
|
Het devies van de heren van Gruuthuse, die het 'gruutrecht' hadden, was 'Plus est en vous!' Grute of gruit was de grondstof die gebruikt werd bij de bierbereiding. Het was een mengeling van gedroogde kruiden, die aan het uit gerst of tarwe gebrouwde bier werd toegevoegd. Lodewijk (Loÿs) van Gruuthuse (ca. 1422-1492) is de beroemdste telg uit dit geslacht. Hij had een indrukwekkende bibliotheek opgebouwd, waarvan het befaamde 'Gruuthuse-handschrift' deel uitmaakte. Het perkamenten manuscript bestaat uit drie delen, met berijmde gebeden, liederen en gedichten en het bevat onderandere werk van de Brugse dichters Jan van Hulst en Jan Moritoen. Deze laatste was een vrijgevochten levensgenieter, die er nochtans in slaagde om schepen van Brugge te worden. In het 'Egidiuslied' spreekt hij zijn overleden vriend en rivaal in de liefde lyrisch toe.
Lodewijk van Gruuthuse Onbekende meester |

SONNE NO MANESonne no mane nie besceynReinre dinc up erderijc Dan een wijf in dueghden reyn. Een wijflic scijn hout mi alleyn In vruechden nu ende eewelijc. Sonne no mane nie besceyn Reinre dinc up erderijc. Met ganser trauwen ich das meyn: Ich blive haer eighin minnentlijc, Si es mijn liefste ende liever gheyn. Sonne no mane et cetera DE ZON NOCH DE MAANDe zon noch de maan bescheenop aarde ooit iets zuiverders dan een deugdzame vrouw. De aanblik van een vrouw schenkt mij nu en altijd vreugde. De zon noch de maan bescheen op aarde ooit iets zuiverders. In vertrouwen en zonder spijt: ik blijf haar in liefde toegewijd, zij is mijn liefste en anders geen. ![]() IN WEET BI BILICH HOE GHENERENIN weet bi bilich hoe ghenerenDe werelt es so sere verdrayt Ontrauwe rijst daer trouwe daelt Mi dinke ic moet der trauwe ontberen Of men wert nerghent mijns ghepayt In weet bi bilich hoe gheneren De werelt es so sere verdrayt Wat batet altoos trauwe begheren Daer men niet na trauwe en hayt Doch bleef goet dienst noit onbetaelt IK WEET BIJLANGE NIET WAT TE DOENIk weet bijlange niet wat te doenDe wereld staat helemaal op zijn kop Ontrouw in opmars en trouw naar af Me dunkt dat ik trouw moet laten varen Want anders komt men nergens aan de bak Ik weet bijlange niet wat te doen De wereld staat helemaal op zijn kop Wat baat het om altijd trouw te begeren Als niemand naar trouw verlangt Toch blijft een goede daad nooit zonder baat ![]() MELANCOLIE DWINCT MI DE ZINNEMelancolie dwinct mi de zinneAllein up ein ende anders gein Reinre wesen van beghinne Ic nie verzinde dat dit ein Et es alst was mi blivet reyn Mi en rouc wat wene ic ghewinne Als ic u zie u lieflic grein Recht bezouc doet dat ict kinne In trauwen rein niet als vileyn Et es alst was mi blivet reyn Met steiden blivic vaste hier inne Alle vruecht es mi te clein Rouct soe mijns niet wien ic minne In hopen vindic bate allein Et es alst was mi blivet reyn Mijn trauwe es vast mijn ontrauwe dinne Arech es met mi onghemein Rouct mijns mijns hertzen coningine Ic houdu over capiteyn Et es alst was mi blivet reyn Melancolie dwinct mi die zinne et cetera MELANCHOLIE DWINGT MIJN ZINNENMelancholie dwingt mijn zinnenVoor haar alleen en anders geen Een reiner wezen zal er nooit zijn Een ander kan ik niet beminnen Het is zoals het was, ik blijf rein Al ware melancholie mijn deel Als ik u aanschouw lieflijk juweel Aan u denken maakt mij deelgenoot In reine trouw en hoofs devoot Het is zoals het was, ik blijf rein Met standvastigheid blijf ik hierbij Alle andere vreugde is mij te min Als mijn beminde niet geeft om mij dan geeft alleen hoop een zin Het is zoals het was, ik blijf rein Mijn trouw is groot mijn ontrouw miniem Onhoofsheid smoor ik in de kiem Koningin van mijn