Hadewych
Ic groete dat ic minne

Hadewych
Zevende visioen

Hadewych
Minnegedichten

Hadewych is Bloemardine ?!
Hadewych = Bloemardine ?!



De jezuïet Jozef van Mierlo (1878-1958) leek een definitief einde te hebben gemaakt aan de vaak
bittere en sterk ideologisch gekleurde controverse rond de vraag of Hadewych al dan niet
met de door Ruusbroec (1293-1381) bestreden 'ketterin' Bloemardine moest worden geïdentificeerd.
Hij beweerde dat Hadewych en Bloemardine twee verschillende personen waren...
In de laatste jaren is er weer ernstige twijfel gerezen over Van Mierlo's stelling...
Sommigen opperen ondermeer dat Hadewych haar begijnenstatus moet worden ontnomen, omdat
zij de abdis zou geweest zijn van een klooster. Anderen zijn dan weer van mening dat Hadewych
later moet worden gesitueerd dan totnogtoe werd aangenomen *. Er zijn aanwijzingen dat ze
niemand anders was dan de flamboyante Bloemardine...

Uit de volgende alinea blijkt, dat de chauvenistische van Mierlo geen al te objectieve onderzoeker was...
Hij zette de geschiedenis soms naar zijn hand, om ze 'schoner', 'Vlaamser' of 'katholieker' te maken.
Niet alleen 'Walewein' 'Beatrijs' en de 'Reynaert' situeerde hij een eeuw te vroeg, maar ook Hadewych.
Op deze manier kon hij deze laatste idealiseren en aantonen, dat ze niets te maken had met de van
ketterij en zedeloosheid verdachte Bloemardine. (G. D'Haese)
"Ten dele als reactie op het onbegrip van de Noord-Nederlandse literatuurhistorici Jonckbloet,
Kalff en Te Winkel voor een aantal typische aspecten van de middeleeuwse cultuur, maar ook wel
als gevolg van zijn flamingantische en clericale achtergrond, legde Van Mierlo in zijn onderzoek
en zijn publicaties heel bewust de klemtonen op het ‘katholieke’ en het ‘Vlaamse’ in de
Middelnederlandse literatuur.
Veel van zijn werk schreef hij om te laten zien of te ‘bewijzen’ hoe heerlijk christelijk
en hoe authentiek Vlaams die literatuur wel was, hoe ‘vroeg’, origineel of hoogstaand
in vergelijking met de literatuur van de ons omringende landen.
Zo dateerde hij bv. een groot deel van de zgn. voorhoofse epiek, maar ook de Roman
van Walewein en Van den vos Reynaerde reeds in de twaalfde eeuw, de sproke van Beatrijs
en de Speghel der wijsheit van Jan Praet nog in de dertiende eeuw, wat volgens de huidige
consensus voor elk van die teksten een eeuw te vroeg is."

© Bron DBNL - Mierlo J. van

Paul Frédéricq (1850-1920) was een Vlaams historicus en hoogleraar te Gent.
In zijn essay over 'De Geheimzinnige Ketterin Bloemaerdinne' trachtte hij aan te tonen, dat ze
de dichteres Hadewych was.

'De Lijst der volmaakten', een aanhangsel van de Visioenen, bestaat uit een opsomming
van 29 overleden en 53 nog levende 'volmaakten'. Nummer 29 op de lijst is 'eene beghine
die meester Robbeert doedde om hare gherechte Minne’.

Deze 'Meester Robbeert' was Robert le Bougre, die van 1235 tot 1238 in Vlaanderen de inquisitie
leidde. Bijgevolg heeft zij haar lijst na deze periode opgesteld. Hadewych oefende dus kritiek
uit op de inquisitie, wat in die tijd als ketterij kon bestempeld worden.

