Lodewijk van Deyssel

Lodewijk van Deyssel  
°Amsterdam 1864; †Haarlem 1952

    SONNET

Ik ben in eenzaamheid niet meer alleen,
Want waar mijn ogen langs de wanden dwalen
Schemert uw lach daarheen. Ontelbre malen
Hoor ik in 't klokgetik uw voeten treên.

En langzaam nadert gij, zo ver, zo kleen...
'k Zie dat een brede neevlenkring met valen
Lichtlozen sluier u omhult; dan dalen
Zachtjes uw lichte schreden naar mij heen.

Uw adem vaart mij aan! gij zijt verschenen,
Ik zie uw ogen in mijn ogen gaan;
'k Hoor in de wind, die langs mijn ruiten henen

En door de schouwe klaagt, uw woorden aan,
Zó vrees'lijk droef en teer, dat 'k u zie staan,
Met bukkend hoofd, om in mijn arm te wenen.

Lodewijk van Deyssel behoorde bij 'De tachtigers'.
Hij was geen dichter, maar een prozaschrijver.
Toch heeft hij ook enkele gedichten geschreven.
Het bovenstaande sonnet is vrij geslaagd, omdat
Willem Kloos enkele verbeteringen heeft aangebracht,
waardoor het vloeiender werd.

Naar boven

'De tachtigers'


Homepage


Pageviews sinds 21-03-2002  

© Gaston D'Haese: 16-04-2003.
Laatste wijziging: 16-09-2017.

E-mail: webmaster