Francesco Petrarca

Francesco Petrarca 
°Arezzo 1304 +Arquà 1374 
Poeta e letterato italiano

GLI OCCHI  (Italiano)


THOSE EYES  (English)


DIE OGEN  (Nederlands)


IN MORTE DI MADONNA LAURA  (Italiano)


ON THE DEATH OF MY LADY LAURA  (English)


BIJ DE DOOD VAN MADONNA LAURA  (Nederlands)


SONETTO XII  (Italiano)


SONNET XII  (Nederlands)


SONETTO CXXXIV  (Italiano)


SONNET CXXXIV  (Nederlands)

GLI OCCHI

Gli occhi di ch'io parlai si caldamente,
e le braccia e le mani e i piedi e' l viso
che m'avean si da me stesso diviso,
e fatto singular da l'altra gente;

Le crespe chiome d'or puro lucente,
e 'l lampeggiar de l'angelico riso
che solean fare in terra un paradiso,
poca polvere son, che nulla sente.

Et io pur vivo, onde mi doglio e sdegno,
rimaso senza 'l lume ch' amai tanto,
in gran fortuna e' n disarmato legno.

Or sia qui fine al mio amoroso canto:
secca e la vena de l'usato ingegno,
e la cetera mia rivolta in pianto.




Linecol

THOSE EYES

Those eyes, 'neath which my passionate rapture rose,
The arms, hands, feet, the beauty that erewhile
Could my own soul from its own self beguile,
And in a separate world of dreams enclose,
The hair's bright tresses, full of golden glows,
And the soft lightning of the angelic smile
That changed this earth to some celestial isle,
Are now but dust, poor dust, that nothing knows.
And yet I live! Myself I grieve and scorn,
Left dark without the light I loved in vain,
Adrift in tempest on a bark forlorn;
Dead is the source of all my amorous strain,
Dry is the channel of my thoughts outworn,
And my sad harp can sound but notes of pain.


Translated by Thomas Wentworth Higginson
(1823-1911)



Linecol

DIE OGEN

Die ogen gloedvol door mij beschreven,
die armen, handen, voeten en gezicht,
waardoor ik vaak innerlijk werd ontwricht
en met geen mensen kon samenleven;

Krulharen met filigraan geweven,
die zoete glimlach op mij gericht,
in een verloren paradijs gezwicht,
waar elk goed gevoel werd prijsgegeven.

Zo leef ik, vol woede en levenswee,
zonder haar uitstraling die ik aanbad,
toen mijn schip leksloeg op de levenszee.

Ga weg, liefdeslied, uit mijn gedachten,
nu de gave verdween die ik bezat;
Van nu af aan bral ik jammerklachten.




Linecol

IN MORTE
DI MADONNA LAURA

Oimè il bel viso, oimè il soave sguardo,
oimè il leggiadro portamento altero;
Oimè il parlar ch'ogni aspro ingegno et fero
facevi humile, ed ogni uom vil gagliardo !

Et oimè il dolce riso, onde uscio 'l dardo
di che morte, altro bene omai non spero.
Alma real, dignissima d'impero,
se non fossi fra noi scesa si tardo !

Discolorato hai, Morte, il più bel volto
che mai si vide, e i più begli occhi spenti;
spirto più acceso di vertuti ardenti
del più leggiadro e più bel nodo hai sciolto.

In un momento ogni mio ben m'hai tolto,
post'hai silenzio a' più soavi accenti
che mai s'udîro, e me pien di lamenti:
quant'io veggio m'è noia, e quant'io ascolto.




Linecol

ON THE DEATH
OF MY LADY LAURA

Alas, that gentle look, that lovely face,
that noble mien, with charm and beauty blest,
alas, that voice which soothed the savage breast
and formed a man of honour from the base !

Alas, that smile which in me did encase
the fatal dart which robs me of my rest.
O had you earlier made this earth your quest,
a royal throne would be your rightful place.

You have discoloured, Death, the fairest face
that ever was seen, and quenched the brightest eyes,
unloosing all the close and loving ties
which bound a spirit full of heavenly grace.

All joy in but a moment you efface;
on her soft voice a heavy silence lies
forever, heedless of my lonely sighs;
no sight or sound my sorrow can displace.




Linecol

BIJ DE DOOD
VAN MADONNA LAURA

Owee mooi gelaat, owee zoete ogen,
Owee lichaamstaal, bekoorlijk en vol kracht !
Owee stem, die vervuld was van mededogen
En het beste in iedereen naar boven bracht !

Owee zoete glimlach die de pijl afschoot,
Die mij tot in het diepste heeft geraakt !
Verheven ziel, die heerste bij leven en dood,
Maar haar queeste voor altijd heeft gestaakt !

