

Op een stuk perkament uit de 12e eeuw is zijn naam als 'Heinric van Veldeken' gespeld. Andere varianten die voorkomen op het internet: Heynric, Heinrich, Heynryck, Heynrijck, Henric, Hendrik van (von) Veldeke(n) en Heinrich von Veldig. Hij werd geboren in de eerste helft van de 12e eeuw in Veldeke(n) nabij Spalbeek. De heerlijkheid Veldeken was gelegen tussen Spalbeek en Kermt (Hasselt). Zijn voorouders waren ministeriales (lage dienstadel), in dienst van de graven van Loon. Dat verklaart waarom hij een goede opleiding genoot als clericus. Naast zijn moedertaal beheerste hij Duits, Frans en Latijn. Uit verwijzingen in zijn werk blijkt namelijk, dat hij ook de Latijnse Klassiekers kende (Vergilius, enz.). Van Veldeken vertaalde de 'Vita Sancti Servatii' in het Diets (Westnederfrankisch => Oud-Limburgs), op verzoek van de Maastrichtse frater Hezelo.* De 'Servaeslegende' bestaat uit twee boeken met in totaal 6000 verzen. Eén met de levensbeschrijving van Servatius en één dat de mirakels van de heilige en de wandaden van de Hunnen beschrijft. * Een van de bronnen heeft het over 'koster Hessel' en een andere noemt hem 'de koster of schatbewaarder van het Maastrichtse Servaeshospitaal' (waar ook pelgrims logeerden). Heinric van Veldeken droeg het werk op aan Agnes van Metz**, gravin van Loon (°1106/1114; †1171/1186), die zijn mecenas** was. Na de Vlaamse monnik in Rochester was hij de eerste Nederlandstalige schrijver waarvan teksten en gedichten bewaard zijn gebleven (weliswaar niet de originele handschriften). ** In de epiloog van het eerste deel zegt de dichter, dat hij het werk zal schrijven op verzoek van Agnes van Loon: ![]() ![]() HET IS GOEDE NOUWE MAREHet is goede nouwe mare dat die vogele openbare singen da men bloemen siet. tot den tiden in den jare stonde 't dat men blide ware: leider des nu bin ich niet. miin dombe herte mich verriet, dat ich moet onsachte ende sware dougen leit dat mich geschiet. Die sconeste ende die beste vrouwe tuschen Roden ende der Souwen gaf mich blitscap hie bevoren. dat is mich komen al te rouwen dore dompheid, niewet van ontrouwen. dat ich here hulde hebbe verloren die ich ter bester hadde erkoren ofte in der werelt ieman scouwe. noch dan vorchte ich heren toren. Al te hoge gérende minne brachte mich al uut den sinne, doe ich here ougen ende mont sach so wale staen ende here kinne, doe wart mich dat herte binnen van so soeter dompheit wont, dat mich wiisheit ware onkont. des bin ich wale worden inne bit scaden sint te maneger stont. Dat quade wort het si verwaten dat ich niene konde laten, doe mich bedrouch miin dombe waen. der ich gérende uter maten, ich bat here in der caritaten dat sie mich moeste al ombevaen. so vele ne hadde ich niet gedaen dat sie ein wenech uter straten dore mich te onrechte wolde staen. ![]() TRISTANT MOESTE ANE SINEN DANCTristant moeste ane sinen dancstade siin der koninginnen, want poisoen heme daer toe dwanc mere dan die cracht der minnen. Des sal mich die goede danc weten dat ich niene gedranc sulic piment, end ich sie minne bat dan hé, ende mach dat siin. Wale gedane, valsches ane, laet mich wese diin ende wis doe miin. TRISTAN MOEST TEGEN ZIJN ZINTristan moest tegen zijn zintrouw zijn aan de koningin, want een liefdesdrank dwong hem meer dan de kracht van de liefde. Daarom betuigt mijn lief mij dank omdat ik zulk brouwsel nooit