hart waak over mij Ik beschouw u als kapitein Het is zoals het was, ik blijf rein Melancholie dwingt mijn zinnen et cetera In de hertaling (© Lepus) ging het acrostichon 'Marie' teloor. ![]() VIOLETTEViolette, zuver wit,Juechdich, soete ende amoreus, Omoedich, simpel, onbesmit, Lievelic, scone, gracieus, Edel, reine, glorieus, Trouwe ende stede ghi bezit. Troost hem dien ghi maect penseus, Ende u wil dienen in al dit. VIOOLTJEViooltje, zuiver wit,jeugdig, zoet en amoureus, bescheiden, simpel, onbevlekt, lieftallig, mooi, gracieus, edel, ongerept, glorieus; Je bezit trouw en standvastigheid. Troost hem die lijdt aan weemoedigheid en die zich om dit alles toch verblijdt. ![]() KERELSLIEDWi willen van den kerels zinghen,Si sijn van quader aert; Si willen de ruters dwinghen, Si draghen enen langhen baert. Haer cleedren die zijn al ontnait. Een hoedekijn up haer hooft ghecapt, Tcaproenstaet al verdrayt. Haer cousen ende haer scoen ghelapt. Refrein Wronghele ende wey, broot ende caes, Dat heit hi al den dach; Daer omme es de kerel so daes, Hi hetes meer dan hijs mach. Henen groten rucghinen cant Es arde wel sijn ghevouch. Dien neimt hi in sijn hant, Als hi wil gaen ter plouch. Dan comt tot hem sijn wijf, de vule, Spinnende met enen rocke, Een sleter omtrent haer mule, Ende gaet sijn scuetle brocken. Refrein Ter kermesse wille hi gaen, Hem dinct datti es een grave. Daer wilhijt al omme slaen Met sinen verroesten stave. Dan gaet hi drincken van den wine, Stappans es hi versmoort. Dan es al de werelt zine, Stede, lant ende poort. Refrein Met eenen zeeuschen knive So gaet hi duer sijn tassche. Hi comt tote sinen wive, Al vul brinct hi sine flassche. Dan gheift hi soe hem vele quader vloucke, Als haer de kerel ghenaect. Dan gheift hi haer een stic van den lijfcouke, Dan es de pays ghemaect. Refrein Dan comt de grote cornemuse ende pijpt hem turelurureleruut. Ay hoor van desen abuze Dan maecsi groot gheluut Dan sprincsi alle al over hoop Dan waecht haer langhe baert Si maken groot gheloop God gheve hem quade vaert! Refrein Wi willen de kerels doen greinsen Al dravende over tvelt. Hets al quaet dat zi peinsen, Ic weetze wel bestelt: Me salze slepen ende hanghen, Haer baert es alte lanc. Sine connens niet ontganghen, Sine dochten niet sonder bedwanc. Refrein Wronghele ende wey, broot ende caes, Dat eet hi al den dach; Daerom es de kerel so daes, Hi hetes meer dan hi mach. ![]() VRAUWE WEIT DAT IC DIJN EIGHIN ZIVrauwe weit dat ic dijn eighin ziWiltu dan minnen so mint mi Sone wertstu niet bedroghen Nacht ende dach peinsic om di Vergheitstu mi so scillen wi Vrauwe weit dat ic dijn eighin zi Wiltu dan minnen so mint mi Sone werstu niet bedroghen Altoos waric u gheerne bi Mochtic dan zijn van niders vri Si ne connens niet ghedoghen Vrauwe weit dat ic dijn eighin zi Wiltu dan minnen so mint mi Sone wertstu niet bedroghen VROUW WEET DAT IK DE JOUWE BENVrouw weet dat ik de jouwe benWil je beminnen, bemin mij dan Zo word je niet bedrogen Dag en nacht denk ik aan jou Vergeet je mij dan falen wij Vrouw weet dat ik de jouwe ben Wil je beminnen bemin mij dan Zo word je niet bedrogen Altijd was ik graag bij jou al zijn er die mij niet mogen en die onze liefde niet gedogen Vrouw weet dat ik de jouwe ben wil je beminnen bemin mij dan Zo word je niet bedrogen ![]() MIJN BOELMijn boel, daer al mijn vruecht an steit,Doet mir onstede. Al eist mi leit. Daerup zo acht hi cleine. Riet dat met den winde gheit Heift vele met hem ghemeine. Wat baedt gezonghen of gheseit? Trauwe, scaemte ende stedicheid Ontgaet hem scone ende reine. Mijn boel, daer al mijn vruecht an steit, Doet mir onstede. Al eist mi