Van Duyse - Bi(bli)ografie

Prudens Van Duyse - Poëzie

Prudens Van Duyse

Op 't land

Lieve, zie dat lindelover
Klimmen om mijn klemen huis.
't Spreidt er koelte en geuren over,
Verre van het stadsgebruis.
Enkel schalt daar 't vogelliedje,
Enkel suizelt daar het rietje,
Enkel ruizelt daar het vlietje
Sluimring op het mos, u toe.
Enkel klinkt er 't herdersrietje,
Of 't geloei der gladde koe.
O, daar wilde ik met u leven,
Met u, en ons lievend kroost;
Daar me reeds naar 't veld begeven,
Vóór nog de eerste schemer bloost.
Na we de onzen zeegnend kusten,
En de zorg in sluimer susten,
Zou mij de avond met u lusten,
Stil bij de opgeklommen maan,
En ik wilde eens met u rusten,
Ginder, waar die kruisen staan.

Reinaard de Vos

Het was omtrent den Sinxendage:
Weder groenden boom en hage.
't Kruid ontlook bij den morgendrop;
't Geurige bloemeken brak uit den knop,
En, bij 't lied der vogelschaar,
Was de hemel schoon en klaar,
Nobel, de Koning, maakte overal
Door veld en bosch, langs berg en dal,
Weer zijn hof den lande kond,
En docht, indien hij bijval vond,
't Zoude 'em zijn te grooten love.
Al de dieren kwamen ten hove
Van berg en dal, uit veld en bosch,
Uitgezonderd Reinaard de vos.
De gast had ten hove zooveel misdaan,
Dat hij der niet en dorste gaan.
Die zich schuldig kent, ontziet;
En 't zijner eer en strekte dat niet.

Wanneer al 't hof verzameld was,
En vond men niemand buiten den das,
Die niet Reinaard en bezwaarde,
Den felle, met den rooden baarde.


Fragment uit 'Reinaard de Vos'. Van Duyse, vierde druk (1891).

Gedichtjes voor kinderen

't Weldadige meisje

 't Was een zeer gestrenge winter;  
 Ieder kruimeltje, hoe kleen, 
 Van de tafel overschietend, 
 Hield Marietje stil byeen: 
 Tweemael daegs ten hove gaende, 
 Strooide ze alles mild daer heen. 
   
 Daedlyk kwamen om te pikken 
 Er een vogeltje vier vyf. 
 Mietje sidderden de handen, 
 Van de koude bleek en styf, 
 En haer moeder zag vol vreugde 
 Dit menschlievende bedryf, 
   
 ‘Waerom doet ge dat, o Mietje?’ 
 ‘Moeder, sprak het zoete kind, 
 Zoo gestreng is reeds de winter, 
 Dat geen vogel iets meer vindt. 
 'k Voede dien, en ik geloove, 
 Dat de kleine my bemint.’ 
 
 Lachend zeî de goede moeder: 
 ‘Kind, ik pryze dit beschik, 
 Maer gy kunt niet allen voeden.’ 
 En, met liefdevollen blik, 
 Zeide dit beminlyk meisje: 
 ‘Doet elk kindje niet als ik?’


De wederkomst der koeijen

 Wat geloei werd daer vernomen? 
 't Is de koe die huiswaert gaet, 
 Uit de groene weî gekomen, 
 Van het malsche kruid verzaed. 
   
 Onze buerman wacht zyn koeijen, 
 Zingend, af; de lekkre melk 
 Zal weldra in d'emmer vloeijen, 
 Tot verzadiging van elk. 
   
 Hoe kan 't weîgras, dat ze scheeren 
 En dat haer zoo weeldig voedt, 
 In die stroomen melks verkeeren? 
 Dat weet God, die 't wonder doet.

