| Paul van Ostaijen - Home Paul van Ostaijen - Bibliografie Avantgarde en Dada |

BiografieLeopold Andreas van Ostaijen werd op 22 februari 1896 geboren in de Lange Leemstraat 53 te Antwerpen, als zoon van een Nederlandse vader (uit Noord-Brabant) en een Limburgse moeder. Paul (Leopold) was hun zevende en laatste kind. Eerst volgde hij les op katholieke scholen, maar hij was geen voorbeeldige leerling. Zijn medeleerlingen keken op naar Gezelle en Van de Woestijne, terwijl hij dweepte met Else Lasker-Schüler, Rilke, Rimbaud en Verlaine. Ondermeer omdat hij verboden lectuur las en verspreidde, werd hij van het jezuïtencollege gestuurd. Vervolgens ging hij naar het koninklijk atheneum, waar hij zich met geestverwante medescholieren aansloot bij de 'Vlaamsche Bond'. Hij voltooide echter zijn middelbare schoolopleiding niet en ging aan de slag als bediende op het stadhuis van Antwerpen. Tijdens Wereldoorlog I publiceerde hij verschillende artikels in 'De Vlaamsche Gazet' en 'Het Laatste Nieuws'. Hij was medewerker van 'Carolus', 'Antwerpsche Courant', 'Ons Land', 'Ons Leven', 'Het Vlaamsch Leven', 'Aula' en 'De Goedendag'. In dit laatste maandblad profileerde hij zich als flamingant en Groot-Nederlander. Er was een schril contrast tussen het bruisende uitgaansleven in het statiekwartier met zijn café Hulstkamp* en zijn music halls aan de ene kant, en de somberheid van 'de bezette stad' aan de andere kant. Paul van Ostaijen gedroeg zich in die schizofrene sfeer echter als een flamboyante dandy**, die gretig van het nachtleven (en van cocaïne) proefde. Zijn eerste journalistieke en vooral door het Duitse expressionisme beïnvloede literaire bijdragen verschenen in flamingantische bladen. Hij debuteerde in 1916 met de bundel Music-Hall, die in 1918 werd gevolgd door "Het Sienjaal". In november 1917 was hij betrokken bij een activistische betoging tegen kardinaal Mercier, wat hem een geldboete en veroordeling tot gevangenisstraf opleverde. Vlak voor het einde van de Eerste Wereldoorlog (november 1918), vluchtte hij met zijn vriendin Emmeke Clément*** naar Duitsland, om vervolging in België te ontlopen. Na hun aankomst in het Potsdamer Bahnhof in Berlijn betrokken Van Ostaijen en Emmeke een goedkope kamer in de Wilhelmstrasse, waar ze een half jaar verbleven. Nadat ze ruzie kregen met hun hospita verhuisden ze naar de Joachim Friedrichstrasse waar ze twee kamers huurden. Van Ostaijen kon ook in Berlijn niet van de cocaïne afblijven. Een vriend, de niet onbemiddelde Peter Baeyens, bracht hem vanuit Antwerpen meermaals een bezoek en bezorgde hem de begeerde 'merkandijs'. Berlijn was toenmaals een zeer grimmige maar artistiek bloeiende stad waar hij in armoede leefde. Zijn baantjes als sigarettenventer, oppikker (schlepper) voor een nachtlokaal en schoenverkoper zijn waarschijnlijk ontsproten aan zijn dichterlijke fantasie. Hij leefde namelijk op de kap van Emmeke die werkte als mannequin bij het modehuis Hammer. Daarnaast schnabbelde zij als fotomodel want zij was een mooie frivole vrouw. In Berlijn radicaliseerde Van Ostaijen op politiek en artistiek gebied. Hij sympathiseerde met de Spartakisten Karl Liebknecht en Rosa Luxemburg en maakte de bloedige onderdrukking van hun revolutie mee. Zijn humanitaire idealen, zoals hij die had geformuleerd