Sonnet VII auf Deutsch - Vertaald door R.M. Rilke Beknopte biografie onderaan |

SONNET INooit had Odysseus, of een man uit één stukDurven denken dat dit goddelijk gelaat, Dat waardigheid, gratie en roem verraadt, De oorzaak zou zijn van zoveel ongeluk. Liefste, ik moet jouw mooie ogen vrezen, Want zij hebben mijn hart met smart verwond, -Het asiel waar je soelaas en warmte vondt- En dat jij alleen met liefde kan genezen. Wreed verdriet! Het gif van een schorpioen Vermengt zich met mijn bloed. O zoen mij! Zoen ! Als je mij bemint, dan herleef ik weer ! Ik smeek je, Liefste, pijnig mij niet meer ! Laat mij het hoogste genot niet derven, Want in dat geval zou ik liever sterven. Naar boven SONNET IIIO loom verlangen, o vergeefs verkwijnen,Gezucht en geween dat ik moet gedogen, Voor er tal van rivieren aan mijn ogen Ontwellen als aan bronnen en fonteinen ! O wreedheden, o onmenselijk schrijnen, Hemelse schijnsels vol met mededogen En driften die eerst mijn hart bedrogen, Kom je me kwellen met nog feller pijnen? Laat Amor weer op mij zijn boog proberen En laaiend vuur en verse pijlen sturen; Laat hij maar van wrevel en woede blaken, Want ik kreeg overal zoveel kwetsuren, Dat mij geen verse wonde meer kan deren, Daar hij geen plaats meer vindt om mij te raken. Naar boven SONNET VIIMan sieht vergehen die belebten Dinge,sowie die Seele nicht mehr bleiben mag. Du bist das Feine, ich bin das Geringe, ich bin der Leib : wo bist du, Seele, sag ? Lass mich so lang nicht in des Ohnmacht. Trage Sorge für mich und rette nicht zu spät. Was bringst du deinen Leib in diese Lage und machst, dass ihm sein Köstlichstes enträt ? Doch wirke so, dass dieses Sich-Begegnen in Fühlbarkeit und neuem Augenschein gefahrlos sei : volliehs nicht in verwegnen und herrischen Erschütterungen : nein, lass sanfter in mich deine Schönheit gleiten, die gnädig ist, um länger nicht zu streiten. Übersetzung von R.M. Rilke (1875-1926)
Rainer Maria Rilke Naar boven SONNET VIIAlle levende wezens ziet men vergaan,Zodra de ziel subtiel het lichaam verlaat: Ik ben het lichaam, jij brengt geestelijk baat, Geliefde ziel, waarom ben je vreemd gegaan ? Laat mij niet langer in onmacht zweven, Want om mij te redden kom je straks te laat; Zorg dat je lichaam niet verloren gaat, Door het opnieuw zijn beste deel te geven. Probeer, Liefste, om gevaar te weren En laat de liefde de revue passeren, Maar wees niet te streng, want dat is niet je rol. Lieflijke gratie wars van balsturigheid Zal me jouw schoonheid schenken mettertijd, Niet wreed zoals weleer, maar liefdevol. Naar boven SONNET VIIIIk leef, ik sterf, ik brand en ik verdrink;Ik voel het koudste ijs en het heetste vuur; Mijn leven mengt hard met zacht en zoet met zuur, Als ik vreugdevol in verdriet verzink. Ik lach eensklaps terwijl ik tranen ween En in genot moet ik leed verduren; Mijn lust vergaat maar zal altijd duren, Dra ben ik sappig groen en dor als been. Zo blijft de Liefde mij grillig leiden En als ik het verdriet kan vermijden, Dan krijg ik ongetwijfeld lik op stuk. Als ik zeker lijk van mijn verblijden En het toppunt bereik van mijn geluk, Stort zij mij in mijn vroeger ongeluk. Naar boven SONNET XIO zoete ogen, met schoonheid vertrouwd;Lieflijke bloemen, mooier dan gedichten; Waar schiet Amor fatale