Iphone and smartphone optimized content

Liefdesgedichten op I- en Smartphones
 Liefdesgedichten  

Ik viel ten prooi aan liefdessmart

Ik viel ten prooi aan liefdessmart toen ik een ridder heb ontmoet; ik denk dat iedereen vermoedt, dat ik door passie was verward; ik weet nu waarom ik leed: door hem geen liefde te geven heb ik een grote fout bedreven, of ik nu in bed was of gekleed. Ik zou zo graag mijn ridder strelen als hij in mijn naakte armen rust; Ik zou mijn hartstocht met hem delen als hij mij op zachte kussens kust; ik wil hem nog meer liefde schenken dan Floris Blancefloer kon geven. ik bied hem mijn liefde en mijn hart, mijn ziel mijn ogen en mijn leven. Zoete vriend die ik bemin bovenal, wanneer krijg ik je in mijn macht? als je met mij slaapt op een nacht dan geef ik je kussen overal; naar jou verlang ik meer, dan naar de liefde van mijn man, als jij mij beloven kan alles te doen wat ik begeer.

Comtessa de dia (Occitaanse troibaritz), 12e eeuw. © Engelse versie vertaald door Gaston D'Haese

Sonnet

Vroeg in de dageraad de schone gaat ontbinden De gouden blonde tros, citroenig van coleur, Gezeten in de lucht, recht buiten d' achterdeur, Daar groene wijngaardloof ooit louwe muur beminde. Dan beven amoureus de liefelijkste winden In 't gele zijdig haar en groeten met een geur Haar goddelijk aanschijn, opdat zij deze keur Behield van dagelijks haar daar te laten vinden. Gelukkig is de kam, verguld van elpenbeen, Die deze vlechten streelt, dit waardig zijnd' alleen, Gelukkiger het snoer dat in haar dikke tuiten Mijn ziele mee verbindt en om 't hoofd gaat besluiten, Hoewel ik 't liever zie wildgolvig na zijn jonst, Het schone van natuur passeert doch alle konst.

Gerbrand Adriaensz. Bredero (1585 - 1618)

Ingetoogenheid

Is ons 't genot verboôn, wel, dat we slechts beminnen! Zijn andren in 't genot, 'k misgun, 'k benij' hun niet: Die ander heil aanschouwt met wrevelige zinnen, Verteert zich-zelven slechts in vruchteloos verdriet. De Idalische Godin doet haren wellust smaken Aan hem, aan hem alleen, die in haar gunsten deelt; Ontzegt Kupîdo ons zijn gloeiende vermaken, Genoeg is 't, dat de min ons 't harte vleit en streelt. Laat andren honigdaauw van malsche lipjes leppen, En 't smeltend mondkoraal met zachte tanden kneên; Van boezem, hals, en wang, verliefde kusjes scheppen, En schaaklen zich op 't dons in poezle maagdeleên: Laat andren, mond aan mond, en borst aan boezem hangen; Bij 't staamlen van de tong' en 't zwoegen van het hart', De maagdelijke heup' in dij' en armen prangen; En wringen 't lijf naar eisch der kittelende smart': Laat andren, boezemooft en rozebloesems plukken; Met opgeheven' thyrs', in 't heiligdom der minn', In 't binnenst lustprieel van Cypris hove rukken, En drinken 't vuur, met oog, met borst, en lenden, in: Laat andren, Venus beemd met vruchtbaar zweet bedaauwen, En moede en afgemat door 't slingren van den lust, In dartle omhelzingen, van weelde en wellust flaauwen; En zijgen in den schoot der liefelijkste rust'. Dat dit, en hoger lust, zo iemand dien kan smaken, ô Gij, wie Venus mint, aan u beschoren zij! Maar ons, ontzegt ons 't lot die gloeiende vermaken, Voor 't minst beminnen wij!

