoals het was, ik blijf rein

Mijn trouw is groot mijn ontrouw miniem
Onhoofsheid smoor ik in de kiem
Koningin van mijn hart waak over mij
Ik beschouw u als kapitein
Het is zoals het was, ik blijf rein

Melancholie dwingt mijn zinnen et cetera


In de hertaling (© Lepus) ging het acrostichon 'Marie' teloor.

Terug naar index bloemlezing

Linecol


VIOLETTE

Violette, zuver wit,
Juechdich, soete ende amoreus,
Omoedich, simpel, onbesmit,
Lievelic, scone, gracieus,
Edel, reine, glorieus,
Trouwe ende stede ghi bezit.
Troost hem dien ghi maect penseus,
Ende u wil dienen in al dit.



VIOOLTJE

Viooltje, zuiver wit,
jeugdig, zoet en amoureus,
bescheiden, simpel, onbevlekt,
lieftallig, mooi, gracieus,
edel, ongerept, glorieus;
Je bezit trouw en standvastigheid.
Troost hem die lijdt aan weemoedigheid
en die zich om dit alles toch verblijdt.


Terug naar index bloemlezing

Linecol


KERELSLIED

Wi willen van den kerels zinghen,
Si sijn van quader aert;
Si willen de ruters dwinghen,
Si draghen enen langhen baert.
Haer cleedren die zijn al ontnait.
Een hoedekijn up haer hooft ghecapt,
Tcaproenstaet al verdrayt.
Haer cousen ende haer scoen ghelapt.

Refrein
Wronghele ende wey, broot ende caes,
Dat heit hi al den dach;
Daer omme es de kerel so daes,
Hi hetes meer dan hijs mach.

Henen groten rucghinen cant
Es arde wel sijn ghevouch.
Dien neimt hi in sijn hant,
Als hi wil gaen ter plouch.
Dan comt tot hem sijn wijf, de vule,
Spinnende met enen rocke,
Een sleter omtrent haer mule,
Ende gaet sijn scuetle brocken.

Refrein

Ter kermesse wille hi gaen,
Hem dinct datti es een grave.
Daer wilhijt al omme slaen
Met sinen verroesten stave.
Dan gaet hi drincken van den wine,
Stappans es hi versmoort.
Dan es al de werelt zine,
Stede, lant ende poort.

Refrein

Met eenen zeeuschen knive
So gaet hi duer sijn tassche.
Hi comt tote sinen wive,
Al vul brinct hi sine flassche.
Dan gheift hi soe hem vele quader vloucke,
Als haer de kerel ghenaect.
Dan gheift hi haer een stic van den lijfcouke,
Dan es de pays ghemaect.

Refrein

Dan comt de grote cornemuse
ende pijpt hem turelurureleruut.
Ay hoor van desen abuze
Dan maecsi groot gheluut
Dan sprincsi alle al over hoop
Dan waecht haer langhe baert
Si maken groot gheloop
God gheve hem quade vaert!

Refrein

Wi willen de kerels doen greinsen
Al dravende over tvelt.
Hets al quaet dat zi peinsen,
Ic weetze wel bestelt:
Me salze slepen ende hanghen,
Haer baert es alte lanc.
Sine connens niet ontganghen,
Sine dochten niet sonder bedwanc.

Refrein
Wronghele ende wey, broot ende caes,
Dat eet hi al den dach;
Daerom es de kerel so daes,
Hi hetes meer dan hi mach.


Terug naar index bloemlezing

Linecol


VRAUWE WEIT DAT IC DIJN EIGHIN ZI

Vrauwe weit dat ic dijn eighin zi
Wiltu dan minnen so mint mi
Sone wertstu niet bedroghen

Nacht ende dach peinsic om di
Vergheitstu mi so scillen wi

Vrauwe weit dat ic dijn eighin zi
Wiltu dan minnen so mint mi
Sone werstu niet bedroghen

Altoos waric u gheerne bi
Mochtic dan zijn van niders vri
Si ne connens niet ghedoghen

Vrauwe weit dat ic dijn eighin zi
Wiltu dan minnen so mint mi
Sone wertstu niet bedroghen