liefdesschichten En waar hebben mijn ogen zoveel aanschouwd ! Ach wilde wreedheid, ach trouweloos hart, Jij houdt mij kort op een strenge manier, Want hoeveel liefdestranen stortte ik hier, Omwille van die brandende liefdessmart ! Ofschoon mijn ogen veel genot beleefden, Aan alle dingen die naar schoonheid streefden, Wil jij, mijn hart, hun geluk bestrijden, Want jij klaagt altijd en bent onoprecht. Is er nog vreugde voor mij weggelegd, Wanneer mijn hart mijn ogen doet lijden ? Naar boven SONNET XIVZolang mijn ogen tranen kunnen plengenVan spijt om ons geluk dat is vergaan, Zolang mijn stem het wenen kan weerstaan En al zuchtend woorden uit kan brengen. Zolang mijn hand de snaren nog kan strengen Van de zoete Luit, die jou bezingen gaan; Zolang mijn geest met jou slechts is voldaan, Zonder zich met iets anders nog te mengen, Verlang ik nog altijd niet dood te gaan, Maar als ik ooit mijn ogen droog zie staan, Mijn stem hoor breken en mijn hand voel beven, En als mijn geest op aarde niet vermag Om één blijk van liefde nog te geven, Bid ik u Dood: verduister mijn klaarste dag. Naar boven SONNET XVIIIKus en kus mij weer, kus mij keer op keer;Geef mij er een die van hartstocht getuigt, Geef mij er een die je liefde betuigt, En vier heter dan vuur geef ik er weer. Ach, klaag niet ! Laat mij je hunker sussen, En er tien geven die zoeter smaken. Laten wij elkaar gelukkig maken, Genietend van onze gulle kussen. Dan vangt voor ons een dubbelleven aan. Elk zal in zich en in zijn lief bestaan. Liefste, laat mij dwaze plannen smeden: Ik heb zo'n spijt om mijn stille leven, Dat me geen bevrediging kan geven, Indien ik niet uit mezelf mag treden. Naar boven SONNET XXIIIWat baat het dat jij mij vroeger preesOmdat ik gouden vlechten had En ogen die zo stralend waren, Als twee Zonnen waaruit Amor rees, Met wrede schichten oorzaak van ons leed ? Waar ben je, tranen die ik zag drogen En dood, die jou deed bogen Op je hechte liefde en gestande eed. Was het doel van je kwaadwilligheid Mij dan te dwingen tot dienstbaarheid ? Lieveling, vergeef mij deze keer, Al blijven spijt en wrevel in mij strijden, Daar ik weet dat waar je bent, jij ook weer Ervaren zult, dit folterend lijden.
Louise Labé (ca. 1520 - 1566) Naar boven SONNET XXIVDames, vergeef mij als ik heb liefgehadEn ik wel duizend fakkels voelde branden, Wel duizend smarten, duizend scherpe tanden, En als ik met wenen tijd en uur vergat. Helaas wordt mijn goede naam door u beklad, Maar als ik faalde, is de straf voorhanden; Verscherp niet nog de naalden van de schande, Maar weet dat Amor eenmaal, zonder dat Vulcanus' vuur u kan verontschuldigen, Of u Adonis' schoonheid kunt beschuldigen, Hij, als een gril, u meer verliefd kan maken, U, die al werd u nog minder kans gegund, Nog vreemder en feller hartstocht voelen kunt; Vermijdt om in nog dieper leed te raken ! Hertalingen in het Nederlands: Lepus
|


Biografie
WerkenIan (Jean) de Tournes, een van de befaamdste boekdrukkers van Lyon, gaf haar 'Oeuvres complètes' uit in 1555. Deze uitgave bestaat ondermeer uit een feministische brief aan haar vriendin Clémence de Bourges. Verder bevat ze vierentwintig liefdessonetten (waarvan één in het italiaans), drie elegieën en tenslotte een mythologisch verhaal met de titel 'Débats de Folie et d'Amour.
|