De zinnelijkheid en de geschriften van de charismatische Bloemardine konden voor Ruusbroec
niet door de beugel en zij werd door hem bestempeld als ketters. Het is dan ook vermeldenswaard,
dat zij niet stierf op de brandstapel, maar in haar eigen bed... Denken we maar aan het lot
van Marguerite Porete* en andere zogenaamde 'ketterse' vrouwen die stierven 'aan de staak'.

*Haar boek 'Mirouer des simples ames' werd door de Franse clerus beschouwd als ketters

Citaat uit ANOTHER LOOK AT THE LIFE AND TIMES OF MARGUERITE:
"The reference to Robert de Bougre is a reference to an inquisitor from a hundred years before,
whom D'Aygalliers said (p. 79) "covered Flanders and Cambrai with stakes and funeral piles."
D'Aygalliers said on that same page that the well-respected Hadewych* dared suggest
that de Bougre had propelled a beguine into a perfection of her love, through his brutal murder
of her."

Uit dezelfde bron: "Another beguine... but who did not escape Capetian displeasure with her life,
was Marguerite Porete, one of the most important figures in the history of the heresy
of the Free Spirit.
Marguerite was a woman from Hainaut who referred to herself as a "mendiant creature" and who
was called a beguine by so many independent sources that the designation may be taken as certain.
Nothing is known of her exact place of birth or early life, but we do know that sometime between 1296
and January 1306 she wrote a book which was condemned and burned in her presence at Valenciennes
by the Bishop of Cambrai, Guy II, who warned her not to disseminate her ideas or writings any further
under pain of being relaxed to the secular arm. [Meaning torture and death.]..."
"... On April 11 (1310) these examiners unanimously declared the articles heretical. Therafter events
moved more swiftly: on May 30 Marguerite was judged "relapsed" by a commission of canon lawyers
on the questionable assumption that she had already abjured her errors at Valenciennes and was handed
over to the provost of Paris who executed her the day after at a solemn ceremony in the Place de Grève."

*Als Hadewych het hier inderdaad over de verwerpelijke terechtstelling van Marguerite de Porete
zou hebben, dan heeft zij later geleefd dan velen totnogtoe aannamen.
Marguerite schreef haar boek tussen 1296 en 1306 en werd vermoord in 1310. Hieruit kan men dus
afleiden, dat Hadewych nog in leven was na 1310. Dit is een sterk argument om aan te tonen,
dat Hadewych en Bloemardine (overleden in 1335) één en dezelfde persoon zijn...

Heretical mysticism was not without its adherents: in 1310 Margareta Porete, a Beguine of Hainault
and the author of a book of apparently pantheistic libertinism, was executed in Paris, and the mystic
Hadewich Blommaerdine of Brussels (d.1336) found adherents among the Beguines of Brabant
and Zeeland.
Bron 'The New Schaff-Herzog Encyclopedia'.

Als men 'zou' kunnen bewijzen dat Hadewych en Bloemardine dezelfde persoon zijn, dan klopt het niet,
dat Hadewych geboren is in Antwerpen*.
Bloemardine is namelijk geboren in de 'Putterij' te Brussel (ca.1270-75). Volgens de schepenakten
is haar meisjesnaam Heilwige Bloemart. Zij was de dochter van de Brusselse schepen Wilhelmus
Bloemart. Er zijn dus heelwat vraagtekens...

*Op één van de manuscripten staat vermeld: 'Beata Hadewigis de Antverpia' (De zalige Hadewych
van Antwerpen). Het is echter een latere toevoeging, die niet door andere bewijzen gestaafd wordt.

*Bloemardine's geschriften, over de serafijnse liefde, die verspreid werden in de loop
van de jaren 1310, verontrustten de kerkelijke overheid. Zij waren één van de aanleidingen,
dat het Brussels begijnhof tijdelijk gesloten werd in 1317. Er vond een onderzoek plaats en
er mochten geen vrouwen meer intreden.
Op 23 februari 1324 verklaarde de bisschop, dat de verdenking van ketterij werd opgeheven.
Toch zou het duren tot 1333, eer nieuwe begijnen mochten intreden in het Brusselse begijnhof.
Bloemardine overleed in 1335.