dronk en meer bemin dan Tristan, als dat kan. Wat er ook van zij er schuilt geen valsheid in; laat mij de jouwe zijn en wees jij van mij. Terug naar index bloemlezing ![]() IN DEN TIDEN VAN DEN JAREIn den tiden van den jaredat die dage werden lanc ende dat weder weder clare so ernouwen openbare merelare heren sanc, die ons brengen lieve mare, Gode mach her's weten danc dé hevet rechte minne sonder rouwe ende ane wanc. Ich bin blide dore here ere die mich hevet dat gedaen dat ich van den rouwen kere, dé mich wilen irde sere. dat is mich nu also ergaen: ich bin rike ende grote here, sint ich moeste al ombevaen die mich gaf rechte minne sonder wiic ende ane waen. Die mich drombe willen niden dat mich lieves ist geschiet, dat mach ich vele sachte liden noch mine blitscap niewet miden, ende ne wille drombe niet na gevolgen den onbliden. sint dat sie mich gerne siet die mich dore rechte minne lange pine dougen liet. IN DE TIJD VAN HET JAARIn de tijd van het jaardat de dagen lengen en dat het weer weer beter wordt, dan beginnen luidkeels de merels hun gezang, dat ons een lieve tijding brengt, hij mag God dankbaar zijn, die echte liefde koestert zonder verdriet en zonder twijfel. Ik ben blij ter ere van haar die mij heeft bevrijd van mijn liefdesverdriet, waardoor ik vroeger wanhopig was. daar heb ik nu geen last meer van: ik voel me de koning te rijk, sedert ik haar innig heb omhelsd, die mij echte liefde schonk zonder vrees en zonder twijfel. Die mij daarom willen benijden dat iets lieflijks mij overkwam, dat kan ik best verdragen want het kan mijn blijdschap niet temperen, daarom wil ik niet de voetstappen van de afgunstigen drukken. sedert zij van mij houdt die mij door hoofse liefde heel lang pijn liet lijden. Terug naar index bloemlezing ![]() DE BLITSCAP SONTER ROUWE ENTFEIT"Dé blitscap sonder rouwe entfeitbit eren, hé is rike. dat herte da der rouwe in steit, dat levet jamerlike. hé is edele ende vroet: wé bit eren kan geméren sine blitscap, dat is goet." Die scone die mich singen doet, sie sal mich spreken leren daer ave dat ich minen moet niet wale ne kan gekeren, sie is edele ende vroet: wé bit eren kan geméren here blitscap, dat is goet. WIE LIEFDE BELEEFT ZONDER VERDRIET"Wie liefde beleeft zonder verdrieten waardig blijft, die is rijk. een hart met droefheid vervuld, is in jammerlijke staat. hij is edel en wijs: die zijn blijdschap goed en met ere kan vermeerderen." De schone die mij doet zingen, zal mijn hart leren spreken waardoor ik mijn gemoed bezwaarlijk kan veranderen, zij is edel en wijs: wie haar vreugde met ere kan vermeerderen, die is goed. Terug naar index bloemlezing ![]() SO WE DER MINNEN IS SO VROETSo wé der minnen is so vroetdat hé der minnen dienen kan, ende hé dore minne pine doet, dé is ein vele minnesalegh man. van minnen komet allet goet, die minne maket reinen moet, wat solde ich ane minne dan ? Die scone minne ich ane wanc, ich weit wale here minne is claer. of mine minne iet velsche ein cranc, so ne wirt ouch nimmer minne waer. ich segge here miner minnen danc, bi here minnen steit miin sanc. hé is domp deme minne dunket swaer. WIE WIJS OMGAAT MET DE MINNEWie wijs omgaat met de minnezodat hij de minne dienen kan, en wie zich inzet voor de minne, is een door minne gezegend man. Wat uit minne spruit is goed, want minne reinigt het gemoed, wat zou ik dan zonder minne