Pierre Louÿs
louys

"Les chansons de Bilitis"

Bloemlezing



BILITIS

Een vrouw hult zich in witte wol,
Een andere tooit zich met zijde en goud.
Een andere bedekt zich met bladeren en druiven.

Ikzelf kan alleen maar naakt zijn.
Mijn minnaar neem me zoals ik ben: zonder kleren,
sieraden of sandalen. Dat is Bilitis ten voeten uit.
Mijn haren zijn zwart van hun zwart en mijn rode lippen
zijn rood van hun rood. Mijn lokken golven
om mij heen, vrij en en weelderig zoals pluimen.
Neem mij zoals mijn moeder mij gemaakt heeft
in een langgeleden nacht, en als ik je zo beval,
vergeet dan niet om het mij te zeggen.

DE PANFLUIT

Voor het feest der Hyacinten,
gaf hij mij een panfluit
van welgesneden riet,
geplakt met blanke was
die zacht aan mijn lippen is als honing.

Hij leert mij spelen, terwijl ik op zijn knieën zit;
Maar ik beef een beetje.
Na mij speelt hij erop, zo zacht
dat ik het nauwelijks hoor.

Wij hoeven mekaar niets te zeggen,
zo dicht zijn we nu bij elkaar;
Maar onze wijsjes vragen antwoord,
en beurt om beurt verenigen
onze monden zich op de fluit.

Het is al laat;
Het gekwaak van de groene kikkers
begint als de avond valt.
Mijn moeder zal nooit geloven
dat ik zo lang wegbleef
om mijn verloren gordel te zoeken.

DE HAARDOS

Hij sprak tot mij: "Vannacht heb ik gedroomd.
Ik had jouw haardos om mijn hals.
Ik had je haren als een zwart halssnoer
rond mijn nek en op mijn borst.

Ik streelde ze, en het waren de mijne;
En zo waren we voor altijd verbonden,
met dezelfde haardos, mond aan mond,
zoals twee laurieren soms één wortel hebben.

En geleidelijk, scheen het mij toe,
-zo waren onze leden verstrengeld-
dat ik jou zelf werd,
of dat jij bij mij binnendrong zoals mijn droom."

En dit gezegd zijnde,
legde hij zacht zijn handen op mijn schouders,
en hij keek mij aan met een zo tedere blik,
dat ik huiverend mijn ogen neersloeg.

HET GRAF DER NAJADEN

Ik liep door het witberijpte bos;
Mijn haren voor mijn mond
bloeiden met kleine ijspegels,
en mijn sandalen waren zwaar
van slijkerige en kleverige sneeuw.

Hij zei mij: "Wat zoek je?"
Ik volg het spoor van de sater.
Zijn gevorkte stapjes wisselen
als gaten in een witte mantel.

Hij zei mij: "De saters zijn dood.
De saters en de nimfen ook.
Sinds dertig jaar was de winter niet zo streng.
Het spoor dat je ziet is dat van een bok.
Maar laten we hier blijven, waar hun graf is."

En met het ijzer van zijn hak brak hij het ijs
van de bron waar ooit de najaden lachten.
Hij nam grote koude stukken,
en ze opheffend naar de vale hemel,
keek hij er doorheen.

najade: waternimf

DE BORSTEN VAN MNASIDIKA

Omzichtig deed zij met één hand haar tunica open
en reikte mij haar zachte bloedwarme borsten,
zoals men aan de godin
een koppel levende tortelduiven offert.

'Bemin ze vurig', zei ze, 'want ik bemin ze zo!
Het zijn echte schatjes, kleine kleuters.
Als ik alleen ben zorg ik voor hen.
Ik speel met ze en schenk ze plezier.

Ik baad ze in koele melk en poeder ze
met bloemen. Mijn fijne haren drogen hen
en zijn teder aan hun knopjes.
Ik streel ze huiverig als ik ze
te slapen leg in zachte wol.

Lieveling wees jij hun zuigeling,
want nooit zal ik kinderen baren
en omdat ze zo ver zijn van mijn mond,
kun jij ze kussen geven in mijn naam.'

DE KUS

Ik zal de lange zwarte vleugels van je nek kussen
van voor tot achter, o mijn zoete vogel, gevangen duif
wier hart bonst onder mijn hand.

Ik zal je lippen tussen mijn lippen nemen, zoals
een kind zuigt aan de moederborst. Huiver!... want de kus
dringt heel diep door en volstaat voor de liefde.

Ik zal mijn speelzieke tong laten wandelen op je armen,
rondom je hals, en ik zal langs je gevoelige flanken
waren met de uitgestrekte streling van mijn nagels.

Hoor in je oor heel het bruisende geraas van de zee...
Mnasidika! je blik doet me pijn. Ik omsluit in mijn kus
je oogleden die als gloeiende lippen zijn.

© Lepus - Hertalingen in het Nederlands


John William Waterhouse (1849-1917).
'Melite', de najade', begluurt Hercules,
die haar minnaar zal worden.
Olie op canvas (1893).
Manchester Art Gallery
'Een najade'
John William Waterhouse




Louÿs en Français

Naar Sappho

Dead Poets Society



Homepage


Pageviews since/sinds 21-03-2002: 

© Gaston D'Haese: 01-03-2003.
Laatste wijziging: 15-09-2017.

E-mail: webmaster