leit. Daer up so acht hi cleine. Wankel herte, onstedich pleit, * Hets al verloren aerbeit, Dat men om di beweine. Du begheers der trauwen heit, Maer dune does selve gheine. Mijn boel, daer al mijn vruecht an steit, Doet mir onstede. Al eist mi leit. Daer up so acht hi cleine. Riet dat metten winde gheit Heift vele met hem ghemeine. * onstedich pleit: wankel bootje. Een pleite is een platbodem (-vaartuig) MET MIJN BOELMet mijn boel kan ik mijn vreugde delen,maar hij is niet trouw en dat doet mij pijn. Wat ik ervan vind kan hem weinig schelen. Hij is zoals het riet, dat heen en weer beweegt met de wind. Wat baat het, gezongen of gezegd? Trouw, schaamte en een liefdeseed, dat is allemaal niet aan hem besteed. Met mijn boel kan ik mijn vreugde delen, maar hij is niet trouw en dat doet mij pijn. Wat ik ervan vind kan hem weinig schelen. Wispelturig hart, onstandvastigheid, het heeft allemaal geen zin, dat ik om je ween en je bemin. In ruil voor mijn aanhankelijkheid krijg ik jouw trouweloosheid. Met mijn boel kan ik mijn vreugde delen, maar hij is niet trouw en dat doet mij pijn. Wat ik ervan vind kan hem weinig schelen. Hij is zoals het riet, dat heen weer beweegt met de wind. mijn boel: mijn liefste; vrijer. Boel is een woord dat soms nog gebruikt wordt in Vlaanderen. Boelen betekent vrijen. Boeleren (=hoereren) is ervan afgeleid. ![]() DE STEEN DIE TRECT DIE NAELDE NAERDe steen die trect die naelde naer.Wien wondert das, al hanich vaer Vor oghen die bedrieghen? Oghen vlieghen hier ende daer, Maer herte en can niet lieghen. Een oghe upslaen es wandelbaer, Maer als tghesichte wil bliven staer Ende laten in waert vlieghen, So moet daer thert segghen waer, Want zoe en can niet lieghen. Lijflic beeilde, speghel claer, Mijn cracht es ieghen dijn begaer Als tskints es in der wieghen Dijn moetic bliven al mine jaer, Want herte en can niet lieghen. De steen die trect die naelde naer. Wien wondert das, al hanich vaer Vor oghen die bedrieghen? Oghen vlieghen hier ende daer, Maer herte en can niet lieghen. DE STEEN TREKT DE KOMPASNAALD AANDe steen trekt de kompasnaald aan.Verbaast het iemand, dat ik bang ben voor ogen die bedriegen? Ogen fladderen hier en daar, maar een hart dat kan niet liegen. Een oogopslag is wispelturig. Maar als de blik niet wil wijken en diep in zich laat kijken, dan zal het hart niet bedriegen, want een hart dat kan niet liegen. Lieflijke vrouw, spiegel klaar, mijn verlangen maakt me kwetsbaar als een kind dat in de wieg ligt. Ik blijf je toegewijd jaar na jaar, want een hart dat kan niet liegen. De steen trekt de kompasnaald aan. Verbaast het iemand dat ik bang ben voor ogen die bedriegen? Ogen fladderen hier en daar, maar een hart dat kan niet liegen. ![]() EGIDIUS WAER BESTU BLEVENEgidius, waer bestu bleven ?Mi lanct na di, gheselle mijn. Du coors die doot, du liets mi tleven. Dat was gheselscap goet ende fijn, Het sceen teen moeste ghestorven sijn. Nu bestu in den troon verheven Claerre dan der zonnen scijn, Alle vruecht es di ghegheven. Egidius, waer bestu bleven ? Mi lanct na di, gheselle mijn. Du coors de doot, du liets mi tleven. Nu bidt vor mi: ic moet nog sneven Ende in de weerelt liden pijn. Verware mijn stede di beneven: Ic moet noch zinghen een liedekijn. Nochtan moet emmer ghestorven sijn. Egidius, waer bestu bleven ? Mi lanct na di, gheselle mijn. Du coors die doot, du liets mi tleven. ![]() Pagina uit het Gruuthuse-handschrift (fragment) Egidiuslied met streepjesnotaties (=middeleeuwse notenbalk) EGIDIUS WAAR BEN JE GEBLEVENEgidius, waar ben je gebleven?Ik mis je, mijn vriend. Je koos de dood, je liet mij 't leven. De vriendschap was goed en fijn, maar