doen ? Voor die schone voel ik ware minne want ik twijfel niet aan haar pure minne, als mijn minne niet oprecht zou zijn, dan zou ik beter over minne zwijgen, ik ben dankbaar voor haar minne, want uit haar minne welt mijn lied. dom is hij die een hekel heeft aan minne. Terug naar index bloemlezing ![]() GOT SENDE HERE TE MOEDEGot sende here te moededat sie et meine te goede, want ich vele gerne behoede dat ich here spreke iet leide ende immer van here gescheide. mich binden vaste die eide, minne ende trouwe beide: des vorchte ich sie alse dat kint die roede. GOD VERLICHTE HAAR GEMOEDGod verlichte haar gemoeddat zij welwillend moge zijn, want ik wil haar graag behoeden voor een krenkend woord van mij dat mij van haar zou scheiden. ik voel mij vast verbonden, met eden van liefde en trouw: haar vrezend zoals een kind de roede. Terug naar index bloemlezing ![]() IN DEN TIDEN DAT DIE ROSEN *In den tiden dat die rosentounen manech scone blat, so vloeket men den blidelosen die wroegere siin ane maneger stat, want sie der minnen siin gehat ende den minneren gerne nosen. van den bosen moete Got ons losen ! Men darf den bosen niewet vloeken. hen wirt dicke onsachte wé, want sie warden ende loeken alse dé sprenket in den sné. des siin sie vele die mere gevé, doch ne darf es nieman roeken, want sie soeken peren op den boeken. Heinric van Veldeken heeft op meerdere plaatsen verbleven (regio Hasselt-Borgloon, Maastricht, Kleef, Thüringen) en moest zich als dichter-troubadour overal verstaanbaar maken. Hij was afhankelijk van adellijke mecenassen, waardoor hij verplicht was zich in verschillende dialecten van het Diets en het Oud-Duits uit te drukken. 'Wiens brood men eet wiens woord (=>taal) men spreekt'. Een illustratie hiervan is de vorige en de volgende versie van 'In den tiden dat die rosen' (ook 'In den ziten, daz die rôsen'), beter bekend als 'Ze zoeken peren aan de beuken'. IN DEN ZITEN DAZ DIE RÔSEN **In den ziten, daz die rôsenErzeigent manic schoene blat, Sô vluochet man den vröidelôsen, Die rüegaere sint an maniger stat Durch daz, wan si der minne sint gehaz Und die minne gerne noesen. Got müez uns von den boesen loesen. Man darf den boesen niht suochen, In wirt dicke unsanfte wê, Wan si warten unde luochen, Alse der springet in dem snê: Des sint si vil deste mê gevê, Des darf doch niemen ruochen, Wan si suochen birn ûf den buochen. WANT ZE ZOEKEN PEREN AAN DE BEUKENIn het seizoen dat de rozenvele mooie blaadjes tonen vervloekt men de vreugdelozen, die overal aan het vitten zijn omdat ze de liefde haten en de liefde graag bestrijden met venijn. Moge God de bozen lozen. Men moet niet schelden op deze lieden, want hun boosheid kan hen niet baten. Immers, ze loeren en ze spieden, alsof ze rondspringen in de sneeuw: Daarom zijn ze zo boosaardig, al zijn ze niemands aandacht waardig, want ze zoeken peren aan de beuken. Terug naar index bloemlezing ![]() DIE WERELT IS DER LICHTECHEIDEDie werelt is der lichtecheideal te roemelike balt. harde cranc is here geleide, dat der minnen doet gewalt. die loosheit die men wilen scalt, die ist versoenet over al. bose seden werden alt, dat ons lange weren sal. DE WERELD IS EEN LICHTEKOOIDe wereld is een lichtekooien aan zedenbederf ten prooi. dit wordt door niemand betreurd, waardoor de liefde wordt verbeurd. vroeger werd dit aangekaart, nu wordt dit algemeen