IPhone and Smartphone compatibel

Federico Garcia Lorca - Laatste sonnetten
F. Garcia Lorca

Federico Garcia Lorca
(°1898 +1936)
Spaans dichter en toneelschrijver

LAATSTE SONNETTEN

Sonnet van de rozenslinger


Sonnet van de zachte klacht


Liefdeswonden


Sonnet van de brief


De dichter spreekt de waarheid


De dichter spreekt met de geliefde


De betoverde stad van Cuenca


De dichter stuurt een duif naar zijn geliefde


O geheime stem van de duistere liefde


De geliefde slaapt op de borst van de dichter


Nacht van de slapeloze liefde


SONNET VAN DE ROZENSLINGER
Deze guirlande! snel! want ik sterf! Vlecht haar snel! zing! kreun! zing! want de schaduw vertroebelt mijn keel en een duizendste keer het januarilicht. Tussen jij houdt van mij en ik hou van jou, wind van sterren en siddering van planten, een overvloed van anemonen verheft een volledig jaar met duister kreunen. Geniet van het koele landschap van mijn wonde, breuk van biezen en gevoelige beken. Drink vergoten bloed op een dij van honing. Maar dan snel! Zodat verenigd, verstrengeld, mond gekwetst van liefde en ziel gebeten, de tijd ons aan flarden gescheurd vindt.


SONNET VAN DE ZACHTE KLACHT
Ik ben bang het wonder te verliezen van je standbeeldogen, en het accent dat 's nachts komt leggen op mijn wangen de eenzame roos van je adem. Ik ben bedroefd takkenloze stam te zijn op deze oever; en wat ik vooral voel is niet de bloem te hebben, vruchtvlees of klei, voor al de wormen van mijn beproeving. Als jij de occulte schat bent van mij, als je mijn kruis bent en mijn vochtige pijn, als ik de hond ben van je heerschappij, doe me niet verliezen wat ik heb gewonnen en versier de wateren van je rivier met bladeren van mijn waanzinnige herfst.


LIEFDESWONDEN
Dit licht, dit vuur dat verteert. Dit grijs landschap dat me omringt. Deze pijn voor één enkel idee. Deze angst voor hemel, wereld en uur. Dit gesnik van bloed dat versiert lier zonder hartslag reeds, gladde toorts. Dit gewicht van de zee dat me slaat. Deze schorpioen die in mijn borst woont. Zijn guirlande van liefde, bed van de gewonde, waar zonder droom, ik je aanwezigheid droom tussen de ruïnes van mijn ingevallen borst. En hoe ik ook het summum van wijsheid zoek, je hart geeft mij valleien bedekt met scheerling en passie van bittere kennis.


SONNET VAN DE BRIEF
Liefde van mijn innerlijk, felle dood, ik wacht vergeefs op je geschreven woord en denk, met de bloem die verwelkt, dat ik levend zonder mezelf, je liever verlies. De lucht is onsterfelijk. De inerte steen kent de schaduw niet, noch vermijdt haar. Het innerlijk hart heeft geen behoefte aan de bevroren honing die de maan schenkt. Maar ik lijd aan jou. Ik rijt mijn aders open, tijger en duif, bovenop je lenden in een duel van beten en lelies. Vul daarom mijn waanzin met woorden of laat me leven in mijn serene nacht van de ziel, voor altijd duister.


DE DICHTER SPREEKT DE WAARHEID
Ik wil wenen van smart en het je zeggen opdat jij me bemint en me beweent in een schemering van nachtegalen, met een dolk, met kussen en met jou. Ik wil de enige getuige doden voor het vermoorden van mijn bloemen en mijn tranen en mijn zweet veranderen in eeuwige stapeling van harde tarwe. Dat de verstrengeling nooit worde beëdigd van het ik hou van jou en jij houdt van mij, steeds brandend met verzwakte zon en oude maan. Want wat je me niet geeft en ik je niet vraag zal voor de dood zijn, die zelfs geen schaduw achterlaat voor het huiverende lichaam.


DE DICHTER TELEFONEERT MET DE GELIEFDE
Je stem bevloeit het duin van mijn borst in de zoete cabine van hout. Ten zuiden van mijn voeten was het lente en ten noorden van mijn voorhoofd bloem van varens. Pijnboom van licht in de krappe ruimte die zong zonder dageraad en zaailand, en mijn tranen konden voor de eerste keer kransen van hoop hangen aan het plafond. Zoete en verre stem voor mij vergoten. Zoete en verre stem door mij geliefd. Verre en zoete gedempte stem. Veraf als een donkere gewonde ree. Zacht als een gesnik in de sneeuwbui. Veraf en zacht in het volle merg!