de dood moest bij jou zijn. Nu ben jij op de troon verheven omstraald door zonneschijn. Alle vreugde is jou gegeven. Egidius, waar ben je gebleven? Ik mis je, mijn vriend. Je koos de dood, je liet mij 't leven. Bid nu voor mij: ik moet nog sneven in de wereld met zijn pijn. Bewaar een plaats om bij jou te zijn. Ik moet hier nog zingen een koraal, maar sterven moeten we allemaal. Egidius, waar ben je gebleven? Ik mis je, mijn vriend. Je koos de dood, je liet mij 't leven. ![]() IC BADT DER LIEFSTER VROUWEN MIJNIc badt der liefster vrouwen mijn.God gheve dat mir becliven moet, Of anders sal verlanghens pijn Verdwinen al mijns hertzen bloet. No vruecht, no heil, no scat, no goed En mach mi helpen niet een blat, Doet si mi niet dat ic huer bat. Ghebloiet staat een gardelijn, So vaste nye ghein in mi en stoet. God groetu, joncfrauwe edel, fijn, Dat rijs haenstu in dijn behoet. Sal dan mijn gaert ghedurich sijn, Blijft mi ghestalt toot heilde zoet. Want ich wil emmer bliven dijn, Dat saltu zeker werden vroet. No vruecht, no heil, no scat, no goet En mach mi helpen niet een blat, Doet si mi niet dat ic haer bad. IK DEED MIJN LIEFSTE EEN VERZOEKIk deed mijn liefste een verzoek.God geve dat het mij te beurt valt, want anders zal de hunkering me volledig weg doen kwijnen. Vreugde of voorspoed, geld of goed helpen me werkelijk geen spat, als zij niet doet waar ik om bad. Mijn twijgje staat in bloei en nooit stond het zo stout. 'Gegroet, edele jonkvrouw, dit twijgje is u toevertrouwd. Laat, opdat mijn twijgje blijft staan, mijn zoete liefde voor jou rijpen. Want ik wil met jou door 't leven gaan, dat zul je zeker wel begrijpen.' Vreugde of voorspoed, geld of goed helpen me werkelijk geen spat, als zij niet doet waar ik om bad. ![]() ALOEËTTE VOGHEL CLEINAloeëtte, voghel clein,Dijn nature es zoet ende rein, So es dijn edel zanc. Daer dienstu met den Here allein Te love om sinen danc. Daer omme hem ic met di ghemein. Ander voghel willic ghein Dan di, mijn leven lanc. Nider boos, onreine vilein, De rouc die es wel dijn compein, Neemt dien in u bedwanc! Laet minlic hertzen sijn bi eyn Sonder loos bevanc! Aloeëtte, voghel clein, Dijn name es zoet ende rein, So es dijn edel zanc. Daer dienstu met den Here allein Te love om sinen danc. LEEUWERIK VOGEL KLEINLeeuwerik, vogel klein,van nature ben je zacht en rein, zoals je edele zang. Zo dien je de Heer hierboven, door hem te danken en te loven. Daarom voel ik sympathie. Ik wil geen andere vogel dan jou, mijn leven lang. Jaloerse vent, gemene nijdas de roek is wel jou pias: Hou die maar in bedwang! Laat verliefde harten samen zijn, zonder valse schijn! Leeuwerik, vogel klein, Jouw naam is zoet en rein, zoals je edele zang. Zo dien je de Heer hierboven, door hem te danken en te loven! © Hertalingen van Lepus ![]() Ende vor die eweghe carine *![]() Ende uor die eweghe carine Nem met di die ziele mine In dese oracie es uerclaert Al hute salue regina Nemt uan bouem nederwaert Vorsienlic eist gheopenbaert Also als icker an uersta Niet dat ic dichtere bem uermaert Hu biddic sondich zere beswaert Vor mi een aue maria Leist dat mi god zo lange spaert So dat ic mi uan zonden dwa Te tijt eer mi hier tlijf ontga. *In het vorige gedicht onderscheidt men duidelijk het 'acrostichon' van Jan van Hulst. Acrostichon: puntdicht waarbij de beginletters van de regels een eigennaam vormen. |

