GNOMENDANS
Heinrich Campendonck gew.
Oneindig ruist stilte van de nachtelike bijslaap.
Overal zijnde bijslaap. Nacht adagio van de erotica.
Sterren staan schip ankervast op de bergkruin.
Blad valt op de aarde. Stille kus.
Kus geluid kind is stilte.
Wast de bijslaap klinkt de beek blinken de lippen van het water
trillen de miljoenen kussen van de sterren
de tienduizend myriameter* sterke kussen.
Valt de slag van een vogel in de blinde nacht
valt weer de slag. Valt nog.
Op op op
dicht ver overal
groeien uit de aarde bloeien de baarden wast het dal.
Op op op
kiem wordt cirkel uit cirkel bloeien cirkels
bloeien bomen bouwen guirlanden gieren guirlanden bouwen zich gek.
Wentelen de aardbal cirkel wentelen de aardbal sfeer
schuiven de sfeer rollen de bal over de bergen
over de klimmende kruin
over de achtduizend meter hoogste top
op op op. Vallen. Valt de sfeer.
Maan lacht cirkel. Maan blijft.
Leger tienduizend kletteren ult de kloven
koolkloven diamantpassen
klimmen hijgend stijgen
goudgroeven donker dal hel licht ligt wit.
Hihi hihi cliquetis.
Warrelen wiegen dwarrelen deinen
kruisen kruisen cirkels wirrelen
bomen groeien wassen steken de sterren. Bloemen baren baren.
Klimmen stijgen nijgen klimmen stijgen.
Op op op
wallen breken vallen. Vallen knallen.
Valt knettert knal.
Ritten draven triremen timmeren de zeeen zien.
Kletsen de handen haha
hoho kloppen de blokken
fluiten als de uilen lange luide geluiden fluiten
luisteren duister de bomen.
Hihi tienduizend glimmen de lichten van wormen
waaien waaien de zwoele lichte tienduizendtal in het dal.
Flikkeren pinkelen kringen breken kringen bouwen
geboren worden horden
van geluw groen licht
lichten dansen schicht.
Schichten van licht staan roerloos
woud vermolmen olmen.
Roerloos de sterren begeren.
Begeren bewegen bestaan de stappen
kletsen de stappen klouteren de stappen kllnken de stappen op op op.
De sterren willen
de wollen wolken doorboren
de sterren hebben
de sterren nemen
de gloeiende bloeiende blakende sterren
ladders tegen de bergen werpen
klimmen stijgen hijgen torens bouwen priemen in de hemelsbuik drijven
koorden leggen in de diepten van het gewelf
drijven op de melkwegen mederuisen mederuisen.
Ha de sterren! zakken vol asteroïden
nemen nemen plukken plukken maaien maaien
rooktopazen smaragden robijnen amethysten
vreemde vogels wieken weg pluimen wuiven wind.
Groot is het land waar God is. Wij hebben de sterren die het dichtst bij God zijn.
Gewassen bomen uit de buik van de aarde
wij gnomen
hebben de buik van de hemel genomen
bezoedeld hihi het kuise ruisen van de melkwegen.
Wij. Verrekt het nachtelike adagio de kuise bijslaap.
De lichten van de glimwormen de bomen de nachtegaals bedrekt.
Ons sperma is violet. Gif.
Adagio hoho! Vluchten vallen van de ladders
springen over de kloven kruinen grijpen kruinen buigen snel
glijden zijgen nagels in mekaars bulten slaan
immer vallende gnomeladders
gnomeringen gnometrapezen op bloedbanen snellen
vluchten sneller vluchten tienduizend paardekracht vluchten.
Dageraad gif is de lucht de dageraad komt.
Dalen dalen. Het dal. Dalen dalen.
De wormen glimmen nog.
Touwen werpen touwen halen. Dalen. Vallen.
Weg weg weg.
De nachtegaal slaat nog.
Weg! Nek breken ribbekast breken phallus breken
de koolkloven
de diamantpassen
de schatten! de sterren zijn gedoofd
dood
De laatste nachtelike vogel slaat.
Leven. Klokken kleppen over het woud. Onbezoedeld zijn.'
Berlijn, 15-17 mei 1919
Uit "Nagelaten Gedichten"
*Een myriameter is in het Franse metrieke stelsel gelijk aan 10.000 meter (10 km).
VORST
Is Vorst
breken scherp en helder de stenen rijen
wegen scheuren
Schel schelt de schel
van de trem in de duizelruimte
hoge hoepel
staalhemel staalhelm
Naar klare spanbanen strammen stappen
laarzen slaan de straat tot luide ruimte
Is Vorst
breken stenen scherp
slaan laarzen klaar
schellen de schellen schel
helder
helder
helder
duizelruimte luidt
Uit "Nagelaten Gedichten"
AAN CENDRARS
Man loopt straat
luide stem tussen huizen
hij roept
klinkt klinker klaar
Blaise Blaise BLAIS -
se
gij zijt het
Cendrars
Uit "Nagelaten Gedichten"
NACHTELIKE OPTOCHT
Taptoe oe oe taptoe
stapt al maar toe
zwart van de nacht dat dik drukt de stijve straat
breekt licht logge lucht
en muziekgeschetter
Licht van de laaiende lansen
laaiende stap van de lichtende lansen
lansen van laaiende licht
dansende licht van de laaiende lansen
dansend laaien van de lichtende lansen
laaiende lansedans
Lansgekletter
muziekgeschetter
lichtende kadans
laaiende lansen
laaiende kadans van lichtende lansen
lichtend lucht kadans en dans van laaiende lansen
kadans van laaiende lansedans
kadans van dans
Lichtende lampen
laaiende lampen
licht van laaiende lampen
dans van laaiende lampen
kadans van lichtende lampen
kadans van laaiende lampen
dans van de lucht in waaiende lampen
waaiende dans van de lucht in laaiende lampen
laaiende kadans in de waaiende lampedans
kadans van lampedans
licht van lampen
Lansgekletter
muziekgeschetter
geschetter van klare klarinetten
helder gekletter van klare klarinetten
helder gekletter klarinettegeschetter
Stappen op straat
stappen breken de straat
stramme stappen breken de straat
horizontaal
vertikaal
vooral diagonaal
lampen lichten kadans
klare klarinetten dansen in de lansedans
klarinetten lampen en lansedans
transparant
Taptoe
oe oe
taptoe
Uit "Nagelaten Gedichten"
WOORD-JAZZ OP RUSSIES GEGEVEN
Donkozakken Donkozakken
Rogoschin lachen
Rogoschin mes
Rogoschin mes-lachen
Wolga ________________________ Wolga
amper bloed gutsen van de Filippovna
moe-verzadigd kind haar hart
Smerdjakoff lachen lachen lachen
Smerdjakoff doodt de dood
In de verte
over de tarwe-Oekraine
over de tarwezee-Oekraine
over het begeerte-geel der zomeroekraine
dansen de Donkozakken Donkozakken
dansen de gogolgnomen
gogolgnomen gogolgnomen in zich-zelf gelovig
Wolga __________________________Wolga
Stappen doorstikken steppe
gogolgnomen gieten geen gulpen van ietwat licht
over lwan
Karamasoff
Rogoschin lacht een scheermes
dood de Filippovna
Donkozakken Gogolgnomen stapdoorstikte steppe
Topazenoeral
en het vallen der perziese prinses
in het wollen wolgawater
van het russies kabaret
B a l j e f f B a l j e f f
Wolga wolga
steppe steppe
tarwezeeoekraine
N e e n !
