Bloemen


Bloesemtuinen, bloesemduinen.
Zachte dauwgestreelde bomen,
blazen uit bonte bloemenkruinen
zwaarbevruchte geurenstromen.

Groene en gouden struwelen
zijn bezoomd met ochtendvlammen,
die in de blaren komen spelen
en robijnen hangen aan de stammen.

Leven laat zich met glans omringen
(kleurrijke petaaltjes vlinderen)
op het land. Aan haar handen zingen
en huppelen vrolijke kinderen.

Massa's viooltjes aan de zomen,
gekwetter in een haag van rozen;
Zingende vogels in de bomen,  
tot zangkoor van het jaar verkozen 

Riddersporen, fier geboren,
zonnen hun statige topjes;
Anjelieren, slank van spieren,
neigen met gracieuze kopjes.

Zijpapavers tussen klaver
vurig in windgestreelde rijen,
weven 'n dromenwaas om lome,
zatgedronken gouden bijen.

Maagdelijke anemonen bekoren,
naakt voor d' ogen van 't ochtendgloren.
Madeliefjes, hartendiefjes,
lachen vrolijk met de morgen.

Bloesemweelde op alle bomen
staat in kleur en glans geschreven.
Zwevende rozenaromen
vullen de wandeldreven.


H.H. Joubert   (1874 - 1929)

© Vertaald uit het Afrikaans door Lepus


Naar boven

Naar vertalingen

A.G. Visser
Rosa Rosarum
(Nederlands)


Blomme
Afrikaanse gedigte


Meer oor Afrikaans


Homepage


Pageviews since/sinds 21-03-2002  

© Gaston D'Haese: 31-08-2004.
Laatste wijziging: 14-01-2016.

E-mail: webmaster