Van kleur hebt u haar mooi gelaat beroofd
En het licht in die prachtige blik gedoofd;
Die hechte liefde geestelijk verbonden,
Hebt u, Dood, meedogenloos ontbonden.

U kwam mij bestelen en bedreigen
En toen die hemelse stem moest zwijgen,
Huilde ik en had nergens interesse voor;
Ik baal van alles wat ik zie en hoor.


P.s.: De eerste twee kwatrijnen behoren tot sonnet
nr. 267 en de twee laatste kwatrijnen maken deel uit
van sonnet nr.283



Linecol

SONETTO XII

Se la mia vita da l’aspro tormento
si può schermire, e da gli affani,
ch’ I veggia per vertù de gli ultimi anni,
donna, de’ be’ vostr’occhi il lume spento,
e I cape d’oro fin farsi d’argento
e lassar le ghirlande e I verdi panni
e ‘l viso scolorir, che ne’ miei danni
a llamentar mi fa pauroso e lento,
pu mi darà tanta baldanza Amore,
ch’ I’ vi discovrirò de’ mei martìri
qua’ sono stati gli anni e I giorni e l’ore;
e se ‘l tempo è contrario a I be’ desiri,
]non fia ch’almen non guinga al mio dolore
alcun soccorso di tardi sospiri.




Linecol

SONNET XII

Als mijn bestaan zolang bestand mag zijn
tegen mijn verdriet, mijn bitter lijden,
dat ik beleef hoe, door de kracht der tijden,
Vrouwe, geen glans meer in uw ogen schijnt,
hoe uw fijn gouden haar naar zilver gaat,
hoe ge geen guirlandes meer zult dragen
en ik niet waag over mijn leed te klagen
als ik de bleekheid zie van uw gelaat,
dan geeft het liefdesverdriet mij zo’n moed
dat ik de waarheid niet meer zal ontvluchten,
de jaren noem, de dagen en de uren;
al zal ‘t te laat zijn voor verlangen zoet,
dan zal toch niet aan wat ik moet verduren
de troost ontzegd zijn van uw late zuchten.




Linecol

SONETTO CXXXIV

  Pace non trovo, e non ho da far guerra;
e temo, e spero; et ardo, e son un ghiaccio;
e volo sopra ’l cielo, e ghiaccio in terra;
e nulla stringo, e tutto ’l mondo abbraccio.

  Tal m’ha in pregion, che non m’apre né serra,
né per suo mi ritèn né scioglie il laccio;
e non m’ancide Amore, e non mi sferra,
né mi vuol vivo né mi trae impaccio.

  Veggio senza occhi, e non ho lingua, e grido;
e bramo di perir, e cheggio aita;
et ho in odio me stesso, et amo altrui.

  Pascomi di dolor, piangendo rido;
egualmente mi spiace morte e vita:
in questo stato son, donna, per vui.




Linecol

SONNET CXXXIV

  Ik vind geen vrede en ik kan niet strijden,
ik hoop en vrees, ik brand en ben van ijs,
ik zweef omhoog en ik lig verstijfd te lijden,
ik bemin de wereld, die ik misprijs.

  Ik ben verlost en kan me niet bevrijden,
ik heb een houvast en raak toch van de wijs,
ik voel me levend en gestorven beide:
ach, liefde is zowel hel als paradijs!

  Ik zie verblind, ik schreeuw en kan niet praten.
ik haat mezelf en houd van iedereen,
ik roep om hulp en wil het leven laten,

  ik huil van vreugde, ik lach terwijl ik ween,
leven en dood, wat kan het mij baten:
en dit, lieveling, komt door jou alleen.



Linecol


Petrarca maakte in sonnet CXXXIV meesterlijk
gebruik van het 'oxymoron' (een stijlfiguur
die twee tegenovergestelde begrippen bevat).


© Vertalingen van Lepus

Louïse Labé werd sterk beïnvloed door Petrarca

en maakte ook gebruik van het oxymoron

in haar sonnet VIII.




Petrarca - Home Page

Canzoniere 1 - Rime da 1 a 99


Canzoniere 2 - Rime da 100 a 199


Canzoniere 3 - Rime da 200 a 263


Canzoniere 4 - Rime da 264 a 299


Canzoniere 5 - Rime da 300 a 366


Petrarca - Poemi in Italiano


Petrarca - Poema 126


Petrarca - In het Nederlands


Dead Poets Society



Homepage


Pageviews since/sinds 21-03-2002: 


© Gaston D'Haese: 14-01-2002.
Update: 14-10-2015.