Alice Nahon

Uit 'Maart - April'

    ZAADMAAND

Daar stond een late zonnebloem
Te sterven in de laatste zon;
En niemand in de wereld,
Die haar nog helpen kon.

Een mensenhand gerimpeld
En door geen werk vergroofd,
Die sneed van 't mager halske
Dat beu-gebogen hoofd.

En op z'n smalle vingren
Woog het van zaden zwaar.
Ze hebben elkaar bekeken
En hij werd bang van haar.

En schouwend in zich zelve,
Voelend z'n groot verval:
"Zal ik zo prachtig wezen,
Als God mij plukken zal?"


BLARENLIED

Wij, dorre en dode blaren,
Wij komen stil gevlo˘n
En vlechten door uw haren
Een goud- en bronzen kroon.

Daar, waar wij ritselend vielen,
En strooiden herfst-gewaad,
Daar sterft iets in uw zielen...
Gij, die er over gaat.

Wij leggen in uw ogen
Traan van weemoedigheid;
"De Zomer was een logen";
Zo zucht ge, wijl ge schreit.

Neen, stervling, in uw klagen
Treurt ge om ons dor geblaart;
Ge denkt aan zonnedagen,
Die gij vergeten waart.

Gij weent omdat wij zingen
Op droeve mijmertoon,
Van half-vergane dingen,
Te vroeg gestorven schoon.

Wij suizen 't in de hagen,
Wij fluistren 't vˇˇr uw voet.
Wij komen ritselend klagen,
Dat Ólles sterven moet.


WEEMOED

Uit de bloemen en de bomen
Stijgt een onbepaalde klacht
's Avonds, als ik zit te dromen
En gedwee m'n weemoed wacht.
En uit alle de gewesten
Rijst een zang van droefenis
Omdat ginds in 't rode Westen
't Zonnelicht aan 't sterven is...

'k Zit naar 't sparrenbos te staren,
Waar die stralen stervend zijn;
'k Wou zo geern' wat glans vergaren
Voor mijn droevig zielekijn.
Maar ze daalt reeds in de bomen
En haar stralen houdt ze bij,
Z'heeft mijn blijheid meegenomen
En wat weemoed liet ze mij.

Stil, o stille... 'k Voel ze komen
Milde weemoedsmelodij,
Zachte, wondre weeldestromen
Brengen mij gedichtjes bij.
Stil, o stille, 'k hoor d'akkoorden
Klagen door de schemering.
'k Voel geen tranen, 'k weet geen woorden,
'k Vind alleen herinnering.

Dank, o zon, dat gij mijn zangen,
Als g'in 't leven slapen gaat,
Voor dees grauwe gasthuisgangen
Mild en goed behouden laat.
Dank, o weemoed, dat gij dromen
Zendt door mijne droefenis,
Wijl dees donkere dagen komen
Wijl mijn zon gestorven is...


IK DANK U

Ik dank U voor het goed onthaal,
Dat was van weinig woorden,
Gelijk àl goede dingen zijn,
Die ooit ons hart bekoorden.

Ik dank U voor het avondmaal.
Der kindren klare wezen,
Het warme huis, de liefde, en
Wat nooit mijn deel mocht wezen,

Maar wat vandaag op d'ouden droom
En over dorre dagen,
Een warme sneeuw van bloesem vlaagt,
Lijk Mei op dorenhagen.


ZO ZONG DE BLOEM IN DE VAAS

Ik ben een bloem van 't veld
Wie vroeg mij mee ter stede
Waar 'k nooit of nooit meer bidden zal
'Lijk ginder in het rustige dal
Mijn simpele bloemgebeden.

Ik sta hier in dees mooie vaas
Zo triestig te verwelken
Gij hebt mijn herte zeer gedaan.
Ach mensen, zult gij nooit verstaan
De taal van bloemenkelken.

Ik ben een bloem van 't veld
Voor mij geen tuin, geen snoeien.
Geen krachtige vaas die mij omknelt
Maar laat mij ginds, in 't vrije veld
Bij d'andere bloemen bloeien.