VROUW WEET DAT IK DE JOUWE BEN

Vrouw weet dat ik de jouwe ben
Wil je beminnen, bemin mij dan
Zo word je niet bedrogen

Dag en nacht denk ik aan jou
Vergeet je mij dan falen wij

Vrouw weet dat ik de jouwe ben
Wil je beminnen bemin mij dan
Zo word je niet bedrogen

Altijd was ik graag bij jou
al zijn er die mij niet mogen
en die onze liefde niet gedogen

Vrouw weet dat ik de jouwe ben
wil je beminnen bemin mij dan
Zo word je niet bedrogen


Terug naar index bloemlezing

Linecol


MIJN BOEL

Mijn boel, daer al mijn vruecht an steit,
Doet mir onstede. Al eist mi leit.
Daerup zo acht hi cleine.
Riet dat met den winde gheit
Heift vele met hem ghemeine.

Wat baedt gezonghen of gheseit?
Trauwe, scaemte ende stedicheid
Ontgaet hem scone ende reine.

Mijn boel, daer al mijn vruecht an steit,
Doet mir onstede. Al eist mi leit.
Daer up so acht hi cleine.

Wankel herte, onstedich pleit, *
Hets al verloren aerbeit,
Dat men om di beweine.
Du begheers der trauwen heit,
Maer dune does selve gheine.

Mijn boel, daer al mijn vruecht an steit,
Doet mir onstede. Al eist mi leit.
Daer up so acht hi cleine.
Riet dat metten winde gheit
Heift vele met hem ghemeine.


* onstedich pleit: wankel bootje. Een pleite is een platbodem (-vaartuig)



MET MIJN BOEL

Met mijn boel kan ik mijn vreugde delen,
maar hij is niet trouw en dat doet mij pijn.
Wat ik ervan vind kan hem weinig schelen.
Hij is zoals het riet,
dat heen en weer beweegt met de wind.

Wat baat het, gezongen of gezegd?
Trouw, schaamte en een liefdeseed,
dat is allemaal niet aan hem besteed.

Met mijn boel kan ik mijn vreugde delen,
maar hij is niet trouw en dat doet mij pijn.
Wat ik ervan vind kan hem weinig schelen.

Wispelturig hart, onstandvastigheid,
het heeft allemaal geen zin,
dat ik om je ween en je bemin.
In ruil voor mijn aanhankelijkheid
krijg ik jouw trouweloosheid.

Met mijn boel kan ik mijn vreugde delen,
maar hij is niet trouw en dat doet mij pijn.
Wat ik ervan vind kan hem weinig schelen.
Hij is zoals het riet,
dat heen weer beweegt met de wind.


mijn boel: mijn liefste; vrijer. Boel is een woord dat soms nog gebruikt wordt in Vlaanderen.
     Boelen betekent vrijen. Boeleren (=hoereren) is ervan afgeleid.


Terug naar index bloemlezing

Linecol


DE STEEN DIE TRECT DIE NAELDE NAER

De steen die trect die naelde naer.
Wien wondert das, al hanich vaer
Vor oghen die bedrieghen?
Oghen vlieghen hier ende daer,
Maer herte en can niet lieghen.

Een oghe upslaen es wandelbaer,
Maer als tghesichte wil bliven staer
Ende laten in waert vlieghen,
So moet daer thert segghen waer,
Want zoe en can niet lieghen.

Lijflic beeilde, speghel claer,
Mijn cracht es ieghen dijn begaer
Als tskints es in der wieghen
Dijn moetic bliven al mine jaer,
Want herte en can niet lieghen.

De steen die trect die naelde naer.
Wien wondert das, al hanich vaer
Vor oghen die bedrieghen?
Oghen vlieghen hier ende daer,
Maer herte en can niet lieghen.



DE STEEN TREKT DE KOMPASNAALD AAN

De steen trekt de kompasnaald aan.
Verbaast het iemand, dat ik bang ben
voor ogen die bedriegen?
Ogen fladderen hier en daar,
maar een hart dat kan niet liegen.

Een oogopslag is wispelturig.
Maar als de blik niet wil wijken
en diep in zich laat kijken,
dan zal het hart niet bedriegen,
want een hart dat kan niet liegen.