er is geen stad over Petersburg
waar Rogoschin's mes ligt
steeds bereid steeds bereid
bereid
Nachtstappen naar de uiteindelike Heimat
daar eten zilveren schalen gogolgnomen
rijstepap
Wolga steppe mes
Uit "Nagelaten Gedichten"
F. JESPERS SCHILDERT EEN HAVEN
PORT Pour mon gosse
PORT Pour rire
PORT a la Portée de tout le monde
PORT Peinture
PORT Porte ouverte
S e s a m
verbe mage
Parmi les
Pierres
Précieuses la
Poulpe pourpre
Pense au
Paradis
Perdu
0 p o u l p e p a r e s s e u s e
Uit "Nagelaten Gedichten"
POEME
Pilules
Pink
pour
personnes
pâles
Mais
la mixture
des trols Rois Mages
soulage
tous les maux
de surménage
Méningite
antipode du cor de chasse aux fonds des bois
Pilules
Pink
pour
personnes
pâles
et pour les personnes qui sont blasées
comme elles sont rasées
tout à fait
il ne reste que les colloques
d'Antoinette Breloque
la ventriloque sage
sage comme un amour
simple comme bonjour
(Il faudrait plutôt sage comme une image mage)
Uit "Nagelaten Gedichten"
HULDEGEDICHT AAN SINGER
Slinger
Singer
naaimasjien
Hoort
Hoort
Floris Jespers heeft een Singernaaimasjien gekocht
Wat
Wat
jawel
Jespers Singer naaimasjien
hoe zo
jawel
ik zeg het u
Floris Jespers heeft een Singernaaimasjien gekocht
Waarom
waardoor
wat wil hij
Jawel
hij zal
hoe zo
Circulez
want
SINGERS NAAIMASJIEN IS DE BESTE
de beste
waarom
hoe kan dat
wie weet
alles is schijn
Singer en Sint Augustinus
Genoveva van Brabant
bezit ook een Singer
die Jungfrau von Orleans
Een Singer?
jawel
jawel jawel jawel ik zeg het u een Singer
versta-je geen nederlands mijnheer
Circulez
Bitte auf Garderobe selbst zu achten
ik wil een naaimasjien
iedereen heeft recht op een naaimasjien
ik wil een Singer
iedereen een Singer
Singer
zanger
meesterzangers
Hans Sachs
heeft Hans Sachs geen Singermasjien
waarom heeft Hans Sachs geen Singer
Hans Sachs heeft recht op een Singer
Hans Sachs moet een Singer hebben
Jawel
dat is zijn recht
Recht door zee
Leve Hans Sachs
Hans Sachs heeft gelijk
hij heeft recht op
SINGERS NAAIMASJIEN IS DE BESTE
alle mensen zijn gelijk voor Singer
Circulez
een Singer
Panem et Singerem
Panem et Singerem Panem et Singerem Panem et Singerem
et Singerem et Singerem
Ik wil een Singer
wij willen een Singer
wij eisen een Singer
wat wij willen is ons recht
ein fester Burg ist unser Gott
Panem et Singerem Panem et Singerem Panem et Singerem
et Singerem et Singerem
Waarom
hoe zo
wat wil hij
wat zal hij
Salvation army
Bananas atque Panama
de man heeft gelijk
hij heeft gelijk
gelijk heeft hij jawel
jawel
jawel
waarom
wie zegt dat
waar is het bewijs
jawel hij heeft gelijk
Panem et Singerem Panem et Singerem Panem et Singerem
Singerem Singerem
SINGERS NAAIMASJIEN IS DE BESTE
Uit "Nagelaten gedichten"
MALHEUR
Warme walmstal
de heer privaatdocent K.
in de zomerfriste uit Breslau
probeert of hij bij middel van een convergerend glas
zijn sigaar Uebersee Bismarck kan aansteken
Op 2 meter van de bergtop verwijderd
valt zijn hoge hoed in de afgrond
een waardevol kledingstuk voor een privaatdocent onmisbaar
wat de heer K. begrijpt
hij probeert te vatten zijn vallende cilinder
waarbij hij zelf valt in de diepte
zijn cilinder achterna
differens weerstand van de lucht
zo gelukt het de heer K. gelijktijdig met zijn hoge hoed
de afgrond te bereiken
Ongedeerde hoge hoed R.I.P. privaatdocent K.
Men siert de baar van de arme alpetoerist
met edelweiss
De te zware rouwsluier zijner echtgenote
wordt gevat door een sneltrein
en bijgevolg ook de treurende Hintergebliebene
Alpinetragedie de dagbladen
Uit "Nagelaten gedichten"
LEVEN
Mevr. Dr. jur. heeft prachtig verdedigd
de één-kilo-brood-dief
zijn gezin
en bedenkt 7 (zeven) arme kinderen
vader
een korst brood
de rechters hebben gesnikt Het was een sterk stuk
In de avondkoelte wandelt Mevr. Dr jur.
Lützowplatz
en zet zich op een bank
juist tegenover de kont van de zeegod
Verdiende rust
0 Wonne
Uit "Nagelaten gedichten"
DERDE GROTESKE
Een
twee
een
twee
krachten van opgaan
krachten van
neergaan
de nutteloze kamp
ons leven verbrandt
immer
immer
immer
schoppen is troef
nu
harten mijnheren
enzovoort
enz
z.