in 'Het Sienjaal', leden schipbreuk waardoor hij in een crisis geraakte. Daarenboven was hij dikwijls ziek, had heimwee en in zijn relatie met Emmeke was het ook niet altijd rozengeur en maneschijn. Deze laatste leerde in april 1919 namelijk een Duitse fysicus kennen waarmee ze in 1923 in het huwelijk trad. Van Ostaijen had ook contacten met verschillende Duitse kunstenaars, ondermeer in 'Café des Westens' waar hij geregeld kwam. Hier ontmoette hij ondermeer de dichteres Else Lasker-Schüler, die geen goede indruk op hem maakte en die hij beschreef als ‘een klein, vuil jodin’. In Café des Westens maakten de Antwerpse geliefden ook kennis met de twintig jaar oudere dichter en kunstcriticus Theodor Däubler, waar zij enkele keren op visite gingen. Van Ostaijen was ook bevriend met Heinrich Campendonk en Frits Stuckenberg. Vooral met de schilder Stuckenberg, aan wie hij verschillende gedichten opdroeg, kon hij goed opschieten. Deze laatste maakte ook een schilderij waarop Paul en Emmeke zijn afgebeeld. Het erotisch geladen werk bevindt zich in het 'Landesmuseum für Kunst und Kulturgeschichte in Oldenburg' (Bildnis P. und E. van Ostaijen). Van Ostaijen was in het door hem verfoeide Berlijn niet de spil van het artistieke gebeuren, wat in Antwerpen wel het geval was geweest. Desalniettemin was het in Berlijn, dat hij zijn dadaïstische**** meesterwerk 'Bezette Stad' schreef. Het is een bundel over Antwerpen in oorlogstijd. De overheersende thematiek is het nihilisme in al zijn vormen. Typografisch was deze bundel nog opvallender dan 'De Feesten van Angst en Pijn'. Van Ostaijen gebruikte niet alleen verschillende lettertypen en kleuren, maar ook bizarre woordassociaties. Hier en daar werkte hij fragmenten van gedichten zelfs uit tot affiches, zodat ze op reclameslogans leken. Hij kwam naar België terug in 1921 na een amnestie en volbracht met tegenzin zijn dienstplicht in het Belgische leger. Na zijn terugkeer keerde van Ostaijen zich geleidelijk af van Dada****. Hij propageerde dan de 'zuivere lyriek': "Poëzie is woordkunst en geen middel om andere doelen te bereiken zoals vrijheid en/of destructie." Hij beschouwde poëzie als een soort mystieke extase. "Poëzie heeft eigenlijk niets te vertellen, buiten het uitzeggen van het-vervuld-zijn-van-het-onzegbare." Na 1923 schreef hij meestal grotesken (onder meer de postuum uitgegeven korte roman 'De Bende van de Stronk'), In 1924 was hij beheerder in een Antwerps boekenantiquariaat. Daarna (1925) baatte hij in Brussel `A la Vierge poupine' uit, dat in de loop van 1926 werd opgedoekt. In deze galerie organiseerde hij exposities van internationaal bekende schilders en beeldhouwers en gaf hij lezingen over moderne kunst en poëzie. Hij publiceerde daarnaast ook proza, gedichten, essays en scherpe recensies in meerdere bladen. Eind 1925 bleek hij te lijden aan longtuberculose. Hij bleef doorwerken, tot hij in 1927 meermaals rust moest zoeken op het platteland. Vanaf september 1927 verbleef hij in het sanatorium Le Vallon in Miavoye Anthée. Zelfs in deze penibele omstandigheden werkte hij nog mee aan het tijdschrift 'Avontuur', dat hij samen met Gaston Burssens (1896-1965) en Edgar du Perron (1899-1940) had opgericht. Hij overleed geheel onverwacht in het sanatorium in de nacht van 17 op 18 maart 1928.