En ben ik uitgebloeid
Ach, laat mij dààr verslensen
En luister naar mijn laatste zang
Ik ben zo bang, ik ben zo bang
Te sterven bij de mensen.


MAGNOLIA

Dit is de tak met de bloem alleen
de andre bomen gaan al moe
en zwaar van loof naar de aarde toe.

Dit is de tak die ten hemel biedt
In zuivre kelken van albast
de witte wijn uit de donkere bast
zó teerheid die uit droefnis wast.

Hoe zal ik nobler gedenken U
hoog-tere ziel sterk maar sereen
dan bij deze mystieke brank
de tak met de bloem alleen.

Dat is de devote magnolia
voorzichtig in uw handen geleid
van koninklijke tulpeboom
de prinselijke tederheid.


IK DANK U VOOR DRIJ ROZEN

Ik dank U voor drij rozen
uit lieve hand gekregen
drij rozen en... de tijd stond stil
van prinselijke poze
rond mij voorzichtig voor mijn leed
toen toog hij weer
gebarenbreed
ik stak de rozen aan mijn kleed.

En deed de wintermantel toe
hij was te zwaar gekozen
voor deze tedere levens en
de kroon viel van de rozen.

Toen ik de mantel opensloeg
zie hoe mijn vreugd nog enkel droeg
drij naakte harten goor en geel
maar hoog en op een trotse steel
lijk op de fiere stengel van
mijn hals d'ellende schoon zijn kan.

Zij groeten U nog vóór zij gaan
in de lâ der souvenieren
met de verrijkte glimlach van
die nimmer 't zomeren vieren.

Zij groeten U, die herten drij
en dat van mij, en dat van mij
verinnigd door gebroken gloor
die roos die vroeg heur kroon verloor
onder grof leed de logge pij
die mantel veel te zwaar voor mij.


HET HALSSNOER

Ach Here, de vrijheid
klatergouden geschenk
dat de liefste mij geeft als hij gaat.
Ach Here,
dat droef sieraad.

Hij hangt het mij jublend
over 't strenge kleed, en - ik lach
met de lach die de mondhoeken slijt -
neem Gij mij dat strassen lawijt
van de fiere troon van de hals.
Ach Here de vrijheid
zo vals.

Want hij hield mij zingend omhoog
hij noemt mij 'n zonnige fee
ik povere kind in zijn hand
en hij zegt dat ik schoon ben ermee.

En de tranen komen opeens
vanuit mijn ogen omneer
over zijn schaterend hoofd.
Ach hart dat in liefde gelooft.
Ach Here
de vrijheid
doet zeer.


ONDER UW HANDEN

Onder uw handen
die veilig' ogieve
word ik weer de stille
de zachte
de lieve
die vredig d'ogen kan laten varen
over de herfst en de verloren jaren.

Onder uw handen
mij binnen halen
in de kleine portiek van de zeer hoofse zalen
waar ik hoor zingen
dat vèr-ijle lied
als ge mijn naam zegt
of zacht naar mij ziet.

Onder uw handen
de droom herwinnen
glimlachen en goed zijn
herboren naar binnen
nat schreien uw polsen van gesmolten trots
en wonen en gaan slapen in
die schone ogieve Gods.



Naar boven!


Alice Nahon - Homepage


Bloemlezing van "haar dichtbundels"


Bloemlezing van "Op zachte vooizekens"


Bloemlezing van "Vondelingskens"


Bloemlezing van "Schaduw"


Alice Nahon - Avondliedekens


Alice Nahon - Vondelingskens


Alice Nahon - Schaduw


Alice Nahon - Maskers


Alice Nahon - Ogieve


Alice Nahon - Biografie


Alice Nahon - Bibliografie


Alice Nahon - Fotogalerie


Alice Nahon - Covers van haar bundels


Dead Poetesses Society


Vlaamse dichters


Nederlandse dichters dichters



Homepage

Pageviews sinds 21-03-2002: 

©  Gaston D'Haese: 31-01-2004.
Laatste wijziging: 06-04-2016.

E-post webmaster