Geschiedenis van het Gruuthuse-handschriftLodewijk van Gruuthuse bouwde een uitgebreide bibliotheek op, die vooral Franse werkenbevatte. Daarbij ging het niet alleen om recente Franse literatuur, maar ook om oude teksten uit de 14e eeuw en vroeger. Zijn zoon Jan V verkocht een deel van de collectie aan de Franse koning Louis XII. Gelukkig kwam het Dietse Gruuthuse-handschrift, dat in Brugge geschreven werd, niet in Franse handen. Eerst bevond het handschrift zich dus bij de Gruuthuses, daarna bij de familie Van Borsele, daarna bij de familie Van Caloen, daarna bij de familie Croeser de Berghes en daarna weer bij de familie van Caloen. Tenslotte werd het aangekocht door de K.B. in Den Haag Het perkamenten manuscript bevat 85 bladen en bestaat uit drie delen: Deel I bevat een zevental berijmde gebeden. Deel II is een waardevolle verzameling van bijna 147 liederen*. Het leeuwendeel zijn liefdesliederen, waaronder 41 rondeelliederen. Sommige ervan zijn doorspekt met Hoogduitse woorden, naar de toen heersende mode. Toentertijd waren er namelijk veel Duitse Hanzekooplui in Brugge. Deel III bevat achttien gedichten. De meeste zijn anoniem. *Boven de liederen zijn 'streepjesnotaties' aangebracht die de melodie aangeven. De noten (streepjes) staan niet boven de zinnen zoals heden ten dage gebruikelijk is. Het geeft musicologen echter de mogelijkheid om de liederen te reconstrueren. Vermeldenswaard is dat de drie delen van het handschrift ongeveer gelijktijdig, in hetzelfde Brugse scriptorum geschreven zijn. Vermoedelijk gebeurde dit op het einde van de veertiende eeuw door verschillende scriptores. Er zijn namelijk een tiental handschriften te onderscheiden. Vijf ervan zijn van beroepsschrijvers, de andere van 'gebruikers'. Eén van de gebruikers is waarschijnlijk Jan Moritoen. Ten laatste in 1462 zijn de drie delen van het manuscript in één band gebundeld. Twee van de dichters uit het handschrift zijn niet anoniem, namelijk Jan van Hulst en Jan Moritoen (°1355-1360; †1417). Jan van Hulst was een van de stichters van de eerste Brugse rederijkerskamer 'Genootschap van de Heilige Geest'. Uit oude stadsrekeningen blijkt dat hij enkele keren betaald werd om op te treden voor Filips de Stoute en Margaretha van Male en haar zoon Jan zonder Vrees. Hij maakt zich tweemaal bekend door middel van een acrostichon. De gebeden uit Deel I, 'Ave Maria' en 'Salve Regina' zijn van zijn hand, evenals het gedicht 'Een goed exempel' uit Deel III. Aan Jan Moritoen wordt o.a. het 'Egidiuslied' uit het tweede deel toegeschreven, alsook het lange gedicht 'O overvloiende fonteine' uit Deel III. Hij behoorde tot het gilde van de bontverwerkende lamwerkers. Op latere leeftijd werd hij schepen (wethouder) in het Brugse stadsbestuur. De Koninklijke Bibliotheek in Den Haag heeft het Gruuthuse- handschrift onlangs aangekocht. Voorheen bevond het zich op het kasteel Ten Berge te Koolkerke bij Brugge. Het maakte er deel uit van de collectie van de familie Van Caloen. De K.B. in Den Haag werkt momenteel aan een gedigitaliseerde versie, die vrij consulteerbaar zal zijn. (Bron: De Morgen 15-02-2007) (sinds begin maart 2007). ![]() Hoe dan ook, het is een spijtige zaak dat een topstuk, zoals Het Gruuthuse-Handschrift, Vlaanderen verlaat. De minister van cultuur is in deze niet alert geweest. Ook geldgebrek kan geen excuus zijn als men kwistig is met subsidies voor allerlei onbenulligheden. Een treffend voorbeeld hiervan is de sponsoring (60.000€) van de popzangeres Kate Ryan... De Vlaamse overheid schoot hier tekort en heeft dit manuscript met een grote cultuurhistorische, musicologische en literaire waarde op een nonchalante manier laten ontglippen. Ook andere instanties, zoals de stad Brugge en de KB in Brussel hebben boter op het hoofd... |

