Nicolaats Beets - Poëzie

Nicolaas Beets


Nicolaas Beets werd geboren in 1814 als zoon van een Haarlemse apotheker.
In maart 1839 promoveerde hij tot doctor in de theologie. In 1840 werd hij aangesteld
als predikant in Heemstede en vanaf 1854 in Utrecht. Van 1874 tot 1884 was hij hoogleraar
in de theologie in Utrecht. Met Aleida van Foreest trouwde hij in 1840. Uit dit huwelijk
werden 9 kinderen geboren. Na haar overlijden in 1863 (in het kraambed), trouwde hij
met Jacoba van Foreest, uit welk huwelijk 6 kinderen ontsproten.
In 1839 verscheen onder het pseudoniem Hildebrand de "Camera Obscura". Het is
een verzameling van essays en novellen, waarin hij op humoristische wijze het Hollandse
leven uitbeeldde.
Behalve "Camera Obscura" schreef Beets een groot aantal middelmatige gedichten,
studies op het gebied van taal en letterkunde en godsdienstig proza.
Hij werd samen met andere domineedichters gecontesteerd door 'De tachtigers'.
Nicolaas Beets overleed in 1904.
Pas op hoge leeftijd schreef hij zijn beste gedichten, o.a. 'De moerbeitoppen ruisten'
en 'Onvermogen'.




DE MOERBEITOPPEN RUISTEN

"De moerbeitoppen ruisten;"
    God ging voorbij;
Neen, niet voorbij, hij toefde;
Hij wist wat ik behoefde,
    En sprak tot mij;

Sprak tot mij in de stille,
     De stille nacht;
Gedachten die mij kwelden,
Vervolgden en ontstelden,
    Verdreef hij zacht.

Hij liet zijn vrede dalen
    Op ziel en zin;
'k Voelde in zijn vaderarmen
Mij koestren en beschermen,
    En sluimerde in.

De morgen die mij wekte
    Begroette ik blij.
Ik had zo zacht geslapen,
En Gij, mijn Schild en Wapen,
    Waart nog nabij.

Uit 'Wierookgranen'



ONVERMOGEN

Op eenmaal soms ontwaakt in mij,
Wanneer ik 't minst verwachte,
Van schoonheid en van poëzy
De wordende gedachte.

Een onbepaalde en zoete lust
Sluipt hart en aadren binnen,
Als werd ik in de droom gekust
Door een der Zanggodinnen.

Er ruisen tonen om mij heen,
En schone vormen zweven
In glanzig nevelwaas dooreen,
Die mij het hart doen beven.

De schoonste wenkt mij in 't verschiet
Om tot haar door te dringen;
Ik strek mijn armen uit - zij vliedt,
En al mijn snaren springen.

Uit 'Najaarsbladen'



ZAANS LIEDEKEN


Het IJ is breed, de Zaan is breed:
Wie wil de Zaan bevaren?
De meisjes zijn er net gekleed
Zoals voor honderd jaren;
Haar ogen blauw en blank haar vel:
Ik mag de Zaanse meisjes wel.

Het IJ is breed, de Zaan is breed:
Wie wil de Zaan bevaren?
Men vindt er molens bij de vleet,
En rijke molenaren;
Maar wie de slanke dochters ziet,
Denkt aan de dikke molens niet.

Het IJ is breed, de Zaan is breed;
Wie wil de Zaan bezoeken,
Tsaar Peter droeg er 't ambachtskleed
en at er pannekoeken;
Maar 't heeft hem levenslang berouwd,
Dat hij geen Zaanse had getrouwd.


Uit de bundel: 'Dichtwerken 2'




Nederlandse dichters

Vlaamse dichters


Homepage


Poëzieweb-Poetryweb: pageviews since/sinds 21-03-2002  

Statist. Poëzieweb-Poetryweb  Free counter and web stats      © Gaston D'Haese: 18-09-2002.
Laatste wijziging: 30-10-2009.  E-mail: webmaster