Zijn evolutie als dichterGedurende de korte periode van zijn dichterschap is een snelle evolutie merkbaar. Music-Hall (1916) was de poëtische neerslag van zijn escapades in het nachtleven. Hij had hier al een uitgesproken'unanimistische* visie'. Zaal, artiesten en publiek werden weergegeven als een geheel met één ziel. Van Ostaijen demonstreerde dat hij voeling had met wat toen in de Europese literatuur modieus was: neo-romantiek, impressionisme, fin-de-siècle en decadentie. De bundel had echter hier en daar nog kenmerken van een jeugdwerk en de verzen waren niet altijd gaaf. *Van Ostaijens' unanisme werd beïnvloed door de Franse auteur Jules Romains, die behoorde tot de groep Abbaye. Het unanisme past een literair-psychische kijk toe op het min of meer zelfstandige evolueren van een ‘groep’ personen, welke bezield en samengehouden wordt door één zelfde gevoel, gedachte, ideologie, vooroordeel, belang of streven. In Het Sienjaal (1918), dat waarschijnlijk zijn beste werk is, illustreerde hij zijn politieke engagement en hing hij het humanitair expressionisme aan. Zijn vormvernieuwende bundel 'De Feesten van Angst en Pijn' ontstond in de periode tussen 1918 en 1921, maar verscheen pas postuum in 1928. Zijn geloof in broederschap en vooruitgang maakte plaats voor ontreddering, cynisme en nihilisme. Na het dadaïstische Bezette Stad (1921), dat aan de wieg stond van 'de ritmische typografie', schreef hij verschillende grotesken* zoals Het Gevang in de Hemel. Tensotte volgden de Nagelaten Gedichten, waaruit hij de dichtbundel Eerste Boek van Schmoll wilde samenstellen. In deze periode propageerde hij de 'zuivere lyriek' of wat hij het 'organisch expressionisme' noemde. Van Ostaijen trachtte met deze stijl een ongerijmde wereld te omvatten in ongerijmde poëzie. Dit resulteerde in zogenaamde 'autonome gedichten'. De bedoeling hiervan was poëzie te scheppen, die los stond zowel van de dichter als van de uiterlijke werkelijkheid. Hij beschouwde de poëzie dan als een zelfstandig spel en als instrument om een intuïtieve kennis te bereiken. Samengevat in een notendop: -Zijn jeugdwerk (=> Music-Hall; 1916). -Het humanitair expressionisme (=> Het Sienjaal; 1918); -Zijn overgangswerk of Dadaperiode (=> Bezette Stad; 1921) tussen 1918 en 1921. -Het organisch expressionisme na 1921.* Een groteske is een grillig en fantastisch dichtwerk of muziekstuk. *De Hulstkamp
**Dandy en DichterPaul van Ostaijen flaneerde over de Keyserlei en de Groenplaats in zwierige jas met fluwelen kraag. Hij werd 'meneer 1830' genoemd wegens zijn buitenissige kleding. Maurice Gilliams beschreef hem in 'De man voor het venster' als volgt: " 's Avonds op de Keyserlei, ontmoette ik Orpheus in biedermeierkostuum. Hij werd aangegaapt om zijn onmodische rode das, om zijn roodfluwelen ondervest en zijn vreemde zwarte kleding. Somtijds droeg hij een parelgrijze mac-farlane * en wanneer de wind in het kapje speelde, kreeg hij als het ware vleugelen gelijk een keizerlijke adelaar. 's Winters zag men hem met een bontmuts en een hoge stijve boord. Hij was de dandy, de lord in het machtig grauwe Antwerpen."* macfarlane: de (m.); -s naar de 19e-eeuwse uitvinder ervan Mac Farlane lichte overjas met kap, zonder mouwen, om over een herenrok te dragen ***Emma Clément
|

****Avantgarde en DadaDe avantgarde is een verzamelnaam voor een aantal kunstrichtingen tussen 1910 en 1940. Zij braken met de oude artistieke conventies en wilden de kunst populariseren. Deze beweging had een internationaal karakter, want avantgardistische kunstenaars hadden veel contacten met elkaar en beïnvloedden op deze manier elkaars werk. Toch zijn er binnen de avantgarde verschillende stromingen aan te wijzen die aan een bepaald land gebonden waren. Het futurisme waaraan o.a. Filippo Marinetti (cfr. Manifesto Futurista -1909) in Italië en Vladimir Majakovski in Rusland deelnamen, richtte zich vooral op taal, snelheid en techniek. Vermeldenswaard is dat Marinetti zich ondermeer baseerde op "Les villes tentaculaires", van de Franstalige Vlaming Emile Verhaeren. De