Uit "Nagelaten gedichten"
EEN SCHOON GEZICHT
Een schoon gezicht heeft de dagblad-postiche
CREME LA NYMPHE
zij zou zeer schoon zijn indien
zij geen sproeten had
Hoe jammer wanneer een zo schone vrouw sproeten heeft
zomersproeten
zoals bij deze postiche het geval is
gebekt haar
de boog van de wenkbrauwen
en de lieve mond
en de volle wangen
en de kuiltjes
doch zoals gezegd
hoe jammer die zomersproeten
Nochtans heb je
CREME LA NYMPHE
hoofdapoteek bijhuizen overal verkrijgbaar
het jammer kan worden verwijderd
dank zij de hoofdapoteek en de bijhuizen
zijn er op de wereld geen sproeten meer
en u
allerschoonste met gekruld haar en verlokkelike lippen
u
die prijkt op de laatste bladzijde
van het laatste nieuws
kan ik beminnen
omdat gij dank de nimfezalf
voortaan zult zijn
zonder sproeten
of zomersproeten
Uit "Nagelaten gedichten"
DE DROOM VAN HET WEESJE
Het weesje staart over zijn schapen heen
- pluk de marguerite
zal zij komen
zijn moeder -
Laat ons hopen denkt het weesje
een limousine en een vrouw in bont
zeer habillée
zoals ik ze ken uit la Vie parisienne
Hopelik is mijn moeder zoals een vrouw
uit la vie parisienne
of als de dame van Rix La Croix †
- Zoniet welk nut verlaten te zijn voorlopig wees
wanneer je moeder tot je komt zonder limousine
zonder ford en zonder rode renard -
Dan blijf je beter wees
alles of niets
Wanneer niet qui perd gagne
waarom dan wees zijn
en de klare hemel wordt blauwe limousine
(in de verbeelding van het weesje)
Ik zal haar omhelzen
hoofdzaak dat ik mijn hoofd in haar pels kan leggen
zeggen: mama, gebruik jij Houbigant
-of à la Bataille-Maeterlinck
o ma petite maman Teindelys!)
Mijn moeder zal mij zeggen: vergeet kleine dat ik je vergat
doch nu is het weer select met je zoon - efeeb - te wandelen
Ben je tevreê
Ik zal haar antwoorden: mama heb je ook een lieve soubrette
en steelt zij jouw dessous
- Mama geef haar van jouw Quelques Fleurs
ik mag geen vrouw lijen zonder quelques fleurs -
Wolken drijven Houbigant-reuk voorbij
het dromende weesje
Als een regenwolk de blauwe hemel overtrekt
vertaalt het weesje in droom
Ach mama je hebt slechts simili-zijden kousen
waarom ben je gekomen mama
Je bent niet eens demi-monde en niet van la vie parisienne
zo heeft het geen zin voorlopig weesje te zijn
en te worden herkend
Uit "Nagelaten gedichten"
VOETBALMATCH
Hip Hip Hoe
Hoe
Hoe
Sienjaal!
Knallende voeten
Paarswitte lijnen en roodzwarte
Herauten
Duikt de bal op
Sliert een waaier van zand
Losbrekend patos
Witte wegen: lijnen van spelend licht
Ritmus van de alomvattende wellust
Slechts met het ene doel
Half back
en center
Bots!
Terreinwinst
Ekstaze
Op de tribunes
elektriese innerlikheid
Ongeduld
Valt de bijl! ...
Aarzelen de spelers?
De grootste vreugd is winnen of sterven
Psyche:
Oprukken oprukken
Marsj van het stormbataljon
Vooruit vooruit
Fatum simfonie
Eén ritme
Saamgedrongen in een hoek
Bliksem die flitst
Autosireen
Goal! ! !
Uit "Nagelaten gedichten"
BELGIESE ZONDAG
Een gramofoon van 's morgens acht
iemand vergeet niet zijn soldatetijd
en speelt clairon
het bier is flauw
limonade
UIT ZUIVERE VRUCHTEN
Na de hoogmis wast bewondering
voor de renners de coureurs
21 7 17 48 83
fraaie hoofdgroep door het dorp
jonge boeren en arbeiders spreken
sportliterair
citaten ult de Sportwereld
Koorknapen gaan onkelwaarts zondagsent
TE DEUM zingend
Vrouwen wachten op
deemstering
kaarten zijn spekvet
Fumez la cigarette Dubec
La Cigarette du Connaisseur
alle dorpelingen zijn kenners
zij roken la cigarette Dubec
Kinderen zijn vuil
huizen ook
Mijn land zondag alpdruk boos
Uit "Nagelaten gedichten"
Du gute Kuddelmuddelmutter Erde
Du
Gute
Kuddelmuddelmutter Erde
Fritz von Erde wer ist das
Wer ist
der ist Fritz von Erde
Fritzi Massary
Mein
liebe abstrakte Mutter
Du weisst dass ich Dich lieb - é
Formales Inzest zu Dir
Pubertätsdetermination
Rein formal - Blutschande schadet nicht -
Der Fritz von Erde hat einen Holzfuss
hat einen Holzfuss
hat einen Holzfuss
Kuddelmuddel Edellikör
Wann
werde ich Kuddelmuddel sein
Edel-gaumen zur Freude
Gaul Gaul Gaul
Du läufst
wie
ein Tripper
Märchenhaft
Es war ein Fohlen der Erde zur Freude
dem Fritz von Erde zur Freude
eine nicht formale Freude
nur
Fohlen formal
Der Gaul hat Hufe
von Erde aber hat einen Holzfuss
Bin ich
Bin ich
Bin ich nicht
der Fritz von Erde
der die Erde liebt
Inzest
Uit "Nagelaten gedichten"
FIZIESE JAZZ
Koel-geil vreten Fratzen ijs
Steen
Sporen slokken lichtfanalen
autosireen vrekgrijpt kind
Walmt walg begeerte
begeren giert in leegte
Fratzen vreten hersenen
longen kinderlijf
gepijnigd
pijn
en nog gilt bleek overspannen geslacht
S T E I N !