Lieflijke vrouw, spiegel klaar,
mijn verlangen maakt me kwetsbaar
als een kind dat in de wieg ligt.
Ik blijf je toegewijd jaar na jaar,
want een hart dat kan niet liegen.

De steen trekt de kompasnaald aan.
Verbaast het iemand dat ik bang ben
voor ogen die bedriegen?
Ogen fladderen hier en daar,
maar een hart dat kan niet liegen.


Terug naar index bloemlezing

Linecol


EGIDIUS WAER BESTU BLEVEN

Egidius, waer bestu bleven ?
Mi lanct na di, gheselle mijn.
Du coors die doot, du liets mi tleven.

Dat was gheselscap goet ende fijn,
Het sceen teen moeste ghestorven sijn.
Nu bestu in den troon verheven
Claerre dan der zonnen scijn,
Alle vruecht es di ghegheven.

Egidius, waer bestu bleven ?
Mi lanct na di, gheselle mijn.
Du coors de doot, du liets mi tleven.

Nu bidt vor mi: ic moet nog sneven
Ende in de weerelt liden pijn.
Verware mijn stede di beneven:
Ic moet noch zinghen een liedekijn.
Nochtan moet emmer ghestorven sijn.

Egidius, waer bestu bleven ?
Mi lanct na di, gheselle mijn.
Du coors die doot, du liets mi tleven.



Pagina uit het Gruuthuse-handschrift (fragment)
Egidiuslied met streepjesnotaties (=middeleeuwse notenbalk)


EGIDIUS WAAR BEN JE GEBLEVEN

Egidius, waar ben je gebleven?
Ik mis je, mijn vriend.
Jij koos de dood, je liet mij 't leven.

De vriendschap was goed en fijn,
maar de dood moest bij jou zijn.
Nu ben jij op de troon verheven
omstraald door zonneschijn.
Alle vreugde is jou gegeven.

Egidius, waar ben je gebleven?
Ik mis je, mijn vriend.
Jij koos de dood, je liet mij 't leven.

Bid nu voor mij: ik moet nog strijden
in de wereld met zijn lijden.
Bewaar een plaats om bij jou te zijn.
Ik moet nog zingen een passend lied,
want de dood ligt in het verschiet.

Egidius, waar ben je gebleven?
Ik mis je, mijn vriend.
Jij koos de dood, je liet mij 't leven.


Terug naar index bloemlezing

Linecol


IC BADT DER LIEFSTER VROUWEN MIJN

Ic badt der liefster vrouwen mijn.
God gheve dat mir becliven moet,
Of anders sal verlanghens pijn
Verdwinen al mijns hertzen bloet.
No vruecht, no heil, no scat, no goed
En mach mi helpen niet een blat,
Doet si mi niet dat ic huer bat.

Ghebloiet staat een gardelijn,
So vaste nye ghein in mi en stoet.
God groetu, joncfrauwe edel, fijn,
Dat rijs haenstu in dijn behoet.

Sal dan mijn gaert ghedurich sijn,
Blijft mi ghestalt toot heilde zoet.
Want ich wil emmer bliven dijn,
Dat saltu zeker werden vroet.
No vruecht, no heil, no scat, no goet
En mach mi helpen niet een blat,
Doet si mi niet dat ic haer bad.



IK DEED MIJN LIEFSTE EEN VERZOEK

Ik deed mijn liefste een verzoek.
God geve dat het mij te beurt valt,
want anders zal de hunkering
me volledig weg doen kwijnen.
Vreugde of voorspoed, geld of goed
helpen me werkelijk geen spat,
als zij niet doet waar ik om bad.

Mijn twijgje staat in bloei
en nooit stond het zo stout.
'Gegroet, edele jonkvrouw,
dit twijgje is u toevertrouwd.

Laat, opdat mijn twijgje blijft staan,
mijn zoete liefde voor jou rijpen.
Want ik wil met jou door 't leven gaan,
dat zul je zeker wel begrijpen.'
Vreugde of voorspoed, geld of goed
helpen me werkelijk geen spat,
als zij niet doet waar ik om bad.


