Alice Nahon
Alice Nahon (1896 - 1933)
Vlaamse dichteres.

Uit haar bundel 'Schaduw'

  SCHADUW

Ik heb de liefde liefgehad;
daarom wellicht heeft zij me niet bemind.
Zo doet de mooie minnaar
met een zeer verliefde kind.
Ik heb de zon te lief gehad
en beu van beedlen
aan de deuren van de dagen
ben ik geworden als een varenblad
dat liever in de lommer leeft
dan zon te dragen.
En daarom bouwt mijn kommer aan een huis
waar lamp- en zonnelicht
getemperd zijn voor de ogen
en waar de soobre lijn van een gelaat
en waar de vrede van een vriendschap staat
lijk schaduw van een boom
over mijn hoofd
gebogen.

 MOLME BOOM

Wie zal 't u aanzien
die leproos van voet
diep met uw wortels
in verrotting wroet
dat gij nog 's avonds klimt
langs weke bladertrappen
en boven uw mizerie
met de sterren staat te klappen?

Wie zal 't u aanzien,
uitgestoten mens,
die op uw schande wankeldoolt
tot leste grens
terwijl ons onbarmhartigheid
uw zondemantel zoomt
dat gij langs drassen weg
van witte heirbaan droomt?

Wie zal 't u aanzien?
God en enklen maar.
Ach, wisten al de mensen van elkaar
't geheim beluik
van 's harten loense wijken
waarin de trappen staan
die naar Gods liefde reiken.

   VERLOREN BRIEF

Zoo langs de gevels van vunze buurt
speelde de wind met verloren brief;
dat strooide muziek
in de doodstille steeg.
Toen werd in avond laat en leeg
een zwervend blad
mij stillekes lief.

Ik droeg het mee naar een weelde-land,
ziellooze kamer met brokaat gordijn;
daar zong het, sukkel van letter en lijn,
een goddelijk lied in mijn hand.

Waar de vrouw van het volk
in stamelschrift
heur donkeren roep van liefde belijdt
schreit iedere fout van taal en stijl
heur eigen droeve liefelijkheid.

Zoo groeide 't parvenu-salon
vol dissonanten tot een nood-sireen verstard.
Het milde binnenkomen van den dag
heeft mij, beschaamd, 't verwende hart
doen vluchten van zijn floeren peul
naar stroef geheim van volksche straat
die dwars door smoor van goren tijd
klaar van mirakel staat.

   MASKERS

  
De mensen doen hun maskers af,
ze kijken vreemd elkander aan
verwonderd dat ze naast elkaar
lijk vreemden staan.

Nochtans ze stonden zij aan zij
in zelfde strijd voor zelfde brood;
Sleepten zij niet dezelfde sleur
van zorg en nood?

Viel niet dezelfde klacht en scherts
van uit hun bitter-blije mond?
Was 't niet of men de hele dag
elkaar verstond?

 
De mensen gaan zover vaneen
wanneer de schemering is nabij;
ze worden er niet triestig om
of ook niet blij.

Ze speelden immers maar een spel
waarin de ziel geen teken gaf;
ze deden enkel met elkaar
wat lief, wat laf.

En met een gauw-vergeten groet
een scheiding zonder lach of leed,
gaat ieder naar zijn eigen huis
dat stilte heet.

 
Daar zijn er die te dromen gaan
langs paden mul van schemering,
naar 't land dat 's avonds schoner wordt,
herinnering.

En velen worden stil-devoot
om rein profiel van lief gelaat
dat in de voorhal van hun ziel
gebeeldhouwd staat.

Ik weet er ook die sprakeloos
en moede van d'ondankbre strijd
de avond danken om zijn uur
van eenzaamheid.

  
De mensen doen hun masker af,
hun mooie-spelen moe-gedaan,
och arme, zij die levenslang
gemaskerd gaan.

Gemaskerd door hun eigen trots,
vergulde lach of kranke lust.
Zij krijgen van geen enkle dag
wat avondrust.

Ze gaan, 'lijk zwervers, altijd door
langs dageraad en avondrood;
ze vinden nergens 't eigen huis
dan in de dood.


Uit SCHADUW , Leiden 1928




Naar boven!


Alice Nahon - Homepage


Bloemlezing van "haar dichtbundels"


Bloemlezing van "Op zachte vooizekens"


Bloemlezing van "Vondelingskens"


Bloemlezing van "Maart-April"


Bloemlezing van "Schaduw"


Alice Nahon - Avondliedekens


Alice Nahon - Vondelingskens


Alice Nahon - Schaduw


Alice Nahon - Maskers


Alice Nahon - Ogieve


Alice Nahon - Biografie


Alice Nahon - Bibliografie


Alice Nahon - Fotogalerie


Alice Nahon - Covers van haar bundels


Dead Poetesses Society


Vlaamse dichters


Nederlandse dichters dichters



Homepage


Pageviews since/sinds 21-03-2002: 

© Gaston D'Haese: 29-06-2005.
Laatste wijziging 25-10-2015.

E-post webmaster