"A little later numerous Beghards and Beguines fell into the errors of the sect known as the Brothers
of the Free Spirit.
To this sect also belonged the nun, Sister Hadewijc (Hedwig) or Bloemardine, who gained
numerous partisans in Brussels. Her writings were refuted by Jean de Ruysbroeck. Bloemardine
died about 1336, but her followers lived on, and as late as about 1410 Pierre d'Ailly, Bishop
of Cambrai, was compelled to take measures against them."
Bron: Catholic encyclopedia (Mechelen).

Vele brieven van Hadewych verwijzen naar 'moeilijkheden' die zij moest verduren
van haar vijanden, die zij 'vremden' noemde. Haar volgelingen noemde zij 'vriende', 'nuwen'
of 'volmaakten der minne' (perfeti - parfaits).
Als zij Bloemardine is, dan zouden deze moeilijkheden verwijzen naar eventuele conflicten
met Ruusbroec en de clerus.

Citaten die elkaar soms tegenspreken:
"Status quaestionis van het onderzoek naar de datering van Hadewych. Volgens de communis
opinio was zij actief rond het midden van de dertiende eeuw (ca. 1250) en was zij een exponent
van de dertiende-eeuwse vernaculaire vrouwenmystiek."

Recent wordt echter een oude hypothese weer nieuw leven ingeblazen:
"Hadewych zou te identificeren zijn met de Brusselse begijn Bloemardine (gest. 1335)
en dus een tijd- en stadsgenote van Ruusbroec zijn geweest."

"In 1307 sticht de schependochter Heilwig Bloemaerts een gemeenschap waarin een aantal
vrome vrouwen en weduwen uit het stadspatriciaat samenwoont."
Citaat uit een artikel uit 1990 van Mina Martens.

"Bloemardine of Brussels claimed mystical experience and taught in person and through writings.
She was virulently attacked by a contemporary mystic, Jan van Ruysbroeck (spelled Ruusbroec
in a previous reference).
He wrote tracts against her and in return her followers (she was quite popular locally) wrote poems
making fun of Ruysbroeck..."
(Bron "ANOTHER LOOK AT THE LIFE AND TIMES OF MARGUERITE")

"... Zeker zal het ook in zijn voordeel zijn geweest, dat hij (Ruysbroec) in zijne werken
de Broeders van den vrijen geest zoo fel bestrijdt en ‘hare quade secte ende beestelike costume’.
Tot die secte behoorde waarschijnlijk Heylwig, de dochter van den Brusselschen patriciër Bloemaerts,
wier verdorven geloof door Ruysbroeck openlijk bestreden is".
Bron DBNL

Links naar andere bronnen die de controverse (voorlopig?) in stand houden:

DBNL - Hadewych

DBNL - Hadewych

Lycos - Hadewych

Wikipedia - Heilwige_Bloemart
All2know

**HOMINES INTELLIGENTLAE ("Men of Intelligence"):
"A heretical sect of mystics that flourished in Brussels 1410-11. They were also called Free Spirits.
The source of their heretical doctrine was undoubtely the pantheistic mysticism of the Flemish poetess
Hadewich Blommaerdine (q.v.), whose teachings had been opposed by Jan van Ruysbroeck early
in the fourteenth century.
The heads of the Brussels sect were Egidius Cantoris,an untutored layman, and Willem van Hindernissen,
a carmelite. Though differing in the details of their doctrine, these leaders, held in common
the general view that only those in a state of mystical ecstasy and union with God are able
to understand the bible. Both boasted of the wonderful visions beheld by them; and on one occasion
Cantoris, while in the ecstatic state, ran naked through the streets of Brussels calling himself
the savior of humanity. That the sectaries expected freedom of spirit and beatification of all wicked
spirits to come with the era of the Holy Spirit, which they regarded as imminent, was due to the influence
of Joachimism (see Joachim of Fiore).
Serious complaints were made about their immoral mode of life. Two inquisitors who interfered
in 1410 met with opposition on the part of the Brussels populace and barely escaped with their lives.
At that time Hindernissen formally recanted, but the following year he was again tried for heresy
and condemned to lifelong imprisonment..."

