Alice Nahon

  AVONDLIEDEKE I

Des avonds worden mijn gepeinzen
Een hofke van geheimenis...
Waar bloemen naar het westen wijzen,
Waar iedre vogel slapen is.

Des avonds wordt de wereld kleener
En dichter alle ver verlen...
Die eenzaam zijn, worden alleener,
En die beminnen mr bijeen.

Des avonds weegt er op mijn zwijgen
Die schone, menselijke pijn...
De drang een innig woord te krijgen
En zelf voor iemand lief te zijn.

  AVONDLIEDEKE II

Daar ligt erbarmen in de avond,
een goedheid die geen grenzen weet;
Wie 's avonds geeft zijn hert, zijn handen,
Vergeet zo goed zijn eigen leed.

Daar ligt vergiffenis in de avond,...
O gij, die 'k 's morgens heb gehaat,
Ik voel, dat gij ter schemer-ure,
Weer schoon door mijn gedachten gaat.

En liefde ligt er in de avond,
Zooveel, dat ik de wrede man,
Die 't schoonste van mijn droom ontwijdde
Des avonds weer beminnen kan.

  AVONDLIEDEKE III

't Is goed in 't eigen hert te kijken
Nog even vr het slapen gaan,
Of ik van dageraad tot avond
Geen enkel hert heb zeer gedaan

Of ik geen ogen heb doen schreien,
Geen weemoed op een wezen lei;
Of ik aan liefdelooze menschen
Een woordeke van liefde zei.

En vind ik in het huis mijns herten,
Dat ik n droefenis genas,
Dat ik mijn armen heb gewonden
Rondom n hoofd, dat eenzaam was...;

Dan voel ik op mijn jonge lippen,
Die goedheid lijk een avondzoen...
't Is goed in 't eigen hert te kijken
En z z'n oogen toe te doen.

Uit 'Op zachte vooizekens' (gedichten).
De Nederlandsche boekhandel, Antwerpen (1941).
A.W. Sijthoff's uitgeversmaatschappij, Leiden.
Zeventiende druk, pag. 27 & 28.

Avondliedeke III
Gelezen door Jeanine Schevernels



Naar boven!


Alice Nahon - Homepage


Dead Poetesses Society


Vlaamse dichters


Nederlandse dichters



Homepage


Pageviews sinds 21-03-2002 

©  Gaston D'Haese: 01-02-2004.
Laatste wijziging 29-03-2017.

E-post: webmaster