Terug naar index bloemlezing

Linecol


ALOEËTTE VOGHEL CLEIN

Aloeëtte, voghel clein,
Dijn nature es zoet ende rein,
So es dijn edel zanc.
Daer dienstu met den Here allein
Te love om sinen danc.

Daer omme hem ic met di ghemein.
Ander voghel willic ghein
Dan di, mijn leven lanc.

Nider boos, onreine vilein,
De rouc die es wel dijn compein,
Neemt dien in u bedwanc!
Laet minlic hertzen sijn bi eyn
Sonder loos bevanc!

Aloeëtte, voghel clein,
Dijn name es zoet ende rein,
So es dijn edel zanc.
Daer dienstu met den Here allein
Te love om sinen danc.



LEEUWERIK VOGEL KLEIN

Leeuwerik, vogel klein,
van nature ben je zacht en rein,
zoals je edele zang.
Zo dien je de Heer hierboven,
door hem te danken en te loven.

Daarom voel ik sympathie.
Ik wil geen andere vogel
dan jou, mijn leven lang.

Jaloerse vent, gemene nijdas
de roek is wel jou pias:
Hou die maar in bedwang!
Laat verliefde harten samen zijn,
zonder valse schijn!

Leeuwerik, vogel klein,
Jouw naam is zoet en rein,
zoals je edele zang.
Zo dien je de Heer hierboven,
door hem te danken en te loven!


© Hertalingen van Lepus

Terug naar index bloemlezing

Linecol


Ende vor die eweghe carine *

gruuthuse-handschrift

Ende uor die eweghe carine
Nem met di die ziele mine
In dese oracie es uerclaert
Al hute salue regina
Nemt uan bouem nederwaert
Vorsienlic eist gheopenbaert
Also als icker an uersta
Niet dat ic dichtere bem uermaert
Hu biddic sondich zere beswaert
Vor mi een aue maria
Leist dat mi god zo lange spaert
So dat ic mi uan zonden dwa
Te tijt eer mi hier tlijf ontga.


*In het vorige gedicht onderscheidt men duidelijk het 'acrostichon' van Jan van Hulst.
Acrostichon: puntdicht waarbij de beginletters van de regels een eigennaam vormen.


Naar boven

separator

Geschiedenis van het Gruuthuse-handschrift

Lodewijk van Gruuthuse bouwde een uitgebreide bibliotheek op, die vooral Franse werken
bevatte. Daarbij ging het niet alleen om recente Franse literatuur, maar ook om oude teksten
uit de 14e eeuw en vroeger.
Zijn zoon Jan V verkocht een deel van de collectie aan de Franse koning Louis XII.
Gelukkig kwam het Dietse Gruuthuse-handschrift, dat in Brugge geschreven werd, niet
in Franse handen.

Eerst bevond het handschrift zich dus bij de Gruuthuses, daarna bij de familie Van Borsele,
daarna bij de familie Van Caloen, daarna bij de familie Croeser de Berghes en daarna weer
bij de familie van Caloen. Tenslotte werd het aangekocht door de K.B. in Den Haag

Het perkamenten manuscript bevat 85 bladen en bestaat uit drie delen:
Deel I bevat een zevental berijmde gebeden.
Deel II is een waardevolle verzameling van bijna 147 liederen*.
Het leeuwendeel zijn liefdesliederen, waaronder 41 rondeelliederen.
Sommige ervan zijn doorspekt met Hoogduitse woorden, naar de toen heersende mode.
Toentertijd waren er namelijk veel Duitse Hanzekooplui in Brugge.
Deel III bevat achttien gedichten. De meeste zijn anoniem.

*Boven de liederen zijn 'streepjesnotaties' aangebracht die de melodie aangeven. De noten
(streepjes) staan niet boven de zinnen zoals heden ten dage gebruikelijk is. Het geeft musicologen
echter de mogelijkheid om de liederen te reconstrueren.

