Charivarius - Gedichten
Charivarius

De taal der talen

Het meervoud van slot is sloten Maar toch is het meervoud van pot, geen poten Evenzo zegt men; een vat twee vaten Maar zal men niet zeggen: een kat twee katen Wie gisteren ging vliegen, zegt heden ik vloog. Dus zeggen ze misschien ook van wiegen ik woog. Neen mis! want ik woog is afkomstig van wegen. Maar is nu ik "voog", een vervoeging van vegen. En van het woord zoeken vervoegt men ik zocht En dus hoort bij vloeken, misschien wel ik vlocht Alweer mis! want dit is afkomstig van vlechten Maar ik hocht is geen juiste vervoeging van hechten Bij roepen hoort riep, bij snoepen geen sniep Bij lopen hoort liep, maar bij slopen geen sliep Want dit is afkomstig van het schone woord slapen Maar zeg nu weer niet, ik riep bij het woord rapen. Want dat komt van roepen, en u ziet terstond Zo draaien wij vrolijk in een kringetje rond Van raden komt ried, maar van baden geen bied Dat komt van bieden, (ik hoop dat u 't ziet) Ook komt hiervan bood, maar van wieden geen wood. U ziet de verwarring is akelig groot Nog talloos veel voorbeelden kan ik u geven Want gaf hoort bij geven, maar laf niet bij leven Men spreekt van wij drinken, wij hebben gedronken Maar niet van wij hinken, wij hebben gehonken Het volgende geval, dat is bijna te bont Bij slaan hoort, ik sloeg, niet ik sling of ik slond Bij staan niet ik stong ik sting maar ik stond Bij gaan hoort ik ging, en niet ik goeg of ik gond Een mannetjeskat, noemt men meestal een kater Hoe noemt men een mannetjesrat, soms een rater zo heeft het NEDERLANDS verschillende kwalen Nietemin is en blijft het, DE TAAL DER TALEN.

Opgedragen aan de vreemdeling die Hollands leert

O, vreemdeling, die onze taal bestudeert, Lees verder, ik wed dat mijn rijm je wat leert. 'k Hoop niet, dat de studie je tegen zal vallen. Zo zegt men bal—ballen, maar, ach! niet: dal—dallen. En 't enkelvoud, vreemdling, van koeien is: koe. Maar de boef draagt wel boeien, de drenkling geen boe. En Vondel, je weet het, schreef prachtige reien, Maar niemand bestelt in een lunchroom ooit eien. En kinden is niets, noch ook winderen—wel lammeren, Wel: wortelen, geen eiekelen, noch borstelen of kammeren. Zo kom je van zelf op de lastige paderen: Rad—raden? Stad—staden? Is vad stam van vaderen? Ook heb je wel potten, maar nergens zijn slotten. En niemand zegt roten, marmoten of lotten. De boer houdt geen haanders, maar zeker wel hoenderen, En draagt op het land meestal klompen—nooit schoenderen. Het meervoud van krent is eenvoudig krenten. Maar: vent in het meervoud, is kerels—niet venten. Leer ook de geslachten, mijn leerling, vroegtijdig: de vrouwen zijn vrouwelijk, maar wijf is onzijdig. Zeg: naaister, maar schilderster moet je niet zegge, ook niet koninges of dievin of vriendegge. Je zult al wel weten—ik hoop, dat je 't wist, dat je heden zult eten, maar gisteren niet ist. Toen gisteren de torenklok twaalf had geslagen, zeg, ben je toen rustig naar huis toe gegagen? Och, als je 't maar weet, is 't gemak'lijk genoeg, joeg nooit bij 't behang naar een muisje dat knoeg. En als je in vervelend gezelschap haast sliep, heeft niemand gemerkt, dat je heimelijk giep. Ik denk ook niet, dat je vaak hebt gezocht naar een post in je boek, die verkeerd was gebocht. Bedenk, vriend, als j' in verontwaardiging raakt dat niet wan wordt getrouwd hij, die nacht heeft gebraakt. Ik vraag j' of je hier wel eens ooit aan gedacht hebt en of je 'r je aandacht genoeg aan geschacht hebt? Leer ook de getallen, o vreemd'ling, aandachtig: zeg: vijftig en zestig—niet drietig en achtig. Ook d' uitspraak is soms nog een moeilijk ding immers: beving je ooit van de angst een beving? En hoorde j' ooit iemand in 't Hollands bevelen, een vocht naar een lager staand vat te hevelen? Al schrijf je ook Gorinchem, spreek het uit: Gorkum maar schrijf in vergissing niet Borinchem voor Borkum. Misschien ben je 't Hollands in zover al meester, dat je heester niet zo maar laat rijmen op zeester. En rijmt dit precies: “Als Marie gelei maakt, dan vind ik dat die naar een spiegelei smaakt”? Dus leer lieve lezer, de les uit mijn lied: het Hollands is heus nog zo makkelijk niet.

