Iphone and smartphone optimized content

Heinric van Veldeken - Bloemlezing
Heinric van Veldeken

Afbeelding van Heinric van Veldeken
(geb. 1128 tot 1140, gest. 1190 tot 1205)
Afbeelding in Codex Manesse 
(2e helft van de 12e eeuw).
Groe Heidelberger Liederhandschrift.
In 1888 werd de codex verkocht 
aan de Bibliotheca Palatina te Heidelberg.

HET IS GOEDE NOUWE MARE

Het is goede nouwe mare dat die vogele openbare singen da men bloemen siet. tot den tiden in den jare stonde 't dat men blide ware: leider des nu bin ich niet. miin dombe herte mich verriet, dat ich moet onsachte ende sware dougen leit dat mich geschiet. Die sconeste ende die beste vrouwe tuschen Roden ende der Souwen gaf mich blitscap hie bevoren. dat is mich komen al te rouwen dore dompheid, niewet van ontrouwen. dat ich here hulde hebbe verloren die ich ter bester hadde erkoren ofte in der werelt ieman scouwe. noch dan vorchte ich heren toren. Al te hoge grende minne brachte mich al uut den sinne, doe ich here ougen ende mont sach so wale staen ende here kinne, doe wart mich dat herte binnen van so soeter dompheit wont, dat mich wiisheit ware onkont. des bin ich wale worden inne bit scaden sint te maneger stont. Dat quade wort het si verwaten dat ich niene konde laten, doe mich bedrouch miin dombe waen. der ich grende uter maten, ich bat here in der caritaten dat sie mich moeste al ombevaen. so vele ne hadde ich niet gedaen dat sie ein wenech uter straten dore mich te onrechte wolde staen.

HET IS EEN GOEDE EN NIEUWE TIJDING

Het is een goede en nieuwe tijding dat de vogels luidkeels zingen waar de bloemen bloeien. op deze tijd van 't jaar zou men vrolijk moeten zijn: helaas ben ik dat niet. mijn domme hart misleidde mij, waardoor ik de diepe smart die mij treft moet verdragen. De mooiste en de beste vrouw tussen Roden en de Souwen schonk mij weleer vreugde maar dat heb ik nu verkorven door lompheid, niet door ontrouw heb ik de genegenheid verloren van haar die ik had uitverkoren als het summun in de wereld. niettemin vrees ik haar toorn. Buitensporig liefdesverlangen maakte mij uitzinnig. toen ik haar ogen en mond en kin zag, dat fijnbesneden gelaat, werd ik opgewonden door haar zoete schoonheid, mijn beheersing was verzwonden, dat besef ik nu meer en meer tot mijn scha en schande. Ik vervloek mijn vermetele woorden die mij stomweg ontglipten, meegesleept door mijn overmoed. want ik begeerde haar uitermate, en smeekte haar omwille van de liefde dat zij mij innig moest omhelzen. maar ondanks mijn aandringen bleef zij halsstarrig weigeren om op mijn avances in te gaan.

Linecol

TRISTANT MOESTE ANE SINEN DANC

Tristant moeste ane sinen danc
stade siin der koninginnen,
want poisoen heme daer toe dwanc
mere dan die cracht der minnen.
Des sal mich die goede danc
weten dat ich niene gedranc
sulic piment, end ich sie minne
bat dan h, ende mach dat siin.
Wale gedane, valsches ane,
laet mich wese diin
ende wis doe miin.

TRISTAN MOEST TEGEN ZIJN ZIN

Tristan moest tegen zijn zin
trouw zijn aan de koningin,
want een liefdesdrank dwong hem
meer dan de kracht van de liefde.
Daarom betuigt mijn lief mij dank
omdat ik zulk brouwsel nooit dronk
en meer bemin dan Tristan,
als dat kan. Wat er ook van zij
er schuilt geen valsheid in;
laat mij de jouwe zijn
en wees jij van mij.

