
ZIJ HEBBEN MIJ GEKWELDZij hebben mij gekweld,Geërgerd tot overmaat, De enen met hun liefde, De anderen met hun haat. Zij hebben mijn brood vergiftigd, Zij vulden mijn glas met smaad, De enen met hun liefde, De anderen met hun haat. Maar hij die mij tot overmaat Heeft gekweld, geërgerd, gegriefd, Die heeft mij nooit gehaat En heeft mij nooit geliefd. DE LORELEY![]() Ik weet niet wat de reden is, Waarom ik zo treurig moet zijn; Een sprookje van lang geleden, Maalt steeds maar door mijn brein. De lucht is koel en het donkert En rustig stroomt de Rijn; Zie hoe de bergtop flonkert In de avondzonneschijn. De mooie jonkvrouw zit er Daarboven betoverend bij; Haar gouden opschik schittert En haar gouden haar kamt zij. Zij kamt zinnelijk zingend, Met een gouden kam heur haar; Haar loklied is dwingend, De melodie is wonderbaar. Op het scheepje kijkt de schipper -Of hem wilde weemoed bevloog- Niet langer naar de klippen, Maar staart alleen nog omhoog. Ik geloof dat boot en schipper Toen in de golven zijn vergaan; En dat heeft met haar zingen De Loreley gedaan. ![]() Loreleyfelsen MIJN HART IS TREURIGMijn hart, mijn hart is treurig.Al baadt mei in volle zon; Ik sta geleund tegen de linde, Hoog op het oude bastion. Beneden stroomt de blauwe Stadsgracht, vredig om te zien; Een knaap vaart in een bootje, En vist en fluit bovendien. Daar achter rijzen lieftallig, En nietig en bont ontvouwd, Lusthuizen, en tuinen, en mensen, En ossen, en weiden, en woud. De meiden bleken linnen, En springen rond in het gras; Het rad verstuift diamanten, Ik hoor zijn verre geplas. Naast de oude grauwe toren Waarbij een wachthuis staat; Een rooduitgedoste kerel Die op en neer daar gaat. Hij oefent met zijn geweer, Dat glanst in zonnerood, Hij presenteert en schoudert - Schoot hij me nu maar dood.
EEN DELZij zaten onder elkaars junkievel;Hij was een dealer en zij was een del. Als hij harddrugs bracht, waar zij naar smachtte; Geilde zij hem laveloos en lachte. Sores en soelaas deelden zij samen, Ondanks de klanten die bij haar kwamen; Toen flikken hem naar de bajes brachten, Stond zij stoned op de stoep en lachte. Op het bezoekuur kloeg hij: "Het gaat slecht ! Een waslijst die men mij ten laste legt; Kun jij mijn cold turkey niet verzachten ?" Zij schudde haar kroezig haar en lachte. Hij snakte naar een shot - Zat in de goot; Maakte tegen zessen zijn ader bloot; Hartstikke dood was hij omstreeks achten En om tienen peesde zij en lachte. © Persiflage van Lepus ('Ein Weib'). DISCRETIEGa je vertrouwelijk om met dames,Wees dan discreet vriend en noem nooit namen: Om hunnentwil als ze netjes zijn, Om jouwentwil als het sletjes zijn.
Het geluk is een lichtekooiHet geluk is een lichtekooi,die zich snel verveelt in elk oord; Zij strijkt je haardos in de plooi En kust je snel en fladdert voort. Vrouw Rampspoed daarentegen, Drukt je stevig aan het hart; Ze zegt, ik heb een zee van tijd En zet zich naast je bed en breit. *Uit 'Romanzero' (1851). © Vertalingen van Lepus ![]() Heinrich Heine had een haat-liefdeverhouding met Duitsland en woonde vanaf 1831 in Parijs. In Februari 1848 werd hij ernstig ziek en was bedlegerig tot zijn dood op 17 februari 1856. Heine dacht dat hij syfilis had, maar sommige bronnen menen dat hij leed aan een ernstige loodvergiftiging. Tijdens zijn laatste acht ellendige jaren slaagde hij erin om met de hulp van zijn secretaris verder te werken. In deze periode ontstond *ROMANZERO. 'Das Glück ist eine leichte Dirne' staat in 'Zweites Buch - Lamentationen' (Pag. 118), uitgegeven door Hoffmann und Campe, Hamburg (1851). ![]() |