staal groent morgen deemstering
Pauken ketels ketellappers tinnegieters gieten goud
W I L
zijn
tong op melkwitte buiken
Adem bitterbeeft het lijf in bed
Voorbije drift
drijft
drijft spiegel
drijven dorstig drijven dorst
wijven torsen uitdagen
vreet vitrioollach lach in mannemerg
uitputten
driften drijven slappe sloepen
kamer walgt walm
hijgt hees beest de navel
doorgebeten streng
verkrengt het jonge beest
reeds
in vroege drift - Ja
Uit "Nagelaten gedichten"
Duizend duizelkussen tuimelen
Duizend duizelkussen tuimelen
omarmen sluit knelgespand
perst lenden
blikken trillen
wimpers sluitstenen hangen brand verlangen
geluiden fluiten huid suist
sellen wereldvreemde werelden
zoengloed hong goed dood
over lijven
Uit "Nagelaten gedichten"
AVOND WINTER STRATEN
Witte blinde autoögen
zij schuift stom
de straat als zij is wit en blind
en zij is ver
Haar vele verre lichten verscherpen sneeuw
de sneeuw verscherpt haar vele verre lichten
eenzaam en enkelvoudig ding
van heugenis gescheiden zijn banken
banken in sneeuw
Doorzicht der allee
schild scherp wit waarop het zwart hard staat
voor wielrijders verboden weg
een rode lucifer ligt
hel een vlam tot d'éne sneeuw
Schitteren chemies-industriëel violet en groen
in de winkel-kaats-klaarte
bonbonhulzen
Uit "Nagelaten gedichten"
HET LIEDJE VAN TWEE SINTEN
Ik hou van Sint Niklaas
ik hou van Sinte Martin
ik hou van de ezel van Sint Niklaas
ik hou van het zwaard van Sinte Martin
ik hou van de ezel een oude wijs van wijze goedheld
- zijn rug draagt rust door de straat onbewuste venter -
lk hou van het zwaard het klieft de eigen mantel
- plotse scherpte van nieuwe ogen over de schijn der dingen -
goed en wijs scherp en rustig
ik hou van de ezel van Sint Niklaas
lk hou van het zwaard van Sinte Martin
ik hou van Sint Niklaas
lk hou van Sinte Martin
Uit "Nagelaten gedichten"
GEDICHTJE VAN SINT NIKLAAS
Sint Niklaas
appelbaas
uit het land van Waas
heilige Paus
die ging lopen
uit een deeg van spekulaas
kom ons toewaarts
heilige Klaas
wij die wachten op een heel klein beetje honig
Zie ons lippen droog
niet van 't bidden is het
wel van heel veel kou
lieve Paus lieve Paus
Laad uw ezel laad uw neger laad uw knecht
- appelbaas ult het land van Waas -
met veel snoep en snoeperij
Wij staan bij de bakkerij jou te wachten
Breng de kleinen in hun schoentje
marsepein en een citroentje
(voor jouw ezel ligt het brood reeds klaar)
Breng de groten - lieve Paus lieve Paus -
zonder dat zij 't gissen
laat het zachtjes glijden door de schouw -
een klein beetje moed
en
een zoen van jou
en vooral
geef Nonkel Jan
nu zijn houten pijp
dan krijg jij een zoen
en jouw ezel ook jouw Boudewijn
appelbaas
uit 't land
van Waas
Uit "Nagelaten gedichten"
AVOND STRAND ORGEL
Als het orgel draait 's avonds
sterft het organdi
In zijn oranjekleedje
is de orang-oetang zeer net
Waarom gaat de dromedaris nu niet om
danst de dromedaris niet
op het orgel op het orgel
van de dijk
Want alle dieren zijn getemd
en de zee
is ook getemd
positief
negatief
positief is negatief
negatief is toch niet positief
Hoger slaat
op de maat
van de italjaanse maat
mee de zee
steeds iets witter
zoals ijler steeds en blanker
drijft een klank er
bovenuit en bovenop
witte broze
meeuw
Jammer dat de dromedaris daar niet is
van alle heren danst-ie best one step
organdi crêpe marocaine
tête de nègre feuille morte
prune
marron
Oker grijs en roze staan de ezel als een droom
Lieve Mijnheer Boudewijn
(en hij knikt
knikt knikt)
Uit "Nagelaten gedichten"
VROLIK LANDSCHAP
Ochtend vroeg hemel klaar
er zijn aëro's van alle zijden
aëro en nog een aëro
lieve lieve aëro
puf puf
blauw
klaprozen in koren staan
er zijn nog zovele bloemen
blauwe vesten in de velden
en er is een rooie rok
rood op blauw en blauw op blauw
aëropuf aëropuf
Klaas en Klaartje
Klaas en Klaartje
Klaar is Kees
Uit "Nagelaten gedichten"
LANDSCHAP
Kristalwegen schept de volle maan
in vorstnacht
In donkerte drijven straten wiggen van harde klaarten
hoeken scheiden steenkantscherp
kluisduisternis van duizellicht
Maanbomen vergaren en dragen
schaduwmythos
Begerend alle klaarte
verlangend alle maanstraalstraten
is de vijver
glad en eenzaam
heldere drager van het veelvoudig éne
van het éne veelvoudige
licht
Uit "Nagelaten gedichten"
ARCHAÏSCHE PASTORALE
Ter kerk ging
de kleine jonkvrouw
in haar linkerhand draagt zij
voor de kleinsten suiker en zoethout
in haar rechter haar hart
roza suikergoed
voor Onze Lieve Vrouw
en heel wit
kaarswit
zo is zij
simpele zang
in haar oranje franjeskleed
het blauwe lint is blauw toch
Blauw
Uit "Nagelaten gedichten"
IN GOTIEKE LETTERS
Slank sloegen lelies
Vlak voor de deurpost
Toen Maria neerzonk
Onder het loodrechte licht
- Straleneinde schitterkrullen
Schommelen de eischoot
Volmaakt ovaal
Zoals de buik zijn moet
Waar het Woord Vlees wordt -
Uit "Nagelaten gedichten"
HERFSTLANDSCHAP
In de mist is trage een os met een ossewagen
stappend naast de mist nooit mist zijn maat
de os van de ossewagen
Uit de mist in de mist met de hortende wagen
dut de wagenvoerder zich niet vast
in een spoorloze slaap
Achter aan de wagen drijft lantaarnlicht
een geringe wig van klaarte in de donkerdiepstraat
Uit "Nagelaten gedichten"
BERCEUSE PRESQUE NEGRE
De sjimpansee doet niet mee
Waarom doet de sjimpansee niet mee
De sjimpansee
is
ziek van de zee
Er gaat zoveel water in de zee
Meent de sjimpansee
Uit "Nagelaten Gedichten"
VLERKEN
Nachtelik vliegen vogels van
de wilde wingerd weg
Schrikbeladen klapperen vlerken
dof
in deemstering
Knakgeluid van takken veelvuldig kort
