Mijn Lief is als de roode RoosMijn lief is als de roode roos den knoppe versch ontsprongen; mijn lief is als de melodie bij snarenspel gezongen. Ik min u met mijn hart, schoon lief, zoo teer als met mijne oogen ge blijft mij dier totdat de zon de zeeën zal verdrogen. Totdat de rotsen smelten in den gloed der zonnestralen - beminnen zal ik u zoolang als ik zal ademhalen. Vaarwel, zoet lief, mijn eenig lief ! nu moet ik henenijlen - ik keere weer, al scheiden ons tienduizend lange mijlen !Vertaling van 'A Red, Red Rose' - Robert Burns (1794). Bekentenis‘Zo immer met ons tweeën, Vrouwlief, in paradijse rust, Der wereld vreemd, en onbewust Van hare kampen, hare weeën… Dat ware een leven vol van lust, Met ons tweeën !’ Zij sprong mij op de knieën, En zag mij aan, zo zoet, zo teer ! En sloeg dan weer hare ogen neer, Als wou ze mijne blik ontvlieên… En fluisterde, zo zoet, zo teer: ‘Met ons drieën !’ Wanneer Gij mij bezietMe koesteren in de stralen der gulden lentezon: de eerste prijs behalen bij ‘t schieten naar de ton; met boerenmeiden dansen en tuimelen over ‘t gras: mij met de rook omkransen van echte varinas*. Dat al, rechtuit gesproken, haalt bij de wellust niet, die gij verwekt, Katoke, wanneer ge mij beziet! De vogels horen kwelen van minnevreugde of pijn; de vrienden poetsen spelen, die fijn en grappig zijn; al zingende vergeten de kwaal, waaraan ik lij; gestoofde kolen eten met runderworst daarbij. Dat al, rechtuit gesproken, haalt bij de wellust niet, die gij verwekt, Katoke, wanneer ge mij beziet! De bloemekens zien drinken de dauw, verfrissend nat; de beiaard horen klinken, als ‘t feest is in de stad; een maagdelijn betrappen in Eva’s kuis gewaad: mijn leger binnenstappen, als ‘t uur der spoken slaat. Dat al, rechtuit gesproken, haalt bij de wellust niet, die gij verwekt, Katoke, wanneer ge mij beziet! De spin in hare webben zien dartelen op en neer; een regenscherrem hebben bij dito-achtig weer; onchristene wijnen proeven, ‘t is eender waar vandaan; bij ‘t kaarten al de troeven met kracht op tafel slaan. Dat al, rechtuit gesproken, haalt bij de wellust niet, die gij verwekt, Katoke, wanneer ge mij beziet! M'n kin en wangen scheren met blinkend Engels staal; soldaten zien marcheren, vooraan hun generaal; uit enge laarzen springen in sloffen wijd en breed; en duizend andere dingen, die ‘k in der haast vergeet. Dat al, rechtuit gesproken, haalt bij de wellust niet, die gij verwekt, Katoke, wanneer ge mij beziet!*varinas: pijptabak genoemd naar de Amerikaanse stad Varinas Uit de dichtbundel 'Liederen' (1868). Moeder en kindWanneer ik weeldedronken mijn rozig kind beschouw en die ‘t mij heeft geschonken, mijn aangebeden vrouw, zo vraag niet wie van beiden mijn hart het meest bemint… Mijn hart en kan niet scheiden de moeder van het kind. Ik doe mijn armen open en sluit ze er in bijeen, en vreugdetranen lopen mij langs de wangen heen… Ach, wist gij, spreek ik stille, hoe zeer gij wordt bemind, gij, kind, om moeders wille, gij, moeder, om uw kind !Uit de bundel 'Liederen I' (1857) ![]() |