Willem Bilderdijk (1756 - 1831)

De jonge Kloë

Kloë zestien jaar oud, Sprak: ik zal de min ontvlugten: Want als men het wel beschouwt, Doen de minnaars niets dan zuchten. 't Is of elk zijn' tijd besteed In 't gevoelen van zijn leed. Waar ik slechts mijnen oogen wend' --- Nergens vind ik twee gelieven Die niet zuchten. Wat ellend' Mag hun teedre boezems grieven? Waarom staag de vreugde ontvlugt Door hun eindeloos gezucht? --- Neen, nooit zal de liefde mij In haar nare kluisters binden: In die teedre slavernij Kan ik zoo veel heils niet vinden. Heeft de min er anders geen? --- Liever blijf ik dan alleen. Laats vroeg Lykas om een zoen... ('k Moet nog laghen om dat vragen.) 'k Riep: Och Lykas, neen! --- En toen Zuchtte hij, en sloeg aan 't klagen. ô Wat is het minnen dwaas! Al zijn antwoord was --- helaas! Gistren zag ik Lykas weêr. 'k dacht: 't is best zijn oog te ontvlugten; Wijl ik ligt zijn smart vermeêr: Want hij weende en scheen te zuchten; 'k Vlood zeer schielijk van die plaats: Alles riep mij daar --- helaas! Zoo zong Kloë; --- maar de Min Hoorde het vermetel zingen Van die jonge herderin. --- " 'Zal die stoute schoone dwingen!" Sprak hij. --- Kloë maak vrij staat, Dat hij 't bij geen zeggen laat. Eensklaps vloog hij naar beneên. Kloë dacht: "Zou hij mij dwingen! --- 'k Blijf gerust met hem alleen." Lagchend ging zij voort met zingen: " 't Is of elk zijn' tijd besteedt, 't gevoelen van zijn leed." Hij nam 't meisje bij de hand, Wees haar lagchend twee gelieven. "Houdt u wat aan dezen kant Kloë! (sprak hij) 't mogt hen grieven. Veilig moogt gij hen bespiên, Zoo gij maar niet wordt gezien." Och! hoe gretig hoorde zij Toen het zuchtend teeder hijgen, Dat, in dees liefkozerij, Kloë toeriep, onder 't zwijgen: Zie hoe men den tijd besteed, In de liefde zonder leed. Toen Cupido haar verliet, Gloeiden hare lieve wangen: En de gulle vreugd verliet Kloë's hart voor 't zoet verlangen. Sedert heeft zij het gezucht Van haar' Lykas nooit ontvlugt.

Johannes Kinker (1764-1845)

Herdenking

Wij schuilden onder dropplend lover, Gedoken aan de plas; De zwaluw glipte 't weivlak over, En speelde om 't zilvren gras; Een koeltje blies, met geur belaân, Het leven door de wilgenblaân. 't Werd stiller; 't groen liet af van droppen; Geen vogel zwierf meer om; De daauw trok langs de heuveltoppen, Waar achter 't westen glom; Daar zong de Mei zijn avendlied! Wij hoorden 't, en wij spraken niet. Ik zag haar aan, en, diep bewogen, Smolt ziel met ziel in een. O toverblik dier minlijke ogen, Wier flonkring op mij scheen! O zoet gelispel van die mond, Wiens adem de eerste kus verslond! Ons dekte vreedzaam wilgenlover; De scheemring was voorbij; Het duister toog de velden over; En dralend rezen wij. Leef lang in blij herdenken voort, Gewijde stond! geheiligd oord!

Anthonie C.W. Staring (1767 - 1840 )

Een jongen houdt van een meisje

Een jongen houdt van een meisje, Dat van een andere houdt, Die andere houdt van een andere, En is met die andere getrouwd. Gergerd trouwt het meisje gauw Met de eerste de beste man, Die ze aan de haak slaan kan; De jongen ergert zich blauw. Het is het oude verhaal, Maar het blijft nog steeds van kracht; En wie er zich in verwart, Die krijgt een gebroken hart.

Heinrich Heine (Dsseldorf, 1797 - Parijs, 1856)
© Vertaling van Gaston D'Haese.