ontsluieren vlerken
éen ogenblik
niet-herkenbare ruimten
de ruimte is van knakkende
vlerken
vol
Plotseling zijn vogels
schrikgeschud
ons
tot-dingen-gestolde Angst
Uit "Nagelaten gedichten"
FEEST
Schijnwerpers lichttorens vuurwerk
het laatst kwam de akrobaat
Wielrijder
mensen 0-monden
Medalje-keerzijde
over middernacht heen rillen soldaten
(van de ruiterij kanariegeel)
en bruine paarden
Het is zeer moeilik in de nacht bruin te zijn
Wachten
een vergeten kommando
Niemand zet een punt
Uit "Nagelaten gedichten"
Naar Boven
Naar Dandy & Dichter (home)
HAAR OGEN OF DE GOED GEBRUIKTE WENSVORM
Ogen wentelen lichten
lichten laaien landen
in de verte brandt een vuur
mij
vlamt een gloed
mij
en stil trilt het onbekende
sterrewachten wachten mij
dat ik reize
Ik vat nooit de vlam van het vuur in de verte
Uit "Nagelaten gedichten"
Marc groet 's morgens de dingen
Dag ventje met de fiets op de vaas met de bloem
ploem ploem
dag stoel naast de tafel
dag brood op de tafel
dag visserke-vis met de pijp
en
dag visserke-vis met de pet
pet en pijp
van het visserke-vis
goeiendag
Daa-ag vis
dag lieve vis
dag klein visselijn mijn
Uit "Nagelaten gedichten"
EN ELKE NIEUWE STAD
En elke nieuwe stad
bloem die welkt
herfst vergeelt het blad
zijn alle steden zo
zijn zij alle zo
zo zijn alle
Overal
overal en nergens
overal is nergens
overal
dezelfde bonbons droef in glazen
parelt drank er is geen dorst
een liedje is overal van liefde en overspel
zijn alle steden zo
zijn zij alle zo
zo zijn zij alle
Uit "Nagelaten gedichten"
BANLIEUE
Zand
overweg
rachities hofje begonias baanwachtersdochter
arme hand draaien
een winkel ligt aan d'overzij
met dorre dingen
suiker
En
een herberg huwt bruideenzaam
hoekhuisdroefheid
IN DE VROEGE MORGEN
Zand wordt
avond zwalpen lauwte
in orgeltonen ontraderen
tijdswet
Zand wordt avondruiken
en milieu voor danstent
grauw op grauw
Valt dor suiker op zand
late kinderen droef en zat
Grand Caroussel galopant à Vapeur
Acetyleenlampen
schitteren
kleuren
slap
Banlieue sterren glimmen klein en vuil
Orgel pauzeert
teringvreugde
zweet bronst pijn
Mond kust zandlippen
droog
L
A
TR
AV
IA
TA
Moedermelk is welk
de borsten barstig
de melkweg ligt dun in licht
de kom is koud
Rond middernacht een Tir Flaubert
schotvallen stilte
einde knepperen
castagnetten
van de
aller
laatste
dans
Schaduwbijslaap
en
hol
kuipleegte
toekomend jaar
Uit "Nagelaten Gedichten"
ZO OOK GAAT DE GELIEFDE
Zo ook gaat de geliefde
Mitri Karamasoff
dood
Ons op de schouders
valt nu laat en schuin de schaduw
des Iwan
Om het lijden dankbaar worden
en schijnbaar blijde
het scherpe vechten van spin en bij
verbeiden
Soms reeds is schoon mijn hand gesloten
alsof er geen verlangen
over mijn vingers
lag
Het is een verre weg
naar de passieloze berg
van het blote schouwen
Logos
Tao
Uit "Nagelaten gedichten"
WINTER
De witte weg zucht
venster een stil leven
met de twee geraniën
achter de ruit
waar ook leggen thans
mijn ogen
op de bloemen
die zij schiepen
dauw
Uit "Nagelaten gedichten"
VALAVOND
Snoek schiet diep
laatste vollicht
in moeras
Thans
zijn vissen visstil
De planten zijn van God geschapen
en dragen rust gerust het wonder van hun blaren
Langs wisseloevers
welke toch bestendig zijn
draagt iris mythos
schijnbaar ongeweten
doch zeker
lieve rust
lieve rust
Zoeven lost beek op
zoeven vertesterk
Verte rode-beuk-glimmen
laatste berkschilferen
De badende schoudert de beek
middenbeuk van beekkerk
beektorsen
Boven bomen hangen late daglantaarns
schakeringen
Reeds
laden bomen
pijlers avonddragen
diep smaragdgroen
Een os is eenzaam
hij draagt zó eenzaam
zijn vracht
langs de landweg
gaat een os eenzaam
lang zijn weg
hij speelt mondharmonika
Late libel beproeft opaal te zijn
Libel
de bomen zijn
osserug
Uit "Nagelaten gedichten"
LAND MEI
Regen valt bloesemvracht
veelvuldig kaarst kastanjelaar
Mei
Mariamaand
rustas staan seringestruiken
ver ligt het vlondertje ding
het vlondertje is
Laat slaat meikever vensterruit
wordend
mij in rust
geringe beweging
kringetje
kring
Meikever legt zich
verre zoeven
rust
Uit "Nagelaten gedichten"
WALS VAN KWART VOOR MIDDERNACHT
Alsof zij iets zingen ging trilt de luit
en de lieve luit achterna
hinkepinkt de piano linkepoot linkepoot
Ik denk niet dat de luit iets zeggen zal
kwart vóór middernacht
al trilt - zij trilt toch? - de luit nu weer
Eer de luit daarover heeft gedacht
of zij zingen zal kwart vóór middernacht
is het lang reeds kwart na middernacht
Waarom trilt de luit dan zo
klokjekwart vóór middernacht
Wist maar iemand dat
dat
trillen van de luit
Lieveke
dieveke
doderideine
do en deinen
De luit heeft zich bedacht
en zwijgt
Heb ik dat van dat trillen wel verwacht
Uit "Nagelaten gedichten"
ZEER KLEINE SPEELDOOS
Amarillis
hier is
in een zeepbel
Iris
hang de bel
aan een ring
en de ring
aan je neus
Amarillis
Schud je 't hoofd
speelt het licht
in de bel
met Iris
Schud je fel
breekt de bel
Amarillis
Waar is
Iris
Iris is hier geweest
Amarillis
aan een ring
en de ring
aan jouw neus
Wijsneus
Amarillis
Uit "Nagelaten gedichten"
OUDE BEKENDEN
Rommelen rommelen in de pot
waar is Klaas en waar is Zot
Zot is in het stalleke
in het stalleke van Bethlehem
bij het Kerstekind
Rommelen rommelen in de pot
waar is Klaas en waar is Zot
Klaas zoekt naar het stalleke
naar het stalleke van Bethleëm
naar het Kerstekind
Rommelen rommelen in de pot
wat doet Klaas en wat doet Zot
op een zucht zet Zot de deur
van het stalleke
zo vindt Klaas zijn weg
naar het stalleke
naar het Kerstekind
Dank zij Zot
