Gedicht: Het werelds geluk


Simon Stevin
Wiskundige werken gedrukt bij Plantijn


Plantijn - Bi(bli)ografie


Plantijns' medewerker Kiliaan


Christoffel Plantijn - Het werelds geluk Christoffel Plantijn

Christoffel Plantijn - Olieverf op canvas 
Museum Plantijn-Moretus, Antwerpen
C. Plantijn door P.P. Rubens

HET WERELDS GELUK

Een huis hebben dat net mooi en gerieflijk is,
Een tuin met geurige leibomen als prieel,
Fruit, keurwijn, een klein kroost en weinig personeel,
Een vrouw bezitten die trouw en bescheiden is;

Geen schuld of ontrouw kennen, geen vete of haat,
Geen onenigheid hebben om een erfenis,
Geen voorspraak vragen, content zijn met wat er is,
Aan zijn toekomst werken naar de gepaste maat;

Vrank zijn leven leiden, niet hebzuchtig zijn,
Zonder angstvalligheid godvruchtig zijn,
Zijn driften beheersen en bevelen;

Met een vrije geest elke dwaling vermijden,
Bezield leven en zorgzaam enten en telen,
Dat is thuis in vrede de dood verbeiden.


© Lepus (vertaald uit het Frans)




'Labore et constantia' - 'Door werk en volharding'

separator

Biografie

      
Christoffel Plantijn (Saint Avertin 1520 - Antwerpen 1589) 
kwam in 1549 in Antwerpen wonen met zijn vrouw Jeanne Rivière 
(ca.1521-1596) en hun dochtertje Margareta. Hij leerde haar 
kennen in Caen als de huismeid van zijn werkgever, de drukker,
boekbinder en boekhandelaar Robert II Macé. In 1546 traden ze 
in het huwelijk. Na zijn Normandische periode was hij ook enige 
tijd werkzaam in Parijs, waarna het echtpaar naar Antwerpen 
emigreerde. Het echtpaar kreeg vijf dochters: Margaretha (1547-1594), 
Martine (1550-1616), Catharina (1553-1622), Magdalena (1557-1599) 
en Henrica (1561-1640). Hun enig zoontje, Christoffel, geboren 
in 1566, overleed al na enkele jaren. 
Aanvankelijk verdient Plantijn zijn brood in Antwerpen als boekbinder 
en lederbewerker. Vermoedelijk werd hij na enige tijd lid van de 
geheime heterodoxe sekte 'Het Huis der Liefde'. Hun leider Hendrik 
Niclaes (1502-1580) heeft hem wellicht financieel gesteund om zich 
in 1555 als drukker te vestigen. 
Het hoofdwerk van H. Niclaes, 'Den Spegel der Gherechticheit' werd 
trouwens in 1556/1557 gedrukt bij Christoffel Plantijn.
Na de dood van Plantijn verzaakte Jeanne Rivière aan de erfenis 
om de vrede te bewaren tussen haar twistende kinderen. 
Vanaf 1590 zette haar schoonzoon Johannes Moretus I (=Johannes 
Moerentorf) de drukkerszaak verder.
In augustus 1867 werd aan de bedrijvigheid in de Gulden Passer 
voorgoed een einde gesteld. 
Vervolgens deed Edward Moretus een prachtige geste door het 
gebouw en de waardevolle inboedel te schenken aan de stad 
Antwerpen op 20 April 1876. Heden ten dage is de Officina 
Plantiniana uitgegroeid tot een museum. 
Als 'Museum Plantin-Moretus' is het de enige drukkerij-uitgeverij 
ter wereld, die bewaard is gebleven uit de renaissance- en baroktijd. 
Het biedt een uitgebreid overzicht van de boekdrukkunst van de 15e 
tot de 18e eeuw.
Vermeldenswaard is dat het bedrijfsarchief van het Museum Plantin-
Moretus in 2002 genomineerd werd voor de lijst van het UNESCO-
werelderfgoed. Tenslotte werd 'Het Museum Plantin-Moretus/Prenten-
kabinet' in 2005 erkend als UNESCO-werelderfgoed. Plantin-Moretus 
prijkt dus als enige museum ter wereld op deze prestigieuze lijst.