Liefde

Die ik het meest heb lief gehad, - 't Was niet de slanke Bruid, met wie 'k in 't zoeter leven, Mocht dwalen op het duin en droomen in de dreven, Wier hand my leidde op 't rozenpad; 't Was niet de jonge en teedre vrouw, Die, goede genius, mijn hart, mijn huis bewaakte, Die my het leven, ach, zoo licht en lieflyk maakte, Met al den rijkdom harer trouw! "Zoo was 't de moeder van uw kroost, Die u, gelukkige, voor 't offer veler smarte, Deed smaken, onvermengd, het reinst geluk van 't harte, Des levens liefelyksten troost?" Neen! - die ik 't meest heb lief gehad, Dat was mijn kranke; 't was de moede, de uitgeteerde, Van wie ik leven beide en hopend sterven leerde, Toen 'k weenend aan haar sponde zat.

P.A. de Genestet (1829 - 1861)

Mijn Lief is als de roode Roos

Mijn lief is als de roode roos den knoppe versch ontsprongen; mijn lief is als de melodie bij snarenspel gezongen. Ik min u met mijn hart, schoon lief, zoo teer als met mijne oogen ge blijft mij dier totdat de zon de zeen zal verdrogen. Totdat de rotsen smelten in den gloed der zonnestralen - beminnen zal ik u zoolang als ik zal ademhalen. Vaarwel, zoet lief, mijn eenig lief! nu moet ik henenijlen - ik keere weer, al scheiden ons tienduizend lange mijlen!

Frans De Cort (1834 - 1878)

Eerste aanblik

En, peinzend, zie 'k uw zee-blauwe oogen pralen, Waarin de deernis kwijnt, de liefde droomt, - En weet niet, wat mij door mijn adren stroomt: Ik zie naar u, en kan niet ademhalen: Een gouden waterval van zonnestralen Heeft nooit een zachter aangezicht bezoomd.... 't Is, of me een engel heeft verwellekoomd, Die met een paradijs op aard kwam dalen. 'k Gevoel mij machtig tot u aangedreven En buiten mij. 'k Was dood, ik ben herrezen, En voel mij tusschen zijn en niet-zijn zweven: Wat hebt gij, tooveres, mij goed belezen! Aan u en aan uwe oogen hangt mijn leven: Een diepe rust vervult geheel mijn wezen. -

Jacques Perk (1859 - 1881)

Zij zit naast me,
en ik aai 't gevlochten haar

Zij zit naast me, en ik aai 't gevlochten haar, 'T hartstoch'telijk rood, voor mij gevlochten, blond; En 't gladde strijk ik gladder met mijn mond, En zijn metaalreuk ruik ik, diep en zwaar. Zo ruikt het uit vers-omploegde grond, Als over wachtend land 't prachtig gebaar Van gaande zaaier, machtig tovenaar, Zon, aarde en wolken oproept tot verbond. En om mijn hals wind ik de rode vlecht. En 'k voel, ze rilt, nu op haar borst zich legt Mijn gulzige hand om de veerkracht'ge vorm. Zo huivert de aard', waarin de toekomst kiemt, Voordat met bliksems haar de zomer striemt, Onder de schaduwvingers van zijn storm.

Johannes dèr Mouw (1863 - 1919)

Dansende slang

Ik bewonder je schoonheid, lieve ijdeltuit, die mij getooid in zijde verblijd, met de schittering van je huid! Je pronkt en prikkelt mij ermee. Jouw weelderige haren zijn een zwervende zee met blauwe en bruine baren, waar een schip de zeilen hijst in de ochtendwinden en met mijn ziel reist om het gedroomde land te vinden. Jouw ogen die ijskoud zuur en zoet verhelen, zoals twee kille juwelen met spikkels van ijzer en goud. Omdat jij zo ritmisch bent, ongedwongen guit, beweeg je als een dansend serpent in de ban van een fakirfluit. Ondanks je landerigheid schommelt je jeugdig hoofd, schier met de speelsheid van een jong wijfjesdier. En je lichaam gaat op en neer als een fraai schip dat deint en slingert, heen en weer, en bijna in een golf verdwijnt. De overstroming van lage landen, die door de dooi van poolijs ontstaat en jij die je lippen likt en speekselblaasjes maakt. Wanneer jij lacht en wijn drinkt met mij, krachtig en donker, lijkt mijn hart een vloeibare nacht vol sterrengeflonker!

