Marie Nizet

De toorts

      Ik heb je lief, mijn lijf, jij wekte zijn verlangen,
      Jij was zijn speelwei en zijn verrukkende habitat, 
      De smaak van zijn genot is nog blijven hangen,
      zoals een rijk parfum bewaart in een kostbaar vat.

      Ik heb je lief, mijn ogen, want je bleef verblind
      door de betovering die hem steeds heeft verleid
      en die je innig koestert, zoals je in putten vind,
      de blijvende echo van zijn schoonheid die verging.

      Ik heb je lief, mijn armen, die mijn minnaar 
      lenig omhelsden met o zo lome tederheden.
      Ik heb je lief, mijn vaardige vingers, die naar
      de erogene zones van zijn lichaam gleden.
 
      Ik heb je lief, mijn brein, dat immer gistte
      met de gedachte aan hem, die mij met hem verbond.
      Je weet dat hij je beet tot bloedens toe en daarom
      bemin ik je buitenmate, mijn verlepte mond.  

      Ik heb je lief, mijn hart, jij kon de maat bonken
      met het wanhopig ritme van mijn liefdeskoorts.
      En onze naakte voeten en knieën samengeklonken
      en mijn huid die gekust werd door zijn lippen.   

      Ik heb je lief, mijn vlees, want jij was voor zijn vlees
      een vurig tabernakel van volmaakte lust,
      waar hij de beste en dierbaarste gaven prees.
      Ik was verzadigd maar het vuur werd nooit geblust. 

      Ik heb je lief, mijn gretige ziel, met jouw dromen.
      -Nieuwe Isis- zal ik wanhopig kiezen      
      voor het enigma van atomen en het aura 
      van zijn wezen waarin ik mij wil verliezen.

      Ik ben de tempel van een cultus uit het verleden,
      het nutteloos altaar dat geen afgodsbeeld meer heeft.
      Ik ben het haardvuur dat door de geliefde wordt gemeden,
      de waanzinnige toorts, het vuur dat geen warmte geeft. 

      En die hunkering naar liefde, die in de dood
      geen nut meer heeft, palmt me weer helemaal in.
      O lief, omdat wij versmolten en ik jou in mij sloot,
      ben jij het die ik bemin zoals ik mijzelf bemin.
Marie Nizet (°Brussel, 1859; †Etterbeek, 1922) © Hertaling van 'La torche' door Lepus

Marie Nizet was een Belgische romanschrijfster en dichteres. Zij was geboeid door de sociale problematiek en door de slavische landen. Vooral Roemenië wekte haar interesse. Op achttienjarige leeftijd debuteerde zij met twee gedichten, met name 'Moscou' en 'Bucarest. In 1878 publiceerde zij één van de eerste vampierenromans*. Dit was vóór 'Dracula' van Bram Stocker (1897), maar ná 'The vampyre' van John Polidori (april 1819). Nizet gaf haar literaire carrière min of meer op toen zij trouwde met ene Mercier. Het huwelijk was ongelukkig en kortstondig, waarna zij haar kind alleen moest opvoeden. Zij bleef echter poëzie schrijven, vooral voor haar minnaar Cecil Axel-Veneglia. Na haar dood werden de gedichten gevonden door haar zoon en postuum uitgegeven in 1923.

Bibliografie:

-*Le Capitaine Vampire (1879) -Pour Axel de Missie. Editions de la vie intellectuelle (Bruxelles). Postume uitgave, 1923.


Naar boven

Marie Nizet - La torche

Gedichten vertaald in het Nederlands


Homepage


Pageviews since/sinds/depuis 21-03-2002: 

© Gaston D'Haese: 01-03-2009.
Laatste wijziging: 17-09-2017.

E-mail: webmaster