Iphone and smartphone optimized content

Minneliederen - Hadewych
Hadewych

' Een heilich glorieus wijf '

Minneliederen

Al droevet die tijt ende die vogheline, Dan darf niet doen die harte fine: Die dore minne wilt doghen pine Hi sal weten ende kinnen al -Suete ende wreet, Lief ende leet- Wat men ter minnen pleghen sal. Die fiere, die daer toe sijn ghedeghen Datsi onghecuster minnen pleghen, Si selen in allen weghen daer jeghen Stout sijn ende coene, Ende al ghereet te ontfaen Si troest, si slaen, Van minnen doene. Der minnen pleghen es onghehoert, Alse hi wel kint dies hevet becoert, Want si in midden den troest te stoert. Hine can ghedueren Dien minne gheraect: Hi ghesmaect Vele onghenoemder uren. Bi wilen heet, bi wilen cout, Bi wilen bloede, bi wilen bout, Hare onghedueren es menichfout. Die minne al maent Die grote scout Haerre riker ghewout, Daer si ons toe spaent. Bi wilen lief, bi wilen leet, Bi wilen verre, bi wilen ghereet; Die dit met trouwen van minnen versteet, Dat es jubileren, Hoe minne versleet Ende ommeveet In een hateren. Bi wilen ghenedert, bi wilen ghehoghet, Bi wilen verborghen, bi wilen vertoghet, Eer selc van minnen wert ghesoeghet Doghet hi grote avontuere, Eer hi gheraect Daer hi ghesmaect Der minnen natuere. Bi wilen licht, bi wilen swaer, Bi wilen doncker, bi wilen claer, In vrien troest, in bedwonghenne vaer, In nemen ende in gheven, Moeten die sinne, Die dolen in minne, Altoes hier leven.


  (XIIIe eeuw)

Liefdeslied

Al zijn het seizoen en de vogels triest, toch kan de echte minnaar zich wijden aan de liefde, gepaard met lijden: Hij weet maar al te goed -Zoet en wreed, lief en leed- wat de liefde met hem doet. De trotsen, die daartoe neigen om ongeremde liefde te bedrijven, zullen op elke wijze stout en moedig zijn, en gerede ontvangen de troost en de tegenslag, die de liefde schenkt. De liefde beleven is wonderlijk voor wie haar kent en wordt bekoord, omdat zij het alledaagse verstoord. Hij kan het amper verduren wie door liefde wordt geraakt: Hij smaakt vele onnoemelijke uren. Somtijds heet, somtijds koud, somtijds bang, somtijds boud; Haar ongedurigheid is veelvuldig. De liefde zadelt ons op met schuldbesef omdat zij de macht heeft die ons beheerst. Somtijds lief, somtijds leed, somtijds ver, somtijds gereed; Wie de liefde goed verstaat weet maar al te goed dat de liefde taant en kan omslaan in haat. Somtijds geloofd, somtijds gehoond, somtijds verborgen, somtijds getoond; Eenieder die door de liefde wordt gelaafd beleeft een groot avontuur, als hij wordt gegrepen en de smaak proeft van de ware liefde. Somtijds licht, somtijds zwaar, somtijds donker, somtijds klaar; In vrije hoop, in bedwongen vrees, in nemen en in geven moeten de zinnen, die dolen in liefde, hier altijd leven.


MINNE


Dat suetste van minnen sijn hare storme;
Haer diepste afgront es haer scoenste vorme;
In haer verdolen dats na gheraken;
Om haer verhongheren dats voeden ende smaken;
Hare mestroest es seker wesen;
Hare seerste wonden es al ghenesen;
Om hare verdoyen dat es gheduren;
Hare berghen es vinden alle uren;
Om hare quelen dat es ghesonde;
Hare helen openbaert hare conde;
Hare onthouden sijn hare ghichten;
Sonder redenne es hare scoenste dichten;
Hare ghevangnesse es al verloest;
Hare seerste slaen es hare suetste troest;
Hare al beroven es groot vromen;
Hare henen varen es naerre comen;
Hare nederste stille es hare hoechste sanc;
Hare groetste abolghe es hare liefste danc;
Hare groetste dreighen es al trouwe;
Hare droefheit es boete van allen rouwe;
Hare rijcheit es hare al ghebreken.