DE BETOVERDE STAD VAN CUENCA
Hield je van de stad die druppel voor druppel het water bewerkt heeft te midden van de dennen? Zag je dromen en gezichten en wegen en muren van pijn die de lucht teisteren? Zag je de blauwe kloof van de gebroken maan die de Júcar bevochtigt met kristal en trillers? Hebben je vingers de doornen gekust die de afgelegen steen met liefde kronen? Heb je aan mij gedacht toen je klom naar de stilte waaraan de slang lijdt, gevangene van krekels en schaduwen? Zag je in de transparante lucht geen dahlia van smarten en vreugden die mijn brandend hart je bezorgde?


DE DICHTER STUURT EEN DUIF
NAAR ZIJN GELIEFDE

Dit duifje van Turia dat ik je stuur, met zachte ogen en met witte pluimen op laurier uit Griekenland, stort en vervoegt het trage vuur van liefde waar ik nu verblijf. Haar argeloze deugd, haar tedere hals, in modder zwaar van vurig schuim, met een huivering van rijp parel en mist, is de afwezigheid gemarkeerd van je mond. Leg de hand op haar blankheid en je zal zien welk een sneeuwmelodie ze in vlokken strooit op je schoonheid. Zo huilt mijn hart bij nacht en bij dag, gevangen in de kerker van duistere liefde, zonder je melancholie te zien.


ACH GEHEIME STEM VAN DUISTERE LIEFDE
Ach geheime stem van duistere liefde! Ach geblaat zonder wol! ach wonde! Ach naald van gal, vernielde camelia! Ach stroming zonder zee, stad zonder muur! Ach onmetelijke nacht met veilig profiel, hemelse berg van opgerichte angst! Ach hond in het hart, vervolgde stem, stilte zonder grens, volgroeide lelie! Vlucht voor mij, vurige stem van koude, je wil me niet verliezen in het struweel waar lichaam en hemel vruchteloos kreunen. Blijf van het harde ivoor van mijn hoofd, heb medelijden met mij, breek mijn smart! want ik ben liefde, ik ben natuur!


DE GELIEFDE SLAAPT OP DE BORST
VAN DE DICHTER

Jij zal nooit weten hoeveel ik van je hou omdat je in me slaapt en ingeslapen bent. Ik verberg je in tranen, achtervolgd door een stem van penetrant staal. De norm die gelijk vlees en ster beroert doorboort reeds mijn bedroefde borst en de troebele woorden hebben gebeten in de vleugels van je strenge geest. Groepen mensen springen in de tuinen hopend op je lichaam en mijn agonie op paarden van licht en groene manen. Maar slaap toch verder, leven van mij. Hoor mijn bloed verwoest in de violen! Kijk hoe ze ons nog steeds bespieden!


NACHT VAN DE SLAPELOZE LIEFDE
Nacht boven beiden bij vollemaan, ik begon te wenen en jij lachte. Je minachting was een god, mijn grieven momenten en duiven die niet stopten. Nacht onder beiden. Kristal van pijn, jij weende voor afgelegen verten. Mijn droefheid was een groep smarten op je zwakke hart van zand. De ochtend verenigt ons op het bed, de monden bovenop de bevroren straal van bloed die zich eindeloos uitstort. En de zon drong door het gesloten balkon en het koraal van het leven opende zijn tak boven mijn hart dat werd afgelegd.


© Vertaald door Lepus


Federico Garcia Lorca schreef deze sonnetten
over de liefde in de loop van 1935 en 1936,
niet lang voor zijn dood.




F.G. Lorca - Liefdesgedichten (Nederlands)


F.G. Lorca - Zigeunerromances (Nederlands)


F.G. Lorca - Colección de poemas (Español)


F.G. Lorca - Andaluzas (Español)


F.G. Lorca - Casidas (Español)


F.G. Lorca - Gacelas (Español)


F.G. Lorca - Amor (Español)


F.G. Lorca - Eros con baston (Español)


F.G. Lorca - El amor oscuro (Español)


F.G. Lorca - Pequeño Vals Vienés
-> Kleine Weense wals


F.G. Lorca - Arboré seco y verde
-> Boompje dor en groen


Terug naar vertalingen


Nederlandse dichters


Vlaamse dichters


Dead Poets Society



Homepage


Pageviews since/sinds 21-03-2002: 

© Gaston D'Haese: 26-02-2007.
Laatste wijziging: 06-03-2016.