Vermeldenswaard is dat de drie delen van het handschrift ongeveer gelijktijdig, in hetzelfde
Brugse scriptorum geschreven zijn. Vermoedelijk gebeurde dit op het einde van de veertiende
eeuw door verschillende scriptores. Er zijn namelijk een tiental handschriften te onderscheiden.
Vijf ervan zijn van beroepsschrijvers, de andere van 'gebruikers'. Eén van de gebruikers is
waarschijnlijk Jan Moritoen.
Ten laatste in 1462 zijn de drie delen van het manuscript in één band gebundeld.

Twee van de dichters uit het handschrift zijn niet anoniem, namelijk Jan van Hulst en Jan Moritoen
(°1355-1360; †1417).
Jan van Hulst was een van de stichters van de eerste Brugse rederijkerskamer 'Genootschap van
de Heilige Geest'. Uit oude stadsrekeningen blijkt dat hij enkele keren betaald werd om
op te treden voor Filips de Stoute en Margaretha van Male en haar zoon Jan zonder Vrees.
Hij maakt zich tweemaal bekend door middel van een acrostichon. De gebeden uit Deel I, 'Ave Maria'
en 'Salve Regina' zijn van zijn hand, evenals het gedicht 'Een goed exempel' uit Deel III.
Aan Jan Moritoen wordt o.a. het 'Egidiuslied' uit het tweede deel toegeschreven, alsook het lange
gedicht 'O overvloiende fonteine' uit Deel III. Hij behoorde tot het gilde van de bontverwerkende
lamwerkers. Op latere leeftijd werd hij schepen (wethouder) in het Brugse stadsbestuur.

De Koninklijke Bibliotheek in Den Haag heeft het Gruuthuse- handschrift onlangs aangekocht.
Voorheen bevond het zich op het kasteel Ten Berge te Koolkerke bij Brugge. Het maakte er deel uit
van de collectie van de familie Van Caloen.
De K.B. in Den Haag werkt momenteel aan een gedigitaliseerde versie, die vrij consulteerbaar zal zijn.
(Bron: De Morgen 15-02-2007)

P.S. De gedigitaliseerde versie van het Gruuthuse-handschrift staat inmiddels op het internet
(sinds begin maart 2007).



Hoe dan ook, het is een spijtige zaak dat een topstuk, zoals Het Gruuthuse-Handschrift,
Vlaanderen verlaat.

De minister van cultuur is in deze niet alert geweest. Ook geldgebrek kan geen excuus zijn als men
kwistig is met subsidies voor allerlei onbenulligheden. Een treffend voorbeeld hiervan is de sponsoring
(60.000€) van de popzangeres Kate Ryan...
De Vlaamse overheid schoot hier tekort en heeft dit manuscript met een grote cultuurhistorische,
musicologische en literaire waarde op een nonchalante manier laten ontglippen.
Ook andere instanties, zoals de stad Brugge en de KB in Brussel hebben boter op het hoofd...


Naar boven

separator

Gruuthuse-handschrift verdwijnt naar het buitenland - VVBAD reageert

Het middeleeuwse Gruuthuse-handschrift is verkocht aan de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag, 
zo melden verschillende kranten. Het handschrift dateert uit de tweede helft van de 14de eeuw 
en bevat liederen, gebeden en gedichten, waaronder Egidius, waer bestu bleven. Het is een 
van de belangrijkste bronnen voor de Middelnederlandse letterkunde. Volgens de KB was dit 
het laatste topstuk van de middeleeuwse cultuur dat tot op heden in particuliere handen was. 
Johan Vannieuwenhuyse, algemeen voorzitter van de VVBAD, reageerde onmiddellijk met een brief 
aan de Minister van Cultuur:

Mijnheer de Minister,

Wij vernemen opnieuw (na het archief Manteau) via de krant van deze morgen dat een belangrijk 
stuk Vlaams erfgoed naar het buitenland geëxporteerd wordt, met name het Gruuthusehandschrift. 
Wij betreuren dit ten zeerste en vragen nogmaals met aandrang dat het ‘Topstukkendecreet' 
van 24 januari 2003 ook voor archieven en bewaarbibliotheken operatief zou worden, en dat 
dringend een regeling zou uitgewerkt worden voor de problematiek van topstukken in particulier 
bezit.