Noch machmen meer van minnen spreken:
Hare hoechste trouwe doet neder sinken;
Hare hoechste wesen doet diep verdrincken;
Hare grote rijcheit maect armoede;
Haers vele vercreghen toent onspoede;
Hare troesten maect die wonden groot;
Hare hanteren brinct meneghe doet;
Hare voeden es hongher; hare kinnen es dolen;
Verleidinghe es wijse van harer scolen;
Hare hanteren sijn storme wreet;
Hare ghedueren es in onghereet;
Hare toenen es hare selven al helen;
Hare ghichten sijn mere weder stelen;
Hare gheloeften sijn al verleiden;
Hare chierheiden sijn al oncleiden;
Hare waerheit es al bedrieghen;
Hare sekerheyt scijnt meneghen lieghen,
Dies ic ende menich dat orconde
Wel moghen draghen in alre stonde,
Dien de minne dicken hevet ghetoent
Saken daer wij sijn bi ghehoent,
Ende waenden hebben dat hare bleef.
Sint si mi ierst die treken treken dreef
Ende ic ghemercte al hare seden,
So hildicker mi al anders mede;
Hare ghedreich, hare gheloven
Daer met en werdic meer bedroghen.
Ic wille hare wesen al datse si,
Si goet, si fel: al eens eest mi.

-Hadewych werd geboren in Brabant
in de 13e eeuw. Deze dichteres en mystica,
was de geestelijke leidster van een genootschap
godvruchtige vrouwen (begijnen) in de omgeving
van Brussel.
Hadewych werd beÔnvloed door de ProvenÁaalse
hoofse lyriek en Willem van St.-Thierry.
Dit was een vriend van die andere mysticus
Bernard de Clairvaux.
Naast Diets beheerste zij ook Frans en Latijn.


MINNE

Het zoetste van de minne is haar storm;
Haar diepste afgrond is haar schoonste vorm;
In haar verdwalen komt ze omtrent;
Wie om haar hongert eet succulent;
Haar wantrouwen is zekerheid;
Haar pijnlijkste wond is gezondheid;
Om haar wegkwijnen is langer leven;
Haar verbergen is vinden en beven;
Om haar wegteren is gezond;
Haar verhelen doet alles kond;
Wat zij achterhoudt zijn haar giften;
Woordeloos zijn haar mooiste gedichten;
Haar gevangenis houdt open deur;
Haar hardste slagen zijn haar zoet labeur;
Haar plundertocht beurt buit en dromen;
Haar weggaan is steeds dichter komen;
Haar diepste stilte is haar hoogste klank;
Haar grootste verbolgenheid is haar liefste dank;
Haar ergste bedreiging is volledige trouw;
Haar droefheid is loutering van alle rouw;
Haar rijkdom zijn al haar gebreken.

Men kan nog meer over minne spreken:
Haar hoogste trouw doet laag zinken;
Haar hoogste wezen doet wreed verdrinken;
Haar grote rijkdom verbeurt have en goed;
Haar bevoorrechten geven blijk van tegenspoed;
Haar troost maakt de wonden groot;
Wie met haar omgaat sterft menige dood;
Haar voeden is honger; haar kennen is dolen;
Verleiding is de wijsheid van haar scholen;
Haar strelingen zijn woeste stormen;
Haar manieren kennen geen normen;
Als ze zich toont dan wil ze verhelen;
Als ze iets schenkt dan wil ze weer stelen;
Haar beloften worden niet bewaarheid;
Haar tooi is volledige naaktheid;
Haar waarheid is een en al bedriegen;
Haar erewoord komt velen voor als liegen;

Daar kunnen velen en ook ik
van getuigen op ieder ogenblik:
Dikwijls heeft de minne ons geleid
En ons daarbij deerlijk misleid,
In de waan dat we haar bezaten;
Sinds ze voor het eerst de spot met me dreef
En ik eindelijk hoogte van haar kreeg,
heb ik haar niet alles meer toegelaten;
Haar eeuwig dreigen en haar beloven,
daarmee word ik nooit meer bedrogen.
Het laat me koud of ze goed of slecht is;
Ik wil voor haar zijn al wat ze zelf is.


©  Hertalingen in hedendaags Nederlands van Lepus

Het literaire werk van Hadewych bleef grotendeels bewaard
in 't Rode Klooster in het ZoniŽnbos.
De betreffende manuscripten zijn echter kopieŽn
uit latere eeuwen. Ze bevatten proza, 'Visioenen', brieven
en gedichten.




Naar boven!

Hadewych
Minneliederen


Hadewych
Gedicht 15


Hadewych
Zevende visioen


Hadewych
Handschriften


Hadewych
Bloemardine


Anna Bijns - Priesters
nonnen en papen


De Harduwijn
Ode


Anonieme liefdesgedichten

Vlaamse dichters

Nederlandstalige dichters
Smartphone compatibel



Homepage


Pageviews sinds 21-03-2002:  

© Gaston D'Haese: 03-01-2006.
Laatste wijziging: 11-09-2017.

E-mail: webmaster