BESLIST

O, gruwzaam woord van al wat stom en plat en muf en laag is, Van elk wiens hoofd te vol, wiens tong te log, wiens geest te traag is, O, voetbalterm, o, commisvoyageurs-, o kapperswoord, Dat in elk ingezonden stuk beslist, beslist behoort, O woord dat moet gekrijst, geniest, gekrast, gebriest, gesist: “Besjlllissst!” Ik ga beslist, jij blijft beslist, zij kletst beslist, hij liegt beslist, Hij speelt beslist, je wint beslist, verliest beslist, hij vliegt beslist, Het klinkt beslist vulgair, beslist, en 't is beslist verbazend, Maar 't irriteert en prikkelt me beslist, en maakt me razend, Want wat ik vroeger zeker wist, dat weet ik nu beslist beslist, “Besjlllissst!” Beslist echt, beslist prima, beslist concurrerend, Beslist fijn, beslist Christelijk en beslist dolerend, Beslist goed, beslist beter, beslist best, beslist grievend, Beslist dom, beslist lelijk, beslist vaderlandslievend, O, er is één term die iedereen verfoeien En met mij trachten moet beslist vast uit te roeien: “Besjlllissst!”

NAAMPIE

De tijd van Klara, Bettekoo, van Annemie en Aagje Is lang voorbij. We volgen nu het voorbeeld van het Haagje. Zo 'n naampje op een y-tje klinkt zo fijntjes, zo koketjes, Marie, Christien, Jacoba, Anna, Mina is niet netjes. We zeggen liever Mary, Tini, Cobi, Anni, Mini, En Kitty, Nelly, Wimmy, Elly, Florry, Lotty, Stini. En Jet is veel te burgerlijk, fatsoenlijker is Jetty, En Jenny, Molly, Henny, Dolly, Enny, Polly, Hetty, En Maggy, Tilly, Fanny, Lili, Lizzy, Carry, Corry, En Bini, Betty, Dini, Nettie, Suzie, Emmy, Dorry. Een jongen heet geen Hein, maar Harry. Jan is plat; zeg Johnny, En Willem—dat moet Willy zijn, en Toon natuurlijk Tonny, Dan noem' we Wijnand Wijnie' hoor; een ie-tje hebben zál-ie! Wat moet' we dan met Albert doen? Wel, noem de lummel Allie! Ook Eduard is veel te flink, en Frits en Ferdinand, Die worden dus tot Eddy, Freddy, Ferry-dear ontmand. En Gijs wordt Bertie, Bonnie staat voor... drommels ja hoe heet díé? Gelukkig nog dat Piet voorlopig Piet is en geen Pietie! Al wat uit Eng'land komt is chic. Ja juist, maar je vergeet, Dat daar de wasvrouw Mary, en het viswijf Kitty heet!

’k Zie schapen, witgewold

’k Zie schapen witgewold, ’k Zie rid- en runders draven, ’k Zie vo- en vlegels zich Aan wa- en bitter laven. Al is de stad ook vol Van stu- en decadente' Die speel- en alcohol Verkiezen boven lente, U, boe- en kippen-ren, U, lust- en korensc-hoven, U var- en vlinderken, U stel ik ver daarboven! In ’t mooie voorjaarsweer, Gaan bloe- en ramen open. ’k Zie ieder met een bloem, Zelfs schoo- met anjers lopen. ’k Zie ei- en beuken staan, En dreu- en andre mussen, Wijl lij- (geen vrijsters!) slaan, ’k Zie kro- en meisjes kussen. En mens en kunstenaars Zij dragen en zij eten Veel flam- en waterbaars, Bij ’t hij-, zij-, zwijgend zweten. Geen pneu- slechts harmonie: De tweedracht wijkt voor vrede, De ru- voor poëzie. Juicht kin- en ouders mede! Want len- en warmte is daar, Mijn geest stijgt op, naar boven, ’k Wil nat- en morgenuur Met vul- en lippen loven!

Charivari, 1913.


Upward

Charivarius - The chaos
In English


Nederlandse dichters

Vlaamse dichters


Homepage

Pageviews since/sinds 21-03-2002

 ©  Gaston D'Haese: 23-06-2017.