 1849


Bi(bli)ografie

Prudentius van Duyse werd geboren te Dendermonde
op 17 september 1804. Hij was eerst een tijdje notarisklerk
te Laken.
In 1826-1827 studeerde hij filosofie aan de Leuvense
Universiteit en in 1827 begon hij rechten te studeren
in Gent.
Zijn eerste publicatie verscheen in 1829, namelijk
"Lofdicht op de Nederlandsche tael". Hij schreef vele
gelegenheidsgedichten, zoals "De spellingsoorlog" (1842).
Van Duyse drong als eerste op literaire vernieuwing
aan in "De wanorde en omwenteling op den Vlaemschen
Zangberg" (1830).
Bij het uitbreken van de Belgische revolutie week hij uit
naar Nederland, waar een bundel "Gedichten" (1831)
verscheen.
Na zijn terugkeer in 1831 promoveerde hij in de rechten
in 1832.
Van 1832 tot 1836 woonde hij opnieuw in Dendermonde.
Als orangist was hij de Belgische omwenteling niet
genegen en hij zorgde voor enkele incidenten. Om te
ontsnappen aan een eventuele gerechtelijke vervolging
liet hij zich enige tijd verplegen in de psychiatrische
kliniek van Jozef Guislain.
In december 1836, na zijn benoeming tot leraar aan
het atheneum, vestigde hij zich definitief in Gent, eerst
in de Onderstraat en nadien in de Nederscheldestraat.
In 1842 huwde Van Duyse met Sophie Wouters uit Veurne.
In hun trouwringen liet hij de spreuk ‘De Tael is gantsch
het Volk’ graveren.
Vanaf januari 1843 vestigde hij zich aan de Garenmarkt
en een jaar later in de Casinostraat.
In maart 1852 ging hij wonen aan de Reep (of Neder-
scheldekaai), waar hij verbleef tot aan zijn dood (+1859).
Het leraarschap was niet aan hem besteed en in 1838
werd hij stads archivaris wat hem veel beter lag.
Andere werken van hem zijn "De Gentsche waterbeul"
(1839), "Vaderlandsche poëzy" (1840), "Anton Van Dyck
of De reis naar Italië" (1841), "Godfried" (1842),
"Natalia" (1842), "De zang van den Germaanschen slaaf"
(1848), "Het klaverblad. Romancen, legenden, sagen" (1848),
"Gedichtjes voor kinderen" (1849), "Nieuwe kindergedichten"
(1849), "Jacob Van Artevelde" (1859) en gedichten in
"Nazomer" (1859). Tenslotte schreef hij ook een "Verhandeling
over den Nederlandschen versbouw" (2 delen; 1854)
Prudens van Duyse overleed te Gent op 13 november 1859.
'De vijfjaarlijkse Staatsprijs voor de Vlaamse
letterkunde' viel hem postuum ten deel in 1860.
Na zijn dood verschenen nog tien delen "Nagelaten
gedichten"
(1882-1885).

Hoe belangrijk was Prudens Van Duyse als dichter?

Van Duyse was een verdediger van het belaagde Nederlands,
want de Vlaamse elite sprak toentertijd meestal Frans,
vooral in de steden. Alhoewel hij een flamingant was
dichtte hij af en toe ook in de taal van Molière.
In Nederland was het niveau van de poëzie in de 19e eeuw
eerder middelmatig, maar in Vlaanderen was het nog erger
gesteld. Prudens Van Duyse pleitte voor literaire vernieuwing,
maar kon dit zelf in de praktijk niet waarmaken.
Het was wachten geblazen op Guido Gezelle en 'Van nu
en straks'.
Sommigen noemen hem de laatste rederijker, omdat hij
aanvankelijk dichtte in een gezwollen retorische stijl.
Later trad er een versobering op, maar zijn gedichten
bleven eerder middelmatig en leunden aan bij de melige
predikantenpoëzie uit het Noorden.

© Gaston D'Haese.



Naar boven

Vlaamse dichters - overleden vóór 1945

Nederlandse dichters - overleden vóór 1945

Liefdesgedichten - Top 10



Homepage


Pageviews since/sinds 21-03-2002: 

© Gaston D'Haese: 05-07-2004.
Laatste wijziging: 10-02-2016.

E-mail: webmaster