Linecol

IN DEN TIDEN VAN DEN JARE

In den tiden van den jare
dat die dage werden lanc
ende dat weder weder clare
so ernouwen openbare
merelare heren sanc,
die ons brengen lieve mare,
Gode mach her's weten danc
d hevet rechte minne
sonder rouwe ende ane wanc.

Ich bin blide dore here ere
die mich hevet dat gedaen
dat ich van den rouwen kere,
d mich wilen irde sere.
dat is mich nu also ergaen:
ich bin rike ende grote here,
sint ich moeste al ombevaen
die mich gaf rechte minne
sonder wiic ende ane waen.

Die mich drombe willen niden
dat mich lieves ist geschiet,
dat mach ich vele sachte liden
noch mine blitscap niewet miden,
ende ne wille drombe niet
na gevolgen den onbliden.
sint dat sie mich gerne siet
die mich dore rechte minne
lange pine dougen liet.

IN DE TIJD VAN HET JAAR

In de tijd van het jaar
dat de dagen lengen
en dat het weer weer beter wordt,
dan beginnen luidkeels
de merels hun gezang,
dat ons een lieve tijding brengt,
hij mag God dankbaar zijn,
die echte liefde koestert
zonder verdriet en zonder twijfel.

Ik ben blij ter ere van haar
die mij heeft bevrijd
van mijn liefdesverdriet,
waardoor ik vroeger wanhopig was.
daar heb ik nu geen last meer van:
ik voel me de koning te rijk,
sedert ik haar innig heb omhelsd,
die mij echte liefde schonk
zonder vrees en zonder twijfel.

Die mij daarom willen benijden
dat iets lieflijks mij overkwam,
dat kan ik best verdragen
want het kan mijn blijdschap niet temperen,
daarom wil ik niet de voetstappen
van de afgunstigen drukken.
sedert zij van mij houdt
die mij door hoofse liefde
heel lang pijn liet lijden.

Linecol

DE BLITSCAP
SONTER ROUWE ENTFEIT

"D blitscap sonder rouwe entfeit
bit eren, h is rike.
dat herte da der rouwe in steit,
dat levet jamerlike.
h is edele ende vroet:
w bit eren kan gemren
sine blitscap, dat is goet."

Die scone die mich singen doet,
sie sal mich spreken leren
daer ave dat ich minen moet
niet wale ne kan gekeren,
sie is edele ende vroet:
w bit eren kan gemren
here blitscap, dat is goet.

WIE LIEFDE BELEEFT
ZONDER VERDRIET

"Wie liefde beleeft zonder verdriet
en waardig blijft, die is rijk.
een hart met droefheid vervuld,
is in jammerlijke staat.
hij is edel en wijs:
die zijn blijdschap goed
en met ere kan vermeerderen."

De schone die mij doet zingen,
zal mijn hart leren spreken
waardoor ik mijn gemoed
bezwaarlijk kan veranderen,
zij is edel en wijs:
wie haar vreugde met ere
kan vermeerderen, die is goed.

Linecol

SO WE DER MINNEN
IS SO VROET

So w der minnen is so vroet
dat h der minnen dienen kan,
ende h dore minne pine doet,
d is ein vele minnesalegh man.
van minnen komet allet goet,
die minne maket reinen moet,
wat solde ich ane minne dan ?

Die scone minne ich ane wanc,
ich weit wale here minne is claer.
of mine minne iet velsche ein cranc,
so ne wirt ouch nimmer minne waer.
ich segge here miner minnen danc,
bi here minnen steit miin sanc.
h is domp deme minne dunket swaer.

WIE WIJS OMGAAT
MET DE MINNE

Wie wijs omgaat met de minne
zodat hij de minne dienen kan,
en wie zich inzet voor de minne,
is een door minne gezegend man.
Wat uit minne spruit is goed,
want minne reinigt het gemoed,
wat zou ik dan zonder minne doen ?