Het middeleeuwse Gruuthuse-handschrift is verkocht aan de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag, zo melden verschillende kranten. Het handschrift dateert uit de tweede helft van de 14de eeuw en bevat liederen, gebeden en gedichten, waaronder Egidius, waer bestu bleven. Het is een van de belangrijkste bronnen voor de Middelnederlandse letterkunde. Volgens de KB was dit het laatste topstuk van de middeleeuwse cultuur dat tot op heden in particuliere handen was. Johan Vannieuwenhuyse, algemeen voorzitter van de VVBAD, reageerde onmiddellijk met een brief aan de Minister van Cultuur: Mijnheer de Minister, Wij vernemen opnieuw (na het archief Manteau) via de krant van deze morgen dat een belangrijk stuk Vlaams erfgoed naar het buitenland geëxporteerd wordt, met name het Gruuthusehandschrift. Wij betreuren dit ten zeerste en vragen nogmaals met aandrang dat het ‘Topstukkendecreet' van 24 januari 2003 ook voor archieven en bewaarbibliotheken operatief zou worden, en dat dringend een regeling zou uitgewerkt worden voor de problematiek van topstukken in particulier bezit. Reeds op 30 april 2004 bood de Vlaamse Vereniging voor Bibliotheek-, Archief- en Documentatiewezen (VVBAD vzw) een proeflijst ter zake aan in opdracht van de administratie Cultuur. Tot op heden vernamen wij nog niet dat de lijst effectief in voege getreden is. Het decreet en de lijst bieden echter geen oplossing voor het zich nu opnieuw voordoende fenomeen van verkoop van topstukken uit particulier bezit in het buitenland. Ik citeer uit het door ons voorgelegde eindrapport betreffende de proeflijst: "De VVBAD onderschrijft de kritiek dat de collecties in particulier bezit de facto de meest bedreigde zijn en dat een proeflijst van topstukken dan ook vooral hierop zou moeten focussen. Zij betreurt dan ook dat het niet haalbaar was een onderzoek naar deze stukken en collecties uit te voeren. ...Als de Vlaamse overheid een panoramisch zicht wil krijgen op de archivalische en documentaire collecties in particulier bezit, moet zij bereid zijn de nodige middelen uit te trekken voor een specifieke en langer lopende studieopdracht. Reeds opgestarte initiatieven als Archiefbank Vlaanderen, het Podiumarchief en Resonant zijn voorbeelden die een bredere navolging verdienen. Particuliere eigenaars en verzamelaars nemen momenteel tegenover het topstukkendecreet een veeleer afwachtende houding in. Om tot enig resultaat te leiden, zal met hen door veelvuldige contacten en lobbywerk een vertrouwensrelatie opgebouwd moeten worden. Dit zal sowieso de nodige tijd vergen, maar op termijn meer dan lonend blijken. ...De VVBAD raadt de Vlaamse overheid ook aan om toch een stok achter de deur te houden. Zij kan zich niet ontdoen van de indruk dat in het huidige topstukkendecreet al te zeer wordt gerekend op de medewerking van particuliere eigenaars en verzamelaars in de hoop dat belangrijke topstukken in particulier bezit op die manier de Vlaamse Gemeenschap niet zouden verlaten. ...De VVBAD vreest dat dit standpunt, hoe goedbedoeld ook, enigszins naïef is en pleit dan ook voor een spoedprocedure, die de Vlaamse overheid het recht zou geven om zeer kort op de bal te spelen wanneer een topstuk in particulier bezit, dat niet opgenomen is op de proeflijst, het grondgebied dreigt te verlaten. Het zou aldus mogelijk moeten zijn om in een tijdsspanne van enkele dagen de hele opnameprocedure te doorlopen en het bedreigde topstuk alsnog op de topstukkenlijst te plaatsen. ...Wanneer een topstuk in particulier bezit opgenomen is op de topstukkenlijst, bestaat het probleem niet meer, omdat de overheid dan een recht op aankoop kan uitoefenen, als zij de uitvoervergunning weigert." Mogen wij met aandrang vragen dat er acties opgezet worden zodat dergelijke onverkwikkelijke zaken zich in de toekomst niet meer kunnen voordoen? Met de meeste hoogachting, Johan Vannieuwenhuyse Voorzitter VVBAD vzw |