Reeds op 30 april 2004 bood de Vlaamse Vereniging voor Bibliotheek-, Archief- en 
Documentatiewezen (VVBAD vzw) een proeflijst ter zake aan in opdracht van de administratie 
Cultuur. Tot op heden vernamen wij nog niet dat de lijst effectief in voege getreden is.

Het decreet en de lijst bieden echter geen oplossing voor het zich nu opnieuw voordoende 
fenomeen van verkoop van topstukken uit particulier bezit in het buitenland. Ik citeer uit 
het door ons voorgelegde eindrapport betreffende de proeflijst: "De VVBAD onderschrijft 
de kritiek dat de collecties in particulier bezit de facto de meest bedreigde zijn en dat 
een proeflijst van topstukken dan ook vooral hierop zou moeten focussen. Zij betreurt dan 
ook dat het niet haalbaar was een onderzoek naar deze stukken en collecties uit te voeren. 
...Als de Vlaamse overheid een panoramisch zicht wil krijgen op de archivalische 
en documentaire collecties in particulier bezit, moet zij bereid zijn de nodige middelen 
uit te trekken voor een specifieke en langer lopende studieopdracht. 
Reeds opgestarte initiatieven als Archiefbank Vlaanderen, het Podiumarchief en Resonant 
zijn voorbeelden die een bredere navolging verdienen. Particuliere eigenaars en verzamelaars 
nemen momenteel tegenover het topstukkendecreet een veeleer afwachtende houding in. 
Om tot enig resultaat te leiden, zal met hen door veelvuldige contacten en lobbywerk 
een vertrouwensrelatie opgebouwd moeten worden. Dit zal sowieso de nodige tijd vergen, 
maar op termijn meer dan lonend blijken. ...De VVBAD raadt de Vlaamse overheid ook aan 
om toch een stok achter de deur te houden. Zij kan zich niet ontdoen van de indruk dat 
in het huidige topstukkendecreet al te zeer wordt gerekend op de medewerking van particuliere 
eigenaars en verzamelaars in de hoop dat belangrijke topstukken in particulier bezit 
op die manier de Vlaamse Gemeenschap niet zouden verlaten. ...De VVBAD vreest dat dit 
standpunt, hoe goedbedoeld ook, enigszins naďef is en pleit dan ook voor een spoedprocedure, 
die de Vlaamse overheid het recht zou geven om zeer kort op de bal te spelen wanneer 
een topstuk in particulier bezit, dat niet opgenomen is op de proeflijst, het grondgebied 
dreigt te verlaten. Het zou aldus mogelijk moeten zijn om in een tijdsspanne van enkele dagen 
de hele opnameprocedure te doorlopen en het bedreigde topstuk alsnog op de topstukkenlijst 
te plaatsen. 
...Wanneer een topstuk in particulier bezit opgenomen is op de topstukkenlijst, bestaat 
het probleem niet meer, omdat de overheid dan een recht op aankoop kan uitoefenen, als zij 
de uitvoervergunning weigert."
Mogen wij met aandrang vragen dat er acties opgezet worden zodat dergelijke onverkwikkelijke 
zaken zich in de toekomst niet meer kunnen voordoen?

Met de meeste hoogachting,

Johan Vannieuwenhuyse
Voorzitter VVBAD vzw


Naar boven

separator

Zoals eerder vermeld ontstond 'Het Gruuthuse-handschrift' in de Bourgondische tijd (XVe eeuw).
Dat is op het einde van de late Middeleeuwen.
In de zestiende eeuw bevinden wij ons al in de bloeitijd van de 'Renaissance'*.
Als u meer wil weten over 'de poëzie in de Middeleeuwen' van de twaalfde t.e.m. de vijftiende
eeuw klik dan op "Middeleeuwen".