Charles Baudelaire (1821 1867)
© Uit het Frans vertaald door Gaston D'Haese (Lepus)

De toorts

Ik heb je lief, mijn lijf, jij wekte zijn verlangen, Jij was zijn speelwei en zijn verrukkende habitat, De smaak van zijn genot is nog blijven hangen, zoals een rijk parfum bewaart in een kostbaar vat. Ik heb je lief, mijn ogen, want je bleef verblind door de betovering die hem steeds heeft verleid en die je innig koestert, zoals je in putten vind, de blijvende echo van zijn schoonheid die verging. Ik heb je lief, mijn armen, die mijn minnaar lenig omhelsden met o zo lome tederheden. Ik heb je lief, mijn vaardige vingers, die naar de erogene zones van zijn lichaam gleden. Ik heb je lief, mijn brein, dat immer gistte met de gedachte aan hem, die mij met hem verbond. Je weet dat hij je beet tot bloedens toe en daarom bemin ik je buitenmate, mijn verlepte mond. Ik heb je lief, mijn hart, jij kon de maat bonken met het wanhopig ritme van mijn liefdeskoorts. En onze naakte voeten en knien samengeklonken en mijn huid die gekust werd door zijn lippen. Ik heb je lief, mijn vlees, want jij was voor zijn vlees een vurig tabernakel van volmaakte lust, waar hij de beste en dierbaarste gaven prees. Ik was verzadigd maar het vuur werd nooit geblust. Ik heb je lief, mijn gretige ziel, met jouw dromen. -Nieuwe Isis- zal ik wanhopig kiezen voor het enigma van atomen en het aura van zijn wezen waarin ik mij wil verliezen. Ik ben de tempel van een cultus uit het verleden, het nutteloos altaar dat geen afgodsbeeld meer heeft. Ik ben het haardvuur dat door de geliefde wordt gemeden, de waanzinnige toorts, het vuur dat geen warmte geeft. En die hunkering naar liefde, die in de dood geen nut meer heeft, palmt me weer helemaal in. O lief, omdat wij versmolten en ik jou in mij sloot, ben jij het die ik bemin zoals ik mijzelf bemin.

Marie Nizet (1859 - 1922)
© Uit het Frans vertaald door Gaston D'Haese (Lepus)

Waar zoude ik met mijn liefde henen

Waar zoude ik met mijn liefde henen als ik u niet beminnen kon?... - 'k Voel door mijn hart den regen wenen en draag in 't hoofd den dood der zon. Ik hoor op straat de vlagen kermen en weet me in al mijn zinnen mat... - Wie zou mijn huivrend hart verwarmen als ik niet úwe liefde had?... o, Veilig in dees kamer, samen elkanders liefde in de ogen zien; - de regen, huilend aan de ramen; - en huilen samen ook, misschien...

Karel Van de Woestijne (1878 - 1929)

  AVONDLIEDEKE II

Daar ligt erbarmen in de avond, een goedheid die geen grenzen weet; Wie 's avonds geeft zijn hert, zijn handen, Vergeet zo goed zijn eigen leed. Daar ligt vergiffenis in de avond,... O gij, die 'k 's morgens heb gehaat, Ik voel, dat gij ter schemer-ure, Weer schoon door mijn gedachten gaat. En liefde ligt er in de avond, Zooveel, dat ik de wrede man, Die 't schoonste van mijn droom ontwijdde Des avonds weer beminnen kan.

Alice Nahon (1896-1933)

  SCHADUW

Ik heb de liefde liefgehad; daarom wellicht heeft zij me niet bemind. Zo doet de mooie minnaar met een zeer verliefde kind. Ik heb de zon te lief gehad en beu van beedlen aan de deuren van de dagen ben ik geworden als een varenblad dat liever in de lommer leeft dan zon te dragen. En daarom bouwt mijn kommer aan een huis waar lamp- en zonnelicht getemperd zijn voor de ogen en waar de soobre lijn van een gelaat en waar de vrede van een vriendschap staat lijk schaduw van een boom over mijn hoofd gebogen.