** © Bron/Source: ThE NEW SCHAFF-HERZOG

"It was at the beginning of the twelfth century that Tanchelm, a native of Zealand,
became known, chiefly in Antwerp, for his violent attacks on the hierarchy, and the Sacraments,
especially the Holy Eucharist. He shared the pernicious errors of the Adamites, and gave
an example of the worst kind of debauchery.
Toward the middle of the century, Bishop Nicolas of Cambrai excommunicated Jonas, one
of the promoters of Catharism in Brabant. A little later numerous Beghards and Beguines
fell into the errors of the sect known as the Brothers of the Free Spirit. To this sect
also belonged the nun, Sister Hadewijc (Hedwig) or Bloemardine, who gained numerous
partisans in Brussels. Her writings were refuted by Jean de Ruysbroeck..."

© Bron/Source: Catholic Encyclopedia Mechlin -New Advent


 Gaston Compère - Bloemardinne ou Du séraphique amour (Roman)
Cette femme exceptionnelle que fut Heilwige Bloemart, dite Bloemardinne, naquit à Bruxelles 
dans la seconde moitié du treizième siècle et y mourut en 1335. 
Gaston Compère en fait l’héroïne de son extraordinaire roman. Elle avait beaucoup écrit 
sur l’esprit de liberté et sur le très infâme amour charnel, qu’elle appelait amour séraphique.

Uit de brieven en visoenen van Hadewych blijkt, dat zij zichzelf bij de volmaakten (=uitverkorenen) of  'parfaits' (in het Frans) rekende. Dit sluit nauw aan bij de 'kathaarse' denkbeelden. Als Hadewych niemand anders is dan Bloemardine, dan is dit kathaars (ketters) gedachtegoed waarschijnlijk één van de redenen voor de tijdelijke sluiting van het Brusselse begijnhof in 1317.

Hadewych slaagde erin om het hoogste stadium van minne te bereiken. Haar extatische verenigingen met Jezus hadden een intens zinnelijk gehalte en worden door haar beschreven in haar 'Visioenen'. Uit de overlevering weten we, dat ook Bloemardine de vergelijkbare (identieke ?) 'serafijnse minne'* beoefende.
*seraf of serafijn: engel van de hoogste rang.

Van Hadewych zijn heelwat teksten bewaard, maar van de patriciërsdochter Bloemardine zouden alle geschriften en eventuele kopieën verdwenen zijn. Dat is eigenaardig, tenzij het over dezelfde persoon gaat...

"Jan van Ruusbroec bewonderde Hadewych"... Dat is een argument, dat dikwijls aangehaald wordt om te bewijzen, dat Hadewych niet de verketterde Bloemardine kan zijn. Eerstens heb ik nergens een tekst van Ruusbroec kunnen vinden, waarin hij zijn bewondering voor Hadewych uitspreekt. Ik heb trouwens een sterk vermoeden, dat niemand mij een tekst of citaat van Ruusbroec kan bezorgen waarin deze laatste de loftrompet steekt over Hadewych. Tweedens lijkt het me onwaarschijnlijk, dat de orthodoxe Ruusbroec iemand als voorbeeld zou nemen, die kathaarse denkbeelden koesterde, de als ketterin verguisde Marguerite Porete openlijk bewonderde, en kritiek uitte op de geestelijkheid en de inquisitie. Tenslotte verwijzen de brieven van Hadewych naar 'moeilijkheden' die zij moest verduren van haar vijanden, die zij 'vremden' noemde. Volgens mij was Ruusbroec één van die vremden.
Nieuwe data