aanvaard. slechte zeden zijn een kwaal en worden nagenoeg normaal. Terug naar index bloemlezing ![]() DIE NOCH NIENE SIIN VERWONNENDie noch niene siin verwonnenvan minnen also ich nu bin, die ne mogen noch ne konnen niet wale gemerken minen sin. ich hebbe minne al da begonnen da mine minne schinet min dan der mane bi der sonnen. Die minne bidde ich ende mane, die mich hevet verwonnen al, dat sie die scone daer toe spane dat sie mere miin geval. want geschiet mich alse den swanen dé singet alser sterven sal, sie verluset te vele daer ane. WIE NOG NOOIT OVERWONNEN ISWie nog nooit overwonnen is,door de liefde zoals ik nu, die is niet in staat en niet bij machte mijn gevoelens te begrijpen. mijn liefde is pas begonnen mijn liefde is zoals de maan, die het onderspit delft voor de zon. Ik smeek en bezweer mijn liefde, die mij helemaal heeft ingepalmd dat ze de geliefde er toe brengt mijn geluk te vermeerderen. of vergaat het mij zoals de zwaan die zingt vooraleer zij sterft? want dat ware een te groot verlies. Terug naar index bloemlezing ![]() HET DOEN DIE VOGELE WALE SCHIIN *Het doen die vogele wale schiindat sie die boume sien gebloet. here sanc dé maket mich den moet so goet dat ich bin vro noch trurech niene kan siin. Got ere sie die mich dat doet also verre al over Riin, dat mich die sorgen siin geboet al da miin lief sich verellenden moet. Ook hier zijn er verschillende versies. Van Veldeken was dus flexibel en blijkbaar herwerkte hij zijn geschriften en gedichten in de taal van de regio waar hij verbleef. Hij heeft zich uitgedrukt in zijn moedertaal (Borgloon-Hasselt), het Maaslands (Maastricht) en het Oud-Duits (Thüringen). EZ TUONT DIU VOGELÎN SCHÎN **Ez tuont diu vogelîn schîn,daz siu die boume sehent gebluot, ir sanc machet mir den muot sô guot, daz ich vrô bin noch trûric niht kan sîn. Got êre sî, diu mir daz tuot, al über den Rîn, daz mir der sorgen ist gebuot, aldâ mîn lîp verre ist in ellende. MET VERVE DOEN DE VOGELS KONDMet verve doen de vogels konddat ze de bomen in bloei zien staan. hun lied werkt aanstekelijk op mijn gemoed, zodat ik vrolijk ben en niet treurig kan zijn. God moge haar eren die hetzelfde bij mij doet, van heel verweg over de Rijn, zodat mijn zorgen verdwijnen, al moet mijn lief in een ver land verblijven. Terug naar index bloemlezing ![]() DIE DA HOREN MINEN SANCDie da horen minen sanc,ich wille dat sie mich's weten dank stadelike ende ane wane. die ie geminden ofte noch minnen, die siin blide in manegen sinnen. des die dombe niene beginnen, want sie die minne niene dwanc noch here herte ne rachte binnen. Zij die luisteren naar mijn liedZij die luisteren naar mijn liedhun ondank dulden wil ik niet noch hun gedraal dat twijfel biedt. Zij die beminden of nog beminnen, die zijn blij met menige zinnen. De dommen hebben niets te winnen, want zij zijn nooit door passie beroerd noch werd hun hart door liefde ontroerd. Terug naar index bloemlezing ![]() SCONE WORT BIT SOETEN SANGEScone wort bit soeten sangetroosten dicke swaren moet. die mach men genre halden lange, want sie siin ons altoos goet. ich singen bit vele droeven moede dore die scone ende die goede. op heren troost ich wilen sanc: sie hevet mich mistroost des is te lanc. Here stonde bat dat sie mich trooste dan ich dore sie gelage doot, want sie mich wilen ere erlooste uut maneger angestliker noot. alse sie’t geboetet, ich bin here dode, mare iedoch so sterve ich node. hebbe ich ane here noch goeden troost, ich sal van allen sorgen siin erloost. MOOIE WOORDEN GEPAARD MET ZOETE ZANGMooie woorden gepaard met zoete zangtroosten vaak een bezwaard gemoed. die blijft men graag lang koesteren, omdat men er baat bij vindt. ik zing heel erg terneergeslagen door de schone die rechtschapen is. vroeger zong ik met de hoop op haar troost: zij heeft mij niet getroost, dat is een lang verhaal. Liever word ik door haar getroost dan door haar afwijziging dood te gaan, want vroeger heeft zij mij meermaals geholpen in de uiterste nood. als zij het beveelt dan kies ik voor de dood, alhoewel ik liever niet zou sterven, als ik haar zoete troost kan verwerven, dan zijn al mijn zorgen van de baan. Terug naar index bloemlezing ![]() ALSE DIE VOGELE BLIDELIKE *Alse die vogele blidelikesingende den sommer entfaen ende der walt is louver rike ende die bloemen scone staen, so is der winter al vergaen. recht is dat ich dare wike da miin herte stadelike van minnen ie was onderdaen. Ook van dit gedicht bestaan twee versies, die licht van mekaar afwijken: ALSE DIE VOGELE BLIDELIKE **Alse die vogele blidelikeden sommer singende entfan ende der walt is louves rike ende die bluomen scone stan, so ist der winter al vergan recht is dat ich here wike der min herte stadelike van minnen ie was underdan. WANNEER DE VOGELS VROLIJKWanneer de vogels vrolijkzingend de zomer begroeten en het bos zich tooit met loof en de bloemen prachtig bloeien, dan is de winter voorgoed voorbij. het is terecht dat ik mij begeef waar mijn hart standvastig onderworpen was aan de minne Terug naar index bloemlezing ![]() DER SCONE SOMER GEIT ONS ANEDer scone somer geit ons ane,des is vele manech vogel blide, want sie vrouwen sich te stride den sconnen tiit vele wale te entfane. recht is jaerlanc dat der hare wenke den vele suten winden: ich bin worden wale geware nouwes louves ane der linden DE MOOIE ZOMER IS BEGONNENDe mooie zomer is begonnen,daarom zijn veel vogels blij want ze verheugen zich om beurt om het mooie seizoen te bejubelen, in dit seizoen moeten de gure winden wijken voor de zuidenwinden: ik zie onmiskenbaar nieuw gebladerte aan de linden. Terug naar index bloemlezing ![]() MEN SEGET VORWAER NU MANECH JAERMen seget vorwaer nu manech jaerdie wiif die haten grawe haer, dat is mich swaer ende is here mispriis die liever hebben heren amiis domp dan wiis. Des mere noch min dat ich gra bin, ich hate ane wiven cranken sin, die nouwe tin nemen vore alt golt. sie gien sie siin den jongen holt dore ongedolt. VROUWEN HATEN GRIJS HAAR *Vrouwen haten grijs haar,dat houdt men voor waar, nu al menig jaar. dat valt mij zwaar, en strekt hen tot schande, die hun minnaar liever dwaas hebben dan wijs. Of ik nu meer of minder grijs ben, ik haat bij vrouwen zwak verstand, dat nieuw tin verkiest boven oud goud. Ze geven toe op jong te vallen uit ongeduld.Lepus: 25 februari 2007 VROUWEN HATEN GRIJS HAAR **Vrouwen haten grijs haar,dat houdt men voor waar, nu al menig jaar. Het is schand voorwaar en het valt mij zwaar, dat zij hun minnaar liever onwijs hebben dan wijs. Of ik nu grijs ben meer of min, weet dat ik niet van domme vrouwen houd, die nieuw tin verkiezen boven oud goud. Ze vallen op een jonge snul uit onbenul.Lepus: 24 februari 2012 ![]() © Hertalingen van Lepus |

