Robert Frost

Nothing Gold Can Stay

Nature's first green is gold,
Her hardest hue to hold.
Her early leaf's a flower;
But only so an hour.
Then leaf subsides to leaf.
So Eden sank to grief,
So dawn goes down to day.
Nothing gold can stay.

1923

Niets gouden blijft behouden

Pril groen van de natuur is gouden,
De teerste tint om te houden.
Haar vroege blad is een bloem;
Vluchtig als de tijd die vliedt.
Dan teloorgang blad na blad.
Zo verzonk Eden in verdriet,
Zo vergaat dageraad in dag.
Niets gouden blijft behouden.

© Vertaald door Lepus (15-08-2012)

Stuifsneeuw

Zoals een kraai
Me bestrooide
Met stuifsneeuw
Van een zilverspar
Milderde de weemoed
In mijn hart
En kwam een rotdag
Gedeeltelijk goed.

Vuur en ijs

Men zegt dat de wereld zal vergaan in vuur,
Men zegt ook in ijs.
Naar wat ik van begeerte proefde
Ga ik akkoord met hen die kiezen voor vuur.
Als ik echter tweemaal moet vergaan,
Dan is vernietiging met ijs ook prachtig,
Want haat is machtig
En ik meen te weten
Dat het zou volstaan.

Canis Major

De grote Opperhond
Dat hemelse dier
Met een ster in één oog
Springt van het oosten tot hier

Hij danst rechtop
Naar het westen toe
Met zijn voorpoten omhoog
Want hij wordt nooit moe

Ik ben een arme underdog
Maar vannacht blaf ik met luister
Samen met de Opperhond
Die stoeit in het duister.
De grote Opperhond
Dat hemelse dier
Met een ster in één oog
Springt van het oosten tot hier

Hij danst rechtop
Naar het westen toe
Met zijn voorpoten omhoog
Want hij wordt nooit moe

Ik ben een arme underdog
Maar vannacht blaf ik met luister
Samen met de Opperhond
Die stoeit in het duister.

Oktober

O oktoberochtend stil en mild,
Met blaren gerijpt tot kleurenpracht;
Morgen krijgt de wilde wind,
Ze allemaal in zijn macht.
Kraaien boven het bos met hun gekras,
Verzamelen en vertrekken ras.
O oktoberochtend stil en mild,
Ontwaak langzaam en verstild,
Laat de uren langer lijken.
Harten niet afkerig van verraad,
Doen ons voor betovering wijken.
Laat één blad vrij bij dageraad;
Een blad van onze boom op de noen
En een ander ginder in 't plantsoen.
Sluier de zon met mooie mist;
Betover het land met amethist.
Traag, traag !
Omwille van elke druivelaar,
Die vanwege het vorstgevaar,
De luwte langs de muur verkiest,
Want anders elke tros verliest.

De niet genomen weg

Twee wegen scheidden in een geel woud,
En spijtig was ik een eenzame reiziger
Die niet beide volgen kon, lang stond ik
En bekeek er één zo ver als ik kon
Tot waar hij afboog in het kreupelhout;

Dan nam ik de andere, die niet beter leek,
En misschien deed ik de beste keuze,
Want zijn gras wou platgetreden worden;
In zoverre dat ze belopen werden
Waren ze allebei evenveel omgewoeld.

En beide lagen die morgen gelijk bedekt
Met blaren die niet zwart getreden waren.
O, ik bewaarde de eerste voor een andere dag!
Maar wetend hoe een weg ergens heenleidt,
Twijfelde ik of ik ooit terug zou komen.

Ik zal dit vertellen met een zucht
Ergens eeuwen en eeuwen later;
Twee wegen scheidden in een woud, en ik-
Ik nam de weg die het minst bewandeld werd,
En dat maakte een wereld van verschil.

© Vertaling Lepus (27 april 2009)

Vogelzang zou nooit meer zijn als tevoren

Hij zou gezworen hebben en was er zeker van,
Dat de vogels daarbuiten in de tuin,
Nadat zij de hele dag de stem van Eva hoorden,
Hun zang hadden gemoduleerd
Met haar zinvolle toon zonder woorden.
Haar zachte eloquentie werd gewaardeerd
En had onmiskenbaar een invloed op vogels
Als haar stem en gelach naar boven dreven.
Hoe het ook zij, in hun lied bleef zij leven.
Omdat haar stem hun stemmen had gekruist
En lang in de bossen was gebleven,
Zou ze waarschijnlijk nooit teloor gaan.
Vogelzang zou nooit meer zijn als tevoren,
Omdat zij kwam om vogels te bekoren.

© Vertaling Lepus (14 februari 2012)

Wind en vensterbloem

Minnaars, vergeet dat je bemint
En luister naar 'n liefde van toen.
Hij een winterwind
En zij een vensterbloem.

Toen de ijssluier op de ruit
Op de middag dooide,
En de kanarie in zijn muit
Haar met trillers tooide,

Zag hij haar door het glas
Omdat hij niet anders kon;
Hij ging aan haar voorbij,
Maar kwam 's nachts weerom.

Hij was een winterwind,
Bekommerd om sneeuw en ijs,
Eenzame vogels en berijpt grind,
En liefde bracht hem van de wijs.

Hij smachtte op de vensterbank,
Maar er viel geen eer te rapen;
Zij zag hem vrij en vrank
En kon die nacht niet slapen.

Hij had een kans wellicht,
Om ver met haar weg te gaan,
Van de vurige spiegel vandaan
En het warme broeikaslicht.

De bloem gedroeg zich als 'n kind
En was niet veel van zeg,
En 's morgens was de wind
Al honderd mijlen weg.

Robert Frost (1874-1963)

© Vertalingen van Lepus

Naar boven

E.E. Cummings
Mag ik voelen zei hij


Terug naar vertalingen

Nederlandse dichters

Vlaamse dichters

Dead Poets Society


Homepage


Pageviews since/sinds 21-03-2002: 

©  Gaston D'Haese: 05-03-2007.
Laatste wijziging: 23-05-2017.

E-post: webmaster

© Overnamen van delen van teksten of zelfs
korte teksten, zoals gedichten, zijn toegelaten
wanneer het voor studiedoeleinden is
(mits vermelding van bron en auteur en eventuele
vertaler).