Alice Nahon (1896-1933)

VERLANGEN

Ik zegen u, verlangen, Nu diep mijn blik begrijpt Hoe rozenknop door zonne tot roze rijpt. Dat leerde ik uit uw ogen: Die deden stil-spontaan Bloesems van jong begeren Wijd open gaan. Z hebt ge, zonder woorden, Aan mij 't geheim verteld Hoe de ene mensenziele In de andere smelt. Want als ik, schoon van liefde, U lang in de ogen schouw, Voel ik mezelve worden van kind tot vrouw.

Alice Nahon (1896-1933)

ZIE JE IK HOU VAN JE

Zie je ik hou van je, ik vin je zoo lief en zoo licht- je oogen zijn zoo vol licht, ik hou van je, ik hou van je. En je neus en je mond en je haar en je oogen en je hals waar je kraagje zit en je oor met je haar er voor. Zie je ik wou graag zijn jou, maar dat kan niet zijn, het licht is om je, je bent nu toch wat je eenmaal bent. O ja, ik hou van je, ik hou zoo vreeslijk van je, ik wou het helemaal zeggen - Maar ik kan het toch niet zeggen.

Herman Gorter (1864-1927)

Liefde

De dingen hebben soms eenzelfde naam: Een lichte kus, elkaar verwilderd bijten, Zacht mokken, blindelings met huisraad smijten, Vreemd, het valt alles onder liefde saam. Wie liefheeft en daar langzaam aan gewent, Ontdekt verbijsterd achter maan en rozen Het kleine tijdperk van twee tomelozen, Waar men om de beurten tart en temt. Eerst zacht van zin, later snel uitgestoeid, Elkander prikkelen, dan ronduit haten, En ouder wordend: zacht weer, en vermoeid. Zò gaat het ons, misschien in milder mate Twee slingerplanten in één wilde groei, Die ondanks alles elkander niet verlaten.

Max Dendermonde (Winschoten, 17 juni 1919 Sarasota, 24 maart 2004.) Pseudoniem van Hendrik Hazelhoff.

mag ik voelen zei hij

mag ik voelen zei hij ('k zal gillen zei zij n keer maar zei hij) 't is leuk zei zij mag ik strelen zei hij hoeveel zei zij heel veel zei hij) waarom niet zei zij (komop zei hij niet te ver zei zij wat is te ver zei hij waar je bent zei zij) mag ik blijven zei hij (hoe bedoel je zei zij zoals dit zei hij als jij kust zei zij mag ik doorgaan zei hij als het liefde is zei zij) als je lust hebt zei hij (je bent te driest zei zij dat is 't leven zei hij maar jouw vrouw zei zij nou zei hij) auw zei zij (lekker zei hij niet stoppen zei zij o nee zei hij) nu traag zei zij (kkklaar? zei hij mmm zei zij) jij bent zalig! zei hij (jij bent Van Mij zei zij)

E.E. Cummings (1894 1962) © Vertaling Gaston D'Haese (ps. Lepus)

Samen

Onze ogen keken samen En surften bijna blindelings Op een vloedgolf van verliefdheid.
Onze stemmen spraken samen En verwoordden wat in ons zong: Tederheid en melancholie.
Onze handen kwamen samen En manipuleerden de stroom Van gedachten en gevoelens.
Onze lippen kusten samen Met passie en overgave, Als voorspel op wat komen zou.
Onze levens bloeiden samen Als twee verstrengelde rozen, Die vreugde beurden... en verdriet.

Gaston D'Haese (ps. Lepus)

CYBERLIEFDE

Ik update mijn liefde en download jouw schoonheid Enter or escape Dollend van site naar site en scrollend door cyberspace My database is your place Je sensuele software vertroetelt mijn hardware Please don't delete Ik hou van jou van bit tot gigabyte. In colour and in black and white

© Lepus


Naar boven!

Liefdesgedichten - Top 10

Nederlandse dichters

Vlaamse dichters


Homepage


Pageviews since/sinds 21-03-2002:  

© Gaston D'Haese: 06-05-2015.
Update: 15-09-2017.

E-mail: webmaster