|
Zoals eerder vermeld ontstond 'Het Gruuthuse-handschrift' in de Bourgondische tijd (XVe eeuw). Dat is op het einde van de late Middeleeuwen. In de zestiende eeuw bevinden wij ons al in de bloeitijd van de 'Renaissance'*. Als u meer wil weten over 'de poëzie in de Middeleeuwen' van de twaalfde t.e.m. de vijftiende eeuw klik dan op "Middeleeuwen". ![]() Ingang van het Gruuthuse |

|
*Renaissance betekent wedergeboorte. De 'Rinascimento' ontstond in Italië (XIVe eeuw), waar zij ook haar grootste bloei kende, vooral in steden zoals Firenze, Rome, Venetië, enz. Dante, Petrarca en Boccaccio schitterden op literair gebied. In de schilder- en beeldhouwkunst zorgden da Vinci in Milaan, Titiaan in Venetië, Rafaël in Rome en Michelangelo in Firenze en Rome voor meesterwerken. De belangrijkste vertegenwoordigers van de Renaissance bouwkunst zijn: Brunelleschi, Alberti, Donatello, Verrocchio, Cellini, Bramante, Vignola en Palladio. Rond 1600 deed de barok dan zijn intrede. De bekendste kunstenaar uit deze periode was Bernini (°1598; +1680). Hij was beeldhouwer, schilder en architect. Zijn grootste concurrent was de architect Borromini. In de loop van de vijftiende en zestiende eeuw drong de Renaissance ook door in Vlaanderen en Brabant, waar zij haar hoogtepunt kende op het gebied van architectuur en schilderkunst. De poëzie werd sterk beïnvloed door de rederijkers**. Als je interesse hebt voor de poëzie in die periode, klik dan op "Gouden Eeuw." |

** REDERIJKERSKAMERS IN VLAANDEREN Ondanks het strijdgewoel en de economische neergang (na de beeldenstorm, de Spaanse furie en de val van Antwerpen) in de Zuidelijke Nederlanden hebben sommige rederijkerskamers (cameren van rhetorike of cameren van rethorijcken) zich enkele eeuwen kunnen handhaven. De oudste rederijkerskamer was ‘Alpha en Omega’ uit Ieper. Zij werd gesticht in de veertiende eeuw. Vooral in de zestiende eeuw was de kunst voor de rederijkers middel en geen doel. Met hun 'spelen van sinne' wouden ze het volk onderwijzen en stichten. Maatschappelijke of kerkelijke misstanden werden gehekeld. De meest prestigieuze kamers werden ‘hoofdkamer’ genoemd. Voor de Vlaanders waren dat ‘De Alpha en Omega’ in Ieper en ‘De Fonteine’ in Gent. Voor Brabant nam ‘Die Rose’ van Leuven het voortouw, terwijl ‘De Goudbloem’ te Sint Niklaas hoofdkamer was van het land van Waas. De hoofdkamers gaven de toon aan en oefenden een soort patronaat uit. Zij bevestigden ondermeer de stichting van nieuwe kamers. Landjuwelen waren literaire wedstrijden (toneel en poëzie) tussen kamers uit vele gewesten. Ze groeiden uit tot feestelijkheden die dagen en soms zelfs weken duurden. Een beknopt overzicht: Diest: 'De Lelie' en 'De Christusogen' (=lychnis coronaria), Leuven: ‘Die Rose' Brussel: 'Den Boeck', 'De Corenbloem' en 'Mariacranske-De Wijngaard' Vilvoorde: 'De Goudbloem' Mechelen: 'Het Boonbloemken', 'De Peoene' en 'De Lisbloem' Lier: ‘Het Jenettebloemken’ (=lychnis diurna) Antwerpen: 'De Olyftack' en 'De Violieren' Sint Niklaas: 'De Goudbloem' Gent: 'De Fonteine' en 'De Balsemblomme' Oudenaarde: 'De Heilige Geest' en 'Het Kersouwken' Pamel (Oudenaarde): ‘Jonst souct const’. Middelburg: ‘Bloemken Jesse’ (°1430) was de oudste kamer in Zeeland Brugge: 'Drie Santinnen' en 'De Heilige Geest' Roeselare: 'De zeegbare Herten' Ieper: ‘De Alpha en Omega’, 'De Rosieren' en 'De Korenbloem' Duinkerke: 'Het Kersouwken' (=madeliefje) Meer over de rederijkerskamers in De Zuidelijke Nederlanden en De Noordelijke Nederlanden. ![]() |