Ingang van het Gruuthuse


Naar boven

separator

*Renaissance betekent wedergeboorte.
De 'Rinascimento' ontstond in Italië (XIVe eeuw), waar zij ook haar grootste bloei kende,
vooral in steden zoals Firenze, Rome, Venetië, enz.
Dante, Petrarca en Boccaccio schitterden op literair gebied.
In de schilder- en beeldhouwkunst zorgden da Vinci in Milaan, Titiaan in Venetië, Rafaël
in Rome en Michelangelo in Firenze en Rome voor meesterwerken.
De belangrijkste vertegenwoordigers van de Renaissance bouwkunst zijn: Brunelleschi, Alberti,
Donatello, Verrocchio, Cellini, Bramante, Vignola en Palladio.
Rond 1600 deed de barok dan zijn intrede. De bekendste kunstenaar uit deze periode was Bernini
(°1598; +1680). Hij was beeldhouwer, schilder en architect. Zijn grootste concurrent was
de architect Borromini.

In de loop van de vijftiende en zestiende eeuw drong de Renaissance ook door in Vlaanderen
en Brabant, waar zij haar hoogtepunt kende op het gebied van architectuur en schilderkunst.

De poëzie werd sterk beďnvloed door de rederijkers**.
Als je interesse hebt voor de poëzie in die periode, klik dan op "Gouden Eeuw."


Naar boven

separator



** REDERIJKERSKAMERS IN VLAANDEREN


Ondanks het strijdgewoel en de economische neergang (na de beeldenstorm, de Spaanse furie
en de val van Antwerpen) in de Zuidelijke Nederlanden hebben sommige rederijkerskamers
(cameren van rhetorike of cameren van rethorijcken) zich enkele eeuwen kunnen handhaven.
De oudste rederijkerskamer was ‘Alpha en Omega’ uit Ieper. Zij werd gesticht in de veertiende
eeuw.
Vooral in de zestiende eeuw was de kunst voor de rederijkers middel en geen doel. Met hun
'spelen van sinne' wouden ze het volk onderwijzen en stichten. Maatschappelijke of kerkelijke
misstanden werden gehekeld.
De meest prestigieuze kamers werden ‘hoofdkamer’ genoemd. Voor de Vlaanders waren dat
‘De Alpha en Omega’ in Ieper en ‘De Fonteine’ in Gent. Voor Brabant nam ‘Die Rose’ van Leuven
het voortouw, terwijl ‘De Goudbloem’ te Sint Niklaas hoofdkamer was van het land van Waas.
De hoofdkamers gaven de toon aan en oefenden een soort patronaat uit. Zij bevestigden ondermeer
de stichting van nieuwe kamers.
Landjuwelen waren literaire wedstrijden (toneel en poëzie) tussen kamers uit vele gewesten. Ze
groeiden uit tot feestelijkheden die dagen en soms zelfs weken duurden.

Een beknopt overzicht:


Diest: 'De Lelie' en 'De Christusogen' (=lychnis coronaria),
Leuven: ‘Die Rose'
Brussel: 'Den Boeck', 'De Corenbloem' en 'Mariacranske-De Wijngaard'
Vilvoorde: 'De Goudbloem'
Mechelen: 'Het Boonbloemken', 'De Peoene' en 'De Lisbloem'
Lier: ‘Het Jenettebloemken’ (=lychnis diurna)
Antwerpen: 'De Olyftack' en 'De Violieren'
Sint Niklaas: 'De Goudbloem'
Gent: 'De Fonteine' en 'De Balsemblomme'
Oudenaarde: 'De Heilige Geest' en 'Het Kersouwken'
Pamel (Oudenaarde): ‘Jonst souct const’.
Middelburg: ‘Bloemken Jesse’ (°1430) was de oudste kamer in Zeeland
Brugge: 'Drie Santinnen' en 'De Heilige Geest'
Roeselare: 'De zeegbare Herten'
Ieper: ‘De Alpha en Omega’, 'De Rosieren' en 'De Korenbloem'
Duinkerke: 'Het Kersouwken' (=madeliefje)

Meer over de rederijkerskamers in De Zuidelijke Nederlanden en De Noordelijke Nederlanden.

separator



Jan Moritoen - Egidius

Naar Bakermat

De Rederijkerskamers in De Zuidelijke Nederlanden

De Rederijkerskamers in De Noordelijke Nederlanden



Homepage


Pageviews since/sinds 21-03-2002: 

Statist. Poëzieweb-Poetryweb:
  Free counter and web stats      © Gaston D'Haese: 11-07-2002.
Laatste wijziging: 18-04-2013.  E-post: webmaster