Voor die schone voel ik ware minne
want ik twijfel niet aan haar pure minne,
als mijn minne niet oprecht zou zijn,
dan zou ik beter over minne zwijgen,
ik ben dankbaar voor haar minne,
want uit haar minne welt mijn lied.
dom is hij die een hekel heeft aan minne.

Naar boven

Linecol

GOT SENDE
HERE TE MOEDE

Got sende here te moede
dat sie et meine te goede,
want ich vele gerne behoede
dat ich here spreke iet leide
ende immer van here gescheide.
mich binden vaste die eide,
minne ende trouwe beide:
des vorchte ich sie alse dat kint die roede.

GOD VERLICHTE HAAR GEMOED

God verlichte haar gemoed
dat zij welwillend moge zijn,
want ik wil haar graag behoeden
voor een krenkend woord van mij
dat mij van haar zou scheiden.
ik voel mij vast verbonden,
met eden van liefde en trouw:
haar vrezend zoals een kind de roede.

Linecol

IN DEN TIDEN
DAT DIE ROSEN *

In den tiden dat die rosen
tounen manech scone blat,
so vloeket men den blidelosen
die wroegere siin ane maneger stat,
want sie der minnen siin gehat
ende den minneren gerne nosen.
van den bosen moete Got ons losen !

Men darf den bosen niewet vloeken.
hen wirt dicke onsachte w,
want sie warden ende loeken
alse d sprenket in den sn.
des siin sie vele die mere gev,
doch ne darf es nieman roeken,
want sie soeken peren op den boeken.

IN DEN ZITEN
DAZ DIE RSEN **

In den ziten, daz die rsen
Erzeigent manic schoene blat,
S vluochet man den vridelsen,
Die regaere sint an maniger stat
Durch daz, wan si der minne sint gehaz
Und die minne gerne noesen.
Got mez uns von den boesen loesen.

Man darf den boesen niht suochen,
In wirt dicke unsanfte w,
Wan si warten unde luochen,
Alse der springet in dem sn:
Des sint si vil deste m gev,
Des darf doch niemen ruochen,
Wan si suochen birn f den buochen.

WANT ZE ZOEKEN PEREN
AAN DE BEUKEN

In het seizoen dat de rozen
vele mooie blaadjes tonen
vervloekt men de vreugdelozen,
die overal aan het vitten zijn
omdat ze de liefde haten
en de liefde graag bestrijden met venijn.
Moge God de bozen lozen.

Men moet niet schelden op deze lieden,
want hun boosheid kan hen niet baten.
Immers, ze loeren en ze spieden,
alsof ze rondspringen in de sneeuw:
Daarom zijn ze zo boosaardig,
al zijn ze niemands aandacht waardig,
want ze zoeken peren aan de beuken.

Linecol

DIE WERELT IS
DER LICHTECHEIDE

Die werelt is der lichtecheide
al te roemelike balt.
harde cranc is here geleide,
dat der minnen doet gewalt.
die loosheit die men wilen scalt,
die ist versoenet over al.
bose seden werden alt,
dat ons lange weren sal.

DE WERELD IS EEN LICHTEKOOI

De wereld is een lichtekooi
en aan zedenbederf ten prooi.
dit wordt door niemand betreurd,
waardoor de liefde wordt verbeurd.
vroeger werd dit aangekaart,
nu wordt dit algemeen aanvaard.
slechte zeden zijn een kwaal
en worden nagenoeg normaal.

Linecol

DIE NOCH NIENE
SIIN VERWONNEN

Die noch niene siin verwonnen
van minnen also ich nu bin,
die ne mogen noch ne konnen
niet wale gemerken minen sin.
ich hebbe minne al da begonnen
da mine minne schinet min
dan der mane bi der sonnen.

Die minne bidde ich ende mane,
die mich hevet verwonnen al,
dat sie die scone daer toe spane
dat sie mere miin geval.
want geschiet mich alse den swanen
d singet alser sterven sal,
sie verluset te vele daer ane.