Fransman André Breton was de belangrijkste vertegenwoordiger van het surrealisme. Hij wilde op een heel andere manier met de tradities breken, namelijk door het onderbewuste, de droom en het toeval als thema's te gebruiken. Dada was de meest radicale beweging van de avantgarde. Het was een nihilistische kunststroming die ontstond in Zurich en bloeide van 1916 tot ca. 1924. Ze verzette zich tegen de geldende normen en esthetische opvattingen, mede onder invloed van de als zinloos ervaren 'Eerste Wereldoorlog'. De Roemeen Tristan Tzara was de voornaamste gangmaker, die zijn lezers trachtte te provoceren met: "Dada betekent niets !". In werkelijkheid had hij het woord dada (=kleutertaal voor paard; ook stokpaardje) in een Frans woordenboek gevonden, toen hij naar een naam zocht voor een tijdschrift van de beweging. De dadaïsten verwierpen dus elk systeem en elke vorm van kunst. Uiteraard was dit een paradox, want zij maakten immers zelf ook kunst. Zij waren vooral gericht op vrijheid en destructie. ![]() Dada in de schilderkunst - Marcel Duchamp LHOOQ: 'Elle a chaud au cul' |

Bibliografie:
Music Hall (poëzie - 1916)
Het sienjaal (poëzie - 1918)
Expressionisme in Vlaanderen (in het tijdschrift De Stroom - 1918)
De kudde van Claire (groteske - 1919)
Camembert of de gelukkige minnaar (groteske - 1919)
Bezette stad (poëzie - 1921)
Heinrich Campendonk (proza - 1921)
Tot overwegen voor hereruiters (proza - 1924)
De trust der vaderlandsliefde (proza -1925)
Het bordeel van Ika Loch (proza -1926)
Vogelvrij (proza -1927)
Gebruiksaanwijzing der lyriek (proza -1927)
Gedichten (1928)
Vier proza's (1928)
Feesten van angst en pijn (poëzie - 1928)
Verzamelde Gedichten, De Gemeenschap, De Sikkel, Antwerpen, 1928
Intermezzo (proza - 1929)
Krities proza I (1929)
Krities proza II (1931)
De bende van de stronk (proza - 1932)
Diergaarde voor kinderen van nu (proza -1932)
Brieven uit Miavoye (proza -1932)
Self-defence (proza - 1933)
Gedichtje van St. Niklaas (poëzie -1942)
In memoriam Paul van Ostaijen (bloemlezing - 1948)
Verzameld werk. Poëzie I (Music Hall; Het sienjaal; De feesten
van angst en pijn - 1952)
Verzameld werk. Poëzie II (Bezette stad, Nagelaten gedichten - 1952)
Verzameld werk. Proza I (Gebundeld proza, Verspreid proza,
Nagelaten proza, Aanvulling-1954)
Music-Hall (bloemlezing - 1955)
Verzameld werk. Proza II (Tijdschriftbijdragen, lezingen, opstellen
en boekbesprekingen - 1956).
De bende van de stronk, Het bordeel van Ika Loch en De kleine domme daad.
Bloemlezing (1957).
Music Hall (pocket). Uitgeverij Ooievaar Amsterdam (1964).
De 9e druk verscheen in 1996.
P. van Ostaijen, een documentatie. Uitgeg. door Gerrit Borgers, Amsterdam (1971).
P. van Ostaijen. Verzameld werk. Uitgeg. door Gerrit Borgers, Amsterdam (1978).
P. Van Ostaijen - De bende van de stronk en andere grotesken.
Uitgeverij Beckers Antwerpen (1980).
Spiegel van uw eenzaamheid - Uitgegeven door het Davidsfonds (Leuven - 1988).
Bloemlezing samengesteld door Stefaan Evenepoel
P. van Ostaijen. Bezette Stad (met houtsneden en tekeningen van Oskar Jespers).
Rotterdam: Van Hezik-Fonds 1990. (Oorspronkelijke uitgave 1921)
Witte hoeven achter de zoom (1989 & 1991) - Bloemlezing van Poëziecentrum Gent.
Verzamelde gedichten (Uitg. Bert Bakker, Amsterdam - 1992)
Verzamelde Gedichten, De Gemeenschap, De Sikkel, Antwerpen, 1928
(waarin 'De feesten van angst en pijn')
12de druk, 1996, bij Prometheus/Bert Bakker.
Music-Hall uit 1964: terug op de markt gebracht door uitgeverij 'Ooievaar'
bij de viering van de honderdste geboortedag van Van Ostaijen (1996)
Dichters van Nu - 8. Bloemlezing uit de poëzie van Paul van Ostaijen,
door Marc Reynebeau, Poëziecentrum, Gent, 1997.
P. van Ostaijen - Verzamelde gedichten (2005). Amsterdam: Bert Bakker.
Oorspronkelijke uitgave 1952.
P. van Ostaijen - De Feesten van Angst en Pijn (fullcolour uitgave).
Uitgeverij Vantilt, Nijmegen (2006).
Paul van Ostaijen (paperback). Amsterdam: Bert Bakker (2006).
Paul van Ostaijen - De bankroet jazz. Inleiding: Marc Reynebeau.
Uitgeverij IJzer. Inclusief DVD. (2009). |