Christoffel Plantijn werd de befaamdste drukker en uitgever in de Nederlanden. Hij voerde ook speciale opdrachten uit voor de Spaanse koning. Filips II gaf hem zelfs opdracht tot het drukken van de belangrijkste wetenschappelijke bijbeluitgave van de 16de eeuw, namelijk de Koninklijke Polyglot-Bijbel. Deze Biblia Polyglotta (ook Biblia Regia) werd gezet in vijf talen
Een Aramese targoem*, de Syrische Pesjitta** (beide met vertaling in het Latijn), Hebreeuws en Grieks. Ditmonnikenwerk begon in 1568 en eindigde in 1573. Het project stond onder de leiding van Benito Arias Montano (1527–1598), een befaamd oriëntalist en taalgeleerde. Eén van zijn medewerkers was François Raphelingen (Raphelengius), die in 1587 hoogleraar Hebreeuws zal worden aan de universiteit van Leiden. Christoffel Plantijn drukte 1213 exemplaren van de nieuwe polyglotten- bijbel, die bestemd was voor de hogere clerus en steenrijke patriciërs, want hij was peperduur. Hij was een gehaaide zakenman, want hij voerde niet alleen opdrachten uit voor de uiterst katholieke Spaanse koning, maar ook voor de protestantse Staten-Generaal (1578). In 1566 raakte hij zelfs direct betrokken bij een publicatie van politieke betekenis: 'Het Drie-miljoen rekest’. Dit was een aanbod aan Filips II om met dit bedrag godsdienstvrijheid voor de Nederlanden af te kopen. Filips wees het voorstel verontwaardigd af, met als resultaat dat het geld gebruikt werd voor de gewapende strijd tegen hem. In 1562 werden bij een inval in Plantijns drukkerij 1500 exemplaren van een calvinistisch pamflet ontdekt. Het nieuws bereikte hem terwijl hij op zakenreis was. Om aan vervolging te ontsnappen dook hij anderhalf jaar onder in Parijs. In september 1563 was het gevaar geweken en keerde hij terug naar Antwerpen. Enkele zakenvrienden hielpen hem terug in het zadel en dankzij hard labeur en koopmansgeest kende zijn zaak een nieuwe bloei. In de periode 1572–1576 telde Plantijns' drukkerij De Gulden Passer (Officina Plantiniana) zestien drukpersen in bedrijf en 80 werknemers. Zijn bedrijf was uitgegroeid tot de grootste typografische onderneming in Europa. Dit succes was voor een aanzienlijk deel te danken aan zijn relaties met Filips II, voor wie hij in de jaren 1572–1576 een massa liturgische werken heeft gedrukt, die bestemd waren voor de Spaanse markt en de koloniën. Christoffel Plantijn kwam ongedeerd uit de Spaanse furie (november 1576), maar de winstgevende handel met Spanje was gedaan. Hij liet de Gulden Passer over aan twee van zijn schoonzonen, Jan Moretus en Frans Raphelengius, en vestigde zich te Leiden, waar hij werd aangesteld als de officiële drukker van de universiteit (1583-1585). Na de capitulatie van Antwerpen (augustus 1585) gaf Plantijn in 1586 de vestiging in Leiden over aan François Raphelengius en keerde terug naar Antwerpen. Ondanks de zeer moeilijke omstandigheden (crisis, oorlog, handels- belemmeringen) slaagde hij erin om met veel moeite zijn Antwerpse drukkerij in stand te houden. Hij was de drukker geweest van de Spaanse koning 'en van ketters en papen', maar nu werd hij door de omstandigheden gedwongen om zich ten dienste te stellen van de contrareformatie...
Zoals reeds vermeld kwam de Officina Plantiniana na zijn dood in handen van zijn schoonzoon Joannes Moretus I. Vermeldenswaard is dat ook de Latijnse uitgave van het 'Plakkaat van Verlatinge', 'Edictum Ordinum confoederatarum Belgii provinciarum' (Anno Domini 1581), gedrukt werd in de Officina Plantiniana. Plantijn gebruikte voor zijn goedverzorgde drukwerken bijna uitsluitend Franse lettertypes van 'Garamont' (o.a. Parangonne en Augustine romaine), samen met Granjon's Texte cursive en Bastarde.