zijn Klaas en Zot beiden in het stalleke
bij het Kerstekind
rommelen rommelen in de pot
Uit "Nagelaten gedichten"
RIJKE ARMOEDE VAN DE TREKHARMONIKA
Rodica en Dodica waren aan elkaar gebonden
zo heeft de vroedvrouw ze gevonden
Rodica en Dodica
de ooievaar speelt trekharmonika
Op de trekharmonika
schilderde de schilder Rodica en Dodica
Rodica was net zo groot as Dodica
op die trekharmonika
Op de trekharmonika
speelt het liedje van Rodica en Dodica
Dodica had een vrijer lief en Rodica had er geen
toch was Rodica net zo groot as Dodica
Met een lange ruk is het liedje uit op de trekharmonika
van Rodica en Dodica
Dodica is dood en Rodica is rood
toch was Rodica net zo groot as Dodica
Uit "Nagelaten gedichten"
DE PROFUNDIS
Wij zijn de overwonnenen
op de zuiderstrook der lage landen langs de zee
De zee was niet ons goed
al schuren hare zoute waatren zuiver ons strand
van bitterheid
Soms is een plant ons goed nog
en dieren
Ik meen daarmee buiten de paarden
schepershonden van Mechelen of Groenendaal
die na de schilders de roem van Vlaanderen
over de grenzen dragen
Herkennen zij in ons hun maats
der volle maat
van slagen
Zien paardenogen aan wier staren
het denken om het leed verglijdt
in de verte
de ster die ons niet begeleidt
Om de geraniën die aan de vensters onzer hoeven God roepen
met haar meekraplakken stemmen
schokt de stilte en het verstarren
Uit "Nagelaten gedichten"
SPLEEN POUR RIRE
Sophie-Fritz Stuckenberg zu eigen
Het meisje dat te Pampelune geboren thans te Honoloeloe woont
en in een rode lakkooi gevangen houdt
een kobaltblauwe papegaai
- zij schilderde hem met Ripolinkoeleuren
zoals gezeid de veren blauw
de snavel en de poten geel -
het meisje van Pampelune te Honoloeloe
dat om haar hoge hals heeft een krans van purperen anemonen
op haar opalen borst kleine barokkoralen
en om haar dijen niets
(Vogelveren dorsten haar dijen niet te dragen
zo zeer zijn dun haar dunne dijen)
dit pampeluner meisje dat te Honoloeloe woont
ken ik niet
Priez toujours pour le pauvre Gaspard
Il n'est pas encore mort ce soir
Uit "Nagelaten gedichten"
GUIDO GEZELLE
Plant
fontein
scheut die schiet
straal die spat
tempeest over alle diepten
storm over alle vlakten
wilde rozelaars waaien
stemmen van elzekoningen bloot
Diepste verte
verste diepte
bloemekelk die schokt in de kelk van bei' mijn palmen
en lief als de madelief
Als de klaproos rood
o wilde papaver mijn
Uit "Nagelaten gedichten"
GEOLOGIE
Diepe zeeën omringen het eiland
diepe blauwe zeeën omringen het eiland
gij weet niet
of het eiland van de sterren is daarboven
gij weet niet
of het eiland aan de aardas is
diepe zeeën
diepe blauwe zeeën
dat het lood zinkt
dat het lood zoekt
dat het zinkend zoekt
en zinkt zoekend
zoekend zijn eigen zoeken
en al maar door
zinkt
en al maar door
zoekt
diepe zeeën
blauwe zeeën
diepe blauwe zeeën
diepblauwe zeeën
zinken
zoeken
naar de omgekeerde sterren
tweemaal blauw
en tweemaal bodemloos
Wanneer vindt het blauwe lood
in de blauwe zee
de groene wier
en de koraalrif
Een dier dat door het leven jaagt naar een gedachte vrede
- een wanen in duizend duizendjarige sellen -
gelijk een dier dat jaagt en aan zijn blinde vingers vindt
alleen het herhalen van het gedane doen
gelijk een dier zo
zo zinkt het lood
des zeemans
Moest dit zinken langs uw ogen zijgen gij kende niet
een groter leegheid
Uit "Nagelaten gedichten"
MYTHOS
Een hoge hand steekt in de nacht
en zij steekt vóór de nacht
omdat de nacht alleen is gene blauwheid
aan 't einde van mijn ogen
en vóór de blauwe nacht schuift éen witte duif
zo een witte haas schuift voor uw ogen
over de straat neem u in acht
hij draagt uw leven over
van d'ene schaal naar d'andere
en gij weet niet
wat dit beduidt
Uit "Nagelaten gedichten"
FACTURE BAROQUE
Soms
- wanneer de boten van hun zinnen sloegen
aan de immer deinende rotswand
van een reuk die openstaat
op wonderlike dieren
en planten die
koortsdoorschoten
tussen de blauwheid van de zee en de blauwheid van de lucht
slechts zijn een vergelijken -
soms slaat het verlangen der mensen zo hoog uit
dat zij takelen de nederige boot
en ter zee gaan
in de zeilen speelt de wind een waan
een oude waan
die over de kim gekelderd lag
tot de wind de hulzen stuk woei
en uit de scherven walmt de wijn van deze waan
van deze oude waan
Geen kent het S.O.S.-gesein geenzijds der zinnekim
en dat aan de boôm van onze ziel er sprieten steken
die alleen het trillen vatten
van gene zijde
Soms dringt de drang de droom tot een gestalte
en wordt het lichaam droom
Uit "Nagelaten gedichten"
LORELEY
Kom aan mijn borst
kom aan mijn borst
daar rust gij aan een lijf
dat eenzaam is een bedden van uw eenzaamheid
en eenzaam spelen uwe vingers
langs het ontwarren van lange wier
Achter de spiegel die verdrijft
de onbestendigheid der dingen
valt van uw handen het verlangen
aan mijn opalen huid verglijdend
een wezenloze droom
kom aan mijn borst
bed in mijn eenzaam' armen
uw eenzaam lijf
Uit "Nagelaten gedichten"
STILLEVEN
Van de fles met helder water tot de hals gevuld
valt een éendre heldere schaduw
op het helder bord
dat op de witte tafel weegt
Zo schuift over uw ogekim
- een zeil aan d'einderboog -
uw ziel naar een gewaand daarbuiten
en schept zij de geschapen dingen
naar eigenwijze wijze
En mee over uw ogekim glijdt een mildheid
met uw kennen mee
als fijne mikapoeder die met een blijde schittering
de plaats der vraag bevult
Zie door het heldere glas
het heldere glas
en door dees'held're dubbele wand
de heldere ruit
op deze blauwe nacht
in deze heldere ruit
