Karel Van den Oever


(1879-1926)

Bloemlezing

Dinska Bronska


De telefoon-paal


De doods-gedachte


Doods-gebed


De muziek


Biografie



Dinska Bronska

Uit een oud dorp
- kameelbruin als de steppe -
uit Plocka,
kwam Dinska Bronska.
Haar hoofddoek was pruisisch-blauw
en heur haar vlas-geel;
ook waren haar ogen blauw
als fjord-water.
Zij rook naar knoflook en spar,
zij droeg laarzen
en ging zeer zwaar en gauw.
In het hotel 'Lapland' zat zij
bij een tafel aan het straat-raam:
zij schreef 'n brief.
Een haarlok viel laag op haar rode kaak
en zij stak haar tong uit,
want zij schreef moeilijk die brief
en daaronder 'Dinska Bronska', haar naam.
Ze stak ook de penstok in haar mond
en zocht met haar ogen langs het plafond.
Op het papier waren 'n inktvlek
en groot gestrompel van letters:
zij kocht het voor vijf centiem
in de kruidenierszaak
over het hotel.
Er was 'n beetje inkt aan haar kaak.

   Tussen 1875 en 1935, reisden vele miljoenen 
Europese landverhuizers naar de VS
(via Ellis Island) en Canada. 
Zowat 3 miljoen onder hen gingen in Antwerpen 
aan boord van de schepen van de Red Star Line.

O Dinska Bronska
gij vertrekt naar Canada:
de verroeste stoomboot wacht langs de kaai.
Gij laast op een almanach
der 'Red Star Line'
dat Canada groter appels,
o, hoger en geler koren heeft dan Plocka.
Het moet in Canada veel beter zijn!

O Dinska Bronska,
met uw zeer dikke vingers:
gij schrijft zo moeilijk die brief.
Uw ogen zoeken vliegen op het plafond.
'Moj Boze!'
Er zit 'n tranen-veeg,
o zo verdrietig,
van uw blauwe ogen naar uw mond.

O, Dinska Bronska!


De telefoon-paal



Langs het eenzaam spoor
de telefoon-paal.
Hij gonst.
Er is geen ander geluid
langs het eindeloos spoor.
Een wolk drijft hoog over hem
en is onverschillig.
Het landschap 'gaat zijn gang'...
Toch gonst de telefoon-paal dag en nacht,
onder de hemel.
Het is een verlaten pijn,
een onophoudelijke klacht...
Als wij hem horen:
ons hart breekt, in zelfpijn verloren.
We weten dat over de ganse wereld
de telefoon-paal klaagt,
alsof ons eigen smart
aan zijn draden knaagt.


De doods-gedachte

De doods-gedachte is een bitter kruid
dat in elks leven wast
en in de afzondering wordt geplukt.
De mens steekt het in een knoopsgat van zijn jas.
Of hij rechtop gaat of zijn hoofd bukt
steeds stijgt de wrange geur
en hangt altijd in de aandachtige neus.
Als hij één ogenblik zijn gelaat betast
dan voelt hij het doodshoofd achter zijn vlees
en wordt die schrik een last.
Wat baat de bloei van een thee-roos
bij de geur van dit bitter kruid?
Elk andere bloem is broos
en bladert uit.
Alleen de doods-gedachte bloeit onsterfelijk
in het knoopsgat van een zwarte jas
en op het wit satijn der bruid.


Doods-gebed

Heer, als ik sterf
op een december-dag,
in het ziek laken dat ruikt,
en mijn gezicht: geel als een raap,
mijn baard verwoest door het zweet,
terwijl mijn hand vol angst in het kussen pluikt,
Heer, houd dan voor mij, arm schaap,
houd uw barmhartigheid gereed.
Want gedurig was ik lui en dom,
onkuis hoovaardig en zot,
ik was gulzig aan bier- en wijnpot
en mijn tanden bruin van de pijp.

Heer, als ik sterf
en mijn voeten zijn koud als glas,
de kaars druipt op mijn hand
en de dokter zegt: "‘t Is gedaan,"
als bij de kamer-wand
de priester bidt: "Heer, laat hem gaan",
dat ik dan bidde:
"Heer, neem mij in ontferming aan."


De muziek

Toen de vraag-krullen der cellos trager
bewogen en het hoofd van de violist
afstierf - laag en lager -
op het gevoelig lichaam der viool,
toen kwam er rust, -
en in dat zwijgend ogenblik
waart Gij, o God,
noch vrede, noch geluk,
maar verrukkelijke pijn,
verschrikkelijke lust.




Biografie

Karel Van den Oever werd geboren te Antwerpen
(19 november 1879), maar had Friese roots. Hij begon
zijn literaire carrière bij de anarchistische groep
"De Alvoorder", waar ook Lode Baekelmans en Willem
Elsschot bijhoorden. In 1905 stichtte hij samen met
Jozef Muls het tijdschrift "Vlaamsche Arbeid".
Aanvankelijk schreef hij stemmingsgedichten zoals
blijkt uit de bundel "Van stille dingen" (1904).
Tijdens de eerste wereldoorlog verbleef Karel Van
den Oever in Nederland. Hij werd stilaan beïnvloed
door het humanitair expressionisme, maar zijn proza
en poëzie getuigden van zijn rooms-katholieke geloof.
Een aantal van zijn gedichten is bekend geworden
onder de naam "anekdotisch expressionisme". Hierbij
wordt in een 'verhalend gedicht' uiting gegeven aan
het mededogen van de dichter met de 'underdog'
(zoals Dinska Bronska).
Karel Van den Oever werkte mee aan verscheidene
kranten en tijdschriften: "Dietsche Warande en Belfort",
"Groot-Nederland", "De Standaard", "De Schelde", enz..
In zijn kritieken en essays uitte hij zich als fanatiek
katholiek en voorvechter van de Vlaamse en Groot-
Nederlandse gedachte.
Karel Van den Oever overleed te Antwerpen op 6 oktober
1926.





Vlaamse dichters


Nederlandse dichters



Homepage


Pageviews since/sinds 21-03-2002: 

© Gaston D'Haese: 14-03-2003.
Laatste wijziging 06-01-2016.

E-mail: webmaster