Alice Nahon
Alice Maria Nahon
Vlaamse dichteres

Biografie

Alice Nahon werd te Antwerpen geboren op 16 augustus 1896. 
Zij was derde in een gezin van elf kinderen. Haar vader was 
een Nederlander met Franse roots, die De Nederlandsche 
Boekhandel in Antwerpen uitbaatte. 
Haar moeder -Julia Gijsemans- was de dochter van een rijke 
tuinder uit Putte bij Mechelen. Na een vijftal keren verhuisd 
te zijn in Antwerpen en omgeving, kochten de ouders Nahon 
in 1902 een huis in Mortsel-Oude God.
Alice brengt haar dertiende en een deel van haar veertiende 
levensjaar door bij haar tante Mieke in Putte. Daar gaat zij 
naar de Gemeentelijke Meisjesschool aan de Mechelbaan. 
Tante Mieke (1871-1928) was de jongere zus van Julia (Julie) 
Nahon en baatte de herberg 't Kasteeltje van Namen uit. 
Alice ervoer haar verblijf in Putte als een prettige vakantie, 
want bij haar thuis ging het er vrij streng en kil aan toe. 
Vanaf 1911 studeerde zij aan de landbouw-huishoudschool 
(Institut du Sacré-Coeur), te Overijse. Zij schreef er 
haar eerste gedichten, die postuum gepubliceerd werden 
in de dichtbundel Maart-April (1936).
In 1914 gingen zij en haar oudere zuster Constance aan de slag 
als leerling-verpleegster in het Stuivenberg-ziekenhuis te 
Antwerpen. Alice werd er platonisch(?) verliefd op de zeven 
jaar oudere hoofdverpleegster Anne Voeten. Enkele maanden 
later werd Alice ziek en men concludeerde dat zij leed aan 
tuberculose. In maart 1915 werd zij opgenomen in het sanatorium 
Joostens te St. Antonius en vanaf de lente van 1917 verbleef 
zij zes jaren in het St. Jozefinstituut te Tessenderlo.  
In het sanatorium was echter niet alles kommer en kwel. Zij 
schreef er twee dichtbundels, namelijk 'Vondelingskens' (1920) 
en 'Op zachte vooizekens' (1921). Haar gedicht 'De kinderen 
van de Soetewey' werd geplaatst in het geïllustreerd weekblad 
'Vlaamsch Leven' van 15 april 1917.
In januari 1923 liet ze zich opnieuw onderzoeken in Luzern, 
dankzij een geldinzameling. De diagnose luidde, dat zij geen 
tuberculose had, maar chronische bronchitis. Er viel een zware 
last van haar af. Zij herstelde snel en ondernam een maandenlange 
zwerftocht door Zwitserland. Daarna verbleef ze een tijdje in Nervi 
(maart 1923) aan de Italiaanse rivièra, in Roquefort (in de Landes) 
en Parijs. Vervolgens lieten Nahon en Marie-Antoinette Theunissen 
(eega van Gerard Walschap) zich in 1924 gedurende enkele 
maanden behandelen in de privékliniek van de boheemse dokter 
Ernst Gärtner in Ronheide, vlakbij Aken. 
Nahon zocht er genezing van haar chronische bronchitis 
en haar vriendin 'Matje' hoopte af te geraken van maagzweren. 
Ernst Gärtner bleek overigens geen echte dokter te zijn maar 
een beoefenaar van 'physikalische therapie'.
Pikant is, dat ze tijdens haar verblijf in Ronheide de maintenee 
was van een zekere Bob.  
Vermeldenswaard is ook dat ze een tijdlang gezelschapsdame 
was bij de familie van Eddy Du Perron in Brussel. Alice 
probeerde deze laatste te versieren, maar zonder succes.
In de lente van 1925 verbleef ze op het landgoed Thedingsweert 
van de rijke van Beuningens. Toen ze terug ziek werd in juni 
bracht men haar vandaar naar het Boerhaavehospitaal in 
Amsterdam, waar zij zes weken verbleef. Nadat ze beter werd 
keerde ze eind 1925 terug naar Antwerpen. Gelukkig hielp 
de subsidie van 8000BEF die Kamiel Huysmans toekende haar 
een tijdlang uit de financiele nood.