die aan de nachtwand dun maar aanleunt
zie het heldere glas
en hoe uw oog een zielezeil
op veel einders telkens schuift
als op een touwestel vlak en eenvoudig
Uit "Nagelaten gedichten"
ZON BRANDT DE ROZELAAR
Zon brandt de rozelaar
zon brandt de glasscherve
Kind
geef acht
hier liggen glasscherven
Uit "Nagelaten gedichten"
IS HET LICHTMIS
Is het Lichtmis licht mist
op het dorp keer om de kom
Uit "Nagelaten gedichten"
OMFLOERSDE TAMBOERIJNEN
Mijn ogen zijn omfloersde tamboerijnen
al roert de hand daarbuiten luide de huid
hun klank in zich gekeerd blijft dof
Mijn ogen zijn omfloersde tamboerijnen
maar hebt daarmee geen medelijden
Uit "Nagelaten gedichten"
NOG SLOEG NIET OM UW LUIDE LIJF
Nog sloeg niet om uw luide lijf
het hardst verlangen
Ver van vrede en bevrediging
schuilt de lach - te luide en nog niet lui -
in d'uiterlikste kuilen van uw mond
Uw ogen zinken niet
in hunner kassen verste verten
Nog slaan de neusvleugels niet
van de binnengloed
het doffe lied
Uit "Nagelaten gedichten"
SNIJD VAN DE STRUIK DE SERINGEN
Snijd van de struik de seringen
stel de bloemen in een aarden vaas
Uit "Nagelaten gedichten"
LEG UW HOOFD ZO IN MIJN ARM
Leg uw hoofd zo in mijn arm
dat van uw voorhoofd naar uw mond mijn blik schuive
over de kam van uw neus
Leg uw hoofd zo
ik leg op uw mond mijn hand
wees rust
Uit "Nagelaten gedichten"
POLDERLANDSE ARKADIA
Over het bij vlekken zongeplengde dak
hangt de beuk zijn loof van dieper rood
Raamkozijnen glimmen groen en vatten
terracotta bloemepotten
daarin geraniën groeien van het esmeralden blad
met doffe kring
naar meekraplakken bloemen
Op de dijkweide weidt zijn zwijnen
een zwijneweider wijl hij op een schelp gebrande aarde
okarino speelt
De klanken wuiven licht zo wuiven ook de beukeblâren
alsof zij in hun wuiven roerloos waren
Wie met een luit in het hart door 't land gaat
en in het water van zijn ogen stuwt het worden van een zang
perst hij niet op zijn lippen uw-Amarillis-schone naam
Uit "Nagelaten gedichten"
ONBEDUIDENDE POLKA
Een Arlequin in watergroen
versleten roze draagt Colombine
de hof is groot de bomen hoog
het roodste rood van de ahorn
op 't diepste groen van dennen
wij stappen kleine stappen
- hoe is de kiezel scherp aan uw satijnen schoen -
het pak van Arlequin is watergroen
opdat het passe bij 't versleten roze van uw rok
en als de schaduw zij van uw assen haar
wanneer de zon dààrin
kleine Colombine mijn stappen zijn nog kleiner
nog kleiner
dan
jij
Uit "Nagelaten Gedichten"
JONG LANDSCHAP
Zo staan beiden bijna roerloos in de weide
het meisje dat loodrecht aan een touw des hemels hangt
legt hare lange hand op de lange rechte lijn der geit
die aan haar dunne poten de aarde averechts draagt
Tegen haar wit en zwart geruite schort
houdt het meisje dat ik Ursula noem
- in 't spelevaren met mijn eenzaamheid -
een klaproos hoog
Er zijn geen woorden die zo sierlik zijn
als ringen in zeboehorens
en tijdgetaand zoals een zeboehuid -
hun waarde bloot naar binnen schokken
Zulke woorden las ik gaarne tot een garve
voor het meisje met de geit
Over de randen van mijn handen
tasten mijn handen
naar mijn andere handen
onophoudelik
Uit "Nagelaten gedichten"
ONBEWUSTE AVOND
Van 't lauwe kroes doorgeurd ligt om de vijver loom de lucht
Op de vondel staat een late zwaan
Zo eenzaam is niet één van ons en roerloos
Niet één van ons laait zo hartstochtelik een vlam
zich toewaarts als dees' rode beuk
Van 't gipsen beeld dat tans in de schaduw staat
- alleen een gipsen garve gaart schuine scherven nog van 't schaarse licht -
valt een kleine rust maar op het jonge paar dat voorbij schuift
mij dinggesloten en vervreemd
Zo nu de kiezel niet kraakte onder mijn treden
was ik zonder verleden
in de kom van deze stilte gegleden
Uit "Nagelaten gedichten"
POLONAISE
Ik zag Cecilia komen
op een zomernacht
twee oren om te horen
twee ogen om te zien
twee handen om te grijpen
en verre vingers tien
Ik zag Cecilia komen
op een zomernacht
aan haar rechterhand is Hansje
aan haar linkerhand is Grietje
Hansje heeft een rozekransje
Grietje een vergeet-mij-nietje
de menseneter heeft ze niet gegeten
ik heb ze niet vergeten
ei ei ik en gij
de ezel speelt schalmei
voor Hansje en voor Grietje
Hansje met zijn rozekransje
Grietje met haar vergeet-mij-nietje
zijn langs de sterren gegaan
Venus is van koper
de andere zijn goedkoper
de andere zijn van blik
en van safraan
is Janneke-maan
Twee oren om te horen
twee ogen om te zien
Twee handen in het lege
en verre vingers tien
Uit "Nagelaten gedichten"
OPPERVLAKKIGE CHARLESTON
Als je van het meisje van Milwaukee houdt
van het meisje houdt
van het meisje van Milwaukee houdt
- van de nacht vallen de sterren veel
en blijven aan de huizen hangen
Batschari Zigaretten Batschari Zigaretten
Sarotti ist so süsz und schön -
Als je van het meisje van Milwaukee houdt
schaak ze in een ford schaak ze in een ford
de vader die is dominee
de broer die woont te Chicago
in Oklahoma woont de olieoom
en je sienjaal een saksofoon
schaak ze in een ford schaak ze in een ford
de negers hebben dikke lippen
de negers hebben dikke rode lippen
Je voert je bruid naar Texas heen
in Texas woont een dominee
in Texas woont een goeie dominee
en je sienjaal een saksofoon
in Texas woont een dominee
Je voert je bruid naar Texas heen
Je stuurt een telegram naar Chicago
de nacht is klaar
en morgen ben-je miljoenair
dan vin-je de methode
de maan als lichtreklaam
Als je van het meisje van Milwaukee houdt
schaak ze in een ford - rem niet rem niet -
Je voert je bruid naar Texas heen