Ik vond een tekst op internet (30 juni 2007), die eens te meer mijn overtuiging staaft, dat Hadewych en Bloemardine één en dezelfde persoon zijn. "Voordat hij zich in 1343 terugtrok in het Zoniënwoud (in de kluis van Groenendaal), schreef Jan van Ruusbroec in Brussel 'Dat rijcke der ghelieven', 'Die geestelike brulocht' en 'Vanden blinkenden steen'. Het zijn mystieke traktaten die de kapelaan van Sint-Goedele kennelijk schreef voor een groep geestverwanten die voornamelijk moeten hebben behoord tot het milieu van het Brusselse patriciaat. Tot dat milieu behoorde ook Heilwijch Blommaert – of Bloemardinne – dochter van de vroegere Brusselse schepen Willem Blommaert. In ca.1305 had zij zich – ongeveer dertig jaar oud en ongehuwd – gevestigd in een begijnenwoning in de schaduw van Sint-Goedele. Uit archiefstukken blijkt dat zij er verschillende vrouwen om zich heen verzamelde, die er net als zij een religieuze levensstijl op na hielden. Hoewel aan het begin van de vijftiende eeuw de beeldvorming rond Bloemardinne ernstig werd vertroebeld toen zij postuum* met ketterij in verband werd gebracht, is er goede reden om haar te identificeren met Hadewijch, de schrijfster van de befaamde Strofische gedichten, Brieven en Visioenen...94"
©Bron: 'Nederlandse literatuur en cultuur in de Middeleeuwen'. Pag 121. Auteur Remco Sleiderink.

93. Warnar 1993: Warnar 1994: Warnar 2000: Warnar 2003, 22-22: Martens 1990. 94. Deze hypothese is verder uitgewerkt door Scheepsma 2000 en Warnar 2003, 69-80: zie voor de archivale bronnen over Heilwijch Blommaert vooral Martens 1990. 96. Vgl. Martens 1990, 31-32.
*Ook tijdens haar leven werd zij verdacht van ketterij. (reactie: G.D.)
Bloemardinne overleed op 23 augustus 1335. Zij zou haar zilveren zetel hebben nagelaten aan hertogin Maria van Evreux bij wijze van reliek.96

Wahrheit oder Dichtung ?
Bloemardine zou haar populaire bijnaam geweest zijn,
Heilwige (Heilwich) Bloemart haar meisjesnaam en Hadewych de naam
waarmee ze haar brieven en geschriften ondertekende
en waarmee ze ingetreden is in een geestelijke gemeenschap.
Vanaf 1307 was dit als abdis van het Brusselse begijnhof...


Welke filologen en historici willen diepgaande en 'objectieve' research
verrichten om het enigma 'Hadewych-Bloemardine'
definitief te ontraadselen ?



P.S. Ook een pagina* van de Christian Classics Ethereal Library (Calvin College)
bevestigt mijn vermoeden.
Ik besef echter dat dit geen onomstotelijk bewijs is...

Citaat*: "...The scanty notices which Ruysbroeck's biographer gives of her life
and writings have been recently filled out by the scholarly investigations
of P. Fredericq (1850-1920) and K. Ruelens. They have shown it to be
extremely probable that the mystic (Bloemardine) was identical with
the important Flemish poetess Hadewijch..."

*Bron: Encyclopedie van de Christian Classics Ethereal Library

Update 30-09-2009.
Struinend op het internet vond ik het volgende artikel:

(©DBNL) Hadewijch - Bloemaerdinne, door J.A.N. Knuttel

Wijlen Abe van Luik verschilde van mening met mij. Lees zijn webpagina

(in het Engels; link toegevoegd op 10-03-2007).



Naar boven

Hadewych
Ic groete dat ic minne


Hadewych
Minneliederen


Hadewych
Handschriften


Poëzie in de middeleeuwen


Homepage


Pageviews since/sinds 21-03-2002: 

© Gaston D'Haese: 17-01-2006.
Laatste wijziging: 11-09-2017.

E-mail: webmaster