Vanaf 1927 tot 1932 was ze werkzaam in de stadsbibliotheek 
te Mechelen. Daarnaast genoot zij met volle teugen van 
het (nacht)leven en behoorde tot de kennissenkring van 
Pol De Mont, Emmanuel De Bom, Renaat Korten en Fernand 
Berckelaers. Zij was ook de jeugdvriendin van 'Matje' (Marie-
Antoinette) Theunissen, de echtgenote van Gerard Walschap.  
In deze periode woonde zij in de kapelwoning van het kasteel 
Cantecroy in Oude-God. Alice heeft een hele rist domicilies 
gehad en 'logeerde' dikwijls her en der. Ze heeft het meestal 
niet breed gehad, ook al werkte ze een tijdje als leerling-
verpleegster en al had ze gedurende vijf jaar een baan 
als bibliothecaresse, weliswaar zonder het vereiste diploma. 
Daarnaast gaf ze af en toe lezingen over haar poëzie 
in Vlaanderen en Nederland. Alles bij mekaar was het echter 
geen vetpot, temeer omdat ze spilziek was.   
Met haar bundel 'Schaduw' (1928) probeerde zij zich te ontdoen 
van haar ietwat tuttige imago. Dat imago strookte echter niet 
met de realiteit, want zij was een onconventionele vrouw 
met een turbulent liefdesleven.
Enerzijds was ze extravert en uitgelaten, maar anderzijds 
had ze ook een melancholische kant.
De kunstfilosoof Daan van Speybroeck gaat nog een stap verder 
en meent dat Alice Nahon een hysterica was. Hij schreef 
een essay over de beeldvorming rondom de dichteres.
Nahon had verschillende intieme relaties met mannen uit 
het artistieke milieu, zoals Luc Indestege en Paul Pée.
Pée beschreef zijn relatie met Nahon, die in 1922 eindigde, 
als 'een passie in den volle zin van het woord: iets sensueels 
en pervers, maar met veel poësie'. 
Hij beschreef haar als 'een heerlijk vrouwtje als ze goed 
geluimd is', maar bij tijd en wijle 'totaal neurastheniek'. 
Ook Eddy Du Perron vond haar neurastheniek. Hij schreef 
aan zijn Zwitserse vriendin Julia Duboux o.a. dat Alice 
dagenlang 'chronisch' huilde en hij vervolgde: 
''Gisteren heeft ze mij een hardvochtig man genoemd 
omdat ik op haar aankondiging dat ze zelfmoord ging plegen 
(en het was niet voor de eerste keer dat ik dat te horen 
kreeg) antwoordde: Goed, maar probeer dan wat op te schieten. 
Ze is weggegaan, tranen met tuiten schreiend.'
Verder hadden o.a. Fernand Berckelaers (Michel Seuphor), 
Paul Pée, Geert Pijnenburg, Lode Seghers en Prosper 
Verheyden een intieme relatie met Nahon. Van deze laatste 
zou ze zwanger geweest zijn in 1931. Wat er met de baby 
gebeurde -miskraam, abortus, adoptie- is waarschijnlijk 
niet meer te achterhalen.
Tenslotte had ze ook haar zinnen gezet op Jef Leynen. 
Deze laatste was een Hasseltse wijnhandelaar-dichter, 
die ze had leren kennen in haar Tessenderlose periode. 
Nadat ze met de preutse Leynen een losbandige nacht
had doorbracht, hield hij het voor bekeken. Volgens 
een anekdote zou hij zich ooit eens verstopt hebben bij 
zijn buren toen de opdringerige Nahon bij hem aanbelde. 
Alice Nahon had dus nymfomane trekjes. Haar imago 
van braaf en devoot kwijnmeisje klopt in elk geval niet 
met de werkelijkheid. De volgende verzen suggereren 
dat ook nobele onbekenden de revue passeerden bij de 
zinnelijke dichteres. Daar hoorde zelfs een pastoor bij.
Voor J.
Gij hebt geen hoog-beroemde naam uw leven ligt verdoken maar gij hebt ééns mijn kleine naam gesproken zoo schoon, zoo passievol zoo teeder en oprecht zoo treffend lieveling gelijk hem niemand zegt Ik won in dit leven geen echtgenoot, ik liep mij achter de mannen -- dood!

Met name Paul van Ostaijen bekritiseerde haar 'gartenlaubpoëzie'. Desalniettemin heeft zij altijd trouwe bewonderaars gehad in Nederland en Vlaanderen. Er werden namelijk meer dan 250.000 exemplaren van haar vier dichtbundels verkocht. Alleen Guido Gezelle deed beter... Over de waarde van haar gedichten zijn de meningen verdeeld. Sommigen zetten haar op een piëdestal en anderen zien in haar 'maar' een schrijfster van 'prieelpoëzie'. Een kleine minderheid kwalificeert haar zelfs als een waardeloze dichteres, maar dat is ongenuanceerd en onterecht. Marnix Gijsen schreef: "Zij was dan ook een dichteres die niet enkel de licht ontroerbare harten kon raken, maar die ook een echo vond bij wie de diepste geheimen van dit raadselachtige leven najagen." Hoe dan ook, ze is nog altijd populair. Om dit te testen googelde ik 'Alice Nahon' op het internet. Dat gaf ongeveer 29.300 resultaten...
Alice Nahon hield haar laatste voordracht in oktober 1932 in de Nutszaal te Rotterdam. In datzelfde jaar was zij verhuisd naar de Carnotstraat nr.17* in Antwerpen en werd opnieuw ernstig ziek (eind 1932). Zij overleed aldaar op 21 mei 1933.
Haar dichtbundel 'Maart-April' verscheen postuum in 1936. Hij werd samengesteld door Renaat Korten, één van haar vrienden. Naast jeugdgedichten bevat hij nagelaten verzen en biografische bijzonderheden.
De biografie van Alice Nahon (oude versie) heb ik gewijzigd en uitgebreid na lezing van een artikel van Manu van der Aa ('Van weemoedig kwijnmeisje tot femme fatale'): © Over de Nederlandse literatuur van de twintigste eeuw. Alice Nahon: van 'weemoedig kwijnmeisje' tot 'femme fatale' (pag. 257 t.e.m. 267). Auteur: Manu van der Aa. Uitgeverij Peeters, Leuven. © Alice Nahon - Ik heb de liefde liefgehad. Auteur: Manu van der Aa. Uitgeverij Lannoo (november 2008). © Alice Nahon - Kan ons lied geen hooglied wezen. Auteur: Ria van den Brandt (red.). Uitgeverij Houtekiet (1996).

© Gaston D'Haese

*
Uit de bevolkingsregisters blijkt dat alleen haar Engelse
vriendin, Sylvia Newton, daar ingeschreven was.

Wie weet meer over Sylvia Newton ?

Mail het naar de webmaster a.u.b.


Haar grafsteen op het Schoonselhof te Antwerpen

Naar boven!

Alice Nahon - Homepage

Bloemlezing van "haar dichtbundels"

Bloemlezing van "Op zachte vooizekens"

Bloemlezing van "Maart-April"

Bloemlezing van "Schaduw"

Alice Nahon - Avondliedekens

Alice Nahon - Schaduw

Alice Nahon - Maskers

Alice Nahon - Ogieve

Alice Nahon - Bibliografie

Alice Nahon - Fotogalerie

Alice Nahon - Covers van haar bundels

Dead Poetesses Society

Vlaamse dichters

Nederlandse dichters



Homepage


Pageviews sinds 21-03-2002 

© Gaston D'Haese: 02-02-2004.
Laatste wijziging: 06-08-2017.

E-mail: webmaster