*
Targoem betekent zowel vertaling als verklaring.
Het betreft hier de Aramese vertalingen van de Hebreeuwse delen
van de Bijbel. De targoemvertalingen werden noodzakelijk toen
de bewoners van Judea in het Perzische Rijk werden opgenomen.
Ze moesten toen het aloude Hebreeuws opgeven ten gunste van
het Aramees. Het Aramees was ook de taal van Jezus en Maria.
In Palestina was de volkstaal namelijk West-Aramees, terwijl
de priestertaal in de tempel Hebreeuws was. In Mesopotamie werd
Oost-Aramees gesproken.

**De Pesjitta (Engelse spelling: Peshitta) is een oude Bijbelvertaling
in het Syrisch (het „Oost-Aramees”).
De oudste nu nog bestaande manuscripten stammen uit de vijfde
eeuw, maar de Pesjitta bestond reeds voor een groot deel in
de eerste eeuw NC.

P.S. Het Aramees is een Semitische taal die ooit de lingua franca
van het Midden-Oosten was (ook in Egypte).

© Gaston D'Haese


Enkele taalkundig belangrijke uitgaven van Plantijn

* 1562 - Dictionarium Tetraglotton (Latijn - Grieks - Frans - Nederlands).
Met ondermeer uitvoerige Franse en Nederlandse synoniemen
en omschrijvingen. De uitgave kwam tot stand, dankzij de deskundigheid
van Plantijns' werknemer Kiliaan.


* 1567 - Nomenclator omnium rerum propria nomina variis linguis...
De medicus Hadrianus Junius (1551-1575) geeft uitleg over de vele
termen in het Nederlands en meerdere andere talen.

* 1573 - Thesaurus Theutonicae linguae.
Schat der Neder-duytscher spraken. Het bevat 40.000 trefwoorden,
met de vertaling van het Nederduits in het Latijn en het Frans.

* 1574 - Dictionarium Teutonico - Latinum van Plantijns
medewerker Kiliaan (1528-1607). De geheel herziene derde uitgave
van het Dictionarium (1599) kreeg een nieuwe titel: Etymologicum
Teutonicae linguae sive Dictionarium Teutonico - Latinum.
Cornelis Kiliaans taal was het Brabants, maar hij nam ook woorden
uit Vlaanderen, Friesland en Holland op. Door vergelijking met
Engelse, Hoogduitse, Franse en Spaanse, woorden, trachtte hij
de oorspronkelijke betekenis van de Nederlandse woorden te
achterhalen. Kiliaan neemt dan ook een ereplaats in op de overgang
van het Middelnederlands naar het Nederduits (de toenmalige
benaming van het Nederlands). Zijn dictionarium is de basis van
alle latere woordenboeken in het Nederlands.

* Verder mogen we ook De Nederlandse spraakkunst
van H.L. Spieghel niet vergeten. Hij werd eveneens uitgegeven
door Plantijn en verscheen te Leiden in 1584 onder de titel
Twe-spraack van de Neder-Duitsche Letterkunst.

* 1585 - Plantijn publiceerde het 'Opera omnia' (verzamelde werken)
van de latinist Justus Lipsius (Joost Lips). Ook het meesterwerk
van Lipsius, 'De Constantia' (1584), werd gedrukt bij Plantijn
in Leiden. In De constantia behandelt hij ondermeer de vraag
hoe de mens zich bij rampspoed staande kan houden. Het is een
werk met een stoïcijnse inslag, dat een jaar later al beschikbaar
was in de Nederlandse vertaling van Johan Moretus.
In 1589 verscheen zijn controversiële werk, 'De Politica', verdeeld
in zes boeken waarin hij de morele kwaliteiten bespreekt waarover
een vorst moet beschikken.
Lipsius zou al zijn werken toevertrouwen aan zijn vriend Christophe
Plantin en diens schoonzonen Raphelengius (=François Raphelingen)
in Leiden en Moretus (=Johannes Moerentorf) in Antwerpen.