WIE NOG NOOIT
OVERWONNEN IS

Wie nog nooit overwonnen is,
door de liefde zoals ik nu,
die is niet in staat en niet bij machte
mijn gevoelens te begrijpen.
mijn liefde is pas begonnen
mijn liefde is zoals de maan,
die het onderspit delft voor de zon.

Ik smeek en bezweer mijn liefde,
die mij helemaal heeft ingepalmd
dat ze de geliefde er toe brengt
mijn geluk te vermeerderen.
of vergaat het mij zoals de zwaan
die zingt vooraleer zij sterft?
want dat ware een te groot verlies.

Linecol

HET DOEN DIE VOGELE
WALE SCHIIN *

Het doen die vogele wale schiin
dat sie die boume sien gebloet.
here sanc d maket mich den moet so goet
dat ich bin vro noch trurech niene kan siin.
Got ere sie die mich dat doet
also verre al over Riin,
dat mich die sorgen siin geboet
al da miin lief sich verellenden moet.

Ook hier zijn er verschillende versies.
Van Veldeken was dus flexibel en blijkbaar
herwerkte hij zijn geschriften en gedichten
in de taal van de regio waar hij verbleef.
Hij heeft zich uitgedrukt in zijn moedertaal
(Borgloon-Hasselt), het Maaslands (Maastricht)
en het Oud-Duits (Thringen).


EZ TUONT
DIU VOGELN SCHN **

Ez tuont diu vogeln schn,
daz siu die boume sehent gebluot,
ir sanc machet mir den muot s guot,
daz ich vr bin noch trric niht kan sn.
Got re s, diu mir daz tuot,
al ber den Rn,
daz mir der sorgen ist gebuot,
ald mn lp verre ist in ellende.

MET VERVE
DOEN DE VOGELS KOND

Met verve doen de vogels kond
dat ze de bomen in bloei zien staan.
hun lied werkt aanstekelijk op mijn gemoed,
zodat ik vrolijk ben en niet treurig kan zijn.
God moge haar eren die hetzelfde bij mij doet,
van heel verweg over de Rijn,
zodat mijn zorgen verdwijnen,
al moet mijn lief in een ver land verblijven.

Linecol

DIE DA HOREN
MINEN SANC

Die da horen minen sanc,
ich wille dat sie mich's weten dank
stadelike ende ane wane.
die ie geminden ofte noch minnen,
die siin blide in manegen sinnen.
des die dombe niene beginnen,
want sie die minne niene dwanc
noch here herte ne rachte binnen.

ZIJ DIE LUISTEREN
NAAR MIJN LIED

Zij die luisteren naar mijn lied
hun ondank dulden wil ik niet
noch hun gedraal dat twijfel biedt.
Zij die beminden of nog beminnen,
die zijn blij met menige zinnen.
De dommen hebben niets te winnen,
want zij zijn nooit door passie beroerd
noch werd hun hart door liefde ontroerd.

Linecol

SCONE WORT BIT SOETEN SANGE

Scone wort bit soeten sange
troosten dicke swaren moet.
die mach men genre halden lange,
want sie siin ons altoos goet.
ich singen bit vele droeven moede
dore die scone ende die goede.
op heren troost ich wilen sanc:
sie hevet mich mistroost des is te lanc.

Here stonde bat dat sie mich trooste
dan ich dore sie gelage doot,
want sie mich wilen ere erlooste
uut maneger angestliker noot.
alse siet geboetet, ich bin here dode,
mare iedoch so sterve ich node.
hebbe ich ane here noch goeden troost,
ich sal van allen sorgen siin erloost.

MOOIE WOORDEN
GEPAARD MET ZOETE ZANG

Mooie woorden gepaard met zoete zang
troosten vaak een bezwaard gemoed.
die blijft men graag lang koesteren,
omdat men er baat bij vindt.
ik zing heel erg terneergeslagen
door de schone die rechtschapen is.
vroeger zong ik met de hoop op haar troost:
zij heeft mij niet getroost, dat is een lang verhaal.

Liever word ik door haar getroost
dan door haar afwijziging dood te gaan,
want vroeger heeft zij mij meermaals
geholpen in de uiterste nood.
als zij het beveelt dan kies ik voor de dood,
alhoewel ik liever niet zou sterven,
als ik haar zoete troost kan verwerven,
dan zijn al mijn zorgen van de baan.

Linecol

ALSE DIE VOGELE BLIDELIKE *

Alse die vogele blidelike
singende den sommer entfaen
ende der walt is louver rike
ende die bloemen scone staen,
so is der winter al vergaen.
recht is dat ich dare wike
da miin herte stadelike
van minnen ie was onderdaen.

Ook van dit gedicht bestaan twee versies,
die licht van mekaar afwijken:

ALSE DIE VOGELE **

Alse die vogele blidelike
den sommer singende entfan
ende der walt is louves rike
ende die bluomen scone stan,
so ist der winter al vergan
recht is dat ich here wike
der min herte stadelike
van minnen ie was underdan.

WANNEER DE VOGELS

Wanneer de vogels vrolijk
zingend de zomer begroeten
en het bos zich tooit met loof
en de bloemen prachtig bloeien,
dan is de winter voorgoed voorbij.
het is terecht dat ik mij begeef
waar mijn hart standvastig
onderworpen was aan de minne

Naar boven

Linecol

DER SCONE SOMER GEIT ONS ANE

Der scone somer geit ons ane,
des is vele manech vogel blide,
want sie vrouwen sich te stride
den sconnen tiit vele wale te entfane.
recht is jaerlanc dat der hare
wenke den vele suten winden:
ich bin worden wale geware
nouwes louves ane der linden

DE MOOIE ZOMER IS BEGONNEN

De mooie zomer is begonnen,
daarom zijn veel vogels blij
want ze verheugen zich om beurt
om het mooie seizoen te bejubelen,
in dit seizoen moeten de gure winden
wijken voor de zuidenwinden:
ik zie onmiskenbaar
nieuw gebladerte aan de linden.

Linecol

MEN SEGET VORWAER
NU MANECH JAER

Men seget vorwaer nu manech jaer
die wiif die haten grawe haer,
dat is mich swaer
ende is here mispriis
die liever hebben heren amiis
domp dan wiis.

Des mere noch min dat ich gra bin,
ich hate ane wiven cranken sin,
die nouwe tin
nemen vore alt golt.
sie gien sie siin den jongen holt
dore ongedolt.

VROUWEN HATEN GRIJS HAAR *

Vrouwen haten grijs haar,
dat houdt men voor waar,
nu al menig jaar.
dat valt mij zwaar,
en strekt hen tot schande,
die hun minnaar liever dwaas
hebben dan wijs.

Of ik nu meer of minder grijs ben,
ik haat bij vrouwen zwak verstand,
dat nieuw tin
verkiest boven oud goud.
Ze geven toe op jong te vallen
uit ongeduld.

Lepus: 25 februari 2007

VROUWEN HATEN GRIJS HAAR **

Vrouwen haten grijs haar,
dat houdt men voor waar,
nu al menig jaar.
Het is schand voorwaar
en het valt mij zwaar,
dat zij hun minnaar liever onwijs
hebben dan wijs.

Of ik nu grijs ben meer of min,
weet dat ik niet van domme vrouwen houd,
die nieuw tin
verkiezen boven oud goud.
Ze vallen op een jonge knul
uit onbenul.

© Alle hertalingen zijn van Lepus


Naar boven

Heinric van Veldeken
Gedichten en biografie


Vlaamse dichters

Nederlandse dichters



Homepage


Pageviews since/sinds 21-03-2002: 

 © Gaston D'Haese: 25-11-2007.
Laatste wijziging: 13-09-2017.

E-mail: webmaster