de negers hebben dikke lippen
de negers hebben dikke rode lippen
en alle dominee's zijn goed
Als je van het meisje van Milwaukee houdt
van haar houdt
ram rem de trem
ram rem
Uit "Nagelaten gedichten"
BERCEUSE VOOR VOLWASSENEN
Wanneer de zandman nog eens komt
- maar hij komt niet meer -
zullen wij slapen gaan en dromen
van een droom
die niet gedroomd werd
Ach alle mensen slapen goed
die de deur op grendel weten
Uit "Nagelaten gedichten"
BERCEUSE Nr. 2
Slaap als een reus
slaap als een roos
slaap als een reus van een roos
reuzeke
rozeke
zoetekoeksdozeke
doe de deur dicht van de doos
Ik slaap
Uit "Nagelaten gedichten"
HET DORP
Een vleermuis aan de nacht
hangt niet uw adem aan een vreemde adem
zo gij dit beseft het dorp
en de mensen nacht'lik huis aan huis
één licht - wellicht bij de pastoor -
en langs uw weg een late koe
In de wig van weg en stroom
is van de leegte zo het dorp
alsof 't een boot was die maar voor korte tijd
op anker ligt
Om het staketsel kletst
het donkere water
gemeten
en vreemder dan een moorden zonder gil
Gij weet dat er geen gelaat is
waar gij binnen kunt
als in uw huis
En gij stoot overal der dingen oppervlak
een spiegel van uw eenzaamheid
een teller van uw korte reis
Uit "Nagelaten gedichten"
AVONDGELUIDEN
Er moeten witte hoeven achter de zoom staan
van de blauwe velden langs de maan
's avonds hoort gij aan de verre steenwegen
paardehoeven
dan hoort gij alles stille waan
van verre maanfonteinen zijpelt plots water
-gij hoort plots het zijpelen
van avondlik water -
de paarden drinken haastig
en hinniken
dan hoort men weer hun draven stalwaarts
Uit "Nagelaten gedichten"
BOERE-CHARLESTON
Tulpebollen bolle tulpen tulpetuilen
rozetuilen
boererozen boerewangen boerelongen
boerelongen ballen wangen
wangen ballen bekkens
ballen bolle bekkens
bugel en basson - o hop!
wie heeft er de kleine bugel gezien
wie heeft er de grote bugel gezien
en wie Gaston met zijnen basson
Marie-Katelijne Marie-Katerien
want dit is geen pavane of geen sarabande meer
dat is geen gigue of geen allemande meer
en geen wals
dat is 'nen charleston
'nen boerecharleston
van Gaston op zijnen basson
En wie heeft er de kleine bugel gezien
en wie heeft er de grote bugel gezien
en wie Gaston met zijnen basson
De kleine bugel zit in 'nen rozetuil
bij Rozalie
de grote bugel zit in de sjees
bij Melanie
Marie-Katelijne Marie-Katerien
En Gaston
die zit «In de Ton» ik vraag u pardon
Bolle wangen ballen bekkens
bugel en basson
Uit "Nagelaten gedichten"
ALPEJAGERSLIED
Voor E. du Perron
Een heer die de straat afdaalt
een heer die de straat opklimt
twee heren die dalen en klimmen
dat is de ene heer daalt
en de andere heer klimt
vlak vóór de winkel van Hinderickx en Winderickx
vlak vóór de winkel van Hinderickx en Winderickx van de beroemde
hoedemakers
treffen zij elkaar
de ene heer neemt zijn hoge hoed in de rechterhand
de andere heer neemt zijn hoge hoed in de linkerhand
dan gaan de ene en de andere heer
de rechtse en de linkse de klimmende en de dalende
de rechtse die daalt
de linkse die klimt
dan gaan beide heren
elk met zijn hoge hoed zijn eigen hoge hoed zijn bloedeigen hoge hoed
elkaar voorbij
vlak vóór de deur
van de winkel
van Hinderickx en Winderickx
van de beroemde hoedemakers
dan zetten beide heren
de rechtse en de linkse de klimmende en de dalende
eenmaal elkaar voorbij
hun hoge hoeden weer op het hoofd
men versta mij wel
elk zet zijn eigen hoed op het eigen hoofd
dat is hun recht
dat is het recht van deze beide heren
Uit "Nagelaten gedichten"
ZELFMOORD DES ZEEMANS
De zeeman
hij hoort de stem der Loreley
hij ziet op zijn horloge
en springt het water in
Uit "Nagelaten gedichten"
SOUVENIR
Schoon d'avond valt en tussen de beide grijze gevelrijen
het donker zwaar hangt als een klos en overdadig
ontsteekt geen hand het licht aan de lantaarnen
Zo wentelt plots aan d'ogen u het wonder van een vreemde stad
de grijze huizen van u dees' anders zo bekende stede
De zonnestralen sloegen hard aan d'aarde over dag
en uit het vuur van 't rosse loof persten zij die geur der aarde
daarop ons dulle zinnen de herrefst toewaarts matelik glijden
Dees'overdaad van zinnelike wondren van lichten en van geuren
is zó lauw en vol dat gij niet kunt begrijpen waarom
aan 't eind van deze dag
geen lach zich legt over uw brede mond
zoals een ree languit en lui zich aan een rotswand legt
Uit "Nagelaten gedichten"
OGEN
Zijn oog glijdt aan het vreemde oog dat haar oog is
zoals een zeil aan d'einder schuift
daarvan gij denkt nu schuift het om de einder om
Maar lang zo glijdt het zijn glijden al maar door
zodat het roerloos hangt aan d'einderkom
of roerloos ligt in d'einderkuip
Uit "Nagelaten gedichten"
DE OUDE MAN *
Een oud man in de straat
zijn klein verhaal aan de oude vrouw
het is niets het klinkt als een ijl treurspel
zijn stem is wit
zij gelijkt een mes dat zo lang werd aangewet
tot het staal dun werd
Gelijk een voorwerp buiten hem hangt deze stem
boven de lange zwarte jas
De oude magere man in zijn zwarte jas
gelijkt een zwarte plant
Ziet gij dit snokt de angst door uw mond
het eerste smaken van een narkose
Uit "Nagelaten Gedichten"
* Van Ostaijens' laatste gedicht

Onder de maan schuift de lange rivier
Over de lange rivier schuift moede de maan
Onder de maan op de lange rivier
schuift de kano naar zee
Langs het hoogriet
langs de laagwei
schuift de kano naar zee
schuift met de schuivende maan
de kano naar zee
Zo zijn ze gezellen naar zee
de kano de maan en de man
Waarom schuiven de maan en de man
getweeën gedwee naar de zee.
 |