© Gaston D'Haese

* Ook Simon Stevin (wiskundige & ingenieur) liet heel wat van zijn
werken drukken bij Plantijn. Stevin was van mening, dat het Nederlands
zeer geschikt was als taal van de wetenschap.
In plaats van de gebruikelijke Latijnse- en Franse benamingen bedacht
hij Nederlandse neologismen voor wiskundige begrippen.
Bijvoorbeeld:
wiskunde - wisconst. (mathematica),
evenwijdig - evewydich (parallel),
loodrecht (perpendiculair),
scherpehoek - scherphouck (acutus angulus),
schuine zijde - schoensche sijde (hypotenusa),
omtrek - omtreck (peripheria),
veelhoek - veelhouck (polygonum),
evenredigheid - everedenheyt (proportio),
stelling (propositio),
snijlijn (secans linea),
raaklijn - raecklijn (tangens linea),
meetkunde - meetconst (geometria), enz.
Ook de wiskundige termen middellijn, vlak, driehoek, kegel,
vierkant, rechthoekig, omtrek, middelpunt, aftrekken, delen
en vierkantswortel zijn van hem afkomstig.

Voor de ingenieursschool in Leiden stelde Simon Stevin
het lesprogramma op voor de "Duytsche Mathematique"*
met wiskunde en toegepaste natuurkunde in het Nederlands
voor landmeetkunde en vestingbouw.
*Drukker Jan Paedts Jacobsz. Leiden, anno 1600.

Enkele werken van Stevin, die gedrukt werden door Plantijn:

* In 1582 verschijnt "Tafelen van interest, Mitsgaders De Constructie
der selver, ghecalculeert Door Simon Stevin Brugghelinck, t'Antwerpen,
by Christoffel Plantijn in den gulden Passer".

In 1585 zijn er 3 uitgaven:
* "De Thiende". Leerende door onghehoorde lichticheyt allen
rekeningen onder den Menschen noodich vallende, afveerdighen
door heele ghetalen sonder ghebrokenen. Beschreven door SIMON
STEVIN van Brugghe. Tot Leyden, By Christoffel Plantijn M. D. LXXXV.
* "Dialectike ofte Bewysconst. Leerende
van allen saecken recht ende constelick Oirdeelen; Oock openende
den wech tot de alderdiepste verborghentheden der Natueren.
Beschreven int Neerduytsch door Simon Stevin van Brugghe.
Tot Leyden, By Christoffel Plantijn."
"Dialectike" is het eerste boek over logica in het Nederlands.
* "L'Arithmétique" behandelt zowel gewone rekenkunde
als de algebra van de eerste vier boeken van Diophantos van
Alexandrië. "L'Arithmétique" is in het Frans geschreven.
Na de capitulatie van Antwerpen (augustus 1585) gaf Plantijn
de vestiging in Leiden over en keerde terug naar Antwerpen.


In 1586 verschijnen:
* "De Beghinselen Der Weeghconst Beschreven Duer Simon Stevin
van Brugghe. Tot Leyden, Inde Druckerye van Christoffel Plantijn,
By François van Raphelingen."
* "De Weeghdaet Beschreven Duer Simon Stevin van Brugghe.
Tot Leyden, Inde Druckerye van Christoffel Plantijn, By François
van Raphelingen."
"De Beghinselen des Waterwichts Beschreven Duer Simon Stevin
van Brugghe. Tot Leyden, Inde Druckerye van Christoffel Plantijn,
By François van Raphelingen.".

* In 1599 verschijnt "De Havenvinding". Tot Leyden, In de Druckerye
van Plantijn, By Christoffel van Raphelingen, Gesworen drucker
der Universiteyt tot Leyden, M.D.IC.

Christoffel van Raphelingen was de oudste zoon van François van
Raphelingen. Christoffel Plantijn was op het moment van de druk
van "De Havenvinding" dus al tien jaar overleden.
De vestiging in Leiden bleef blijkbaar de naam 'Plantijn' voeren
na diens dood.

© Gaston D'Haese

separator

Reproductie van deze teksten (of delen ervan) is enkel toegelaten
mits vermelding van de bron en voorafgaandelijke toestemming
van de auteur. Toestemming kan bekomen worden via e-mail:

webmaster



C. Plantijn - Het werelds geluk
Smartphone compatibel


Vlaamse dichters


Nederlandse dichters


C. Plantin en Français



Homepage


Pageviews since/sinds 21-03-2002: 

  © Gaston D'Haese: 24-09-2004.
Laatste wijziging 17-02-2016.


E-post: